Naar de inhoud

Kronieken van Leest

bij Mechelen
seniorennet.beseniorennet.be

Foto :  De 16-jarige Victor Van Hoof kijkt toe hoe zijn vriend Jan Baetens raak schiet.

 

De oorlogsbelevenissen van Veldwachter Victor Van Hoof:

 

De Eerste Dagen

 

“10 mei 1940. Ik was haast veertien en een half jaar oud en werkte  enkele weken bij  De Baere, op de Leuvensesteenweg te Mechelen, de garage die later door de familie Zwaan werd overgenomen en omgevormd tot de Hanswijk – Renault garage.

Naar goede gewoonte zou ik om 8 uur beginnen.

De dag voordien had mijn moeder me gevraagd om de ijzeren poort, naast ons huis in de Blaasveldstraat, te schilderen. Ik stond omstreeks 05u30 op met de intentie dit te doen en vatte de schilderwerken aan.

Terwijl ik hier mee bezig was hoorde ik in de verte doffe knallen, herhaalde malen, tamelijk zwaar zoals kanongebulder.

Wat later zag ik een groot, mij totaal vreemd vliegtuig, laagvliegend uit de richting Tisselt, voorbij de woning Diddens, richting Mechelen vliegen.

Op de staart bemerkte ik duidelijk een groot hakenkruis.

Ik snelde ons huis binnen, zette de radio aan en toen vernamen we dat de Duitsers ons land waren binnengevallen en tijdens de vroege morgen vele steden hadden gebombardeerd.

Ik heb mijn poortje verder afgeschilderd en ben op mijn gewoon uur naar Mechelen gefietst.

Onderweg stonden de mensen in groepjes bijeen, militaire voertuigen reden af en aan.

Op de Leuvensesteenweg was het een nog nooit geziene drukte, nerveuze militairen, sommigen  verplaatsten zich  in de richting Leuven, burgers troepten samen..

Van werken in de garage kwam niet veel in huis, wel werd er opvallend veel benzine verkocht.

Van een groentenhandelaar vanuit de streek van Diest, vernam ik dat in de vroege morgen het vliegplein  van Schaffen fel was gebombardeerd en dat er vele doden waren gevallen.

De meest alarmerende en onzinnige geruchten deden de ronde, parachutisten waren overal opgemerkt. De Duitsers waren doorgebroken, dan waren ze weer teruggeslagen, overal waren reeds spionnen opgepakt.

De eerste vluchtelingen, afkomstig uit de grensstreek en de streek rond het Albertkanaal,  kwamen in de namiddag reeds per auto aangereden en smeekten om benzine die er bijna niet meer was. Ze hadden verschrikkelijke verhalen bij, over hevige beschietingen en gevechten, bombardementen, spionnen en parachutisten.

De paniekstemming onder de bevolking ging crescendo.

In de fabrieken Rateau, even voorbij de garage was een noodhospitaal opgericht.

Tijdens mijn middagpauze ben ik tot daar gegaan en zag er een rodekruistrein toekomen.

Vele  gekwetste soldaten, sommigen hevig bloedend, werden op draagberries bij Rateau binnengedragen.

Gans de dag had ik mijn handen vol met benzine tanken, voornamelijk aan militairen en vluchtelingen. ’s Avonds was de put leeg.

Toen ik om vijf uur huiswaarts keerde, kwam er vanuit Battel, aan het kruispunt met de Koningin Astridlaan een gans regiment Franse soldaten Mechelen binnengewandeld.

De Fransen werden door de bevolking op luid gejuich onthaald, mensen liepen er naartoe met flessen en glazen bier, ze werden omhelsd. Hartverwarmende taferelen speelden zich af. Vol bewondering onthaalden we deze prachtig uitgeruste en fier stappende helpers van ons vaderland : zij zouden met de Duitsers wel korte metten maken, de moed zat er weer in.

 

 Thuis gekomen werd er over niets anders gesproken dan over bombardementen, spionnen, parachutisten... Elke vreemdeling was een  potentiële  spion.

’s Avonds rond 7 uur  zagen we vanuit de Blaasveldstraat een groep Duitse vliegtuigen boven Kapelle o/d Bos hangen. We hoorden afweergeschut en zagen een Duits toestel naar beneden storten. De piloot zagen we aan zijn parachute hangen en traag naar beneden komen. Het afweergeschut was afkomstig van een Engelse boot die in het sas lag. We hoorden dat de brug gebombardeerd was. Hierbij werden verschillende burgers, die naar gewoonte een praatje maakten aan de brug, gedood

(Nvdr : achttien mensen kwamen daarbij om.)

Er was ook veel schade aan woningen. Bommen waren gevallen tot in de Kapellebaan te Leest, hierbij werd het huis van Jan Van Riet erg beschadigd.

Die eerste avond van de Duitse inval waren we van de radio niet weg te slaan.

Soldaten werden opgeroepen en namen met een bang hart afscheid van hun familie.

De volgende dag reed ik gewoon naar mijn werk.

Tijdens de nacht waren er brandbommen afgeworpen op Mechelen.

In de O.L. Vrouwstraat waren een paar huizen uitgebrand.

Ik zag de eerste Mechelaars van de Leuvensesteenweg op de vlucht vertrekken.

Mijn baas, mijnheer De Baere, diende twee vrachtwagens in te leveren voor het leger en raakte twee van zijn gasten kwijt omdat ze werden opgeroepen.

Ik ben nog enkele dagen gaan werken. Dat werk bestond voornamelijk uit het wegbergen van olie en het leeghalen van het magazijn. De olie werd verborgen onder de grond

en de stukken van het magazijn werden in de smeerput gestopt. Deze werd met balken en ijzeren platen afgedekt en daarop werd een laag beton gegoten. Hard en sterk, dat zou ik later ondervinden toen ik het moest openkappen. Niettegenstaande er in de garage vele vluchtelingen, soldaten en later ook Duitsers hadden verbleven, was er niets verdwenen.

Na dit alles vertrok mijn baas Mijnheer De Baere, samen met zijn vrouw en schoonmoeder, met hun auto, op de vlucht, naar Frankrijk.

Bij ons thuis waren vluchtelingen uit Mechelen gekomen, inwoners van de Battelsesteenweg en ook verschillende  familieleden woonachtig in de buurt van de brug van Heffen, die terecht vreesden voor bombardementen.

Ook zij vertelden op hun beurt de meest paniekerige verhalen zodat mijn ouders besloten om ook te vluchten. Waarheen dat zouden we wel zien, als we de oprukkende Duitsers maar konden ontlopen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:30 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Afbeelding : Het “Entlassungsschein” of vrijlatingsbewijs uit het krijgsgevangenkamp.

Als Vlaming mocht Albert Huysmans reeds op 22 augustus 1940 naar huis. De Walen moesten blijven tot na de oorlog. (1945)

 

1940 -  24 januari : Jan Frans Piessens verkozen tot lid van de “Commissie van

            Openbaren Onderstand” in vervanging van de overleden Karel Diddens.

 

1940 – Eind april : Soldaat Jacob Albert Huysmans met verlof te Leest :

            “...Ik vind het Leestse dorp in paniekstemming. Terwijl boven Mechelen

            koortsachtig aan ’n linie bunkers wordt gezwoegd, werden alle bewaakte

            bruggen over de Zenne reeds ondermijnd, en op alle wegen maakt het leger

            jacht op ’n vijfde kolonne. Daarstraks hadden soldaten, onze gebuur Jan

            Vloebergh, na een familiebezoek per fiets, in de Hertstraat opgepakt en naar

            het gemeentehuis gebracht om hem eindelijk als Belg te aanvaarden...”

            (“Pinksteren Soldaatjes”, DB september 1982)

 

1940 – “Eben-Emael, 10 mei.

            Om halfzeven die vrijdagochtend kwam het radiobericht : “Duitse troepen zijn

            België binnengevallen”.

            Eben-Emael, het modernste Belgische fort, cruciaal voor de verdediging, was

            aangevallen door Duitse parachutisten.

            Het onneembaar geachte fort in de Provincie Luik was al een dag later in handen

            van de Duitse troepen.

            Daarmee kwam een einde aan de drôle de guerre die Europa sinds maart 1939

            in zijn greep hield.

            Duitse troepen hadden op dat ogenblik Tsjecho-Slovakije, de helft van Polen en

            heel Denemarken in handen en vochten in Noorwegen.

            De Sovjet-Unie, die een niet-aanvalspact met nazi-Duitsland ondertekend had,

            bezette de andere helft van Polen en vocht in Finland.

            België had in september 1939 zeshonderdduizend man onder de wapens geroepen

            waardoor het economische leven nagenoeg werd lamgelegd.

            Ondanks talrijke waarschuwingen dat een Duitse aanval ophanden was, werd op

            9 mei 1940 het normale verlofstelsel voor de soldaten ingevoerd.

            De dag erna vielen Duitse troepen België, het groothertogdom Luxemburg en

            Nederland binnen.

            Franse en Britse versterkingen trokken België binnen in de hoop de Duitse

            aanval te stuiten, maar slechte organisatie en coördinatie verhinderden een

            succesvolle samenwerking.

