'Kindergeluk'


De 'waag' - Kindergeluk - Dendermonde anno 1938.
'Kindergeluk'

De 'waag' - Kindergeluk - Dendermonde anno 1938.
Huwelijksjubileum Ghyssels-De Kimpe
(Met dank aan John Verleyen)

Voor de pui: vlnr.
August Gyssels, Emiel Verhas, Maria De Kimpe, Polydoor Gyssels, Emiel Gyssels, ...
Vooraan: X, Yvette Van Malderen, X , X , Etienne en Jean-Pierre Laureys.

Op de pui herkennen we onder meer Alfons Van Malderen (4e van R) en zijn echtgenote ... Heessens (5e van R).
Het jubilerende echtpaar wordt op het stadhuis ontvangen door burgemeester F. Portmans. We herkennen ook (half verdoken) secretaris Beckers.
1963-'64 Koninklijk Lyceum..

Schooljaar 1963-64 - Het IIIde jaar wetenschappelijke B van het Koninklijk Lyceum
Arlette DE SMEDT – Simonne HEIRMAN - Denise HEYVAERT – Rita VAN STICHEL – Lutgarde VERTONGEN – Magda WILLEMS.
Schofferdaine...

'Schofferdaine' (schaatsen) op de Brusselse Forten...
Deze foto's werden genomen op zondag 4 januari 2009, rond 16.45 uur.
OPGELET !!!
Op de website van het stadsbestuur is aangegeven dat het verboden is volgens de voorziene reglementering om het ijs te betreden van waterlopen en openbare vijvers.
Indien er wel toelating is wordt dit aangegeven door borden die geplaatst worden door het stadsbestuur!
De politie houdt toezicht op de overtreders!!!




Het stedelijk archief (3)...
De dienst onder de heer Aimé Stroobants...
Archivaris Aimé Stroobants (1978-heden)
Na het vrijwillig ontslag van Emiel Verstrepen, trad op 1 juli 1978 Aimé
Stroobants als conservator-archivaris in dienst, aanvankelijk met een tijdelijk
en deeltijds statuut en vanaf 2 september 1982 in vast dienstverband als
voltijds ambtenaar. Hij was op 17 mei 1950 te Dendermonde geboren als zoon
van Marcel Stroobants en Simonne Roels. Na een mandaat als aspirant bij het
N.F.W.O. en het behalen van de titel van dr. in de kunstgeschiedenis en
oudheidkunde (R.U.Gent), kon hij in 1978 in zijn geboortestad aan de slag als
conservator-archivaris. Hij trad in 1979 in het huwelijk met Christiane Moens.
In 1980 ging hij definitief van start met de eigenlijke archiefwerking. De
aanleiding hiertoe vormde een onverhoedse opruimingsactie van de
bestaande 'archiefzolder’, uitgevoerd door de technische dienst onder de
dynamische leiding van Petrus Verhelst, schepen van openbare werken.
Hierbij werd de zolder niet alleen van allerlei afval ontdaan. Ook de oude
'dolfijn' (walvis) van de ommegang belandde toen met een sierlijke boog in de
afvalcontainer. Op het nippertje kon vermeden worden dat hetzelfde gebeurde
met een ordeloze hoop papier, die bij nader toezien een deel van het 19de-eeuwse
politiearchief bleek te bevatten. Eens de storm geluwd, kreeg hij van
het schepencollege de toelating de na de gemeentefusies (1972 en 1977) in
de gemeentehuizen achtergebleven archieven op de stadhuiszolder te
centraliseren. Tussen 1980 en 1982 werden de archieven van de deelgemeenten naar de archiefzolder in Dendermonde overgebracht. In die periode werden niet minder dan 540 kiesbakken archief verhuisd, vermengd met veel stof en uitwerpselen van duiven en knaagdieren. Niet zonder slag of stoot konden van de zolders van de gemeentehuizen ook nog de houten en metalen archiefrekken worden meegenomen.

