Naar de inhoud

Jempi - Dendermonde

Van alles wat...
seniorennet.beseniorennet.be
... over de enige échte Ros Beiaardstad! Het wel en wee van Dendermonde, veel fotomateriaal en af een toe een vleugje humor in ons dialect! Bent u in het bezit van fotomateriaal van alles wat met Dendermonde (geen deelgemeenten) te maken heeft, en wenst u dit op het blog te zien verschijnen? Aarzel niet en geef ons een seintje op jpmc@skynet.be. Wij danken u bij voorbaat! En... mocht u dit blog goedvinden, kan u in de linkerkolom een waardering geven (beoordeel dit blog).

Berichten van 1 april 2008 tot 30 april 2008

Geschiedenis van de drie Gildereuzen - deel 4.

Uit een rekeningpost van 1627 blijkt dat de Sint-Jorisgilde van de stad een bepaalde som heeft ontvangen 'tot hulpe van de oncosten van het opmaken ende erigeren van een nieuwe reuse tot decoratie van de kermisse'.
Blijkens de rekening van 1649 makte 'meester Valentyn van der Lantscroon de nieuwe reuzen te kermesse lestleden". Ook de onkosten voor 'stoffen, frienden en andere toebehoorten aen de cleederen van de dry kinderen van de reusinne, met het maeken van deselve'.
In de periode 1651 tot 1682 wordt er melding gemaakt van reuzen en reuzinnen, doch opnieuw zijn de rekeninggegevens zeer vaag.

'In 1682-'83 tommedragen vanden mars Inden ommeganck... vande Jachtgodinne... de camniere... den sone vandenreuse... twasschen van lijnwaet en tstellen van het hooft vande camniere... tcleeden ende ontcleeden van dry kemels en camniere, de sone vanden reuse, ende het reusinneken vande vischmerct...'.
Hieruit kunnen we afleiden dat er ergens een familiaal karakter was ontstaan. Men spreekt zelfs van een 'camniere' (kameniersters) of persoonlijke bediende.

Uit de programmabrochure van den 'Ommegang van 1754', ter gelegenheid van het 900-jarig jubileum over het inbrengen der Gebeenderen van de HH. Hidluardus en Christine, lmeren wij dat er toen reuzen waren met het uitzicht van Mars, Indiaan en een niet nader te omschrijven reus. In dezelfde broichure vermeld men ook nog 'het Sôontjen vande reus' bij de Walvis.
Goliath vinden we voor het eerst in een programma van 1878. In de vorige ommegangen nam hij plaats naast Mars en Indiaan als 'Reus', dus neutraal opgesteld.

Uit het kermisprogramma van 1862:
-Donderdag 28 Augusty 1862
   8 ure              Fakkeltogt door de straten van de stad
   8 1/2 ure       Concert op het Kiosk ter Groote Markt
                         De Reuzen Indiaen, Mars en Kruisboogschutter zullen hunne krygsbewegingen uitvoeren
   9 1/2 ure        Vuurwerk ter zelver plaetse

Wat zeker vaststaat is dat Goliath, Mars en Indiaan een verworvenheid zijn geworden in de ommegangen en de volksfeesten en dit sedert de periode dat Filips de Goede (midden 15e eeuw) regeerde.

De 18e eeuwse rekeningen bevatten geen posten over de reuzen. Misschien moeten we hieruit concluderen dat men er geen vergoedingen meer voor toekende, of werden de voorziene bedragen uitgekeerd als onderdeel van de subsidie van de schuttersgilden.

In het kermisprogramma van 1872 worden de reuzen niet vermeld, wél dat er 'Bengaelsche vuren' werden afgestoken op 2 Augusty.
Op 31 Augusty worden ze echter wél vermeld in de volgorde van de stoet gehouden ter gelegenheid van de inhuldiging van Burgemeester Leon De Bruyn.
Het is opvalend dat de reuzen sommige jaren niet worden aangetroffen in de kermisprogrammatie op donderdag (Katuit), maar wél op de eerste zondag vankermis. Dit was de dag waarop het Festival voor Harmonieën en Fanfares werd gehouden.

Toch mogen wij terecht fier zijn op het imposante trio, dat in de veelvuldige ommegangen en stoeten steeds borg staat voor een algemeen gejuich van de toegestroomde volksschare bij hun verschijning. Als middeleeuwse helden worden ze vereerd door een steeds van enthousiasme zinderende massa...
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

De geschiedenis van de drie Gildereuzen - deel 3.

De historiek...

Aangaande de historiek onzer reuzen is in de loop der jaren reeds wat geschreven. Een ongelukkige gebeurtenis in de annalen van onze stad is de brand van september 1914. Veel documentatie uit onze rijkgevulde ging aldus verloren. Uit de resterende geschiedkundige bronnen kunnen wij afleiden dat de schuttersgilden veel vroeger in de ommegangen en stoeten te pronk liepen dan de reuzen.

Dit is te verklaren doordat processies in de hoge middeleeuwen een zuiver geestelijk karakter hadden. Het samenbrengen van godsdienstige en goddeloze elementen leidde later tot een scheiding. In de 19e eeuw worden processies en ommegangen definitief gescheiden.
In Dendermonde namen de bestaande schuttersgilden gewoontegetrouw deel aan de drie jaarlijkse processies, namelijk op Sakramentsdag, op Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart en op de dag van de Kerkwijding (eind augustus). Het is uit die laatste processie dat de Dendermondse reuzenommegang is ontstaan.

Volgens historicus G. Piot waren er in onze stad reeds reuzen bekend op het einde van de 13e eeuw. In een ommegang van 1405 zouden reuzen hebben opgestapt, elkeen voorafgegaan door een speciale speleman. Een aantal is echter niet bekend.
In 1468 wordt door het stadsmagistraat opdracht gegeven een reus te vervaardigen gezien dit een onmisbaar deel is voor de optochten.
'By advise van scepenen wasseer ruese ghemaect in den ommeganc, daertoe was gecocht jeghen Jan de Brant xxxj ellen linelaken den ruze te cleedene".
In 1480 daagt een reus op met de naam 'Balduin'. Deze wordt zonder onderbreking in de stadsrekeningen vermeld van 1467 tot 15472. Een duidelijk beeld kan er niet gevormd worden gezien de armzalige gegevens hieromtrent.
Wij willen u enkele nota's niet onthouden:
-1467 - '68: naaien en schilderen
-1469 - '70: een herstelling, niet gedetaileerd.
-1470 - '71: een nieuwe baard
-1475 - '76: een niet omschreven reparatie
-1480 - '81: een nieuw hoofd
-1483 - '84: nieuwe handschoenen voor de reus
-1485 - '86: vermaken enversieren van de reus
-1521 - '22: een nieuw hoofd en het schilederen van de reus, alsook het vergulden van het hoofd. Verder vermeld deze stradsrekening een nota van betaling aan een muzikant met een 'quene' (doedelzak).

In de stadsrekening van 1546 wordt melding gemaakt van een 'jonck ende cleen Ruesken'. Pas een eeuw later wordt melding gemaakt van een gezelschap reuzen, waarvan er heden nog drie zijn overgebleven.
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

De geschiedenis van de drie Gildereuzen - deel 2.

"Al die daer zegt, de reus die komt..."

Folklore... De wetenschap der volkse tradities, gebruiken, geloof, legenden en verhalen. Dendermonde heeft een rijkdom aan folklore en mag prat gaan op zijn culturele identiteit. De komende dagen en weken zullen de reuzen centraal staan hier op dit blog. En wie reuzen zegt in Dendermonde heeft het ongetwijfeld over Indiaan, Mars en Goliath!

Volgens Renaat Van Der Linden zijn er in Vlaanderen niet minder dan 1700 reuzen geteld. Over het ontstaan en de herkomst tast men nog in het duister, ofschoon er heel wat hypothesen bestaan. Stammen ze af uit de Keltische periode, toen men 'grote houten mannekens' bouwde? Komen ze uit de Griek-Romeinse mythologie of uit de middeleeuwse processies waar ze als reuzegrote bijbelse figuren werden rondgedragen? Zijn het stads- of gildesymbolen? Memories aan een groot mensenras dat in onze regionen heeft bestaan?
Er blijven heel wat vragen, maar toch vormen reuzen het middelpunt van een verheerlijking. Ze dansen op feesten, worden veelal muzikaal begeleid en zeer enthousiast onthaald door een joelende menigte.
Dansende reuzen zijn typisch voor België. Eveneens in Noord-Frankrijk is dit fenomeen gekend. Nederland, Engeland, Spanje, Duitsland, Oostenrijk en Italië kennen reuzen. Enorme poppen die worden rondgedragen door stoere dragers en de menigte in de sfeer brengen door de prachtige, fascinerende dansen die ze uitvoeren. Een vaststaand gegeven is wel dat niet alle reuzen worden gedragen. Sommige 'lopen op wieltjes'.

Indiaan, Mars en Goliath zijn ongetwijfeld de belangrijkste historische ambassadeurs van onze stad naast het Ros Beiaard. En wat hen zo uniek maakt is niet alleen hun leeftijd, ook niet hun grootte, maar ongetwijfeld de sierlijkheid en de behendigheid warmee zij onafgebroken dansen op de tonen van hun eigen Dendermonds reuzenlied.
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

De geschiedenis van de drie Gildereuzen.

Over het Ros Beiaard is een enorme documentatie voorhanden, daar bestaat geen twijfel over en dat is ontegensprekelijk ook terecht verantoord! Maar onze drie Gildereuzen, Indiaan, Mars en Goliath kennen ook een zeer rijke geschiedenis, en we moeten toegeven dat hieromtrent nog maar weinig is gepubliceerd.

Een tijd geleden zijn we gestart met heel wat opzoekingswerk hieromtrent en we willen u de resultaten daarvan niet onthouden. Op onze blog over Dendermonde laten wij u de komende dagen en wellicht weken alle informatie geworden in verschillende ‘episodes’.

