De geschiedenis van de drie Gildereuzen - deel 3.

De historiek...Aangaande de historiek onzer reuzen is in de loop der jaren reeds wat geschreven. Een ongelukkige gebeurtenis in de annalen van onze stad is de brand van september 1914. Veel documentatie uit onze rijkgevulde ging aldus verloren. Uit de resterende geschiedkundige bronnen kunnen wij afleiden dat de schuttersgilden veel vroeger in de ommegangen en stoeten te pronk liepen dan de reuzen.
Dit is te verklaren doordat processies in de hoge middeleeuwen een zuiver geestelijk karakter hadden. Het samenbrengen van godsdienstige en goddeloze elementen leidde later tot een scheiding. In de 19e eeuw worden processies en ommegangen definitief gescheiden.
In Dendermonde namen de bestaande schuttersgilden gewoontegetrouw deel aan de drie jaarlijkse processies, namelijk op Sakramentsdag, op Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart en op de dag van de Kerkwijding (eind augustus). Het is uit die laatste processie dat de Dendermondse reuzenommegang is ontstaan.
Volgens historicus G. Piot waren er in onze stad reeds reuzen bekend op het einde van de 13e eeuw. In een ommegang van 1405 zouden reuzen hebben opgestapt, elkeen voorafgegaan door een speciale speleman. Een aantal is echter niet bekend.
In 1468 wordt door het stadsmagistraat opdracht gegeven een reus te vervaardigen gezien dit een onmisbaar deel is voor de optochten.
'By advise van scepenen wasseer ruese ghemaect in den ommeganc, daertoe was gecocht jeghen Jan de Brant xxxj ellen linelaken den ruze te cleedene".
In 1480 daagt een reus op met de naam 'Balduin'. Deze wordt zonder onderbreking in de stadsrekeningen vermeld van 1467 tot 15472. Een duidelijk beeld kan er niet gevormd worden gezien de armzalige gegevens hieromtrent.
Wij willen u enkele nota's niet onthouden:
-1467 - '68: naaien en schilderen
-1469 - '70: een herstelling, niet gedetaileerd.
-1470 - '71: een nieuwe baard
-1475 - '76: een niet omschreven reparatie
-1480 - '81: een nieuw hoofd
-1483 - '84: nieuwe handschoenen voor de reus
-1485 - '86: vermaken enversieren van de reus
-1521 - '22: een nieuw hoofd en het schilederen van de reus, alsook het vergulden van het hoofd. Verder vermeld deze stradsrekening een nota van betaling aan een muzikant met een 'quene' (doedelzak).
In de stadsrekening van 1546 wordt melding gemaakt van een 'jonck ende cleen Ruesken'. Pas een eeuw later wordt melding gemaakt van een gezelschap reuzen, waarvan er heden nog drie zijn overgebleven.






