Op 3 november 1980 kwam het stadsarchief ook als 'dienst' uit de
startblokken. Via een B.T.K.-project werden toen op tijdelijke basis twee
personeelsleden aangeworven. Deze jonge mensen mochten er in
ondankbare en primitieve omstandigheden hun administratieve loopbaan
starten. Met behulp van archiefrekken creëerden ze op de in de winter
ijskoude zolder een soort werkruimte, die ze afdekten met een
plastic zeil en opwarmden met twee elektrische straalkachels! Van
archiefbezoekers was toen gelukkig nog geen sprake. Met horten en stoten
regen de B.T.K.-projecten zich van 1980 tot 1983 aan elkaar, totdat vanaf 1
juli 1983 kon overgeschakeld worden op de D.A.C.-projecten.
De eerste taak van deze personeelsleden bestond uit het reinigen, klasseren
en inventariseren van het reeds gecentraliseerde archief en van alle niet meer
bruikbare dossiers, die door de administratieve diensten 'naar de zolder'
werden verwezen. In 1982 ging de dienst van start met de inventarisering van het
nog op de diensten bewaard gebleven archief en met de inrichting van een
archiefbibliotheek, waarin aanvankelijk vooral oude wetboeken, Staatsbladen
en al dan niet verouderde administratieve en juridische werken werden
ondergebracht. De archiefdienst verwierf toen ook het eerste privé-archief
(Grootjans, 1982) en het eerste bedrijfsarchief (brouwerij Bayard-Bass, 1980).
Inmiddels was in de F. Courtensstraat het nieuwe 'Administratief Centrum'
(1977-1983) in gebruik genomen. Het bestond uit een combinatie van
nieuwbouw en verbouwing van het voormalige Karmelietessen- of
Theresianenklooster (1651-1974), dat hier zelf in 1657 in de plaats kwam van de
brouwerij de Swane (voormalig Hof Uuter Zwanen of Hof van Vinderhoute) en
van het huis de Vier Eemers (de Vier Heemskinderen). Stadsarchitect D.
Windey had er, samen met de ontwerpers, gelukkig zorg voor gedragen dat
onder de inmiddels overdekte en in het gebouw geïntegreerde binnenkoer (16
x 16 meter) drie archiefkelders (387 m²) werden ondergebracht, voorzien van
mobiele rekken (compactsysteem) en met een totale capaciteit van 2716
strekkende meter (ca. 20.000 archiefdozen). Twee kelders (252 m²)
waren bestemd voor het dynamisch archief van de stadsdiensten; één kelder
(136 m²) werd voorbehouden voor het oude en moderne gemeentearchief.
Aan een werkruimte en leeszaal voor een 'archiefdienst' had niemand jammer
genoeg enige aandacht besteed. Van begin augustus tot eind november 1983
verhuisde het volledige archief naar dit nieuwe onderkomen. Een kleine
gewelfde kelder (29 m²) van het gewezen klooster (1834) werd ingericht als
bureau voor de archivaris, werkruimte voor het personeel en 'leeszaal' voor
maximum vier bezoekers. In een aanpalende, iets te vochtige kelder, (28,5 m²)
werd de archiefbibliotheek ondergebracht. Een groot aantal verouderde, maar
nog interessante werken bleven achter op de gewezen archiefzolder. Zo
verhuisde het stadsarchief van de zolder naar de kelder en kwam er in ruil voor extreme
temperaturen en veel tocht en stof een permanent verblijf onder de
grond, in een iets te krappe ruimte, met een niet ideale toegankelijkheid en
met een via openstaande deuren te realiseren luchtverversing. Ondanks deze
onmiskenbare nadelen, betekende het nieuwe verblijf toch een aanzienlijke
verbetering in vergelijking met de vroegere werksituatie.