 

Zowel competente historici als toonaagevende folkloristen zijn het er over eens om te bevestigen dat de stad Dendermonde tot 1468 over geen reus beschikte. Het toenmalige stadsmagistraat moet evenwel tot het verantwoorde inzicht zijn gekomen dat een ‘grote man’ een werkelijk onmisbaar onderdeel was van een ommegang. Om in die leemte te voorzien beslisten de in ‘zeer belangrijke vergadering’ bijeengekomen gepruikte, vroede gemeentevaderen ‘met bequaemen spoed’ een reus te laten vervaardigen.

 

En daar begint de geschiedenis van onze drie Gildereuzen, die wij thans elk jaar zien dansen tussen een opgetogen menigte. Traditiegetrouw worden de ‘Gruëte Manne’ door de dragers op Katuit uit de stelplaats gehaald om dan een triomftocht door de stad te maken. Het is een uniek spektakel dat duizenden mensen uit omliggende gemeenten naar onze stad lokt, om er tussen de Dendermondeaars te kunnen genieten van een stuk authentieke folklore en dit reeds gedurende vele jaren.

Vele uren opzoekingswerk zijn hieraan vooraf gegaan, maar het geboekte resultaat mag er wezen. Wij hebben héél wat informatie kunnen verzamelen in het Stedelijk Archief dat onder de kundige leiding van de heer Aimé Stroobants de laatste jaren veel vooruitgang heeft geboekt.

Wij hopen dat de vele Dendermondenaars aan deze info enkele uren aangename verpozing mogen beleven… Met de tonen van ‘Ons Banier’ op de achtergrond brengt het sommigen onder hen misschien wel midden de ‘Ommegang-sfeer’…

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

De Gildereuzen.

173-6214ea00b779143576800a1c4d7187fa.jpg
Een zeer oude foto (boven) van de Gildereuzen Indiaan, Mars en Goliath, genomen aan de hoek Brusselsestraat - LeopoldIIlaan. Vermoedelijk in 1914.
Onderaan een foto van de Gildereuzen op een uitstap in Brussel.


173-e44f9aa61460ca473cbcbd26f706792c.jpg

                      173-d48a5f63afb4869a20d6179c59817bf7.jpg
Geschreven door jempi om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

De stoësse van Oilsjt...

171-beea56010daf99b46d82c454a3989fa0.gif
Wéir vonte ne fottau van iënegste joëre gelèje van de stoësse van Oilsjt... Iërlaik gezèit is d'r van dem balange ni véil on verandert zènne, bouite d'ottaubusse!!! Dâ fritkot stoët er uëk nog attait, mor nor 't schaintj zain 't wel al ander mènsje die t' aupenave!


171-babb0584f08a06aff1667d0ea964ffff.jpg
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Toële!

Van de wéik wazze’k mè de die va mèi-j-isj méigegoën tot op ’t Vèstsje. Ze moest d’r ier en toer ewwâ gerief èmme. Ik goën vanèigest nuët ni méi binne in die wingkels zènne. Ik stoën véil liever bouite een sigaret te smuëre en nor ’t jongk vraavolk te kaike! Doër is véil miër on te zien as on dâ gerief in die wingkels…

D’r liepe d’r twië azjènte ront, die d’r dem boel em bitsjen on ’t gouësloëge woëre en van tiennéige uëk on ’t kaike woëre of dâ ze gin bongske koste schraive vèr ’t parkéire.

Al mè nie kier stopt er d’r een vatuur. Ik ouë derèkt gezien dat er d’r een vrèmde ploët opstont. Die mènsj staptegen ouit en â gingk nor die twië azjènte. Faitelaik bènne’k nâ ni kerjéis oëngelèit, mor ik zèttege toch e stapte dichter vèr isj t’ uëre wâ datten gingk vroëge of zègge…

Die kèirel vroeg iet in ’t Ingels on die azjènte, en alletwië trokke z’éir schaars op. Nâ vroeg die dad’ in ’t Frans en ze trokke uëk éir schaars op. A-j-éige’t nog in twië drèi toële gevroëgt, mor die koste’k azuë derèkt ni touisbringe… Mor alle kiëre trokke alletwië die azjènte éir schaars op.

Dâ stak die mènsj gilzéiker téige en al broebelent staptege è vedrom in zannen ottau en a réi voersj…

Ik uërde diën iënen azjènt zègge téige diën andere: “Amai die kèirel kost nogal nen uëp toële seg!”. Diën andere antwaurdege: “Awel a-j-ister vet méi!!!...”

Geschreven door jempi om 01:41 Reageer op dit bericht

Nor Ingelant.

‘k Em wèrral wâ méigemokt! ‘k Em vèr nen dag nor Ingelant gewéist. Ne kammeroët va mei moest d’r bè mènsje zain die ten d’r kan, en ik mocht isj méigoën. ‘k Em ekeik dâ tèn mor gedoën nowô. Ik waster isj mè bouite en ‘k waster mèi-j-ouit den drangk…

Im Brissel-Zouit zai me vertrokke mè d’n tsjoeketrèin en op ne wip en ne gaa woëre me ginter. Awel ‘k moet iërlaik zegge Londe is schuën, vèr ’t géin da’k er vâ gezien èm toch.

Die mènsje wordâ me d’r moeste zain, woëre vrië vrinnjelaik, alléi vèr ’t géin dâ’k er va verstoën èm toch. En ze sprakke téige mei-j-uëk Ingels!

‘k Em ekik man devuëre gedoën vèr t’antwaurde, mor ’t was ni-j-attait gemakkelaik zènne… en on die mènsje éir doeninge te zien verstonte zéir mèi ni-j-attait…

Dië man zei téige mèi dâ’k Ingels klaptege mè-j-ier of doër een aksènt. Ik èm derèkt téige die mènsj gezèit: ‘Méibie it’s possebel dat joe hiër e littel bitsje Dèrremons’. En van tien néige éige’t â verstoën want â kniktege. Alléi ‘k voejldege mè d’r noga réidelaik rap touis en op den dier wazze’k gediereg on’t ouitlegge. Dâ goed azuë nowô as g’â-j-ieveranst touisvoeiltj begin ne mènsj te babbele. ‘k Em uëk verteltj “tat aai sometaims wit mai frènt som glasses of béir go to dringk on de market pléis in de town en wie sometaims aar verrie long toe stéi deir!”

‘k Zègge’t nowô, déir ’t fait datten attait kniktege, pèize’k ik wel datten alles verstoën éit wâ da’k ik zei… In alle geval ik vont vâ man èige da’k et béiter kost ouitlegge as dâ vraamensj datter vèr die gaste vâ Zimbabwéi vâ Rozjéi de Vloëmingk patatte stoë te schèlle.

Alléi, “Till de nèkst taim en bie kéirfoel” zèi dië mènsj téige mei as me déirgingke. Ik èm g’antwaurt: “Aai am everietaaim verrie kèirfoel ent aai loek olwéis at de braait saait of laaif!”…

 

Piër van Tatjes

Geschreven door jempi om 20:32 Reageer op dit bericht

Café Palingshuis.

164-292ec91abcec63081c87f6b1dc089b8a.jpg

Een afbeelding van het lang verdwenen Café Palingshuis aan de Denderbrug in de Ridderstraat. De toenmalige uitbaters waren Eugène Spiegeleer en zijn echtgenote.


           164-f7a296277baa674af8643b61f90fd31b.jpg
Geschreven door jempi om 19:50 Reageer op dit bericht

't Is ni te doen!

‘k Em gistere ne gillen dag op snok gewéist mè nen Oilsjtenèir… Diën éi mè dor toch ne gillen dag een zoëg gespanne! En of dâ ge’t nâ geluëfd’ of ni,  ’t is attait auver ’t zèlde!

Ne gille grondegen dag was ’t van: “Ister al iet miër gewéite auver éire stoet?”, “Emme z’al vier kinnjere vèr op te zitte?”, “As ’t azuë e wéir zâ zain gelèk as de lèste kiër”… A-j-éiter ni-j-auver-op g’ave! ‘t Wèrktegen op den dier effenaf zuë nèig op man èpse da’k zèi: “Mènneke, gèi zaid’ ier nâ-j-al ne gillen dag een mèm on ’t spanne da’t ni mensjelaik is! ’t Is pessies dâ ge géir in Oilsjt giël ’t spel moet organizéire!”. ‘k Geluëf dâ ze dor in Oilsjt on’t pèize zain dâ z’in 2010 gillegans van de lantkoërt gon gevèigt wèrre!

Achter ne gillen tait koste’k mè nimmer inave… Ik vroeg vèr wâ datten dâ faitelaik ammel moest wéite. A kost pessies derèkt ni-j-antwaurde, mor ik ief ni-j-op en ‘k bléif dâ vroëge. Alléi op de langen dier kwamp et er ouit! Dorméi begosten d’r nen ouitleg te doen dâ zâ schuëmoeder van Dèrremonde was en datten éir zouë wille een koërt vèr den tribun wille kadau doen. ‘k Zèi téigen èm dâ die koërte van dem balange ni goejekuëp gingke zain. En â-j-antwaurdege mè dâ ’t èm ni kost schille! Zâ schuëmoeder  komd’ al joëre on e stik alle zondoëge van ’t smèires nor Oilsjt en dormèi issen tèn zéiker dâ ze nikker ne zondag zouë in Dèrremonde blaive!!!

Geschreven door jempi om 19:48 Reageer op dit bericht

Dèrremonsen bellekesman.

Wellicht zullen velen, samen met mij, zich nog 'den bellekesman' herinneren. Hij verscheen als populaire figuur op de kermissen.
Zijn naam was Frans Van Den Rul...

159-98769bfc40213ce141af03fcce6d21ec.jpg

159-f17a2a608c3d6e2dce6e5cb6aeaee211.jpg
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Het is algemeen geweten.

