

1925 – 7 mei : Adolf Masure uit Tisselt, “Aannemer van Speel- en Nachtreizen aan
voordeelige prijzen”, stond er op zijn visitekaartje, verzocht om toelating tot het
uitbaten van een autobusdienst tussen Mechelen en Breendonk over Hombeek,
Leest en Tisselt.
De bus zou rijden van 6 uur ’s morgens tot 20 u ’s avonds.
Het betrof een Ford-rijtuig van 22 pk met 16 zitplaatsen.
Tarief : 0,20 fr per kilometer.
De trein op de Heide (lijn Mechelen-Terneuzen) stopte enkel ’s zaterdags en ’s
zondags.
In 1926 zou deze private exploitatie worden overgenomen door de Nationale
Maatschappij van Buurtspoorwegen. (DB-1958)
Foto : de eerste autobus Breendonk-Mechelen over Leest.
“’s Morgens om halfzes vertrok de eerste bus proppensvol met mannen die gingen
werken naar het Arsenaal te Mechelen.
De bus van halfzeven werd normaal genomen door het gewone werkvolk en om
acht uur was het de beurt aan de scholieren.
Ook de boeren maakten er dankbaar gebruik van. Dagelijks om halftwee trokken
ze naar de groentenmarkt : dan stonden alle rekken vol met mandjes witloof.
Op zaterdag was er een speciale rit voorzien langs de Winkelstraat en de
Tiendeschuurstraat. Dan zat de bus vol taterende vrouwen met grote korven, die
naar de markt trokken.
“’k Heb mijn moeder nog weten vertellen,” vertelde meester Huysmans, “dat ze
eens meeging naar Enghien. Onderweg moesten z’er allen uit om te stompen!”...”
(LG-blz.286)
1925 – In juni deed het gemeentebestuur via “aflezing des zondags na de mis en
aanplakking in verschillende wijken der gemeente”, een oproep tot de vrouwen
“tot daarstellen van een komiteit tot regeling van de inzameling voor de nationale
viering der zilveren bruiloft hunner Majesteiten den Koning en de Koningin.
Volgende jonge dochters der gemeente hebben aangenomen de inzameling te
doen :de Juffers Hellemans Mathilde, onderwijzeres, Rheinhard Maria, idem,
Verbergt Victoria, De Prins Celina, De Maeyer Elisa, Diddens Virginia, Fierens
Stephanie, Teughels Jeanette, Van Praet Maria, De Prins Aline, Verbruggen
Rosalie, Scheltiens Emma, Polspoel Philomena, Van de Vondel Melania.”
1925 – 29 juni : Electriciteit te Leest
De gemeente Leest sloot officieel aan op het net van de Regionale
Intercommunale Electriciteitsmaatschappij voor Zuid Antwerpen (E.Z.A.),
zaakwaarnemer van de Electriciteitsmaatschappij van Noord-België NV
Mechelen. (GA)
121 cliënten verbruikten dat jaar 7.384 kwh (=5 kwh per cliënt en per maand).
De openbare verlichting beliep 1.410 kwh.
Op 29 juni 1925 werden 49 huizen aangesloten.
In 1922 had de maatschappij “Electricité du Nord de la Belgique” een grondplan
Opgemaakt “eene electrische leiding aanwijzende van de Molenstraat, deels door
Het Dorpsplein, door de Scheerstraat, deels langs Koeistraat, de Molenstraat
tot aan het kerkhof, met 12 lampen van 50 bougies ieder; en van de Winkelstraat
tussen de woningen van De Hondt en Spruyt, naar de Cantine;
van de Cantine langs de Koeistraat tot aan Pieter Verbeeck, en van daar de
Thisseltbaan volgende tot aan de Knip, en zich voortzettende langs de
Blaesveldstraat tot aan de woning van Pieter Jan Diddens met nog 26 lampen
van 50 bougies, hetzij te samen 38 lampen voor de wegenisverlichting”.
(Gemeenteraad 22/4/1922)
De Bist, Kapellebaan, Alemstraat, Grote en Kleine Heide volgden in 1925.
(Gemeenteraad 26/11/1925)
“Tengevolge economische omstandigheden”werd de leiding niet meer uitgebreid
in 1926. (Gemeenteraad 17/6/1926)
In pastorij, schoolhuis en 2 klassen werd electriciteit aangebracht in 1927, de
kosten beliepen 4.296,!1 fr . (Gemeenteraad 14/7/1927)
De Kouter volgde in 1935. (Gemeenteraad 15/2/1935)
Op 31 deceber 1957 bedroeg de lengte van het net 5.087 meter (hoogspanningsnet
voedt de 5 kabines), 17.614 meter (laagspanningsnet, van de kabines naar het
cliënteel)
Enkele cijfers over cliënteel en verbruik :
1925 121 cliënten 7.384 kwh 1410 kwh voor openbare verlichting.