            De Duitse aanval en vooral de snelle successen van de Blitzkrieg joegen

            honderdduizenden mensen op de vlucht.

            Naar schatting kwamen twee miljoen vluchtelingen in Frankrijk terecht.

            De vrees voor vermomde spionnen en de arrestatie van enkele duizenden

            “vermoedelijke landverraders” –Vlaams-nationalisten, communisten, rexisten,

            Duitse en Oostenrijkse anti-nazi’s die in België politiek asiel hadden gevraagd –

            lokten bijkomende paniek uit.

            Vluchtelingen en legereenheden liepen elkaar in de weg.

            De chaos werd nog vergroot door het bevel dat alle mannen tussen 16 en 35 jaar

            opgeroepen werden voor het CRAB (Centre de recrutement de l’Armee belge)

            dat zich in het Franse Rouen bevond.

            Op 15 mei capituleerde Nederland waardoor Duitse troepen vrijkwamen voor de

            aanval op België.

            Op 17 mei werd Brussel veroverd, op 18 mei Antwerpen, op 23 mei viel Gent

            in Duitse handen.

            Achttien dagen na de Duitse inval capituleerde koning Leopold III

            onvoorwaardelijk.

            Hij weigerde zijn regering in ballingschap te volgen : het begin van wat de

            Koningskwestie zou worden.”

            (Knack 8/5/2002)   

 

1940 – Leestenaars en hun herinneringen aan W.O. II.

 

J.A. Huysmans in “De Band” van november 1980:

“Augustus 1938 werden ik en mijn twee broers gemobiliseerd door een bezetting van de Duitsers van de Corridor van Dantzig, doch dit werd na 14 dagen door Chamberlain bijgelegd.

Augustus 1939 bij een inval der Duitsers in Polen, verklaren Frankrijk en Engeland den oorlog aan Duitsland. Mijn twee broers en oonze vrachtauto worden gemobiliseerd.

Januari 1940 word ik opgeroepen naar Blijtingen aan het Albertkanaal als autogeleider 14e Artillerie Staf 1 Rode Kruis.

Vrijdag 10 mei 1u30. Alarm !

Iedereen naar zijn stellingen.

Om 3u30 in de verte mitrailleurvuur en afweergeschut en hoog aan de licht klarende hemel het geronk van honderden vliegtuigen die plotseling in duikvlucht over heel de streek hun spring- en brandbommen uitstrooien wijl onze artillerie en haar afweergeschut in actie komt.

Balans die avond : het legerhospitaal bij Tongeren onmogelijk nog meer gewonden te herbergen en bij ons in kelders stervenden en doden. Heel de nacht daverende ontploffingen der Duitse beschieting op het fort van Eben Emaal dat toch nog 15 dagen stand hield. Onderwijl vertrekt bijna heel ons legerkorps naar nieuwe stellingen achter den ijzeren muur, dat waren stalen rolhekken tegen tanks, van Antwerpen het Walenland in.

Hier en daar in loopgrachten en bunkers werden toch nog duizenden soldaten als laatste verdediging hier gehouden waarbij ook mijn afdeling.

Zaterdagochtend : nog vanuit Tongeren vers optrekkend Belgisch voetvolk dat deels uitgeroeid moet wijken.

Uit de overtrekkende golven vliegtuigen voor bombardement in het binnenland, duiken telkens Stukas om met hun schroot hier de laatste weerstand te breken, en dalen op de velden bemande zweefvliegtuigen neer. Alle verbinding is verbroken, wat blijft is ijzig wachten.

Van in onze loopgracht bij het pesthuis zien we plots uit den draai der baan een rij van een twintigtal Duitsers naderen, die wellicht in paniek of zelfs angst, hier en daar naar een huis granaten werpen, waarna vanaf een antitankkanon door een luidspreker in het Vlaams wordt geroepen :”Belgen, wij vechten niet tegen u, spaar uw eigen leven, en kom nader”.

We voelden ons verlaten en verloren en sloten ons aan bij de kolonne volgende krijgsgevangen makkers en werden naar de brug van Vroenhoven gedreven, welke ondanks het spervuur uit het fort van Eben Emaal niet begaf, en waar we in stormpas naast de oprukkende Duitsers, de weg naar Maastricht optrokken waar wij onze eerste nacht onder vreemde bewaking doorbrachten.

Sinksen zondag om 11 uur worden wij in rijen van 6, in de straten bij de steenbogenbrug van de Maas opgesteld, om 12 uur loeien de sirenen en worden wij naar de brug gedreven, deels er over, deels er op en deels, waaronder ook ik, er nog voor. Dat was een tactische zet om de vliegtuigpiloten te misleiden.

Terwijl drie Engelse straaljagers doorheen het afweergeschut nu naar die brug bommen afwerpen, dat waren de eerste vliegtuigen der bondgenoten die we zagen sedert donderdag.

Ik ben nog een winkel binnengesprongen en een weinig later nog met anderen van tussen het ingestorte puin gekropen.

In de straten dode en gekwetste makkers, en wie weet hoeveel er met de vernielde brug in het water zijn gebleven.

Onze groep op deze oever nog verzamelde gevangenen werd buiten de stad geleid, waar de Duitsers intussen al twee noodbruggen op naast elkaar geklonken boten hadden gelegd en was het verbroken oversteken van hun tanks en bemande voertuigen hernomen.

Na vier dagen met meer stilstaan dan stappen en slapen in de weiden zijn we dan door de Siegfriedlinie naar Aken gebracht en in gesloten treinwagons naar het kamp Stalag 11 b te Fallinbostel.

Het kamp was omwald in vakken van 500 x 500 m. afgespannen met prikkeldraad, met elk 4 tot 5 duizend gevangenen.

In een vak naast het onze bevond zich zulk aantal Spanjaarden uit hun burgeroorlog in 1936 naar hier gebracht, door de strijdende Duitse Luchtmacht aan de zijde van Franco, burgers en krijgsgevangenen.

Ach zonder lach en, maar daarvan kon men ze zeker meer dan 50 in een mutsaard binden...Die macabere grap leek me het ervaren, van mijn moeder vroeger eens gestelde bedenking, bij een gesprek over zaligmaking, met haar neef, een missiebroeder in Canada, hier toen in verlof. “Waar gaat men die mensen later toch plaatsen ?”

“O”, zei de neef, “men zet die in mijten, zoals hier te velde met graanbussels en mutsaarden”.

“Mij goed,” zegt mijn vader, “als ik maar van onder de lek van het dak ben.”

Dagindeling : ’s morgens voor dageraad aanschuiven voor wat fluitjesmelk en wat later in rijen, de tong uitsteken voor een feldwebel die naar willekeur een zeker aantal verwees naar doktershulp.

’s Middags groenwatersoep en 4 ongeschilde halfwarme patatten, om 5 uur 200 gram grijs brood met een schil bloedpens of paté, water zoveel ge wilt, en tussen die menu’s tergende driloefeningen.

Om 7 uur bij het slapengaan, tellen en hertellen der krijgsgevangenen, en dan gaan dromen van huis in barakken of wat stro der 4 op elkaar gestapelde houten banken.

Wie geen gamel bezat kon op het belt een conservedoos vinden.

Ik had op een zelf uitgesneden houten kom gegrift : “Vagevuur, geef ons heden naar uw wil.”

In augustus was ik thuis, onze Fons uit Luik en Constant uit Frankrijk al eerder.

Onze Fons werd in 1942 verplicht tewerkgesteld in Hamburg en kwam na de Duitse kapitulatie uit Denemarken weer thuis. Ons vader zei : “laten we het ons aangedane leed vergeten want de goedertieren Heer zou ons nog bij zich kunnen zetten tussen Pinhelm 2 en Adolf met het SS-kruis.”

            Anselmus Jedrie” 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:14 Reageer op dit bericht

1939 – 22 augustus : Egied Bradt, geboren te Leest op 7 maart 1905 gekozen tot

            gemeentesecretaris met 8 stemmen op de 8.

 

1939 – 25 augustus :  300 Leestenaars onder de wapens geroepen.

            Bij valavond kwam er op 25 augustus opnieuw een mobilisatiebevel

            voor 300 man van de gemeente Leest. Elke daarop volgende nacht volgden

            oproepingen en opeisingen van rollend materieel.

            (Albert Huysmans, “Pinksteren Soldaatjes,” DB , augustus 1982)

 

 1939 – 25 september : Constant Diddens uit de Molenstraat benoemd tot “bediende voor

            het gewestelijk komiteit afgevaardigde er der gemeente”.(GR)

 

1939 – 26 oktober : Op vraag van de gouverneur, tot beveiliging der archieven tegen

            luchtaanvallen besloot de gemeenteraad “de noodige kassen tot berging der

            archieven te laten maken bij Th. Teughels, schrijnwerker en deze kassen in

            gereedheid te houden om t’n gepasten tijde geplaatst te worden in de kelder der

            kerk”.