We hadden het er al over in onze reeks 'Van de hoge nood een deugd maken', de Dendermondenaar was in het verleden niet vies om het over alle vormen van 'de stoelgang' en alles wat er mee te maken te converseren. Wij vonden een gedicht dat wij u zeker niet willen onthouden.

Stront...

De wèirelt diën is ront,
en ge vindj' in de wèirelt véil saurte stront.
D'r zain dikke en dinne, g'ètj grof en g'ètj fain,
mô vèr gië gèltsj van de wèirelt, zouë 'k iëne wille zain.

'k Em er al zien ligge, de dikte van em biën,
ge kraig ze mè giënem biëtel vaniën.
Mè-j-azuë twië galètte in â vertrek,
mag de strontboer komme mè giël zâ getrèk.

Auver 't lèst gingk ek last dem Biër,
d'r zat iëne te kakke, â déi-j-èm effenaf zjiër!
En kroëke en stingke dâ 't déi,
't was azuë nog niks, azuë ne kadéi!.

Vantait voejlde 't raize,
en moe-j-â rap achter een oekske pladaize.
't Is de natier en ik zeg zonder affront
ouit aleman zan olleke kom stront!

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Zegswijzen en uitdrukkingen deel 7

III. LICHAAMSDELEN EN DAARROND (vervolg).



Voeten en daarrond.

Op gruëte voet léive.

Voet bè stik ave.

Onder de voet luëpe.

Op goeje voet stoën.

Mè-j-â voeten op de gront blaive stoën.

‘t Ei véil voeten in d’èirde,...

Mokt â-j-ouit de voete,...

A kan rechtstojnnelings sloëpe (grote voeten).

‘t Zain pessies auverzètbuëte.

Dië moet schoeneduëzen on zam voete doen.

 

Tenen

Op immant zan tiëne tèrre.

Vâ kop tot tiën...

Op zan tiëne luëpe...

A-j-éi kremféi tisse zan tiëne (vuile voeten).

 

Hiel

Achter zan iele...

Mé zan iele déir zan kausse luëpe.

‘k Zien liever zan ielen as zan tiëne.

‘k Vèig er man ielen oën.

 

Enkels

A kom nog ni tot oën man knoesele.

Springd’omuëg en baitj in zan knoesele.

 

 

Borst - borsten.

Téige de bèst stuëte.

A lup mè zam bèst verouit.

A stèk zan kiekebèst verouit.

Stèkt â bèst verouit, pèisd’op â zister.

 

Groot

Ne fèrremen balkong.

Ne fèrremen tèttazjèir, ne fèrreme néir.

Doër ligd’ewwâ stof op den angk zèlle.

D’r is immant touis.

Eir tèttegariël zitj goe vol.

E vraamènsj mè-j-e gruët èrt.

 

Klein

‘t Zain pessies miggebéite.

Ze kan éirem bril gebrouike vèr sutjèi !

 

Vrouw: “Gèi lup mè vèllauspèlles oën en g’ètj allènsj ginne vèllau!”

Man    : “Gèi droëg wèl ne sutjèi !!!”

 

Decolleté

Ge kèn langst bauve ‘t koléir van éir schoene zien.

Z’éid’éire spoërpot bèi.

 

Hart

Zan èrt lochte.

Zan èrt ouitsèrte.

Z’éid’n èrt vâ gaut.

Mok van â-j-èrt ne stiën.

A ligd’ô man èrt.

Zan èrt ligd’op zan tong.

Mè-j-èrt en ziel.

‘k Kan’t ni-j-auver man èrt kraige.

‘n Stéik i man èrt.

Zan èrt opoële.

A-j-ister ‘t èrt van in.

Ni-j-on â-j-èrt loëte komme.

E pak vâ man èrt.

‘t Is téige zan èrt.

‘n Gruëte mouil, mor e klèin èrteke.

 

Nek

Zanne nèk bréike.

Iet op zanne nèk oële.

Nen dikke nèk èmme.

 

Rug

Nem brië rig èmme.

Aa rig nor immant drouë.

Iet van aa rig schoddere.

‘t Gèltj groej ni-j-op manne rig zènne !

Achter immant zanne rig babbele.

Iënen iet drouë achter zanne rig.

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Zegswijzen en uitdrukkingen deel 6.

III. LICHAAMSDELEN EN DAARROND (vervolg).




Buik

A-j-éiter zannem bouik vâ vol.

A-j-aaf zannem bouik vast van ‘t lache.

Nem bouik kraige.

‘n Tiëke vâ welstant.

Op ne goeje stal zitte.

Mannem bouik begint te grolle.

Schraiv’et mor op am bouik.

‘t Is in zannem bouik gesloëge.

A-j-éid’n tuëgzwèir.

Zam bèstkas is gezakt.

Azuë’n tonne (nem brèdde).

Nem bierbouik.

A-j-is pessies e poër mointj vèir.

A kan trommelen op zannem bouik.


Handen en daarrond.

Puëte gelèk as kaulschèppe

Blaift er mè-j-éir twië puëte tegelaik mor af !

Géif mè de vaif.

Doër ave’k man anden af !

Doër kènd’â puëte liëlek on verbranne (ande).

Wâ pèisde géir nâ, van den iësten oëvet mè-j-éir twië puëte tegelaik.

Iet bè d’ant èmme.

A-j-éiter d’ant in g’at.

Mè zan ande in zan oër zitte.

Iet in zan ande stéike (puëte).

Mè-j-anden en voeten ouitlègge.

Twië-j-anden op iënem bouik.

‘k Em mor twië-j-ande zènne !

Zan anden iëke.

Zan ande stoën schiëf (puëte).

Iet on d’ant doen.

Achter d’ant ave.

Legd’â-j-ant op aa kop en kèkt wie datter onderstoët !

A-j-éiter een anneke vâ weg !

A vraifd’in zan ande...

‘t Is téige man ant.

Mè léig ande stoën.

 

Vuile handen

Zain â-j-ande gewasse ?

Mè zuë’n zwèrte klaan komde ni-j-on toëfel (puëte).

 

Vinger

Ront aa vinger drouë.

On iedere vinger iën...

Ginne vinger verroere.

A vingeren aflèkke.
Immant op zan vingere tikke.

Iet déir de vingere zien.

Ne vinger nor ouitstéike...

A vingere verbranne.

Mè-j-â vingere zitte drouë.

 

Duim

Iet ouit aan douim zouige.

Me-j-â douime drouë.

A kan’t op zannen douim.

 

Nagels

Op zan noëgele baite.

De noëgel vâ man duëtskist.

Zwèrte noëgele.

 

Voelen - tasten

Iet voelen oënkomme.

Nattegait voele.

Wie dâ ni wil louistere moet voele...

En voejlde gè nog niks ???

 

Vuist

Mè makandere op de vouist goën.

Recht vèr de vouist klappe...

Ouit  â vouist éite.

In zam vouist lache.

 

Bedreigen - slaan

‘k Zal â d’r isj een zwing drouë.

‘k Zal â tanden isj kouise.

‘k Zâ mè-j-aa ‘t stroët isj opvèige.

‘k Zal â d’r isj e poër kokkenaute drouë.

‘k Zal èm zannen oëver isj géive (zannen toebak).

‘k Zal èm isj onder ande pakke.

‘k Zâ zam broek isj wèirem moëke.

Zannen toebak géive datten graat en blaat ziet.

‘k Zal èm isj graat en blaat sloëge.

‘n Doefelingk géive, ‘n kauteringk géive, ‘n vlouë géive.

‘n Woëfel géive, ‘n dèssingk géive.

Wâ bobaine drouë, wâ sivvelètte drouë, wâ klatsje drouë.

Isj afdèsse.

‘k Zal èm sebiet ‘t achterste vâ man ant téige zan koëk sloëge.

 

Armen

Ne langen èirem èmme.

Eirem in èirem luëpe.

Ne rèchten èirem.

‘t Is goe vèr èirmen en biëne te brèike.


Elleboog

Mè zan èllebauge wèirke.

A mocht et mè zan èllebaugen oënpakke.

 

Benen.

De biëne vanonder â laif luëpe.

Slap op â biëne stoën.

‘t Vèl auver de biëne zain.

Rap op de biën zain.

‘t Baitj in zam biën.

‘t Biën staif ave.

Zam biënen ouitsloëge.

‘t Goët déir mèireg em biën.

A-j-éige’t on zam biën.

Op zan lèste biëne luëpe.

Z’éi fèrreme puëte onder éir gat.

Z’éi billes tot oën éir gat.

Z’éit de biëne vâ nen ujjevèir.

De die-j-éir èkster woejnd’uëg (lange benen).

D’r kan e vèirke tisse zam biëne.

Trèkt isj â lange tréimen in !

Ze zitte mè-j-éir tréimen onder toëfel (biënen).

Eir biëne zain zjust trommelstokke.

Zam biëne zain pessies melkflèsse (witte benen).

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Dèrremonse les 7.

150-93f9142aba89f5290c44c2950bf23e17.jpgVolgende les.

150-d3c15e1c0520ebed5297224a96821f15.jpg                  150-e68632f4ca19b7353b28b63dbd1ab814.jpg                    150-fc96c0cd72c3bbd2cfd8124e1cf15461.jpg
ne mèzzikmiëster                     ne saksefong                       lief klèi konaintsje

    150-adfa0d236265006da0d54816b4a8b0c9.gif        150-d322b4f47f854343a60e8fdff2138916.jpg        150-4217aafdd291d03e2bad813d9e6a2573.jpg
    'n duës pranille                 nem bokéi blommes                    nem bèstel
                 150-012c84378c2f6c0d2e76b6bca981007d.jpg                           150-26ea6414af32fd3bdd45e223518f0a81.jpg
                  ne zondogsen oet                                           zwointsjes
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Zegswijzen en uitdrukkingen deel 5.

III. LICHAAMSDELEN EN DAARROND (vervolg)



Neus

Ne faine néis èmme.

Auveral zanne néis tissestéike.

