PLEIN NR. 3 - HERBERG HET LINDEKE 2/2

Vervolg Plein nr. 3 - Herberg In Het Lindeke.






Vervolg Plein nr. 3 - Herberg In Het Lindeke.






GROTE MARKT – DE OOIVAAR
Ooit prijkte dat dak op de bonnetteriewinkel Au Drapeau Américain van Kamiel Depreitere. De breigoedhandelaar gaf zijn boetiek deze naam ter ere van zijn oom Théophile Meerschaert (1847-1924), die vanaf 1891 de eerste katholieke bisschop van Oklahoma was. Deze missionaris, die zijn zendingsopdracht persoonlijk van de paus had ontvangen, stond daar bekend als de "Engel van de Oevers van de Mississippi."
In 1936 veranderde het smalle pand op de hoek van de Grote Markt en de Sint-Maartenskerkstraat in een winkel gespecialiseerd in kinderkleding en babyartikelen: In De Ooievaar. Deze zaak gaf het uitzicht vanaf de Grote Markt op de toren van de Sint-Maartenskerk een speels accent met een opvallend uithangteken: een ooievaar met een pasgeboren baby in zijn bek. ’s Nachts bleef dit reclameobject de aandacht trekken door de kunstige neonverlichting.
Uit een advertentie in het programmaboekje van het zomercarnaval van 1946 blijkt dat de winkel, toen gerund door het huis F. Lacombe-Dendievel, niet alleen kinderkleding verkocht, maar ook "corsetten, dekens (sargien) en witgoed." De uitbaters presenteerden zichzelf als een "Huis van Vertrouwen."
In De Ooievaar hield stand tot in de jaren negentig. Tegenwoordig is bouwpromotor Thiers in het pand gevestigd. De ooievaar bleef al die tijd op het dak staan, totdat hij recent werd weggehaald voor een restauratiebeurt. Sinds januari 2025 staat de vogel, samen met de baby, opnieuw op zijn vertrouwde plek.
Het stadsbestuur heeft een prachtig initiatief genomen: bij de geboorte van elk Kortrijks kind zal de ooievaar drie minuten oplichten. Vanuit het AZ Groenige kan dit bijzondere moment worden geactiveerd.
De ooievaar is in de loop der jaren uitgegroeid tot een iconisch element van het Kortrijkse stadsbeeld en maakt deel uit van het collectieve geheugen van de Kortrijkzanen. Lelijk kan men het beeld—want inmiddels is het meer een sculptuur dan een reclameobject—zeker niet noemen.





Doorniksewijk 49
Brouwer Omer Vander Ghinste liet in 1911 een bestaande woning aan de Doorniksewijk in Kortrijk slopen en vervangen door een nieuwbouwwoning, ontworpen door architect Jan Robert Van Hoenacker (1875-1958). Het herenhuis, voorzien van een koetspoort, is uitgevoerd met een neoclassicistische gevel in arduin. De aanleg van de diepe tuin, die teruggaat tot de 19de eeuw, bestaat uit een grasveld direct achter de woning, een centrale vijver omringd door bomen, en een tweede graspartij met een 19de-eeuws tuinhuis nabij de Klakkaardsbeek. In 2003 werd het herenhuis beschermd als monument.
Voor meer info : https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/59496






DOORNIKSEWIJK NR. 49 - Vervolg deel 2 - drie foto's.




Bron : Kortrijk in het Verleden uit 1883 – Historische schetsen en aantekeningen van Theodoor Sevens.
(Afbeelding : Eigen data)


We wensen iedereen prettige feesten en een gezond en gelukkig 2025.
Leiebrug en standbeeld van Nepomucenus - Schilderij De Pratere Henri uit 1815.


Grote Markt – 1916 – Duitse bezetting
02.01.1916 - De Grote Markt in Kortrijk is bezet door Duitse troepen, met honderden soldaten en een militaire muziekkapel. Op de achtergrond zijn bekende gebouwen zichtbaar, waaronder Café Belge, De Crocodile, de breigoedwinkel Laigneil, De Helle, het Oud Gouden Kruis, St. Crispijn, De Gouden Klokke en de Patria. Tijdens de Eerste Wereldoorlog fungeerde Kortrijk als een belangrijke logistieke hub voor het Duitse leger; de stad werd gebruikt voor rust, bevoorrading en verzorging van de troepen. Pas op 11 november 1918 kwam er een einde aan de verschrikkingen van de oorlog.



1918 – Wapenstilstand.
Het einde van de Eerste Wereldoorlog in Kortrijk en de onmiddellijke omgeving. De bevolking keert terug, vaak te voet, met paard en kar, en krijgt veel hulp van de Britten. De laatste Duitsers verdwijnen, de wapens worden opgeruimd, de gewonden verzorgd en de overledenen geborgen. Het leven kan opnieuw beginnen, hoewel de Spaanse griep, die van 1918 tot 1920 wereldwijd woedde, een nieuw gevaar vormt.
( 9 afbeeldingen)






1918 – Wapenstilstand - Deel 2.
Het einde van de Eerste Wereldoorlog in Kortrijk en de onmiddellijke omgeving. De bevolking keert terug, vaak te voet, met paard en kar, en krijgt veel hulp van de Britten. De laatste Duitsers verdwijnen, de wapens worden opgeruimd, de gewonden verzorgd en de overledenen geborgen. Het leven kan opnieuw beginnen, hoewel de Spaanse griep, die van 1918 tot 1920 wereldwijd woedde, een nieuw gevaar vormt.





Na de wapenstilstand kwamen de civielarbeiders eveneens terug naar hun woning.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de term “Zivilarbeiter” gebruikt om burgers aan te duiden die werkzaamheden uitvoerden voor het leger, vaak achter het front en in bezette gebieden. Deze civiele arbeiders voerden uiteenlopende taken uit, zoals het bouwen van wegen, spoorlijnen en bunkers, het herstellen van beschadigde infrastructuur en het vervoeren van voorraden. In veel gevallen werden deze arbeiders gedwongen om voor de Duitse of geallieerde legers te werken, vooral in bezette gebieden zoals België en Noord-Frankrijk.
De omstandigheden voor civiele arbeiders waren vaak zwaar en onveilig. Ze werkten lange dagen, vaak onder slechte hygiënische en voedselvoorzieningen, en hadden een beperkte bewegingsvrijheid. Er waren verschillende soorten civiele arbeiders: sommige boden zich vrijwillig aan vanwege economische noodzaak, maar veel anderen werden onder dwang gerekruteerd. Duitsland bijvoorbeeld voerde een beleid van verplichte arbeid in bezette gebieden, waarbij mannen vaak gedwongen werden tot arbeidsinzet voor de Duitse oorlogsindustrie of frontliniewerk.