1935 357 cliënten 37.823 kwh 3544 kwh voor openbare verlichting.
1945 439 “ 102.813 kwh 1928 kwh “” “” “”
1955 494 “ 208.924 kwh 13.824 kwh “” “” “”
1957 461 “ 267.109 kwh 13.394 kwh “” “” “”
De vermindering van het getal cliënten in 1957 kwam voort van het feit dat voor
de invoering van het Nationaal Tarief, elke aansluiting voor verlichting en
drijfkracht in hetzelfde jaar voor twee installaties gerekend werd.
(DB-1959)
1925 – Op 4 juli telde de gemeente Leest officieel 312 huisgezinnen.
1925 – 12 en 13 juli : Wijkkermis te Leest Heide.
Het initiatief kwam van de herbergiers Polfliet, Steemans, Gobien, Spiessens, Van
Praet en Maes uit de Tisseltbaan en De Boeck en Diddens uit de Kleinheidestraat.
De herbergen en danstenten moesten sluiten om 2 uur ’s nachts.
Er werden twee danstenten geplaatst.
(GA-19/6/1925)
1925 – Op 30 juli rond 15 uur, ontstond er brand in de woning van landbouwer en
melkverkoper Jan Alfons Mertens uit de Tiendeschuurstraat.
Woning, stal en schuur werden vernield. Enkel het vee en een deel der meubels
van het gelijkvloers konden worden gered.
De brand ontstond vermoedelijk boven aan de schouw.
1925 – 5 september – Gemeenteraad : Benoeming leden en plaatsvervangende leden
“Commissie van Openbaren Onderstand” :
Gekozen als “titelvoerende” leden : Jan Frans A. Lemmens, Karel Lodewijk
Steenmans en Frans Janssens, allen landbouwers.
Hun plaatsvervangers : Antoon Lodewijk De Rooster en Jan Jozef Verlinden.
In de zitting van 24/9 werden ook nog David Alfons Verbruggen en Jan Frans C.
Diddens, aftredende leden van het “Weldadigheidsbureel” gekozen als
titelvoerende leden en Jan Baptist Maes en Joseph De Maeyer als hun
plaatsvervangers.
1925 - 8 november : Provinciekiezing. Die had plaats in de gemeentelijke jongensschool.
Te Leest waren 481 kiezers voor de wetgevende kamers.
1925 – 14 november : Door “het staatsbestuur” werden 184 dode bomen openbaar
verkocht. Deze bomen bevonden zich op de Zennedijken, op grondgebied van
Heffen, Leest, Hombeek en Mechelen.
Het betrof hier 173 olmen en 11 acacias en berken.
(GA-23/11/1925)
1925 – 26 november : Op de gemeenteraadszitting werd medegedeeld dat 34 kinderen uit
de Bist en de Kapellebaan school liepen in Kapelle op den Bos.
Toen werd er ook besloten om electrische verlichting te laten aanbrengen in de
Bist, Kapellebaan, Alemstraat, Grote en Kleine Heide en, gedeeltelijk, in de
Tisseltbaan.
1925 – 28 november : Landbouwer Louis Bradt uit de Kleinheidestraat ontving van het
gemeentebestuur een schrijven waarin hij ervan werd verwittigd dat “de melk
den 16e dezer maand geleverd en verkocht te Coeckelbergh, waarvan staal
genomen werd door de politie, van uwe melkkoeien voortkomende, besmet is door
streptocokken der nierontsteking.
Dientengevolge mag het melk van uwe koeien te Brussel niet meer verkocht
worden, zoo lang er geen onderzoek van het melk en van uwe koei plaats gehad
heeft. Gelief, door den veldwachter stalen te laten nemen van het melk uwer
koeien, om voor het onderzoek te dienen...”
Het spoor gaf “melkboeren” de kans hun producten in de grootsteden te verkopen.
De melkrondes en verkoop van deur tot deur gebeurde in de voormiddag.
Zo wachtten elke morgen een twintigtal melkboeren van het Heike de eerste trein
van 5 uur op. In het station stapten er nog eens zoveel op van den Dries of ‘t
Klein Gent. Allen zwaar beladen met de stopen. De hondenkarren lieten ze achter
in een herberg kort bij het station gelegen.
In Brussel of Antwerpen werden de stopen meestal met de kruiwagen vervoerd
of op een stootkarretje dat daar gestald werd. (KH-1921,blz.64)


