Mè-j-aa néis bèistoën.

Ni verder kaike as dad’aa néis langk is.

Auveral in néize.

Zanne néis optrèkke.

Zanne néis verbèiklappe.

Vâ zanne néis moëke.

Zanne néis snitte.

‘t Zit i manne néis.

Die ne néis éit kan rieke.

Ne mauve néis van de zouip.

G’ètj ne néis ge kèn rieke.

‘k Zâ’t on aa néis ni-j-ange.

Zanne néis krolt.

Sloëge kraige dad’â néisgoëten achter â-j-uëre stoën.

 

Grote neus

Ne serjéize kaube, ne serjéize fakkel, ne serjéize gaffel.

‘n Fèrreme voengk, ‘n fèrreme schaa, ne fèrremen doemper.

‘n Fèrreme tammat, ne fèrreme rieker, ne fèrreme géivel.

‘n Serjéis èirebéis.

A-j-éid’op d’iëste raut gestoën.

A-j-is van Ternéize.

A-j-is goe bestèltj.

A kan d’r mè verauvervalle.

 

Scherpe neus

Ne néis vèr aut op te kappe.

A trèk goëten in zâ kisse.

As ge doër ne kap moest vâ kraige.

 

Ophalen

Ejje giëne zakdoek.

Snitj aa néis ouit

Schitj ouit mè-j-on die snottebèlle te lèkke.

Kouist â néis af.

 

Rieken

Zwaigd’en rikt â poërt.

Ge kèntj er on rieke.

Ge kèntj er ni-j-on rieke.

Makandere ni kènne rieke.

Op de réik afgoën.

‘k Kan ‘t ni rieke zènne.

 

Stinken

Stingke gelèk de pèst.

Stingke gelèk rotten èiringk.

Stingke gelèk rot èire.

Stingke gelèk rotte vis.

Stingken ieren in de wintsj.

 

Peuteren

‘n Pausse poëlingk vange.

As ge bauve zait doe tèn ‘t licht ouit.

Stèkt â-j-uëg mor ni-j-ouit.

A-j-is biësten on’t vange.

A-j-is vermisjèl ouit zanne néis on’t oële.

Bring mè-j-e pausseke méi.

 

Niezen

Got zéigend’â !

‘t Is beniest,‘t is de woërait.

 

Mond en daarrond

Zan taut afspéile.

Zanne mont ni kènnen ave.

‘t Woëter komd’i manne mont.

Ge pakt de waurden ouit manne mont.

Zanne mont verbèiklappe.

Ne gruëte mont opzètte.

A-j-is op zanne mont ni gevalle (op zan smoel).

A stoë mè zanne mont vol tande.

A doe zanne mont ni-j-aupe.

Brèk manne mont ni-j-aupe.

A kan zanne mont ni-j-ave (zan taut, zanne smikkel)

Aafd’â bakkes.

Aafd’aa woëfel.

Frangke taut.

 

Grote mond

‘n Gruëte mouil.

Ne fèrremen auve.

D’r kan e giël bruët in.

 

Spreken

Gin sproëke van.

In zâ zèlve babbele.

Babbele gelèk nen avvekoët.

Recht èmme vâ klappe.

Véil klappe mô waineg zègge.

Babbel mor op.

Spréiken is zilver en zwaigen is gaut.

 

Smaken - proeven

‘t Smok nô nog.

‘t Smok nô niks.

Eige’t gesmokt.

Smokke’t ewwâ.

 

Gapen

Ge kèn zien wâ datten g’éiten éit.

A gopt dâ ge de voejeringk vâ zam broek ziet.

Zanne mont goë schéire.

A trèk zanne mont tot achter zan uëre.

Dâ trèkt ier zènne.

 

Keel

Ne krop in zan kéil.

Ne fèrreme slikker.

A-j-éid’n eksteruëg in zan kéil (dorstig).

‘n Druëge kéil èmme.

Ne pouit in zan kéil.

In ‘t verkiërt kéilgat schiete.

Immant nor zan kéil vliege.

De kéil ouitange.

‘t Mes op de kéil zètte.

Zan kéil aupezètte.

 

Tanden

A-j-éid’n pèirdemouil.

A-j-éid’n nief éitkoëmer (valse tanne).

Schuëne bieterkes.

Op â tande baite.

Zan tande loëte zien.

Eite mè lange tande.

 

Stinkende adem

Zannen oëssem stingk gelèk as de pèst.

A stingkt ouit zannem bèk.

Zanne mont éi zwiëtvoete.

Nen oëssem gelèk as een stingkende rijjaul.

 

Lippen

Baitj op â lèppe.

On immant zan lèppen ange.

Iëne mè néigerlèppe.

‘t Is lèpkessaus.

Zan lèp angt.

A loitj zan lèp ange.

A trèkt een lèp tot op de gront.

‘t Kan in zanne mont rèigene.

 

Kaken

Koëke vèr in te baite.

Mè beschomde koëke stoën.

 

Kin

‘n Dobbel kinne.

‘n Poëterskinne.

Op â kinne kloppe.

‘n Kinne mè verdiepe.

‘n Kinne vèr staufaut op te kappe.

 

Tong

A-j-is wèl ter tong.

A-j-is zan tong verlaure.

‘t Ligd’op man tong.

‘n Lange tong èmme (e langk blat).

‘n Vouil tong èmme (e vouil blat).

‘t Zal on zan blat ni liege.

Slikt â tong in en zwaigt.

‘n Tong drouë.

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Raimen en dichte zonder...

De klaitsjkop...





Ne klaitsjkop wit en rond,
is dikkes schoejner as em bluëte kont.
Ne klaitsjkop zèrg vèr â profait,
't spoër ne kam en uëk véil tait.

'k Em véil joëre schaul gedoën
vèr al dad' oër vâ manne kop te goën.
'k Em tot man twinteg joër gestudéirt,
mo mè véil te véil gemanzjenéirt.

Op manne kop stoë ne vriëm bos oër,
ik kan gemakkelaik voersj tot man 't néigeteg joër.
Mor ge doe d' â van dem balange giënen bonnuir,
ge betoild' â blaat on de kwaffuir.

Faitelaik bènne'k blèi, dâ 'k man oër èm gespoërt,
want ik ben nogal ne groeitsjegoërt.
Mor louister goe nor wâ dâ'k éir zeg,
ne schuëne klaitsjkop aaft den dongkere weg.

(Piër van Tatjes)
Geschreven door jempi om 11:30 Reageer op dit bericht

Dèrremonse les 6.

149-54c11e0464c6ba91dcbda1df652a7378.jpg

149-315de14c21e48a9b811f1b6b8b7d04dc.jpg                149-10b8313de00dbb8e6c8e58af5498c02f.JPG                149-81027758d9d9b799251af8c33acdcdbe.jpg
           kommisses                             gruëte kommisse          iëne die d'r goëd' in trappe
       149-2c03ab7fc9cec23cbda4e93d3ba20f66.jpg                      149-010c8864a90a7f256b29f04edba41675.jpg                  149-d11177fb845348a96c20afd7323b40e1.jpg
 kliët vâ nen avvekoët                            een pantomiene!                               vouile was
                                               149-0b4b4d05f04a356539df0eed5f91b61c.gif
                                                         e waif dâ koët is!
Geschreven door jempi om 11:29 Reageer op dit bericht

Van de hoge nood een deugd maken - deel 6.

151-f37939572a6e39eaf5187cc49831e5e3.jpg

Om deze serie af te sluiten willen wij u nog enkele zaken meegeven.

We vinden het in feite een beetje vreemd dat omtrent ons onderwerp nog niets is verschenen in het 'Guiness Book of Records'... Er moet toch iemand ooit de 'grootste' of de 'langste' hebben gedeponeerd?

Het 'latrinair gebeuren' om het heel beschaafd te zeggen, is nu eenmaal een onderdeel van het menselijk bestaan. Men kan er niet onderuit. Meestal wordt 'het' verdrongen en doodgezwegen, er heerst een frustratie terzake en het wc-gebeuren wordt er eerder door belachelijk gemaakt. Het is kenmerkend dat er enorm veel grappen over worden verteld.

Maar Dendermonde blijkt in dat opzicht altijd wel een uitzondering te zijn geweest! Vooral in het verleden werd nogal volmondig gepraat over alles wat het 'het gebeuren' te maken had. Het dialect is overvloedig gespijsd met woorden en uitdrukkingen die 'dat' onderdeel van het menselijk bestaan weergeven. Later is daar enige verandering in gekomen en is het (vulgaire) woordgebruik gewijzigd. In het hedendaags gesproken 'burger-Dèrremons' hoort men minder (zogenaamde) ordinaire woorden.

Met betrekking tot 'het' onderwerp:
't euske: toilet
kaddéi: drol, stront.
kak: stront, uitwerpsel van mens en dier.
kakkedau: kakkedoor, nachtstoel.
kakscholke: kadolleke, bewaarschool.
kommisse: grote of kleine -, in de betekenis van plasje of stoelgang maken.
kont: achterste, zie ook korie.
schait: schijt, stoelgang.
schaite: schijten, stoelgang maken.
schaiter: 1. die schijt - 2. achterwerk - 3. bangerik
schaiterèi: buikloop (ook afgangk, fainen arrèt).
schéit: scheet, veest, wind uit de darmen.

Zelfs in het geven van bijnamen kwam in het verleden ons onderwerp aan bod, zoals bij: Staaf Kak, de Kakkak, Tanne Kak Ni, de Schéit, Zjef Schéit, ... de Schaiter, Stront on 't laintsje, ...

