De 'vete'.

Folklore is vandaag voor velen een ouderwets of commercieel gedoe, voor zover het geen tranerige bedoening is van sommigen voor een hopeloos voorbijgestreefde romantiek. Fervente folkloristen zien het echter als een levendige uiting van volksverbondenheid, een uiting en een viering van de trouw aan de grond van hun stad of gemeente. Ook de trouw van het volk en de eerbied aan en de genegenheid voor het werk, het leven van het voorgeslacht, de liefde voor zij die volgen.
Dendermonde en zijn Ros Beiaard zijn meer dan folklore. Meer dan een samenslagen van vodden en planken en karton. En daar zouden de Aalstenaars op neerkijken? Welneen, zij zijn gewoonweg teneergeslagen, jaloers, misnoegd. Ze kunnen niet leven met de gedachte dat Dendermonde en zijn Ros over de hele wereld vermaardheid genieten. Er zal bij hen steeds een smeulend verlangen heersen, een bezittingsdrang om Beiaard.
Niettegenstaande de rivaliteit haar grootste oorsprong zou gevonden hebben in het feit dat de Aalstenaars in de middeleeuwen zware tolrechten dienden te betalen op de Dendervaart tussen beide steden, blijkt de grootste afgunst zich al vele jaren toch te manifesteren in het bezit van het wereldvermaade Ros, en heeft dit steeds al aan de basis gelegen van de nodige wederzijdse spot.
In de 18e eeuw bloeide ook enkele malen een 'hevige' vijandschap op tussen beide buurtsteden. Het gebuerde tengevolge van een toneelvoorstelling in Dendermonde, waar zeer scherpe verzen werden geciteerd met betrekking tot het gedrag der Aalstenaren tijdens het beleg van hun stad in 1658 door het Franse leger. Een Aalstenaar, genaamd Willem Caudron, pleegde een dichtstuk en wreekte zich met gal en vuur. Maar niet alleen het Ros is steeds en doorn in het oog geweest van 'die van Aalst', ook onze beiaard moest er vaak aan geloven. Vooral weer die Caudron, specialist-hekeldichter, had er een handje van weg om de Dendermondenaars te pesten. Hij ontpopte zich als een volslagen Aalsterse chauvinist in zijn 'Onberymde Lasterdichten'. Elke gelegenheid werd door hem benut om Dendermonde te hekelen.
De rivaliteit tussen beide steden heeft in de loop der jaren heel veel stof doen opwaaien en is weer te vinden in een lange reeks spotliederen. Hierna, een gedeelte uit een politiek liedje uit 1542.
Wie wilt hooren een nieuw liet, dat in Vlaenderlandt is gheschiet
maer hoort ick salt ons singhen van der stadt van Dendermonde.
Het lied telt zes strofen en is van de hand van Peeter Van Der Hasselt, een pastoor. Het handelt over Keizer Karel die naar Gent trok om er een opstand te onderdrukken en zit vol bittere spot op Dendermonde.
Ook het Ros Beiaardlied is voortgesproten uit de oude wedijver. Het was aanvankelijk het lied van de pijnders en bestond uit een tweetal strofen. Het gedeelte waarin gewag wordt gemaakt over de 4 Aymonskinderen is er pas later bijgekomen. Er zijn allerlei varianten gemaakt op het lied. Ondermeer Prudens Van Duyse deed dit in 1837, en in 1888 bracht Emmanuel Hiel een andere versie naar aanleiding van het bezoek van Polydoor De Keyser (burgemeester van Londen) aan zijn geboortestad Dendermonde. Het was een nogal scherpe versie want hij verving 'die van Aelst' door 'al die lafaards'...
Uiteraard volgden door de jaren heen een aantal parodieën op het lied.
De 'paardenvete' werd wel het meest opgeschroefd na de mislukte roof van 1952. Hieromtrent maken wij later een apart onderdeel.
Alles wijst erop dat de aloude rivaliteit tussen de twee steden nog steeds voortleeft, maar dan wel als een levend stuk folklore. Vooral de sociale vooruitgang en de evolutie in het menselijk denken hebben bewerkt dat de bekrompen geest en het chauvinisme van vroeger verdwenen zijn. De ruzies die er uit voortvloeiden behoren dan ook tot het verleden.
Hoewel wij toch (met enig chauvinisme dan wel misschien) willen besluiten met het volgende:
Voor velen is Aalst niets meer dan een naambord op de E-40 van Brussel naar Oostende (en dus ook omgekeerd) dat vluchtig bemerkt wordt op de zomerse uitstapjes naar zee of de tochten naar Brussel... Al zingen zij ginder wel 'Oilsjt is een sjikke stad', weinigen van buiten Aalst trappen daar in.
Men vindt er nog steeds de proletarische trekken terug van het armoedige stadje in de 19e eeuw. De werkmanshuizen met hun eentonig straatbeeld zijn gebleven, enkel de aluminium ramen en deuren en de auto's die op straat staan, wegens het nijpend tekort aan stelplaatsen, verraden de tijdsinvloed...
Aalst heeft reeds bij herhaling zijn begerige greep op Dendermonde gericht. De vete om het Ros Beiaard is daarvan de volkse verzinnebeelding. En toen het Ros niet naar Aalst wilde, maakten zij het na. Maar het viel nogal simpel uit en nu loopt 'Balatum' telkenjare in de carnavalstoet...



