 

1939 – 26 oktober : “Gezien de benarde tijden die de gezinnen van werkloozen door

            maken gedurende de wintermaanden en in het bijzonder van de werkloozen

            gezinnen waarvan de man weder onder de wapens is geroepen besluit de

            raad een gemeente toelage te verleenen van 3000 fr aan hoogervermelde

            werkloozen of gezinnen voor kolen en brandstof gedurende de wintermaanden en

            deze som in te schrijven in de begrooting 1940.”

            Deze beslissing van de gemeenteraad zou echter door Baron Holvoet, gouverneur

            van de provincie, ongedaan gemaakt worden. (GA-30/12/1939)

 

1939 – 20 november : Juffrouw Rheinhard zal als interimaris fungeren aan de

            jongensschool daar meester Meyers opgeroepen wordt.

 

1939 – 4 december – Gemeenteraad :

            De vleeskeuringsrechten worden met ingang van 1 januari 1940 vastgesteld als

            volgt : paarden, ezels, muilezels, stieren, ossen, koeien en vaarzen per dier : 15 fr.

            Varkens, schapen, kalveren en geiten, per dier : 7 fr.

            Lammeren, geiten en speenvarkens, per dier : 3 fr.

            “Paspoortenvergelding – personen die 15 jaar geworden zijn en voor de eerste

            maal een paspoort afhalen, eveneens personen die bij hun huwelijk zich in de

            gemeente komen vestigen, dienen een vergelding van 1 frank te betalen.

            Personen wier paspoort beschadigd is of verloren is geraakt dienen 2 frank te  

            betalen.”

 

1939 – 12 december – Gemeenteraad :

            Victor De Laet geeft z’n ontslag als voorzitter van de Passieve

            Luchtbescherming. Wordt opgevolgd door Juliaan Geerts die ook “Gemeentelijk

            Directeur der Territoriale Burgerlijke Wacht” is.

 

            Elodie Nuytkens benoemd tot kuisvrouw der schoollokalen, “buiten het reinigen

            zal de benoemde kuischvrouw zonder bijkomende vergelding moeten leveren,

            al de noodige gereedschappen tot het reinigen der lokalen, zoals borstels,

            zeep, enz.

            Bovendien zal ze gedurende de wintermaanden al de kachels moeten aansteken

            en het hout en stroo desaangaande noodig leveren zonder bijzondere vergelding.”

            Elodie Nuytkens ontving daarvoor het totaal der bedragen die voordien werden

            uitbetaald  aan de schoolhoofden, hetzij 250 fr per klas, dus aan 6 klassen

            maakt dat 1500 fr.

            Voor het reinigen der “privaten” 2 x 100fr.

     

            De Raad besloot met 5 stemmen tegen 4 geen tuchtmaatregelen uit te spreken

            tegen meester De Leers.

            De meester had het aan de stok gekregen met de vorige gemeenteraad die een

            lijvig dossier van maar liefst 50 bladzijden tegen hem had aangelegd.

            “...4de punt. Tuchtmaatregelen tegenover de heer De Leers, schoolhoofd.

            De heer De Leers wordt geroepen ten einde zich te verantwoorden op het verslag

            van den heer Troch, hoofdinspecteur van 13.9.1939.

            Wanneer de heer De Leers de vergadering heeft vervoegd, geeft de heer

             secretaris (E.Bradt) lezing van genoemd verslag dat luidt als volgt :

 

Ministerie van Openbaar                                                        Mechelen,den 13de september

Onderwijs,Schooltoezicht                                                       1939.

Hoofdtoezichtsgebied Mechelen

Nr 10.133/2                                             Aan den heer Minister van

                                                              Openbaar Onderwijs te Brussel.

 

 

Mijnheer de Minister, het gemeentebestuur te Leest heeft mij een onderhoud gevraagd om den moeilijken toestand der gemeentelijke jongensschool te bespreken. Deze vergadering had heden plaats. In aanwezigheid van den heer burgemeester en het schepencollege.

Het nieuw gemeentebestuur doet er reeds zijn beklag over dat het schoolhoofd de heer De Leers, voortgaat op eigen hand alles te regelen en het gezag van zijn overheid blijft ontkennen.

Samen met den heer burgemeester ben ik naar de school gegaan en heb den heer De Leers doen opmerken dat hij onder bijzonder toezicht staat en zich moet onderwerpen aan de dienstbevelen van het gemeentebestuur en van de Inspectie.

Hij heeft geantwoord dat hij dit bijzonder toezicht niet aanvaardt en naar het Departement zal gaan om te protesteren.

Ik ben van oordeel dat het noodig is gebruik te maken van dit eventueel bezoek, om den heer De Leers erop attent te maken dat de heer Roels Inspecteur-Generaal, met wie ik een onderzoek ter plaatse deed, hem insgelijks heeft aangezet  zich te onderwerpen aan zijn overheden en desnoods maatregelen zouden getroffen worden.

Ik meen verder dat het nuttig ware den heer De Leers te doen kennen dat hij zijn opmerkingen langs bestuurlijken weg moet doen, en hij zich niet meer op het Departement moet aanbieden.

Het dossier De Leers bevat reeds een 50-tal bladzijden die tegen hem pleiten : het wordt tijd dat hieraan een einde komt.

            De Hoofdinspecteur (getekend) Troch.

 

Daarna vraagt den heer burgemeester aan den heer De Leers wat hij hierop te antwoorden heeft.

De heer De Leers verklaart er enkel te moeten op antwoorden dat het hier om een misverstand gaat en dat hij dit ten zeerste betreurt.

Nadat de heeren J.J.De Laet en F. Boonen hem vragen of hij, naar de verklaring van den heer burgemeester, bij den heer hoofdinspecteur Troch is geweest om zijne verontschuldigingen aan te bieden en of hij ook deze aan de vergadering zou willen aanbieden, antwoordt den heer De Leers, dat hij wel een bezoek gebracht heeft bij den heer hoofdinspecteur Troch op aanraden van den heer inspecteur Hammenecker, doch dat dit bezoek alleenlijk ging om het misverstand te herstellen en dat het bezoek heel gemoedelijk was.

Dat hij bijgevolg geen verontschuldigingen aan den Raad kan aanbieden daar het om geen beschuldiging maar wel om een misverstand ging.

Daarna doet de heer De Laet nogmaals opmerken dat het allemaal misverstanden zijn zoowel met de inspectie als met het vroeger gemeentebestuur.

Ten laatste doet de schepen heer De Prins P. uitschijnen dat aan het verslag niet veel belang dient gehecht.

De voorzitter acht de verklaringen van den heer De Leers voldoende en verzoekt hem de vergadering te verlaten.

Ten slotte legt de voorzitter de Raad de volgende beslissing ter (geheime) stemming :

Dient er een tuchtstraf toegepast aan den heer De Leers, schoolhoofd ja of neen ?

De stemming geeft den volgende uitslag : geldige stembrieven : negen. Vijf neen, vier ja.

Gezien de volstrekte meerderheid zich heeft uitgesproken om geen tuchtstraf toe te passen, gezien het aandringen van den heer Provinciegouverneur om een beslissing, zal kopy dezer zoo spoedig mogelijk aan den heer provinciegouverneur voor kennisgeving overgemaakt worden.
Daarna verklaart de voorzitter de zitting gesloten om 8 uur en 10 minuten.

Bij bevel, de secretaris(getekend)  E.Bradt       de burgemeester (getekend) Verschueren.

 

De gemeenteraad bestond uit burgemeester T. Verscbueren, de schepenen P. De Prins en P. Busschot, de raadsleden De Laet, F. Boonen, J. Apers, J. Beullens, J. Nuytkens, K. Silverans en secretaris E. Bradt.

 

In de gemeenteraad van 24 januari 1940 las burgemeester Verschueren een brief voor van hoofdinspecteur Troch, waarin deze laatste het volgende schreef : “...ik acht het nuttig u te doen kennen dat hier geen enkel misverstand bestaat, maar er zijn klare feiten die bewijzen dat schoolhoofd De Leers, het gezag van zijn overheid miskent. Het is waar dat hij op mijn bureel kwam maar niet, zoals hij zegt, om een misverstand recht te zetten, maar wel om zijn verontschuldigingen aan te bieden. U wordt derhalve beleefd verzocht in de eerstkomende vergadering van den gemeenteraad de zaak in haar juist daglicht te stellen...”

Er werd opnieuw gestemd. De “Sussen” verlieten de zaal en de “Blekken” stemden vijf maal tegen een tuchtstraf.

Voor een goed begrip : de Blekken veroverden, onder Theophiel Verschueren, de meerderheid in de gemeenteraad met de kiezing van oktober 1939.

       

 

1939 – 30 december : De Raad “besloot aan den heer Theodoor Teughels, wonende

            alhier Dorpstraat, opdracht te geven tot het maken van twee bibliotheekkassen

            naar het model der bestaande bibliotheek van de vergaderzaal en elke dezer

            van 1,30 m breedte.”

 

 

1939 – Op 31 december telde Leest 1794 inwoners.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:52 Reageer op dit bericht

1939 – 6 augustus : Te Leuven werd Koenraad M. Emmeregs tot priester gewijd.

             

                                                  Pater Emmeregs

Pater Kamiel zoals men hem in het dorp kende was te Leest geboren op 14 april 1913. Na zijn studies te Hoogstraten ging hij bij de Dominikanen waar hij op 6 augustus 1939 priester werd gewijd.