En tot slot nog enkele uitdrukkingen;
'Goëd' agaa mor kakke': mak dat ge wegkomt.
'Kak of giëne kak, de pot op': tegen wil of dank, willen of niet.
'Da's giëne kak': dat is geen klein bier.
'Kak on â gat èmme': komplimenten maken, druk doen.
'Mè de kak zitte': schrik hebben.
'Ne kakkenèst': jongste kind van een gezin.
'Kakke goë véire bakke': het hoogstnodige eerst.
'Immant de stront ouit zan kont lèkke': vleien.
'Stront rieke': personen met een zekere trek aan de neusvleugels.
''Vâ ne stront e paté"ike moëke': iets minderwaardigs ophemelen.
'Zanne stront twië kiëre frèite': gierig zijn.
'Zanne stront lig téige zan èrt': iemand die zich vlug kwaad maakt.
'De pot is on zâ gat geplèkt': veelvuldig moeten...
'Zan ol ni miëster': veelvuldig moeten

We sluiten hier af, hoewel wij er zeker van zijn dat er nog een aantal voorhanden zijn.


            151-86e858e96801d3cfc4f79c3767f59320.jpg         151-d1719de196d1c14a1e798472651b9d76.gif        151-dfae3b1557e796923a9de4d315eedb0e.gif
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Zegswijzen en uitdrukkingen deel 4.

III. LICHAAMSDELEN EN DAARROND (vervolg).



Ogen.

Schèllevisuëge (gelèk as Willy Sommers).

Uëge gelèk as mèirebolle, gelèk as kaugels.

Azuë’n bollakètte.

Uëge die blingke.

Kaike mè ‘t wit vâ zan uëge.

Op’t iëst uëg.

‘t Is op ‘t  uëg te zien.

Ge kènne’t zien mè ‘t bluët uëg.

Immant op ‘t uëg èmme.

‘t Springd’in ‘t uëg.

Ouit ‘t uëg, ouit ‘t èrt.

Onder vier uëge.

Gruët uëge trèkke.

Zan uëge de kost géive.

‘t Stoëd’in zan uëge te léize.

Kèkt ouit â-j-uëge.

Zan uëge zain aupegegoën.

Zan uëge zain gruëter as zannem bouik.

‘n Ugske in ‘t zail ave.

Déir ‘t uëg van een nojlle krouipe.

Immant zan uëgen ouitstéike.

 

Zien

Zie wâ dâ ge zegt zènne !

Iëst zien en tèn geluëve.

‘k Zien mô den èlft van’t schuë wéir.

Ge zain gezien.

Dâ zijje van ier.

A ziet er lief ouit.

D’r op zien.

Dâ zèlle me zien.

Ni te naa zien.

‘k Zâ nog zien.


Scheel

Alles dobbel zien.

Zan iën uëg zeg foert téige zan ander.

Mè zan iën uëg nor Appels kaike en mè zan ander nô’t Sin-Zjilles.

Mè zâ lings uëg in zanne rechtem broekzak kènne kaike.


Bekijken

Immant zitte bekaike.

Emme’k iet oën van aa ?

Immant zitte begoëpe.


Aandachtig kijken

Iet in de goëten èmme.

Gin uëge genoeg èmme vèr d’r nô te kaike.

Vâ kop tot tiën bekaike.

Diën éid’attait alles gezien.

 

Onvoldoende zien

Slecht sjoere.

Gin stéik véir zan uëge zien.

‘t Lig blak en bluët véir zanne néis en â ziege’t ni.

Ni vajjer zien as dâ zanne néis langk is.

Ouë’t nen ont gewéist, â-j-at èm gebéite.

 

Dwaas kijken

Stoën kaike gelèk as e kieke dad’ouit een èi komt.

D’r gië wéize van èmme.

Stoën kaike gelèk as e pèirt dâ van een kèrre geschipt is.

Ouit de locht komme gevalle.

Ze zien vliege.

 

Boos kijken

Zan uëge branne gelèk as kaule vier.

Eir uëge springen ouit éire kop vâ kolèire.

Immant omvèir schiete mè zan uëge.

 

Oren.

Iën en al uër zain.

Zan uër te louistere lègge.

Mor mè-j-iën uër louistere.

On zan uëre trèkke.

Iet in zan uër flouistere.

Knup et in â-j-uëre.

‘t Iën uër in en ‘t ander uër ouit.

Giën uëren èmme.

Zan uëre loëten ange.

Zan uëre ni geluëve.

D’uëre vâ zanne kop zoëge.

On immant zan uëre trèkke.

Op zan uëre klatsje.

Ruët wèrre tot achter zan uëre.

Tot auver zan uëre in’t wèirek zitte.

Zan uëre zèlle touite.

 

Horen

Naa-j-uëre’k â klappe.

Ni willen uëre.

Uërde ni goet messchin ?

Makandere ni kènnen uëren of zien.

Langst dië kant uëre’k ni goet.

‘t Is van uëre zègge...

‘k Uër â komme.

We zèlle’t gon uëre...

 

Grote oren

Uëre gelèk as talluëre.

Serjéize blaffetiere.

Diën éi fèrreme dzjumbaus on zan uëre.

‘t Is pessies nen ottau mè zan déiren aupe.

Aster ne wintsj opkomt issen weg (goët’n vliege).

 

Luisteren

Zan u¨re rechtzètte.

Zan uëren aupezètte.

De mieren èmmen uëre.

Zam blaffetiere stoën aupe.

 

Niet luisteren

Uërde ni goet ?

‘t Zal â liëre ni louistere !

As ge naa ni louistert, ...


Lawaai maken

‘t Kot afbréike.

E lawait van d’èlsje dievels.

E gruët lawait.

‘t Is d’r vollem bak.

Z’ave d’r kot.

Man uëre singele d’r van.

‘t Is d’r bal poppelèir.

Azuë-j-e léive.

Z léive dad’uëren en zien vergoën.

E lawait men kan nemiër.

‘t Is vèr uërendil te wèrre.

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Raimen en dichte...

Een gedicht van Piër van Tatjes uit 1992.



In ons stroitsje...


Auvertait zat et erop in ons stroitsje,
mè-j-e mèske vâ nèffest man déir.
Z'ouë rieze mè-j-éir kammeroitsje,
dâ was d'r ne giële slamméir.
Wel in de twinteg mènsje
uërden dad' ammel af,
wâ dä ze makandere difte wènsje
en dad' elk d'r ten bèste gaf.

Dië kèirel gaf uëk katoen,
ze kréig van 't zèlde loëke.
A liet èm van dem balange ni doen,
en ief ni-j-op mè-j-éir ouit te moëke.
Dâ mokke déi-j-uëk éir devuëre,
makandere verwaite vèr 't liëleksten iëst,
z'èmme 't gilzéiker tot op de Mèrt kennen uëre,
ze schandaliséirde makandere om ter miëst.

Vâ wéirskante stilde de koléire,
mô 't soëvest van diëzelden dag,
kwamp 't schoeinsjte vâ gil d'affèire.
'k Zouë 'ni geluëfd' èmme azze'k et zelf ni zag.
Dâ koppel liep déir 't stroitsje zonder zjenéire.
A-j-ief zan ant in éir zèi!
Ze gingke danse en éir ammezéire,
pessies of die rieze was al e joër of twië verbèi!
Geschreven door jempi om 13:18 Reageer op dit bericht

Vâ Piër van Tatjes.

141-20f2497c8ec0a6e96dc0d9f18339baea.JPG
Een gedicht van Piër van Tatjes naar aanleiding van het dichtgooien van de Dender aan de Kasteelstraat-Papiermolenstraat, ten bate van de parking 'gedempte Dender'...

141-d363f5c0f0ba6ca945a92fd294aa6017.jpg
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Dèrremonse les 5.

131-54c11e0464c6ba91dcbda1df652a7378.jpg

Alléi verouit, we doen voersj.

131-a752f2424f9d3f08a2849912d287b057.jpg                    131-b8c36b76f09373b3139e7e442b51fbac.jpg                  131-b576a96d5ce0e15ea1eac08400790935.jpg
   Kauningk Albèir                              Pajjaulâ, zam vraa                 de Kwéin van Ingelant
   131-3302fac0f131a55e65d6124bba35e2d3.jpg                         131-5496b4cc9f592ea3396ba9b259656bcf.jpg             131-a0642f72bf9b349c1e4fb9a52528ac6c.jpg
          em flouit                                       groensjel                                 ne klarong
131-81664ab1a1fe08d83b48600e88e85999.jpg                                             131-94acfc3c64bfb52ac2f3bdcb0454ffad.JPG
     twië vouil komméire                                                                   iël véil sènge !
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Zegswijzen en uitdrukkingen - deel 3.

We gaan verder met 'de lichaamsdelen en daarrond'. We splitsen dit onderdeel op omdat het volume te groot is. Deze keer gaat het over: het hoofd in het algemeen.


III. LICHAAMSDELEN EN DAARROND 1

 

Hoofd

Ne kop dad’op een pinne stoët.

Dorvéir moeje ne kop op â laif èmme.

Mè-j-iet in â kop zitte.

‘n Vuëze roëp èmme.

Kop en kont.

Ne kop èmme gelèk ne mèrremit.

Manne kop sloëgd’aupen en toe.

Zanne kop auver iet bréike.

Zanne kop loëten ange.

Zanne kop ouitwèirke.

Ni wéite wordâ zanne kop stoët.

Immant zanne kop zot moëke.

Mè-j-â kop téige de mier luëpe.

Iet op de kop tikke.

Al stoët’n op zanne kop...

De koppe bè makandere stéike.

A-j-is op zanne kop gevalle en blaive botse.

Loitj manne kop gerist.

Mè zanne kop spéile.

Nen èrte kop èmme.

On iet ginne kop kraige.

Manne kop af as’t ni woër is.

 

Groot hoofd

Azuë’n roëp.

Nen dikkem bloëskop.

Azuë’n poëzèi.

‘t Is azuë nog giën klèin galèt vâ ne kop.

Ne fèrremen oebel.

Ne woëterkop.

 

Haar

‘t Schil gin oër.

Zjiër in zan oër èmme.

Immant kènne van oër of plouim.

Gin oër béiter zain.

Frans mè-j-oër op.