Op 5 december 1983 ging de archiefdienst van start met de klassering en
inventarisering (steekkaarten, N.D.C.-systeem) van de gemeentearchieven
van Appels en Baasrode. Later zouden de andere gemeenten volgen. Sedert
1984 beschikte het stadsarchief eindelijk over een beperkt jaarlijks budget,
waarmee kleine werkingskosten konden worden gedekt en tijdschriften
voor de archiefbibliotheek konden worden aangekocht. Vanaf 1984 begonnen de
administratieve diensten meer en meer gebruik te maken van de dienstverlening van de archiefdienst.. Dat jaar mochten ook de eerste 25 particuliere bezoekers
verwelkomd worden. In 1985 startte het archief met het aanleggen van een
verzameling 'documentatiedossiers'. In alfabetisch op naam of onderwerp
geklasseerde mappen zou één personeelslid voortaan losse documentatie,
folders en knipsels uit kranten en tijdschriften samenbrengen. Ook het aantal
aanwinsten ging geleidelijk aan crescendo.
In 1986 trad de archivaris toe tot de 'Werkgroep Gemeentearchief' van de
Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen. Hij
zou er van 1986 tot 2001 meewerken aan de samenstelling van de 'Bewaaren
Vernietigingslijsten voor Gemeentearchieven' (red. dr. Griet Marechal). In
april 1987 verscheen het eerste nummer van de 'Dendermondse Museum- en
Archiefberichten', het eigen informatieblad van de Stedelijke Musea en het
Stadsarchief. Het bevat de jaarverslagen van beide instellingen, de komende
tentoonstellingen en andere activiteiten en de nieuwste publicaties en
aanwinsten. In dit tijdschrift verschijnen verder ook korte historische en
heemkundige bijdragen of anastatische herdrukken van zeldzame
documenten. Sedert 1996 wordt het in gedrukte vorm (16 blz.) verspreid. Ook
in de 'Stadskrant Dendermonde' (1988 e.v.) verschenen geregeld korte
historische bijdragen. Dat jaar werd het publicatiebeleid volledig herschikt en
gespreid over vijf reeksen : inventarissen van het eigen archief (A),
anastatische herdrukken van oude Dendermondse inventarissen en
bronnenuitgaven (B), inventarissen en lijsten van Dendermondse fondsen en
archivalia bewaard in andere archieven (C), indices en andere hulpmiddelen
tot ontsluiting van bepaalde reeksen van het stadsarchief (D) en
bronnenuitgaven (E).
In 1990 werden voor de verzameling kaarten en plannen de eerste nieuwe
ladenkasten aangekocht. De steeds aangroeiende verzameling
documentatiedossiers werd ondergebracht in open metalen kasten, waarvan
het aantal geleidelijk aan kon vergroot worden. Sedert 1993
beschikt het archief in de voormalige infanteriekazerne op de Noordlaan ook
over een zaal voor het bewaren van de archiefbescheiden die op termijn (5 tot
30 jaar) mogen vernietigd worden.
Op 26 augustus 1994 sloot het stadsbestuur met het Algemeen Rijksarchief
een bruikleenovereenkomst af, waarbij de oude en moderne gemeente-, kerken
kloosterarchieven van Dendermonde en deelgemeenten aan de stad
Dendermonde in bewaring werden gegeven. Dit betekende een grote stap
voorwaarts voor de dienstverlening naar de lokale vorsers toe. Belangrijke
stukken uit deze deponering werden eind 1994, begin 1995 tentoongesteld in
het Zwijvekemuseum. Dat jaar werd ook een folder gepubliceerd met
informatie over de geschiedenis en de werking van het stadsarchief en de
aldaar te raadplegen archieven en verzamelingen. In 1995-1996 werden de
oudste stadsrekeningen van Dendermonde (1377-1796) verwerkt tot een
interessant schaduwarchief.
In 1997 werd in het kader van het Strategisch Plan Dendermonde voor het
eerst een uitvoerige beleidsnota opgesteld. In de loop van de negentiger jaren
werden de oude weekkranten en de geboorte-, huwelijks- en
overlijdensregisters op microfilm gezet. In 1998 deponeerde de dienst
Burgerlijke Stand 327 voor raadpleging vrijgegeven registers (1796-1900). In
1999 ging het archief van start met de geleidelijke toepassing van de bewaaren
vernietigingslijsten op archief jonger dan 1950. In 2001 werd het
automatisch archiveringsprogramma Dulle Griet (ontworpen door het Gentse
Stadsarchief) in gebruik genomen.
Gestimuleerd door het stijgend aantal raadplegingen door bezoekers (438 in
2002) en de eigen diensten (600 in 2002), in combinatie met een stilaan
nijpend wordend plaatsgebrek, keek het archief reeds jaren uit naar eventuele
uitbreidingsmogelijkheden. In de tweede helft van 2001 werd bij het
stadsbestuur een voorstel ingediend om het archief samen met de Stedelijke
Openbare Bibliotheek en het Historisch Documentatiecentrum Zwijveke onder
te brengen in een 'Stedelijk Informatiecentrum'. Het archief trad toe tot een
werkgroep die in de loop van 2002 een projectdossier samenstelde. Toen de
vooropgestelde kostprijs niet haalbaar bleek, besloot het schepencollege in
februari 2003 dat het stadsarchief pas in een tweede fase op hetzelfde terrein
als de nieuwe Hoofdbibliotheek zal gerealiseerd worden. Zo zullen binnen een
hopelijk redelijke termijn ook het stadsarchief en het historisch
documentatiecentrum over een degelijke infrastructuur kunnen beschikken,
tussen de Stedelijke Openbare Bibliotheek, het O.C.M.W. en het Sint-
Vincentiusinstituut. De leiding van dit stadsarchief zal binnen afzienbare tijd
aan een stadsarchivaris worden overgedragen.
Geruime tijd geleden verhuisde de dienst van de kelders van het Administratief Centrum naar de eerste verdieping in de lokalen waar eerder de lokale politie was gevestigd.
Aanleg van Bastion VIII
In 1994 werd begonnen met de aanleg van Bastion VIII.
De realisatie van een moeras, een vijver, een beek en tal van andere bezienswaardigheden waren alvast geen sinecure.
We tonen u enkele opnamen.