Hij was werkzaam te Antwerpen, te Genk en te Tienen.

In gans Vlaanderen was hij gekend als “Sinjoorke”. Onder deze schuilnaam schreef hij meer dan 30 jaar artikels in het parochieblad “Kerk en Leven”. Ruim 1800 verschenen er van zijn hand.

In deze periodiek schreef A. Menu na zijn overlijden volgende bijdrage :

 

Gelukkige Dominikaan.  

De jonge Kamiel Emmeregs begon zijn noviciaat bij de dominicanen te Gent op 23 september 1932. Hij was oud-leerling van het Klein Seminarie van Hoogstraten. Na zijn filosofie- en theologiestudies werd hij op 6 augustus 1939 tot priester gewijd. Hij begon zijn apostolaatsleven in het klooster van Antwerpen, verbleef een jaar te Genk en werd in 1947 geroepen naar Antwerpen-Linkeroever als medewerker van P.B. Janssens aan het Studiecentrum voor Zielzorg en Predikatie. Dat was het begin van zijn lange activiteit aan het parochieblad. In 1959 werd hij overgeplaatst naar Tienen : hij was er overste van 1959 tot 1965.

Ik lees in de catalogus van de Vlaamse dominicanen, jaar 1973, bij de naam Emmeregs : “Procurator, promotor van de afdeling van de Dominicaanse Lekenorde, Verantwoordelijke voor het Rozenkransapostolaat, Biechtvader voor de studenten van de Normaalschool, Animator van het Centrum voor Godsdienstige bezinning te Tienen, Lid van de redactieploeg van het parochieblad Kerk en Leven, Directeur der Broeders Alexianen te Tienen”.

De laatste jaren was zijn activiteit wel verminderd om reden van zijn gezondheidstoestand, maar hij was en bleef een mens met hart en ziel bekommerd en gegeven aan de mensen. Een rasechte dominicaan.

Beste Kamiel, op zondag 6 november, twee uur voor uw dood, hebt gij heel eenvoudig aan uw overste gezegd : “ik ben altijd een gelukkige dominicaan geweest”. Dat was echt zo, Kamiel omdat gij altijd “waar” “echt” zijt geweest. Gij wist als zoon van een gezonde, diepchristelijke landbouwersfamilie, dat gij in alles van God afhankelijk waart”.

…”

 

M. Van Helsen :

“…in feite kende iedereen en niemand u. Iedereen kende Sinjoorke, schrijver van de cursiefjes in het parochieblad onder de titels “Spijkertjes”, “Vliegende Sigaren” en “Vrij Commentaar”.

Maar praktisch niemand, buiten zijn eigen omgeving, wist dat pater Emmeregs de auteur was en daar kon hij zich heimelijk in verheugen.

…

Sinjoorke was voor velen een begrip. Op een volkse manier en met de nodige dosis humor – die hem steeds heeft gekenmerkt- schreef hij over al wat de kerk en mens aangaat.

…

In het begin van de vijftiger jaren had hij het regelmatig aan de stok met de linkse pers.

Tot het einde van de jaren vijftig bleef hij zich actief inzetten voor het parochieblad.. Dan kreeg hij een andere taak toegewezen te Tienen. Maar zijn kroniekje bleef hij schrijven.

…”

 

En de hoofdredacteur Felix Dalle :

Ik heb u vooral gekend als medewerker van Kerk en Leven. Uw leven was getekend door het parochieblad. 32 jaar hebt u onder de schuilnaam Sinjoorke wekelijks, stipt, uw bijdrage geleverd aan ons blad. U hebt er nooit een decoratie voor gekregen, maar u zou die nooit hebben willen dragen op uw witte dominicanerkleed.

In de laatste algemene redactievergadering van ons blad was uw stoel leeg. We hebben u even piëteitsvol herdacht.Nu zullen vele lezers nog maanden lang uw naam in KERK EN LEVEN zoeken. Dat ze even stil worden, bidden tot de Heer en bezinnen over de vergankelijkheid van het leven. Dat is uw posthume bijdrage en we weten dat u om die korte bezinning blij zou zijn. Voor een paar maanden laten we uw stoel, uw rubriek VRIJ COMMENTAAR open.

We waren op uw uitvaart. De dominicanerkerk in Tienen, die de uwe was, is voor een goed jaar volkomen uitgebrand. We weten dat ook dit u aan het hart is geslagen en dat het de grote beproeving was die de Heer van u vroeg. Misschien was dit de lanssteek in uw kommervol hart.

We zullen proberen enkele van uw raadgevingen in plam memoriam op te volgen.

“Stoor je nooit aan wat ze zeggen, wanneer je je pen in trouw aan de Kerk hebt gebruikt !”

(Over de velen die u zelf lasterlijk hebben beschuldigd en pijn gedaan).

“Probeer altijd de armsten te verdedigen !” “Wees klaar in je uitspraken !” “Haal het goede uit het verleden, maar kijk altijd voor je uit !”

“Geloof dat de Heer je zegent als je oprecht bent in je woord !”

Toen u reeds overleden was zijn in ons blad nog drie bijdragen van u verschenen : uw laatste drie van de ongeveer achttienhonderd. Uit één van die laatste schrijven we over :

“van sommige heiligen wordt verhaald dat zij de dood “lachend” tegemoet traden. Wellicht hebben we last om dit te geloven. En misschien, psychologisch gezien lijkt dit ten volle haalbaar en aanvaardbaar voor alwie erin slaagt de cchristelijke opvatting over leven en dood ten volle te doorgronden en te verwerken. Daarom ook is het, dat men in de moderne uitvaartliturgie volop vreugdevolle alleluia’s is gaan zingen.” “

 

Pater Kamiel overleed in de H. Hartkliniek te Tienen op 6 november 1977.

 

 

Foto’s :

-Augustus 1939 : Dominikaan Kamiel Emmeregs geeft zijn eerste priesterzegen aan de uitgang van de parochiekerk in Leest. De mobilisatie was volop in gang. De dag na deze eremis moest hij ook onder de wapens.

-Signoorke in actie.

-Kamiel op latere leeftijd.

 



1103705-d57238303269a2049fb808737508a02e.jpg

1103705-29deef5a81e65f40abe6636bc2b154dc.jpg

1103705-f4fe51cfcc5340664dadf7a05cf36753.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:43 Reageer op dit bericht

Foto :  secretaris  E. Bradt zoals vele Leestenaars hem gekend hebben.

 

1939 – 4 januari : Aanstelling van de raad en verkiezing van schepenen.

            Jozef Apers, Jozef Beullens, Prosper Busschot, Frans Boonen, Victor De Laet,

            Pieter De Prins, Joannes Nuytkens, Karel Silverans en Emiel Verschueren,

            leden van de gemeenteraad gekozen op 16 oktober 1938, gingen over tot de

            kiezing van 2 schepenen.

            Pieter De Prins werd gekozen tot eerste schepen met 5 stemmen tegen 4 voor

            Jozef Apers en Prosper Busschot tot tweede schepen, met 5 stemmen tegen 3

            Jozef Apers en 1 voor Jan Baptist De Leers.

 

1939 – 11 april – Gemeenteraad :

            “Gezien de vraag gedaan door den heer Theofiel Maes, Juniorslaan nr 54 te

            Leest, aangaande het betalen door de gemeente van de dokterskosten die

            Veroorzaakt werden door het zweren van den arm zijner dochter bij gelegenheid

            der pokzetting.

            Gezien deze dokterskosten 50 fr bedroegen, besluit de raad de vijftig franks

            dokterskosten ten laste van de gemeente te nemen.

 

            Arthur August De Troyer uit Willebroek werd verkozen tot gemeentelijk

            vleeskeurder in vervanging van ontslaggever veearts Van Assche.

 

1939 – 17 mei : Na lange voorafgaandelijke en moeilijke onderhandelingen tussen

            de belanghebbende partijen, is de gemeenteraad akkoord dat er op de

            Juniorslaan een kapel gebouwd wordt.

 

            De Raad stemde een toelage van 1000 fr voor de Oudstrijders die op 16 juli

            hun 20-jarig bestaan zouden vieren en “vaderlandsche feesten” zouden houden.

 

            Guillaume (Egiedt) Bradt werd gekozen tot tijdelijk gemeentesecreatris dit in

            Vervanging van Lodewijk Wuyts die benoemd was als gemeentesecretaris  te

            Hombeek.

            Burgemeester De Laet bracht hulde aan de gewezen secretaris om  “zijnen

            iever, bekwaamheid en onpartijdigheid”.

 

1939 – 5 juni : Gouden bruiloftviering van Pieter Jan Lauwens en Florentina Buelens.

            (Winkelstraat 1)

 

1939 – 8 juli : (Motie uit de gemeenteraad – DB-1957)

            “Gezien deze dag (=11 juli) in de vaderlandsche geschiedenis als een der

            roemrijkste uit het verleden is geboekt, ten einde deze dag van 11 juli in het

            geheugen van ons vlaamsche volk op te wekken en te doen herleven, besluit de

            Raad :

            A.- Dat op 11 juli als symbool der overwinning der Vlamingen in de Slag der

                 der Gulden Sporen dat de Leeuwenvlag naast de Belgische zal geheschen

                 worden aan het gemeentehuis.