Oër op â tannen èmme.

‘t Is em bitsje bè’t oër getrokke.

Makandere in ‘t oër vliege.

Gin oër op manne kop datter op pèist.

 

Lange haren

Zanne kwaffuir is duët.

A spoër vèr e matras.

 

Onverzorgde haren

A lup mè zan oër tisse zan tande.

Ge kèn krokètte in zan oër bakke (vettig).

Ne vèttegen blès.

 

Een baard

A-j-éi zan jongeren opgefrèt.

Iëne mè ne louizenboërt.


Een kaalkop

Nem biljaarbal.

A-j-éide véiruëft tot in zanne nèk.

A droëg zan oër last binne.

Zanne kop is déir zan oër gegroejt. A-j-is déir zan oër gegroejt.

A kam zan oër mè ne zjiëmvel.

A-j-éid’in em bèdde gesloëpe dâ te kèrt was.

Ne schuëne klatsjkop is uëk ni liëlek.

Een ènneke d’n of op.

Ne kop gelèk as e vliegplain.

Goed geheugen

‘t Zit goed in zanne kauker.

A kan zan lès op zan deumke.

A-j-éi ne kop gelèk as ne kompjoeter.

Diën omtaafd’alles.

Vergéite stoë ni-j-in zanne waurdemboek.

 

Slecht geheugen

Zâ gat vergéite.

Omtave van’t snoenes tot om twèlf iere.

Iet grat vergéite.

Ouit â gedacht goën.

‘t Wild i mâ verstant ni schiete.

Sloëg me duët, ik wéit et nemiër.

‘k Wil et kwait zain.

 

Nadenken

On’t pèize zain dâ g’er nen dikke kop vâ kraigt

A-j-is zan èssene on’t kloetsje.

A kraigt er ginne kant oën.

A moet al zâ verstant bèjiënlègge.

Loitj de pèirde pèize, die-j-èmme ne gruëte kop !

 

Gezicht

A trèkt e langk gezicht.

Iëne mè twië gezichte.

Zâ gezicht stoëd’op omwéir.

Zâ gezicht verlieze.

Zâ gezicht stoë mè ni-j-oën.

‘k Em ‘t èm in zâ gezicht gezèit.

Immant in zâ gezicht spiëkele...

 

Bleek gezicht

Iëne mè-j-’n plattekoëssmoel.

Nem bliëkschaiter.

‘t Is zjust een opgewèiremt laik.

Zuë wit as de duët...

 

Blozend gezicht

Blauze gelèk nen appel, gelèk ‘n kriek.

Zuë ruët as nen oën (ne koekeloerenoën).

A zâ wel isj omploffe.

De vlam èmme.

Ze blaus gelèk as e ruske, mô ‘t komt ouit ‘n duske.

 

Gepoederd gezicht

Z’is mè-j-éir mouil in de blom gevalle.

Ge kèn et d’r afkrabbe.

‘t Is zjust ‘n schillerèi.

‘t Is pessies ‘n gevèirfde Madonnâ.


Lelijk gezicht.

E gezicht gelèk ne pèirdestront wordâ de kiekes in gepikt èmme.

‘n Smoel vèr op te schaite.

E gezicht vèr maskes van te moëke.

E gezicht vèr van te spauge.

Dië zouë’k ni gèire téigekomme in den dongkere.

Ne schoejndere liëlekoërt bestoët er ni.

Diën éid’uëk gi maske vandoen.

‘t Is pessies e gezicht van de Mini-Bazaar.

‘n Reméide téige de liefde.

Z’èmme vazzeléive ‘t kintsj weggesméite en de noëgeborte g’ave.

Azuë’n pombaksmoel.

E gezicht vèr de gazet auver te lègge.

‘t Is ‘t schoejnste van â liëleke bakkes ni.

Dâ’k e gat moest èmme gelèk as dâ gezicht, ik dift nimme gon schaite.

 

Sproeten

In de stront gebloëze.

Téigen ‘n strontkèrre geluëpe.

E gezicht dâ begint te roeste.

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Dèrremonse les 4.

130-93f9142aba89f5290c44c2950bf23e17.jpg

't Goë verouit! We zitten al on leske 4.


      130-3a70fb85280f7356f8c9d81982df5133.jpg                   130-f72401e69afe2525720c9150807c1799.jpg                 130-50b4e09b2117fa9b271fa13f1d1790ce.jpg
Hier is't ammel mè begost!                          'n gait                                  uëk 'n gait!
130-3cc8a24673b145594db78780689fd037.jpg                        130-6aa545a61ea86f96c7503c59698ebdcf.jpg                    130-fffa050ddcb242ddb02b873a889d58f0.jpg
     e kieke (véire)                             e kieke (achternoër)                     'n éitploitsj, 'n éitkoëmer
130-7aa502357d25e8a8a1fd9b387b2ac73e.jpg                                                          130-234af7026149feba7a11c4084d7c1030.jpg
      ne kokka                                                                                   ne karnasjèir
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Zegswijzen en uitdrukkingen - deel 2.

In deel 2 hebben we het over ons lichaam.

II. ONS LICHAAM.

 

We zain ammel gelaik as m’n in onzem bluëte stoën.

 

Ademen

Nor an oëssem snakke.

Op an oëssem trappe.

Vergéite t’oësseme.

Diën éid’oëssem gelèk as e pèirt.

 

Groeien

Groeje dâ ge’t ziet.

De groej schitj erin.

 

Beweeglijk (niet stilzitten).

De wintsj in zâ laif èmme.

Gië zittent gat èmme.

Van de miere gebéite zain.

A-j-éi zâ gat getingelt.

 

Onbeweeglijk

Ginne pingk veroere.

D’r stoën gelèk e stambiltj.

On de gront genoëgelt zain.

Van ’t Lam Gods gesloëge zain.

 

Moe

Afgejakkert zain.

Dem bak af zain, pompaf zain.

De batterie plat.

D’r zitj ginne poejer nimmer in.

Dem bliksem is in zam puëte gesloëge.

Zannen iëne puët véir zannen andere nimme kènne zètte.

De biëne sloege vanonder zâ gat.

Zuë slap as ‘n vodde vâ moegte.

Ze zèlle mè ni moete wiege.

Zuë moeg as e versléite pèirt.

 

Gaan slapen

In zannen tram goën (krouipe).

In zan koetsj, in zan schèllep, in zanne koffer, in zannen daudâ.

Tisse de loëkes krouipe.

Nô Bètlejèm goën.

Op zâ struët ligge.


Slapen

‘t Is tait vèr te gon sloëpe.

Eire pizzjemâ-j-oën en nô bauve.

‘k Uër mam bèdde roepe.

Zjiëzekke woërdâ.

Wâ dâ ge véir den twèlve slopt, tèlt dobbel.

As ge ni slopt, riste toch...

Nog zuëvéil kiëre sloëpe en ‘t is ...

 

Vast slapen

Sloëpe gelèk as ne mèrremot, gelèk nen os, gelèk een ruës.

Sloëpe gelèk as ne mojlder in’t méil.

Mè gin stokke wakker te kraige.

Ni wakker te kraige, nog mè gin onderduzent man.

Neffest zam bèdde mag em bom omploffe.

 

Lang slapen

Sloëpe tot as de zonne in â bèdde schaintj.

Em moeten ouit zam bèdde sléire.

Tot ‘t snoenes in â bèdde ligge stingke.

Op zan èm geléige.

E gat in den dag sloëpe.

 

Inslapen

Vertrokke zain.

Verkocht zain.

Zitte knikkebolle.

In sloëp valle.

A-j-is afgekapt.

 

Korte lichte slaap

‘n Eulke vange.

Rèzzekes zouile.

Ne kèrten trok doen.

 

Snurken.

E kaske déirzoëge.

Rongke gelèk as e vèirke.

Nem buëm déirzoëge.


Wakker worden

Ouit â bèdde valle.

A-j-éid’ in zam bèdde gepist zéiker ?

Op, mô ni wakker.

‘t Soëvest ni kènne sloëpe van den onger en ‘t smèires ni kènnen éite van de voëk.


Dromen

Druëme zain bedrog.

‘k Em gedrumt dâ’k...

Assen drumt slopt'n uëk.
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Péike Rammekeszand... of Petrus Alexander.

Een Dendermondse volksfiguur…

135-45823b88e3427e1ad3bae523d8e5f47e.jpg 

Péike Rammekeszand luisterde naar de naam Petrus Alexander en werd geboren in onze stad op 15 juni 1849. Péike was een beetje simpel van geest en werd misschien ongewild een stukje Dendermonde is geworden.

Péike was een grote stevige kerel, steeds gekleed in een versleten jas en broek. Hij bewoog zich op houten klompen en een witrood gebolde zakdoen ontbraken nooit aan zijn outfit.

Hij bleef eeuwig vrijgezel en verbleef aan de Nieuwstraat (langs ’t Vestje) bij zijn zuster Nette. Hij kwam aan de kost als ‘zandman’ (zandverkoper) en elke dag deed hij zijn ronde, zowat in elk deurgat roepend: “Raa, niks vandoen?”.

Nast een aantal gedichten die Péike al eens voordroeg bracht hij ook al eens op verzoek zijn ‘leiderenrecital’. Zowat elk lied eindigde met ‘En wie ni drouin ’n wil, stoë stil…’.

 

Noch de Eerste Wereldoorlog, noch de veranderingen in de dagelijkse dingen de eerste jaren daarna konden Péike uit zijn lood slaan.

Toen Péike sukkelachtig werd, diende hij opgenomen in het Stedelijk Hospitaal. Toen de ‘masseurkes’ al eens vroegen aan Péike om een kruisteken te maken, lukte dit nooit! Péike deed dit als volgt: “In de naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes, Amen… op de kèiremis stoën de kramen, en dâ lèste mag ik er ni bèi zègge”…

Péike zou ‘gerust van het tegenwoordige, tot een beter leven zijn overgegaan’ volgens zijn doodsprentje. Hij stierf op 12 januari 1924.