Kaderschool

12 april 1969 – Kaderschool in het Volkshuis
Amedée Moruanx (midden) sprak over “De structuur van de arbeidersbeweging”.
Links van hem zit Marcel Van Driessche, rechts Rik Eeckhoudt.


1971 – Kadervorming in de bovenzaal van het Volkshuis: opening en receptie
Onder de cursisten: Roger Caudron, Vic en Raymond Christiaens, Jef Coppieters, Maurice De Koker, Jef Hermans, Willy Van Schoor
Tot 1972 werden de cursussen zaterdagnamiddag gegeven te Dendermonde. Vanaf 1973 werd er geopteerd voor studiedagen in het Natuurvriendenhuis te Waasmunster
1958-'59 Opendeur (3)
Vervolg Opendeur 1958-'59 Rijkstechnische School.





Het gezin Vandemeulebroucke.

Het gezin Vandemeulebroucke in Dendermonde - 1921
Hippolyte Vandemeulebroucke werd op 11 mei 1884 geboren te Oostende. Het gezin verhuisde naar Gent, waar Hippolyte in contact kwam met de socialistische beweging. Om zijn invloed in het Gentse partijleven uit te schakelen stuurde Edward Anseele hem naar het arrondissement Dendermonde.
Bij de naoorlogse parlementsverkiezingen van 16 november 1919 werd hij, als lijstaanvoerder, verkozen. Hij zou in de Kamer het arrondissement Dendermonde blijven vertegenwoordigen tot zijn dood in 1936.
Op 8 april 1921 vestigde het gezin Vandemeulebroucke zich in een huis aan het Sas. Dit huis werd vlug een centrum van “sociaal dienstbetoon”, want de mistoestanden waren groot in het na-oorlogse Dendermonde.
Omdat het huis te vochtig was, verhuisde het gezin in maart 1923 naar de Franz Courtensstraat en vanaf april 1925 naar de Burgemeester Potiaulaan in Sint-Gillis. In 1926 voerde Vandemeulebroucke er de socialistische lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen aan. Begin februari 1927 werd hij er burgemeester.
Zijn vrouw Mathilde Branteghem werd op 24 april 1921 verkozen tot socialistisch gemeenteraadslid in Dendermonde.
Een gezinsfoto uit 1921.
Het stedelijk archief (2)...
Wij geven u nog de evolutie van deze dienst mee onder de heer Emiel Verstrepen.
Archivaris Emiel Verstrepen (1969-1978)
De draad werd pas terug opgenomen begin 1969, wanneer de toenmalige
Conservator van het museum Emiel Verstrepen ook benoemd werd tot stadsarchivaris, met als
taak zoveel mogelijk oud archiefmateriaal te verzamelen en een 'historisch
documentatiecentrum' op te richten. Emiel Verstrepen werd op 2 februari 1938
te Dendermonde geboren als zoon van Jacques Verstrepen en van Maria De
Clercq. Na het behalen van het aggregaat L.S.O. geschiedenis-Nederlands-
Latijn, gaf hij jarenlang Latijn in het Pius X-College te Zele en geschiedenis en
esthetica in de Hogere Cyclus. Hij was secretaris van de Oudheidkundige
Kring van het Land van Dendermonde (1964-1981), sindsdien ondervoorzitter,
en werd in 1967 (onbezoldigd) conservator van het Oudheidkundig Museum in
het voormalige Vleeshuis op de Grote Markt. Onder zijn beleid gingen de