            B.- Dat aan de leerlingen der gemeenteschool op 11 juli in de voormiddag een

                 les zal gegeven worden over de beteekenis van deze Slag.

            C.-Dat er vrijaf zal zijn in de namidag.” 

 

            8 juli was de eerste gemeenteraadszitting met Emiel Verschueren als

            burgemeester.

 

            “Gezien de aanvraag van het plaatselijke bestuur van het Davidsfonds om een

            toelage te bekomen om het inbeitelen van al de namen onzer duurbare

            gesneuvelden van Leest gedurende de wereldoorlog van 1914-18 in ‘t

            Ijzermonument te Diksmuide.

            Gezien het voor de overheid een eerste plicht is zijn dooden te eeren en dan wel

            bijzonder deze voor het volk gersneuveld acht de raad het als een plicht en besluit

            de raad deze toelage te verlenen tot het inbeitelen in ’t Ijzermonument te

            Diksmuide van al de namen der gesneuvelden van Leest gedurende de

            wereldoorlog 1914-18.

            Zoo zal de raad al hun namen vereeuwigd zien samen met al de gesneuvelden van

            het Vlaamsche land, en ten doel van “nooit meer oorlog”.”

 

1939 – 24 juli – Gemeenteraad : 

            Th. Pauwels en zonen uit Putte werden voor 2250 fr aangesteld om het

            herstellingswerk aan de kerkklok uit te voeren.

 

            De Raad besloot met zes stemmen tegen drie de maatschappij E.N.B. te gelasten

            om  voor electriciteit te zorgen “voor ver afgelegen hoeven”.

            Prijs : 35.409,50 fr.

 

            Ontslag secretaris Wuyts aanvaard, die tevens “den eeretitel zijner ambt wordt

            Verleend.”

 

            Egied Bradt benoemd als bediende “voor de vleeskeurrechten” ter vervanging

            van L. Wuyts.

            Bezoldiging : 8% der ontvangsten van vleeskeurrechten.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:26 Reageer op dit bericht

Foto : amateur-archeologen tijdens hun opgravingen in 1983. (foto DMW)

 

1939 –                         OPGRAVINGEN

 

Dat jaar startte de Mechelse amateur archeoloog J. Uytterhoeven opgravingen aan de Steinemolenhoeve.

Jan De Decker daarover in De Band van 1958 :

 

“Aan de heer J. Uytterhoeven uit Mechelen was een overlevering bekend over een “kasteel” dat verzonken lag in een weide te Leest, waar waar de huidige steenweg Hombeek-Kapellen op den Bos onder de spoorbaan doorloopt.

In de volksmond heette het dat dit kasteel in de grond gezonken was als een straf van God omdat de kasteelheer zwart goed zou hebben gekocht.

Bij ondervraging van de mensen aldaar, bleek dat het vertelsel van het “verzonken kasteel” nog door sommigen gekend was, doch ook een andere versie werd vernomen : “er zou aldaar een villa gestaan hebben en de bewoner dezer villa kan geen voet verzetten zonder dat de maalder van de Steinemolen (een 200 meter daarvandaan) zijn bewegingen had afgeloerd. De villaheer werd deze toestand te sterk : hij brak de villa af en daar liggen nu nog de stenen ‘rond te rijden’.”

Dhr. Uytterhoeven begon zijn opzoekingen op een tarweveld van Louis Ceuppens.

Op 60 cm diepte stuitte hij op een vloer van een romeinse woning, deels gaaf, deels doorheen gehaspeld. De vloer vertoonde constante kenmerken van de goedkoopste betonvloer der gewone romeinse villa’s in ons land : d.i. een steunvlak van ruwe mergelstenen en daarop een 8 cm dikke laag van het zo stevige romeinse beton, gekend als “opus signinum” (naar een te Signia, Italië gedane uitvinding).

Het is een licht-roze mengeling van kalk en gemalen tichels waarin kleine brokjes van vermillioen-rode tichels verdronken zijn, zelfs tal van kleine rolkeien aan de onderkant.

Deze mooi uitziende laag werd dan glad gestreken, in de meeste villa’s zelfs gepolijst, zodat de vloer werkelijk het uitzicht had van wat we heden “granito” noemen.

Verder was deze vloer begrensd door de fundering van een muur in zogenaamd “opus incertum” (mengeling van lichtroze morter met allerlei steenafval), meestal tichels, doch nog al veel blauwe leistenen, waaruit zelfs een geheel gave bakstenen plavei van 22x21x5 cm te voorschijn kwam.

Peilingen in de omgeving der muurresten gedaan, brachten danig verhakkelde stukken van romeinse tichels en vorsten aan het daglicht, hier en daar wat grote en kleine scherven van grijze, bruine, rode en vaal-gele ceramiek, zelfs een deel van een halfverbrande lijkurn.

Ook brokjes van geel-bruine verharde leem.

Volgens Dhr. Uytterhoeven staan we hier niet voor de resten van een eigenlijke romeinse villa, doch veel eerder voor deze van een “mutatio” (wisselplaats voor paarden en muilezels, zoals er gedurende de romeinse overheersing op regelmatige afstanden bestonden langsheen de heirbanen), misschien wel in verband met een “caupona” of zelfs “taberna” waar de reizigers zich tevens van voedsel konden voorzien en logies verkrijgen.

De gedachte aan een “mutatio” steunt niet zozeer op de aanwezigheid van een heirbaan (de oude Mechelbaan of Kapellebaan is een deel der romeinse heirbaan die vroeger Utrecht met Bavay verbond over Breda, Mechelen, Merchtem, Asse,enz..), dan wel op de afwezigheid van weelde-tekens in het gevondene.

Meer nog op vinden door de eigenaar  van de Steinemolenhoef van tal van kleine hoefijzers wanneer hij een vijver groef vlak tegenover de vindplaats.

De vindplaats werd gemakkelijkheidshalve “Steinemolenveld” gedoopt, doch het is best mogelijk dat ze deel uitmaakte van het zogenaamde “Stawerk”, een reeks velden die zich uitstrekten ten noorden der vindplaats.

In Mechelse schepenakten worden volgende schrijfwijzen gevonden van deze zonderlinge benaming “Stawerk” :

-in 1351 : pecchiam terrae te leest op Steiwerc

-in 1429 : bonar. Terre Beatricis de Steynemolen sitam in Leest supra Cleyn Steenwerc inter Sigeri de Steynemolen

-in 1539 : een stuck lants geh. Steywerck groot sesse dachwant gel. In de prochie van Leest in de Biest.

-in 1602 : tot Leest opt Sywerck.

-in 1777 : het Stauwerck (WB), 1778 : het Stauwerck land aen ’s Heerenstraete.

-in 1877 : het Stawerk. (MB)

Men is van mening dat de benaming tot een oorspronkelijk “Stein-werk” zou kunnen teruggaan. Voor de w moet die n wegslijten en dan zou de benaming wel een zinspeling kunnen zijn op het “stenen werk” of puin van het belgo-romeins gebouw.”

 

In april 1983 werd door de Archeologische vereniging “Oud Mechelen” een onderzoek ingesteld naar de bevindingen van J. Uytterhoeven.

Na enkele weken intense arbeid werden de eerste grondvesten van een Romeinse bewoning blootgelegd.

De eerste conclusies van 1939 moesten worden herroepen.

Er werd tot de vaststelling gekomen dat het hier ging om de graanschuur van het geheel, waarvan verschillende paalkuilen konden waargenomen worden.

De eigenlijke bewoning was van weelderige herkomst daar er brokstukken van diverse muurschilderingen te voorschijn kwamen, alsook fragmenten van hypocausttegels (verwarmingsinstallatie), honderden scherven van imbrex en tegula (dakpannen).

Deze laatste vertoonden indrukken van dierenpoten, daar ze op de grond in openlucht gedroogd werden.

De reeds opgegraven gedeelten zijn bevloerd met Romeinse beton (opus signinum).

Eveneens werden funderingen gevonden van een muur in oostwestelijke richting.

Bij de vondsten behoren, naast de zeer schaarse aardewerkscherven (waaronder een gedeelte van een amphora), een fragment van een handmolensteen en een bronzen messchede.

Grondpeilingen wijzen op het bestaan van verschillende gebouwen in de onmiddellijke omgeving.

Hieruit kan besloten worden dat het een zeer uitgestrekte villa moet zijn geweest.

De opgravingen stonden onder leiding van de licenciate Archeologie en Kunstgeschiedenis Myrna Peeters en van amateur-archeoloog Jean Willems.

(DMW-19/5/1983)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:16 Reageer op dit bericht

            Foto :  In het midden burgemeester Verschueren, links  schepen van Openbare

                        Werken Pieter De Prins en rechts schepen van Onderwijs Prosper Busschot.

                        De foto dateert van 1939. 

 

1939 – Emiel Verschueren wordt burgemeester en dit tot 1944.

