naar ingmar heytze
de dingen die ik doe
opdat ik straks weer beter ben
driemaal daags op handen
als een fruitschaal door de gang
kuren in wachtkamers en woestijnen
uren baden in onverdacht water
kwijnen in een kloostercel
op een rantsoen van melk en gras
alsof ik van mezelf genas
met toeters, bellen en tamboerijnen.