collecties van de Oudheidkundige Kring over naar de stad, die voortaan de
museumwerking ernstig financierde. De verzamelingen werden
geïnventariseerd, het museum gerestaureerd, de presentatie gemoderniseerd
en de collecties verrijkt door schenkingen en aankoop. Hij kon het begijnhof
laten klasseren als monument en richtte er het Begijnhofmuseum op. E.
Verstrepen ijverde bij het stadsbestuur voor het officieel uitschrijven van het
deeltijds dubbelambt ‘conservator-archivaris’, slaagde in het vergelijkend
examen en bekleedde beide functies (1969-1978). Onder zijn impuls werd een
belangrijke financiële schenking aan de stad bestemd voor aankoop,
restauratie en inrichting van het Zwijvekepand, een oude vervallen
abdijvleugel. Hier wou hij het stadsarchief, het historisch documentatiecentrum
‘Dendermondiana’ en een museum voor archivalia in onderbrengen. In het
verlengde van zijn functie als conservator hechtte hij ook als archivaris veel
aandacht aan het verwerven van aanwinsten in antiquariaten en bij
particulieren. In de stadsbegroting kon hij een nieuwe post laten inschrijven
voor aankopen van archiefkasten, archiefstukken, kaarten, plannen,
documentatie en publicaties. Op deze manier legde hij de basis van het
‘historisch documentatiecentrum’. In 1978 trad hij in het huwelijk met Magda
Haegens van Zele en vestigde zich in Zele, maar bleef actief in de
Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde. Hij kon bekomen dat
de functie conservator-archivaris voor zijn opvolgers tot een voltijds ambt werd
uitgebouwd.
1958-'59 Opendeur (2)
Vervolg Opendeur 1958-59 Rijkstechnische School.
Leraar J. Lauwers


Leraar K. Van Cauteren


Nievejorke zoete...

We zain on e nief joër begost! Alléi verouit we kènne wèrral kerjéis zain wâ datter ammel goë gebéire. Ge goëge’t messchin ni geluëve mor den iësten dag van ’t joër atte’k al prais… ‘k moest vanèigest al iet téigekomme nowô! ‘k Ouë mè-j-e gruët èrt e poër kammeroëten oitgenuëdegt vèr mè nievejoërdag te kommen éite. Ik ouë téige de die vâ mèi gezeit dâ z’éir niks moest oëntrèkke want dâ ‘k ik wel vèr de kaukpot gingk zèrrege. ‘k Was kèrt noër de kèstag on een kalkoen gerokt vâ ne killau of acht en ‘k ouë z’in manne vriezer gestauke vèr mè nievejoër. Ik ouë-j-al verschèi kiëre uëre vertèlle oe dâ ge dâ moest geriët moëke en dorméi kost dâ gië probléim zain. ‘k Ouë alles op véirant em bitsje g’arranzjéirt dâ’k den dag zelf ni te véil nimmer moest doen nowô, want ge wètj oe dâ’t goët mè nievejoëroëvet… Alléi vol korrozje ’t smèires opgestoën en isj in nen aa kaukboek gekéike vèr te zien dad’ alles in de sakosj was. In iëne kiër viel manne frang dâ’k nog iet vergéite was… truffels vèr op te ville!!! Nâ waa dâ likke dâ’k toch nog een komisse moest doen, dorméi was dâ nâ zuë gië probléim… Kèrt noër den noen wazze’k tèn begost vèr dâ biëst geriët te moëke en ‘k moet zègge dad’alles goe gingk.