            Later zou hij een tweede termijn vervullen van 1959 tot 1965.

            Emiel Verschueren was een zoon van Theofiel en van Victoria Selleslagh.

            Hij werd te Leest geboren op 31 januari 1889 en huwde er met Maria

            Catharina Lauwers. (°Leest 10/8/1890, +Leest 1/5/1966)

            Beiden woonden eerst in de Dorpsstraat : naast zijn bedrijvigheid als

            boer en kolenhandelaar was Emiel Verschueren beheerder van de zaal

            “Sint-Cecilia” .

            Later, in 1931, werd hij eigenaar en uitbater van het Hof ter Haelen.

            Emiel Verschueren overleed te Leest op 1februari 1975.

 

            “De Band” publiceerde volgend In Memoriam :

 

            “Een goed en geliefd mens ging heen !

            De mars van zijn overlijden op 1 februari l.l., één dag voor zijn geboortedag,

            deed zich als een donderslag gevoelen.

            Daags tevoren, bij de jaarwisseling, bracht hij deze nog door in familiekring,

            om in diezelfde nacht, rustig en kalm, in den Heer te ontslapen.

 

            Een dienstvaardig mens was de gemeente Leest ontvallen.

            Hoevelen hebben geen beroep gedaan op hem,hij stond immer ter beschikking van

            iedereen.

            Hoevelen werden er niet geholpen ?

            Dienstvaardigheid aanzag hij als de grootste plicht !

 

            Het werd een grandioze uitvaart. Een overtalrijke menigte had er aan gehouden

            hem ter kerke te vergezellen.

            Onder treurmarsen, uitgevoerd door de Koninklijke Fanfare St.-Cecilia,waaraan

            hij gans zijn leven had gewijd, trok de droevige stoet langs de Leestse straten ter

            kerke toe waar de schoolkinderen een haag vormden en meewarig toekeken...”    

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:06 Reageer op dit bericht

Foto : Meester De Leers.

 

1938 – 22 juli – Gemeenteraad :

            De Raad besloot een gunstig advies uit te brengen aan de vraag van Frans Jos. De

            Block uit Hingene “om een rechtmatigen autobuschdienst te mogen uitbaten van

            Mechelen naar Breendonk over Hombeeck, Leest en Tisselt.”

 

1938 – 16 oktober – Gemeenteverkiezingen.

            De leden van het hoofdbureel ontvingen een zitpenning van 50 fr, de voorzitter

            van het afdelingsbureel 40 fr en de bijzitters en de secretaris van het

            afdelingsbureel  20 fr. (GR-12/10/1938)

 

1938 – 14 november : 4 stemmen “ja”, 4 stemmen “neen”, teneinde meester De

            Leers een tuchtschorsing van 8 dagen op te leggen, “met berooving van wedde”.

            Hoofdreden : het niet-accepteren van meester Huysmans als titularis van de

            nieuw-opgerichte 4de graad.

            Het besluit werd aan de bevoegde overheid overgemaakt.

 

Uit de gemeenteraad van 14 november 1938 –

Tuchtrmaatregelen tegenover hoofdonderwijzer De Leers.

 

“...15de punt op het agenda :

Het talrijk publiek wordt verzocht de zaal te verlaten, en de Raad vat in geheime zitting het 15de punt der dagorde aan.

Zoals het den heer De Leers op 11 november 1938 schriftelijk medegedeeld werd, wordt hem nu mondeling gezegd dat hij zich te verantwoorden heeft over de punten die hem den 22 oktober door den heer Hoofdinspecteur Troch medegedeeld werden en waarover deze hem onderhoord en ondervraagd heeft.

Om het den heer De Leers gemakkelijk te maken voor zijn verdediging wordt hem verzocht deze punten op te schrijven, wat hij dan ook doet.

Deze punten zijn, kort samengevat :

1. Verdeeling der leerlingen – de eersten der klas niet in het 7de en 8ste studiejaar – betere leerlingen die tevens ouders zijn, moeten in het 6de studiejaar blijven.

2. Uurrooster – den 6 mei overgemaakt voor onmiddellijke toepassing – niet gebeurd.

3. In het 7de en 8ste studiejaar lesgeven ongeveer gelijk aan deze van het 6de en 5de studiejaar.

4. Beweert dat er geen vierde graad bestaat en dat hij er geen wil.

5. Verbiedt boeken mee naar huis te nemen.

6. Bij geneeskundig toezicht laat de lessen niet regelmatig voortgaan in de klassen waar het geneeskundig toezicht niet gebeurt.

7. Maakt opmerkingen tegenover onderwijzer 4de graad (Huysmans) die ongepast zijn en op scheldpartijen gelijken – opvoedende rol dezer handelingen.

8. Tracht onderwijzer 4de graad zoveel mogelijk te vervelen met vooropgezet doel deze klas te doen vallen en den onderwijzer het leven in de klas onhoudbaar te maken, als wraakmiddel omdat hij niet in de 4de graad klas onderwijzer mag ??

9. Misbruikt het vaandel, eigendom der gemeente, en het schoolhuis om deel te nemen aan politieke gebeurtenissen en om openbaar en openlijk tusschen te komen in de dorpspolitiek.

Daarna wordt er den heer De Leers medegedeeld dat hij gedurende 30 minuten het woord heeft. Het is op dat ogenblik 21u17.

 

Samenvattend zegt de heer De Leers, o.a. :

1. Ik, als schoolbestuurder, en niemand anders, deel de leerlingen in over de verschillende studiejaren. Ik doe dat volgens mijn oordeel. De indeeling die er gedaan werd, is volgens mij de beste.

“Ik”ben schoolbestuurder en “ik” deel in. Inspecteur Hammenecker is na de indeeling in de school gekomen en heeft mijn indeeling aan de gemeente overgemaakt.

2. Inspecteur Hammenecker heeft mij geschreven dat ik de uurroosters, die bij zijn schrijven gevoegd waren, moest ophangen om ze toe te passen, - bijgevolg heb ik de uurroosters der gemeente niet toegepast.

3.De leerlingen van mijn kleine klas heb ik verdeeld over mijn groote klas en over de nieuwe klas.

“Ik” zeg hoe er moet onderwezen worden en ik heb gezegd dat er zo moet onderwezen worden : dat er leerlingen van het 5de studiejaar nu bi j mij en Huysmans zullen onderwezen worden. Ik zoo wel als Huysmans, dus wij samen gaan de leerlingen zoover brengen dat ze de lessen van den vierden graad zullen kunnen volgen.

Huysmans kan onmogelijk zoomin als ik het zevende studiejaar onderwijzen.

4. Ik zeg dat de 4de graad, een groote fiasco is overal en in alle scholen –handel en stelkunde kunnen niet onderwezen worden, dat begrijpen de kinderen niet- er kan hier geen 4de graad opgericht worden.

5. Het Schepencollege heeft beslist dat de schoolboeken mochten mee naar huis genomen worden, ik wist er niets van.

Had ik het geweten dan zou ik gezegd hebben dat dit verkeerd was en wel onder oogpunt van “gezondheid”, want die boeken moeten dienen voor latere leerlingen en kunnen thuis besmet worden en alzoo nadeelig worden voor latere leerlingen en tevens onder “economisch” oogpunt, t.t.z. strijdig met spaarzaamheid en bezuiniging, want de boeken verslijten veel gauwer en meer met ze mee te nemen.Ik heb nooit boeken laten meenemen naar huis.

Ik heb Huysmans gezegd, dat ik niet toelaat dat er boeken mee naar huis genomen worden. Ik heb mij gesteund op een conferentie gegeven te Boom in 1932.

Huysmans zegt mij dat hij toelating heeft van het schepencollege om boeken mee naar huis te nemen. Ik zeg hem dat hij niets met het schepencollege te maken heeft, dat hij mijn ondergeschikte is en dat ik als schoolhoofd alleen het recht heb met de overheid in aanraking te komen en dat hij een overdrager en bespieder is.

De brief van den inspecteur Hammenecker ken ik, want de secretaris heeft er mij lezing van gegeven en hem mij laten lezen.

Ik wist niet dat de onderwijzers de boeken mochten meegeven en er is mij daarover geen order gegeven.

6. Toen het geneeskundig toezicht gebeurd is, heb ik mijn leerlingen over twee klassen verdeeld en Huysmans is blijven les geven.

Ik heb meester Meyers, als getrouwde persoon, gelast met het uitkleden der leerlingen. Ik heb dan Huysmans naar de klas van meester Meyers geplaatst bij de leerlingen van meester Meyers. Hier is een verklaring van den dokter dat in mijn school het geneeskundig toezicht regelmatig gebeurt.

7. Huysmans heeft me gezegd : “gaat ge me gerust laten ?” Dat is opstand tegen mij die hoofdonderwijzer ben. – Nooit is er in mijn mond een scheldwoord, wel bij anderen.

Ik heb Huysmans wel uitgemaakt voor leugenaar in tegenwoordigheid van hoofdinspecteur Troch en inspecteur Hammenecker, toen wij een onderhoud hadden den 22 oktober1938 samen met de burgemeester en sekretaris. Later heb ik tegen Huysmans gezegd dat ik eerlijk wil behandeld worden en dat hij een leugenaar is omdat hij gezegd heeft dat hij den vierden oktober verlof had met toelating van het schepencollege en dit is niet waar want het is met toelating van den burgemeester.

