lente - naar vasalis


lente - naar vasalis

gedicht over de zwangerschap van de poes

moet je zo nodig
in de lente
de straat op?
dat krijg je er nou van
daar lig je nu op je plekje
en denkt en denkt
over je zonden
gwij mandelincker zit een dreiging in de wallen onder onze ogen
en op de bedrand hebben wij onszelf
met moeheid zo belogen dat er onverwacht
wat aarzeling ontstaat, een nacht die liefde overslaat
we leggen ons - ontmaskerd als een paar - de afstand op,
die egels met hun stekels prikken voor elkaar
zo wennen wij aan een verlies dat lijkt
op wat ons bij het bukken uit de zakken glijdt.
adrian henri

kijk niet in mijn ogen, kijk eerder
naar de waterjuffers
hoe ze glanzen kijk naar de rivier
luister niet naar mijn woorden
luister naar de krekels,
luid in het hooiveld luister naar het water
raak me niet aan
voel mijn lippen niet mijn lichaam
voel de aarde vol van zegge
klaver valeriaan voel de zon
lief
dit alles breng ik jou
kijk niet weet alleen
een landschap in je lichaam
in mijn ogen een rivier
jitchok imberkom, mijn lief, wij gaan op zoek in
langvergane wouden, in weiden waar
het gras ontsproot - daar,
bij opdoemende luchtkastelen
komen onze spiegelbeelden
ons voor eeuwig tegen,
drukken hun lippen op bedorven winden
zwervend van een stilstaand heden
naar een niet-toekomende tijd
vlij je met mij samen
bij moerassen, uitgedroogde -
bij een beekje, lang ontwaterd,
tussen bosschages, omgekapte,
tussen dag die was, en nacht die niet zal komen
in dichtheid van verdorde doornen
duiken wij weg in het woest en ledig
roep nog niet:'verloren!'
het verliezen is pas bezig.
sandor weöres

vrouwen bestaan niet,
alleen hun rug in de volle tram,
alleen hun rok en hun schoenen bij 't uitstappen
mannen bestaan ook niet,
want die zitten weer boordevol vrouwen
en vrouwen, dat weten we nu, bestaan niet
ik besta ook niet
alleen m'n uitgestoken tong in de spiegel
en al bestond ik - waartoe?
g.j.resinkik neem aan mijn handen de geuren van jouw handen mee
en hoor in mijn oren, als in schelpen de zee,
jouw stem, en draag in mijn ogen
het donker der avonden van al je zacht haar,
en voel in mijn armen nog de verende bogen,
die - in een sfeer tussen keerkring en evenaar -
ik om de aarde van je lichaam sloeg,
aan wier nachthelft ik school, toen ik vroeg:
houd van me.
liefde?
breyten breytenbach
naar Octavio Pazwellicht is liefhebben leren
lopen in deze wereld
leren verstillen
zoals de linde en de eik uit de fabel
leren kijken
jouw blik werpt zaadjes
en heeft een boom geplant
ik praat
omdat jij het gebladerte beroert
Inger Elisabeth Hansenbemin je dan ben je
een wei een moment
gras een nacht
paard en maan tegelijk
met zijden vaantjes in de stralen en
trommels en tenten en trillende acrobaten
bemin je dan word je
een epileptische melodie
een kleine trompet in de keel
van een clown die galoppeert op een koord
Stemming - Paul van Ostaijen
germain droogenbroodt§
maar
er is geen schaduw
groter dan haar licht
khalil gibran
Hoe zal ik overleven - Edith Oeyenhoe zal ik overleven
als trachten
niet zou bestaan
thanatos zou ik om
verlossing vragen
een chaos onzekerheid kwelt
als de zon door
regen schijnt
wie weet hoe pogen
heeft gewacht
op een teken uit de nacht
Melancholisch zeezicht - Germain Droogenbroodt

Onder de blauwe eenheid
van water en wolken
tekent de weemoed een spoor
van zilt en zwijgen
want weet:
wat zich bindt
wordt ooit ontbonden
naakt en bleek
uitgewist.
herman de coninckals jouw verdwijnen maar betekenen zou
dat ik nu verder met mezelf kon leven
- ik sluit de deur, waar waren we gebleven,
ik gooi wat blokken op het vuur tegen de kou
een boek van chaucer ligt nog op de bladzij open
van voor je binnenkwam - ik heb nog donker bier
en bach: vandaag alleen al is een eeuw of vier -
dan zou verlies op winst nog mogen hopen
als jouw verdwijnen maar zou zijn: met rust
gelaten worden, ga dan, geef mij dan die rust,
laat mij gelàten worden, laat mij niet meer horen
hoe ik (wie, ik?) in donkere dagen en in blanke nachten
op niets en niemand lig te wachten,
jou kwijt zijnde, mezelf verloren
e.e.cummings - herman de coninckhet is prettig om klein
en je lippen te zijn
het is nog veel prettiger
om je met vier lippen samen
te schamen
je bent zo onder elkaar met jezelf
ik hou van jou, zo voorzichtig als misschien
zo ongelooflijk als ja,
zo lang als we zullen wel zien
gelukkig ben ik op tijd vertrokken
om voor de nacht te eindigen in mijn vingertoppen
het meisje de vos - ingmar heytzede vos werd stil en keek het prinsje lang aan:
- asjeblieft.... wil je me tam maken? zei hij.
Antoine de Saint-Exupéry, de kleine prins
mijn meisje dekt haar sporen af
want zij behoort aan velen toe
dat maakt verslagen, boos en moe,
maar handig is de liefde nooit
en dit is liefde, zegt de vos
terwijl ze achterwaarts
de sneeuw in loopt, kuilen
voor haar minnaars graaft,
berichten uit mobieltjes wist
en opslaat in haar kleine hart
soms staart ze voor zich uit
en fluistert: 'stuur me weg
voor je me temt en ik me hecht -'
'dat is beslist je beste truc,'
fluister ik terug tegen haar rug.
Wat schenk ik aan jou? Edith Oeyende kleuren van de regenboog
de wijsheid van een god
de vruchtbaarheid van liefde
de schoonheid van aphrodite
of offer ik
mezelf
zonder schroom?