Piër van Tatjes
1958-'59 Opendeur
Beelden van de Opendeur (1958-'59) in de Rijkstechnische School.
De leraars Marcel Roels en Herman Brants.



Leraar Roger De Meyer.

Leraar houtbewerking J. Lauwers.
Het stedelijk archief...
Degenen die reeds een bezoek brachten aan het stedelijk archief van onze stad zullen beamen dat eender welke opzoeking aldaar steeds de moeite loont. Zij die er nog nooit kwamen dienen dit zeker en vast eens te doen. Onze eigen ervaring leert ons dat het archief zeer rijk is aan documentatie over onze stad. Het mag wel eens gezegd worden dat deze dienst, die sedert vele jaren draait onder de kundige leiding van de heer Aimé Stroobants, alvast een pluim verdient!
Een uiteenzetting...

De geschiedenis van het Dendermondse stadsarchief gaat terug tot de
middeleeuwen, toen men de belangrijke archiefstukken opborg in de
schepenkoffer en de versterkte archiefkast van het schepenhuis. Dit
schepenhuis bevond zich aanvankelijk op de Koornaard, om pas ca. 1350 te
verhuizen naar de eerste verdieping van het toenmalige Vleeshuis op de hoek
van de Grote Markt. Enkele jaren later werd het archief overgebracht naar een
lokaal in de nieuwe lakenhalle (1337-1350), waarnaast in 1377-1378 een
belfort en in 1395-1405 een nieuw schepenhuis werd opgericht.
Archivarissen in het verleden:
Archivaris Prudens Van Duyse (1835-1836)
De archivarissen Egidius en Isidore Derboven (1841-1864)
Archivaris Alphonse de Vlaminck (1865-1875)
Archivaris Theodule Charles Roels (1876-1880)
Archivaris Louis-Joseph Peeters (1880-1888)
Archivaris Théophile-César Herssens (1888-1894)
Na de brand (1914-1972)
Inmiddels was op donderdag 17 september 1914 het stadhuis, ten gevolge
van een bombardement, in brand gevlogen. Daarbij gingen het stadsarchief
en de rijke stadsbibliotheek in de vlammen op. Het enige wat bewaard bleef
waren enkele zegelbrieven, rentenboeken, iconografische documenten en
kaarten die permanent in het museum tentoongesteld lagen en een gedeelte
van het politiearchief en van het archief van de technische dienst, die zich in
de gewelfde ruimten op de gelijkvloerse verdieping van het stadhuis
bevonden.
Na de heropbouw van het stadhuis en de aanstelling van Diomède Grootjans
tot stadssecretaris zou er jarenlang geen archivaris meer benoemd worden.
De opeenvolgende stadssecretarissen bleven weliswaar bevoegd voor het in
goede orde bewaren van de stedelijke archieven, doch meer dan het op de
burelen van de respectievelijke diensten bewaren van het moderne archief
bleek dit niet te betekenen. Op de zolder van de nieuwe achterbouw werd een
klein, houten 'archieflokaal' in mekaar getimmerd als bergruimte voor de
ingebonden reeksen Staatsbladen en enkele bestuurlijke reeksen. Pas na de
Tweede Wereldoorlog veroverden de eerste archiefdozen opnieuw de zolder
van het stadhuis, waar voor dat doel enkele houten rekken werden
geïnstalleerd. Van een inventaris of van enige toegankelijkheid voor historisch
onderzoek was nog lang geen sprake.
De archiefwet van 24 juni 1955 legde de gemeenten die weinig zorg droegen
voor hun archief van meer dan 100 jaar de verplichting op deze archieven te
laten overbrengen naar het Algemeen Rijksarchief. Verscheidene
deelgemeenten droegen tijdens de daaropvolgende jaren zowel kerk- als
gemeentearchieven over aan het Rijksarchief te Gent en later te Beveren. Het
stadsarchief van Dendermonde werd in de loop van de zestiger jaren door een
firma geklasseerd volgens het N.D.C-systeem. Daarnaast verzamelde ook de
Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde oude
archiefbescheiden en drukwerk betreffende zijn werkgebied.
(Wordt vervolgd)
Toneel Rijksmiddelbare scholen.
Toneel Rijksmiddelbare Scholen
Onder impuls van Marcel DAMAN, bestuurslid van de Bond van Oud-leerlingen, komt in 1946 de toneelgroep “De Komeet” tot stand.
Zowel RMMS als RMJS leveren de acteurs en actrices. Zij brengen o.a. “Over twaalf dagen tegen middernacht” (1946 – regie R. Rijsselaere); “Het Chinese landhuis” (1947 – regie O. Van den Berghe); (geen optreden in 1948 wegens gebrek aan spelers); “Ghetto (januari of februari 1950)
(Uit Verslag van de Algemene Vergadering van de Bond van Oud-leerlingen op 03/12/1949):
De toneelgroep treedt herop. Alle spelers zijn leden van het onderwijzend personeel. Eerst wordt “Beurskoorts” opgevoerd, nadien “Dertig seconden liefde”. Een derde stuk wordt voorzien in maart (1951?).
(Uit Verslag van de Algemene Vergadering van de Bond van Oud-leerlingen op 17/12/1950):
Na ““De Notabelen van het Kraaiennest” (19.03.1951) volgt nog het blijspel “In de radio” (02/12/1951). Wegens brandonveilig wordt de feestzaal voor allerlei activiteiten afgekeurd en wijkt men tijdelijk uit naar zaal “Roxy”. In 1953 is de zaal weer in orde. Op 24/01/1954 wordt “En toch komt de nacht” opgevoerd”.
Van “De Komeet” is er verder geen sprake meer; wel brengt een toneelgroep van het Dendermonds personeel der Rijksscholen op 15/01/1956 “Het geldschip”.
19 maart 1951 - “De Notabelen van het kraaiennnest” door het personeel van de Rijksmiddelbare Scholen