Huysmans had wel verlof tot den 8e oktober 1938 doch hij moet zich aan mij presenteren als hij afkomt van het leger. Dit is me trouwens ook opgelegd door inspecteur Hammenecker en dien brief kan ik u toonen.

8. Hoe zou ik iemand het leven onhoudbaar maken ? Dat vraag ik me af. Ik misdoe niemand iets.Ik zou niet weten hoe ik iemand tracht te vervelen.

Ik weet wel dat meester Hellemans hier weggegaan is, doch het is uit oorzaak van zijn anti-vaderlandsche gevoelens dat hij bij mij weggegaan is ; ik zeg anti-vaderlandsche gevoelens, want zo is het.

De brief van den heer Minister dat er met meer takt en eerbied moet omgegaan worden tegenover de medewerkers is niet op mij bedoeld maar wel op Hellemans, want Hellemans heeft mij voor dief beticht. Ik heb tegen Hellemans niets gezegd en ik ben valsch beticht geworden.

Ik schrijf aanmerkingen in het klasdagboek doch die zijn gezien door inspecteur Hammenecker – ik schrijf regelmatig in alle klasdagboeken.

Ik heb mijn plicht gedaan en Hammenecker zegt dat ik goed gedaan heb doch Huysmans is en blijft weerspannig.

9. De vlag heeft op mijn huis gestoken doch ik ben valsch beschuldigd want mijn zoon heeft de vlag gestoken.

Gij, burgemeester, beschuldigt mij valsch want ik heb de vlag niet gestoken ; mijn zoon Emiel heeft het gedaan en daarom heb ik gezegd dat gij nog met mijn zoon zult af te rekenen hebben.

Het is nu reeds veertig minuten dat de heer De Leers gesproken heeft.

Om 21u59 verlaat hij de zaal.

Daarna worden de verklaringen van den heer De Leers punt voor punt gezamenlijk overloopen. Bij het laatste punt wordt gezegd dat in 1932 bij de gemeenteverkiezing de vlag ook uitgestoken was op het schoolhuis bewoond door meester De Leers.

Er wordt dan overgegaan bij geheime stemming om op den heer De Leers een schorsing van 8 dagen met berooving van wedde toe te passen.
De uitslag der stemming geeft drie stemmen ja, drie stemmen neen en één ongeldige stem en een wit briefje. Een nieuwe stemming geeft vier stemmen ja en vier stemmen neen.
Dit besluit werd aan de bevoegde overheid overgemaakt.

Daarna werd de zitting gesloten om half elf des avonds.”  

 

            De Raad “gezien de gemeente reeds sedert ongeveer een jaar, twee lokalen der

            Zoogezegde zustersscholen, toebehoorende aan de Vzw “de Parochiale werken

            Der Dekenij Mechelen-Zuid”, in kosteloos gebruik heeft.

            Gezien het bestuurskomiteit hiervoor thans aan de gemeente een kleine huur

            vraagt.

            Gezien deze vraag niet meer dan billijk is daar de gemeente ook huur moet

            betalen voor de klassen der gemeentemeisjesschool in den Kouter, lokalen die

            slechter zijn dan de nieuwe der zusterscholen, besluit :

            vanaf het jaar 1938 1000 fr huur te betalen voor de twee lokalen der zoogezegde

            zustersscholen en dit ieder volgend jaar...”

 

            “De gemeenteraad, gezien de plaatselijke Boerengilde in het Brughuis een

            landbouwavondschool ingericht heeft, gezien het bestuur der boerengilde een

            toelage van 600 fr aanvraagt om de algemeene onkosten te helpen dekken, besluit

            met 5 stemmen tegen 3 en 1 onthouding de gevraagde toelage van 600 fr te

            verleenen.”

 

1938 – 30 november – Gemeenteraad :

            Een vergoeding van 100 fr werd gestemd voor het reinigen van de schoollokalen.

            (4 lokalen in de jongensschool en 4 in de meisjesschool) dus totaal 400 fr per

            school.

            Voor het reinigen der “privaten” werd 100 fr gestemd.

            Daar de meisjesschool gebruik maakte van 2 “privaten” (een nog steeds in de

            Kouter) deelde men die op in 50 fr voor de school in het Dorp en 50 fr voor die

            in de Kouter.

 

1938 – Einde 1938 telde Leest 1788 inwoners.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 15:22 Reageer op dit bericht

1938 – 17 juni : Rond 09u30 kwam er een militair vliegtuig neer in de Tisseltbaan.

            De twee inzittenden (26 en 23 jaar)  kwamen om het leven.

 

1938 – Het Nieuwsblad zaterdag 18 juni 1938 :

 

            Militair vliegtuig stort te pletter te Leest-Mechelen.

 

“De twee inzittenden op slag gedood. Het toestel is tegen hoogspanningsdraden aangevlogen en viel een driehonderdtal meter verder neer.-

De twee verminkte lijken der slachtoffers werden naar het militair gasthuis overgebracht.

 

Vrijdagmorgen tien minuten na negen uur, heeft zich te Leest een vliegtuigongeval voorgedaan, waarbij twee militairen uit Brussel die een proefvlucht ondernamen, den dood hebben gevonden.

Zij waren even voor negen uur te Brussel opgestegen, toen het toestel boven het grondgebied van Leest, in de hoogspanningskabels die de stad Mechelen met Aalst verbinden, verward geraakte en van daaruit een driehonderdtal meter verder te pletter stortten.
Zowel de piloot, luitenant Joie, verbonden aan den vliegdienst van Evere als luitenant Jones, van het 2de regiment Lanciers, werden op slag gedood.

 

Een ongeval dat groote opschudding verwekte

Wij hadden vrijdagvoormiddag te Leest gelegenheid verschillende personen te ondervragen die het ongeval zagen gebeuren.

Zeggen wij vooraf dat het vliegtoestel neerstortte in het korenveld van den h. K. Rottiers, wonende Koeistraat te Leest. De man was niet thuis en familieleden moesten eerst door geburen van het ongeval worden op de hoogte gebracht.

Een gebuurvrouw, Mevr. Lemmens, bevond zich achteraan het huis, toen zij kort na negen uur een militair vliegtoestel, een honderdtal meter boven den grond zag rondcirkelen. De motor liet enkele knallen hooren en toen het toestel aan de hoogspanningskabels was gekomen zag Mevr. Lemmens dat het toetel erin geraakte. Het schommelde met groote bewegingen naar links en naar rechts en viel te pletter achter hare woning in een korenveld.
Dadelijk snelde zij ter plaatse en vond het toestel met het voorste gedeelte diep in den
 

grond geboord.

 

Menschen leeft gij nog ?

Mevr. Lemmens kon haar oogen niet gelooven. En in een eerste opwelling riep zij uit : ”Menschen leeft gij nog ?”

Dan kwam ook de tweede getuige K. Verbeeck, toegesneld.
Beiden moesten vaststellen dat de twee inzittingen deerlijk verminkt werden en geen teeken van leven meer gaven.

Van alle zijden kwam nu het volk toegestroomd, onder meer ook soldaten van het 7de Linieregiment van Mechelen, die in de omgeving op een 800 tal meter oefeningen maakten onder leiding van luitenant Gilson.

Dadelijk werd een ordedienst ingesteld die de nieuwsgierigen die weldra tot honderdtallen aangroeiden , op afstand te houden.

Dr . Stuyck van Leest werd verwittigd en deze stelde vast dat luitenant Jones, 24 jaar oud, nog licht ademde. Kort daarop was hij echter ook een lijk.

E.H. De Vits, onderpastoor te Leest, heeft de twee slachtoffers, in extremis, de laatste sacramenten toegediend.

De twee verminkte lijken waren nog vastgebonden in het toestel, toen men ze ter plaatse ontdekte. Eerst nadat de gendarmen en de soldaten ter plaatse waren, werd de staart van het toestel , dat de lucht instak, neergehaald en werden de twee ongelukkigen uit hun zitting genomen.

Luitenant Joie, 27 jaar oud, was de schedel verbrijzeld.

Hersenstof lag in het korenveld rondgespreid. De ongelukkige was ook de vingers van een hand gerukt.

Luitenant Jones, die als waarnemer in het vliegtoestel had plaatsgenomen, vertoonde een diepe snede  van het oog tot aan den mond. De ongelukkige was daarbij de beenen op verschillende plaatsen gebroken.

Het toestel.

Het vliegtoestel was een Fairy Fox 99 Nr AF – 6170 van het centrum van Evere-Brussel.

Het was gemonteerd met een machinegeweer, zoodat ’t wel een proefvlucht gold. Het toestel zelve was volkomen vernield.

Terwijl honderden aanwezigen zich op de plaats van het ongeval verdrongen en de nabije aardappelvelden letterlijk overrompeld werden, cirkelden tien militaire vliegtuigen rond en brachten de militairen groet aan hun verongelukte makkers.

 

Het eerste onderzoek.