 

Er bestaat een reus van Péike Rammekeszand, die volgens onze bronnen in het verleden steeds eigendom zou geweest zijn van de organisatoren van de Sinksenbraderij van de dekenij Bogaerdstraat-Dijkstraat. Telkenjare tijdens deze braderij, maakte Péike Rammeszand zijn rondgang. Hij werd gedragen door leden van de Pijndersgilde (reuzendragers). Wij bekwamen een foto van de reus die een rondgang maakt op een braderij in het stadscentrum (aan de Franz Courtensstraat) in de jaren tachtig.

                               135-e4cc1edb3602c1b8b97cea87d0ac6acd.jpg

Geschreven door jempi om 00:42 Reageer op dit bericht

Even bijwerken...

137-b7b24528b6346d655c92e7e0ec1b1494.jpg
Regelmatig verschijnen artikels in weekbladen omtrent 'behandelingen' die mensen ondergaan 'om er wat beter uit te zien'...
Wij waagden ook een poging met enkele van onze stadsbestuurders...
Hierbij de resultaten.

     137-2bb39c2f1c204f77d3bf2d271d7881e4.jpg

     137-49bc6f181326fe1c16620862ad69d4a7.jpg

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Diverse afbeeldingen.

133-274a01ad7ad7ad7d73d5f0b399ae5db2.gif
Wij fotografeerden een kader met afbeeldingen van schilderijen van Dendermondenaars. De schilderijen hebben allen betrekking tot het Ros Beiaard. De kader troffen wij aan in Café Den Artiest aan de Dijkstraat.


133-cf68431239b9f277fa9c347eeecdac82.jpg
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Dèrremonse les 3

127-54c11e0464c6ba91dcbda1df652a7378.jpgWe beginne mè les drèi!



127-c10d0fe8bd415af2ea262ab42721f723.jpg            127-d3f1216dbf9ac7ffd0e74ee4443dc7ab.jpg          127-836b455b595642270d3e4d7003250a7f.jpg
       ne poëlingk                                               nen alpèng                              een moeitsj
127-c3af5ca0ce6aa7ecfe5907b351f15a25.jpg              127-384175c78deb37f50341ca2e4f1c7186.jpg                        127-f696d649bf9273e29701192ae5a85213.jpg
    drèi-j-onnuëzel tritte                               e sjisjiewaif                                     schaitpapier
                127-8e7849dc2417306852434ec871432dfb.jpg                                               127-a18934728e2cd746a4ec9f8e24dfab39.jpg
         ne porteplum                                                           onder de steirt van 't Peirt!
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Zegswijzen en uitdrukkingen in Dendermonde.

Het volkse taalgebruik is onuitputtelijk, kleurrijk, expressief en zeer gevarieerd. Er bestaan een enorm aantal uitdrukkingen en gezegden, alsook woorden om bepaalde toestanden  en begrippen te omschrijven. De meeste uitdrukkingen en/of gezegden ontstaan uit de eigen mening die velen erop nahouden. De ervaring leert ons dat sommige mensen vele dingen heel treffend kunnen verwoorden, waar anderen het misschien minder opzienbarend doen. Men moet maar eens de mening vragen aan sommigen over de krisis, de werkloosheid, de tijd en over menig politici.

Veelal ervaart men dan een verrassend taalgebruik.

Ons Dendermonds dialect kent vanzelfssprekend ook een aantal eigen uitdrukkingen en gezegden. Weliswaar zijn een gedeelte ervan van eigen bodem en anderen overgewaaid uit andere regionen. Ook blijkt dat vele van deze uitdrukkingen en gezegden een diepe en onvergetelijke indruk op de mensen maken, die zij dan ook doorgeven aan het nageslacht. Het is opmerkelijk hoe sommige opmerkingen als pseudo-antwoord dienst doen en hoe de opvoedkundige volkswijsheden optreden.

 

Wij hebben een groot aantal uitdrukkingen en gezegdes kunnen verzamelen. Menig bierviltje werd door ons volgeschreven met de ‘rijkdom’ die wij hoorden gebruiken ‘toen we eens onder de mensen kwamen’.

Wij zijn ons echter bewust dat deze lijst zeker niet volledig is, daarvoor is onze volkstaal veel te rijk. Een andere reden hiervoor is het steeds aangroeien van onze taal.

Het te zéér gekruid taalgebruik werd enigszins geweerd, wat niet wegneemt dat niet alle uitdrukkingen in die aard werden weggelaten. Te dien gevolge zullen er toch wel enkele ontbreken, die vroeger misschien wel frequent werden aangewend.

 

Indien u meent een onjuiste klassering aan te treffen, zal u daarin veelal gelijk hebben. Er zijn vaak voor dezelfde uitdrukkingen verschillende betekenissen, vandaar dat dezelfde uitdrukkingen onder diverse rubrieken kunnen verschijnen. Wij hebben evenwel getracht een duidelijke klassering weer te geven.

 

Dat men soms de meest eigenaardige dingen hoort, staven wij met enkele voorbeelden.

 

-Aan tafel gezeten:

  Etj op, ‘t éi gèltj gekost!

-Wanneer men gedaan heeft met eten:

  Naa kènde téige de wintj.

-Voor iemand die te veel praat:

  Ze moet nor Bèlle, éir tong is te langk.

-Enkele antwoorden op: “Hoe laat is ‘t al ?”

  Tait vèr â te béitere. Em bitsje loëter as te straks. Zuë loët as gistere déizen tait...

 

 

Deel I handelt over ‘de mens’.

 

 

I. DE MENS.

 

Man

Drèi man en ne pèirdekop.

Op ne man min of miër komme’t ni-j-oën.

Zanne man stoën.

Ginne man auver zien.

Zanne man vinne.

De gewuëne man.
 

Vrouw

‘n Biltj van em vraa.

Van ‘n schuën vraa ètje ni.

Ge kèn ni-j-alles èmme, ‘n schuën vraa en véil gèltsj.

 

Dikke man.

‘n Bèirkouip.

‘n Dik vèirke.

A zwèmd’in zâ vet.

A-j-is zuë vet as e vèirke.

Ge kènd’èm rolle (bolle).

 

Dikke vrouw

‘n Dikke magochel.

‘t Fort vam Briëndonk.

‘n Dikke mossel.

‘n Dikke koej.

‘t Is zjust een aurlogsschip...

 

Magere man

Moëger en touë gelèk de bokke vâ Sinouë.

Ne lintwèrrem, ‘n aute spèlle, ‘n moëgere spille.

‘t Is zjust Pitsje de duët.

Ge kènd’èm déir em brievebis trèkke (déir e sléitelgat).

Ge kèn piejaanau spéile op zan rèbbene.

A-j-is ‘t vel auver de biëne.

‘t Is zjust ne gespierden èiringk (gespierde stillau)

A kan èm achter nem bèstel verstéike.

Azuë ne moëgere ripper.

A kan nog twië ziktes kraige, de velzikte en de biënderzikte.

 

Magere vrouw

Em plangk mè-j-’n ol in.

‘n Moëgere spèrrewèrre.

Z’is ‘t vel auver de biëne.

E rèil vraamènsj.

Ze kan op ne wasdroët sloëpe.

‘n Moëgere schèrre.

 

Groot persoon

A-j-éi vazzeléive véil schippen onder zan ol g’at.

Nen dobbele méiter.

Zouën d’r béiter twië vâ gemokt.

Is dâ ginter bauven uëk zuë wèirem?

A-j-éi zan lingde méi.

A moet op zan kniene zitte vèr zan oër te kamme.

Dië moet ‘n ènneken alliën sloëpe. (Vrouw is kleiner.)

 

Kleine persoon

Ne krèmper, ne knèddel.

We zèllen èm isj e poër wéiken in goeje gront zètte.

A-j-is te kèrt afgezoëgt.

A-j-is afgevrauze.

A-j-is d’r nen dop uëg.

Gèire gruët mô klèin gebléive.

Kèrt bè de gront is gaa gebikt.

 

Volk-Mensen

Ne mènsj is oërdeg.

‘t Kost stikke vâ mènsje.

Ginne mènsj zien.

Got en klèi Pirke.

D’r was ginne mènsj.

Ginne mènsj zain.

‘k Bèn d’r ginne mènsj van.

D’r was ginne mènsj nemiër.

Moedermènsj alliën.

Ginne mènsj op ‘t stroët.

Giën mènsje kènne.

Onder de mènsje komme.

D’r is miër volk as mènsje.

Mor mènsj toch...

Oe loëter op den oëvet oe schoejner volk.

 

Kind

‘n Iënnaneg kintsj.

A-j-is d’r kintsj on ouis.

Zuë-j-onnuëzel as e klèi kintsj.

Mô mâ kintsj toch...

Noch kintsj noch krouë in zanne weg èmme.

‘t Kintsj moe ne noëm èmme.

Dâ’t e kintsj woër...

E kinnjerant is gaa geviltj.

Klèin kinnjere, klèin zèrge, gruëte kinnjere, gruëte zèrge. ( Of krouise)

Giën kinnjerozzje zènne !

A wèr vedrom kintsj.

Klèine kinnjere wèrren uëk gruët.

‘t Zain oëpe vâ jongere.

Ach toe, ‘t zain kinnjere...

 

Mooi meisje

E fèrrem mokke, e prauper smoelke, e schuë poejlleke.

‘n Fèrreme poep.

E stauterikske.

Pessies em poepemie.

Z’is een duëtzonde wèirt.

Ze zouë’t mè nog mauge vroëge mè-j-’n abbe en ‘n snabbe.

‘k Frèit man schoenen op !

'k Zien d'r mè-j-al nèffest luëpe...
 

Noch mooi, noch lelijk

Ze mag méigoën mè d’n uëp.

‘t Zaa goën.

Ze mag er zain.
Ze goët er déir.
Ze mag nog zjust in mannem boek!

Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Ontmoetingen.

136-b3fd180e01105919ada9e86ffcc22ce5.jpg136-54b855a4098614ac98b731360c704286.jpg
In het verleden hadden verschillende ontmoetingen plaats tussen de verenigingen 'Den Dèrremonse Klapper' en 'De Kaiserlycke Souvereine Caemere der Draeckenieren tot Aelst'. Onderstaande foto werd genomen op één dezer ontmoetingen in Café 't Moleken bij Lydiane (half de jaren negentig). De Dendermondenaars boden de Aalstenaars op die avond paardeworsten met frieten aan.
 

136-a3c4741aa59d6c629564d56168a34296.jpg
(Foto Piet Hermans)

Vlnr vooraan: Guy Korte, Frans Wauters (+), Marc Van Gijseghem, Maryse Callaert, Christine De Brandt, Jempi Verhofstadt, Etienne Laureys (+), Patrick Meulebroek.
Vlnr achteraan: Benny De Schrijver, Julien Poep, Danny Van Damme, Herman Goevaerts, Jo Beeckman, Piet Moereels (+) en Jean-Paul de Boitselier (+).
Geschreven door jempi om 23:48 Reageer op dit bericht

Plaatsnamen...

We zochten enkele plaatsen in de stad die vroeger heel anders werden genoemd. Zo werden ook de straatnamen vaak vervormd of werd een gans andere benaming gegeven. Enkele voorbeelden:

-Biëstemèrt: 'Beestenmarkt', Emiel Van Winckellaan die voorheen Veemarkt heette en nog vroeger Cauwenberg.
-Blaa Stiën: 'Blauwe Steen', gedeelte van het Keur. Op de Mechelsesteenweg is ook een gelijknamig café.
-Déirstéik: 'Doorsteek', plaatsaanduiding omgeving rond punt - Dendermonde station.
-Dievelshoek: 'Duivelshoek', ook 'Dievenhoek' - Kattekop aan de Brusselse Forten.
-Gille: 'Sint-Jorisgilde', straat tussen Vlasmarkt en Sas
-Gillenoetsje: 'Gulden Hoofdstraat', tussen Grote Markt en Emiel Van Winckellaan.
-Gordainestroët: 'Gordijnenstraat', spotnaam voor een doodlopende straat achter het Heldenplein. Men bedoelde hier zeer waarschijnlijk de Weldadigheidsstraat mee.
-Kattekop: uitsprong aan de Brusselse Forten. Dendermondse wijk van noodwoningen na WO I.
-Kontentast: brandgang of klein steegje tussen de Dijkstraat en het Vestje in de middeleeuwen.
-Klèi Kortierke: 'Klein Kwartier', zijstraat van de Kerkstraat.
-Kuëlendaik: wijk aan de Schelde tussen de Scheldebrug enAppels-Veer. Ook 'Nautendaik' (Notendijk) en Sint-Onolfsdijk.
-Kuërenoërt: 'Koornaard', de Vlasmarkt.
-Magazainstroët: (ook Maggezainstroët). Voor de 18e eeuw was dit de Elsstraat, in de 19e eeuw Magazijnstraat en later Prisonstraat. Thans Sint-Jacobsstraat.
-Méilembèireg: 'Moenberg', de Molenstraat.
-Otèl-Saint-Zjaak: 'Hotel Saint-Jacques. Hiermee werd de gevangenis bedoeld aan de Sint-Jacobsstraat.
-Rammelèir: 'Rammelaar', stadsgracht uitmondend in de Dender bijhet Sas en 'Den Biër'. Er zou ooit een molen hebben gestaan die een rammelend geluid maakte, vandaar deze benaming.
-Swaibéik: 'Zwyvick', één der oudste wijkbenamingen van de stad.
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Dèrremonse les 2

126-86303132b48bb9012e2bb57422251acc.jpgWe zain al on les twië... As ge ni kèn volge moeje 't zegge nowô!


126-7c2d1b957d861564d98cecd2ea7f6e93.jpg                       126-d45434e45e9c82a0c21edc3b17448a50.gif                   126-28a6faa922f9125354ed2f0303f0f725.jpg
     ne struën oet                                           ne klau                                   'n schriëmouil
126-6e37433faa8e85ac2ff938cdca6baf32.gif                     126-8d67e0ac8a17589c463701daf4bea023.gif              126-d50cc0715253b6c813289717b6429070.jpg
    'nen Oilsjteneir                                     twië Oilsjteneirs                        dië smuër te véil!
      126-f3dbb9e9ec3bc7603bd984412dcf02ca.jpg                                           126-4abfb463094a665759313d878d58067e.gif
'ne klatsjkop mè-j-'n dikke moestasj                                                        mizéire!
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Van de hoge nood een deugd maken - deel 5.

Om vol te houden...

Wanneer een beurt nu nogal lang duurt, moet je er voor zorgen dat je in het toilet iets te doen hebt. Men moet het verblijf zo functioneel mogelijk maken.
Hier enkele tips:
- de krant helemaal uitlezen, zelfs de beursberichten.
- een toespraak voorbereiden.
- je zonden overdenken.
- je hartslag meten.
- je planning maken voor de komende dagen.
- de haren op je benen tellen.
- een gedicht schrijven op WC-papier.
- vliegen of muggen vangen.
- je leesbril schoonmaken.
- een boodschappenlijst samenstellen.
- je scheren met een apparaat op batterijen.
- een boek lezen.
- kruiswoordraadsels oplossen.
- eventueel de deur op een kier laten staan en zo een radioprogramma volgen.
- een alfabet-zin bedenken (bvb. Albert biedt Cesar de eerste frisdrank ...)
- uitrekenen hoeveel dagen verlof je nog hebt staan.

Maar vergeet vooral niet te doen waarom je eigen in de ruimte aanwezig bent!!!
Geschreven door jempi om 00:00 Reageer op dit bericht

Op d' èpse wèireke...

129-a95ea104f658256dd71b48b35590a315.jpg
Alléi ik wéit et zènne, sommegste zèlle zègge da't ni van 't schoeinsjten is, mor ik goën 't dorvéir toch ni loëte...
Dâ spel ieronder is gewuën vèr op d'Oilsjtenèirs éir zéine wâ te wèireke, of op éir èpse gelèk as dâ ge wiltj..


               129-71f2e9e9629aba74d222561ddfa9564a.jpg
Geschreven door jempi om 15:10 Reageer op dit bericht

Van de hoge nood een deugd maken - deel 4.

Ge moet het maar tegenkomen...

Aan het gebruik van de WC kunnen verschillende onaangename en zelfs gevaarlijke situaties verbonden zijn. Een mens staat er niet onmiddellijk bij stil, maar in feite zijn er dingen die kunnen gebeuren waar men zeker niet altijd aan denkt.
Hierbij enkele situaties:

* Je kunt de deur niet openkrijgen...
Probeer in dit geval direct een ander toilet te vinden of stel de stoelgang uit. Dit laatste kan enkel wanneer u voelt dat zich daar nog een veilige tijdsmarge waarborgt, hoewel dit medisch niet aan te bevelen is.

* De deur van het toilet sluit niet goed...
In dit geval zijn er twee mogelijkheden;
-Als de deur naar binnen opengaat kan men zich zodanig zetten dat niemand deze open krijgt. Bijvoorbeeld met de knieën vooruit tegen de deur.
-Als de deur naar buiten draait, kan men gebruik maken van een das of zakdoek om de deur tegen te houden. Bij het ontbreken van de voornoemde attributen is het ook nog mogelijk om te zingen en aldus uw aanwezigheid te laten weten aan eventuele andere gebruikers...

* Men krijgt de deur niet meer open...
Ingeval u de deur na de boodschap niet meer openkrijgt is de beste tip onmiddellijk het keelgat open te zetten en blijk te geven van paniek. Binnen de kortste keren zal men u (normaal) komen redden. Enfin... men mag het hopen...

* Er zitten beesten in de pot...
Vleigen en muggen kunnen een rustige boodschap verknallen. Ook spinnekoppen en kakkerlakken kunnen zich ophouden in de pot. Best kan men zich rustig houden en het ongedierte niet storen.

* Er zit geen bril op de pot...
Een lastig probleem. Wanneer men genoeg spieren heeft kan men de handen op de pot plaatsen. Door voldoende spierkracht te ontwikkelen kan men het achterwerk enkele centimeters boven de pot houden. Men vermijdt aldus contact met de stenen pot, wat zeer onaangenaam kan zijn.

* Er is geen WC-papier.
Op sommige plaatsen is men zeer nalatig in het vervangen van papier. Waarschijnlijk in het kader van algemene bezuinigingen. In dat gevzal kan men lectuur aanwenden die tegen een stootje kan. Wel opletten voor verstoppingen (van 't WC wel te verstaan..).

* De trekker van het spoelwater weigert dienst.
Alle middelen zijn goed. Tracht met plassen de restanten enigszins te verwijderen.

* U maakt lawaai bij uw boodschap...
Wanneer men bijgeluiden produceert tijdens de ontlasting mag men aannemen dat men dat buiten het hokje zo goed hoort dan binnenin. Men kan dit als zeer hinderlijk ervaren, waardoor de stoelgang soms niet meer kan plaatsvinden. In dat geval kan men steeds proberen om geleidelijk de lucht te laten ontsnappen. Beginnen fluiten of zingen brengt enkel mee dat men nog meer de aandacht trekt.

* Er blijven sporen achter in de pot..
Er kan niet steeds bewezen worden dat de sporen afkomstig zijn van u, doch is het geraadzaam zo zo goed mogelijk te verwijderen. Het is niet gezellig om een 'driklokaal' te betreden waar restanten zijn achtergebleven... Meerdere keren doorspoelen en gebruik van de WC-borstel zijn aangeraden.
Geschreven door jempi om 00:16 Reageer op dit bericht

Meer van Jempi - Dendermonde

↑ Terug naar de berichten