De actrices (v.l.n.r.): X – D. BOGAERT – H. SMEKENS – M. DAEMS – M. LAMBRECHT
De acteurs: R. BRAECKMANS – G. CLAESSENS – O. VAN DEN BERGHE – G. VAN ONSEM – G. BOONE

G. VAN ONSEM (links) en M. DAEMS in een scène uit het toneelstuk van Jos Janssen


Kaatsclub.

Een Dendermondse kaatsclub. Foto uit 1924.
Namen? 
Snapshots K.A.
Schooljaar 1959-60 – Snapshots K.A.

Vooraan (v.l.n.r.): Etienne D’HONDT - … VAN HOYE – Clement VLASSENROOT
Achteraan: Walter SAEYS – Jef VAN DRIESSCHE – X – X
Vooraan: Luc VERHAEGEN
Middenrij (v.l.n.r.): Aimé VAN DEN BREEN – Etienne D’HONDT – Monique SPANOGHE – (verdoken) François VEYT – Theo VALCK - X – Eric VAN PETEGHEM
Achteraan: X

Vooraan (v.l.n.r.): Theo VALCK – leraar Nederlands A. VAN DOORNE – Etienne D’HONDT
Achteraan: Jef VAN DRIESSCHE
Viering...

We publiceren een foto, waarvan alle informatie ontbreekt. We herkennen enkele Dendermondenaars waaronder ... De Man, Pierre Verhofstadt, Adolf Magerman, Gustaaf Vergaelen, ...
Deze namen doen ons vermoeden dat de viering wel eens iets zou te maken kunnen hebben met de schoenfabriek 'Nadia', die gevestigd was op het terrein waar thans o.a. de GB is gevestigd.
Misschien weet iemand wel ter welke gelegenheid de foto werd genomen, of herkent men personen op de foto...
(foto G. De Man)
Onstspanning gepensioneerden...
Oktober 1989 – Ontspanningsnamiddag voor gepensioneerden in Bond Moyson

Op de kermis...
Omstreeks 1930 op de Dendermondse kermis

Vlnr: Pierre Van Driessche, Elodie Segers, Fanny Van Driessche, César Hermans, X, … Segers

Vlnr: Pierre Van Driessche, … Segers, César Hermans