Uit het eerste onderzoek ter plaatse bleek dat de piloot reeds den naphtetoevoer had afgesneden, wat een voorbereiding is voor de landing. Zoo is het ook uit te leggen dat het toestel dat nog 300 liter brandbare stoffen inhield, niet is in brand geschoten en de lijken niet werden verkoold.

Daar het toestel slechts op een geringe hoogte vloog, hebben de inzittenden geen gebruik kunnen maken van hun valscherm.

De soldaten van het 7de Linieregiment zagen het toestel boven het dorp cirkelen. De piloot zocht waarschijnlijk een landingsplaats en hij zou waarschijnlijk in dit maneuver zijn geslaagd als het toestel niet tegen de kabels was gevlogen. Twee kabels waren gebroken.

 

Het parket ter plaatse.

Omstreeks 11 uur is het militair parket van Evere ter plaatse afgestapt...”

 

Foto’s :

Boven:“Te Leest-bij-Mechelen vloog een militair vliegtuig tegen een electrische hoogspanningsdraad, waardoor het neerstortte. De piloot en de waarnemer werden beiden gedood. Hieronder het vernielde vliegtuig, vooraan onder het zeil, beide verongelukten. (Zondagsvriend 23/6/1938)

 

Midden : “Mevrouw Lemmens een der voornaamste getuigen van het vliegongeval”.

 

Onder : “Onder grote belangstelling werden de lijken van de twee slachtoffers in den ambulance-wagen geladen”. (Het Nieuwsblad 18/6/1938)

 



1103574-027a86c72d3b0b424418250858958ef0.jpg

1103574-2a43af0d2ba41ba3add66fc3a05d10ba.jpg

1103574-703af97dd92a03d43af29179c9763052.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 15:06 Reageer op dit bericht

            Foto : Meester Huysmans met enkele van zijn  leerlingen in ’65.

 

1938 – 18 januari – Gemeenteraad :

            -Georges Maria Jozef Van Assche uit Londerzeel wordt vleeskeurder der

            gemeente Leest benoemd, in vervanging van de overleden veearts Van Passen.

            Voordien was hij reeds “bijgevoegden vleeschkeurder” te Leest.

            -“Met de personen die moeten onteigend worden, op Leest, voor de rechtmaking

            van het nieuwe tracé van de Kapellebaan, werd een overeenkomst gesloten.

            De te onteigenen percelen zullen betaald worden aan 4 frank per vierkante meter,

            de hagen aan 7 frank, dit alles volgens overeenkomst.”

            -Jan Albert Constant Pelagia Huysmans met vijf stemmen op de vijf gekozen tot

            gemeenteonderwijzer voor de 4de graad (7de en 8ste studiejaar).

            Er waren 4 kandidaten.

            Constant Huysmans was de eerste onderwijzer voor de 4de graad in de

            jongensschool.

 

            Stan Gobien in 1996 in de brochure “Reünie van de Leestse vijftigjarigen” over

            Constant Huysmans :

            “...Na het zesde leerjaar moest een belangrijke keuze worden gemaakt. In die tijd

            moest dan al worden gekozen wat men in zijn latere leven zou doen : zo vlug

            mogelijk gaan werken (thuis op de boerderij of naar de fabriek) of verder leren.

            Wie zo vlug mogelijk wou gaan werken, bleef in Leest op school en kwam terecht

            in de vierde graad : de meisjes bij zuster Virginia en de jongens bij meester

            Huysmans. Wie destijds in de vierde graad wilde lesgeven, moest een bijkomend

            diploma hebben. Meester Huysmans had bovendien een diploma van leraar

            technische vakken.

            Ik heb hem later nog als collega leren kennen en waarderen. Ondanks zijn

            strengheid was hij een plichtsbewust onderwijzer die tot zijn laatste jaar in het

            onderwijs wekelijks een drietal lessen schriftelijk voorbereidde.

            Hij had ook een enorme zin voor humor...”

 

1938 – 4 maart : “De gemeenteraad gezien er beslist werd een steenweg aan te leggen

            van de Bist, over het Hoogveld, de Tinneschuerstraat en zoo rechtstreeks naar

            het dorp...

            Besluit een nieuwe straat, waarvan de uitvoering achteraf zal plaats hebben, zal

            geopend worden vanaf het snijpunt der wegen nrs 25 en 26 naar den weg nr. 2

            Kouter, en wel zoo dat zij weg nr. 2 zal ontmoeten ongeveer daar waar de

            perceelen wijk b nrs 239b en 225/2d aan elkaar grenzen op een dezer twee

            perceelen...”

 

1938 – 4 maart – Gemeenteraad :

            “...Overwegende dat wij het vorig jaar, ten koste van zware financiele lasten

            overgegaan zijn tot het bouwen van een nieuwe jongensschool, dat de gemeente

            nog steeds bezig is nieuwe schoolmeubelen aan te koopen is van mening :

            dat het voorloopig onmogelijk is nieuwe meisjesscholen te bouwen.

            Besluit : voorloopig twee nieuwe lokalen bij te huren die aan alle vereischten

            van degelijkheid en gezondheid zullen beantwoorden.

 

            De Raad besloot een vergoeding van 500 fr per jaar goed te keuren, teneinde de

            onderwijzeres die kooklessen gaf aan de vierde graad, schadeloos te stellen

            “daar zij zelf en persoonlijk de uitgaven bekostigd heeft die uit dit onderricht

            voortspruiten.”

 

            Verdeling der klassen in de scholen.

            “De hoofdonderwijzer De Leers zal het eerste lokaal in gebruik nemen, het is

            te zeggen het lokaal dat het dichtst bij de uitgangspost gelegen is.

            De nieuw benoemde onderwijzer heer Constant Huysmans zal het vierde lokaal

            in gebruik nemen en het is te zeggen het lokaal dat het verst van de uitgangspoort

            verwijderd is.”

 

1938 – 2 mei - Gemeenteraad : Schoolhoofd De Leers werd berispt door het

            gemeentebestuur. Er werd hem tevens medegedeeld dat “de lagere

            gemeentescholen door de GEMEENTEN worden bestuurd en dat de heeren

            schoolhoofd en onderwijzer verder goed zullen doen uit te voeren wat door de

            Overheid wordt geboden, willen zij tuchtstraffen vermijden.”

 

            De Raad stelde volgende uurrooster vast voor de nieuwbakken vierdegraadklas

            van de gemeentelijke jongensschool :

 

Maandag

08.30 tot 09u00 godsdienst – Catechismus.

09u00 tot 09u30 7de st. Oefening rekenen – 8ste jaar : rekenen.

09u30 tot 10u00 7de : rekenen en 8ste studiejaar : oefening rekenen.

10u00 tot 10u15 speeltijd.

10u15 tot 10u45 natuurwetenschappen of gezondheidsleer.

10u45 tot 11u15 oefening natuurwetenschappen of gezondheidsleer.

13u30 tot 14u00 7de : oefening Franse taal, 8ste studiejaar : Franse taal.

14u00 tot 14u30 7de : Franse taal, 8ste : oefening Franse taal.

14u30 tot 14u45 speeltijd.

14u45 tot 15u15 voordragen.

15u15 tot 15u45 schoonschrift.

 

Dinsdag

08u30 tot 09u00 godsdienst gewijde geschiedenis.

09u00 tot 09u30 7de : stelkunde, 8ste : oefening stelkunde.

09u30 tot 10u00 7de : oefening stelkunde, 8ste : stelkunde.

10u00 tot 10u15 speeltijd .

10u15 tot 10u45 landbouw.

10u45 tot 11u15 oefening landbouw.

13u30 tot 14u00 stellen.

14u00 tot 14u30 oefening stellen.

14u30 tot 14u45 speeltijd.

14u45 tot 15u15 documentair tekenen.

15u15 tot 15u45 turnen.

 

Woensdag

08u30 tot 09u00 godsdienst catechismus.

09u00 tot 09u30 7de : oefening spraakleer, 8ste : spraakleer.

09u30 tot 10u00 7de spraakleer, 8ste : oefening spraakleer.

10u00 tot 10u15 speeltijd.

10u15 tot 10u45 vaderlandsche geschiedenis.

10u45 tot 11u15 oefening vaderlandsche geschiedenis.

13u30 tot 14u30 handenarbeid.

14u30 tot 14u45 speeltijd.

14u45 tot 15u45 handenarbeid.

 

Donderdag

08u30 tot 09u00 godsdienst – catechismus.

09u00 tot 09u30 7de : spraakleer, 8ste: oefening spraakleer.

09u30 tot 10u00 7de : oefening spraakleer, 8ste: spraakleer.

10u00 tot 10u15 speeltijd.

10u15 tot 10u45 landbouw.

10u45 tot 11u15 oefening landbouw.

In de namiddag : verlof.

 

Vrijdag

08u30 tot 09u00 godsdienst gewijde geschiedenis.

09u00 tot 09u30 7de : oefening rekenen, 8ste: rekenen.

09u30 tot 10u00 7de : rekenen, 8ste : oefening rekenen.

10u00 tot 10u15 speeltijd.

10u15 tot 10u45 aardrijkskunde.

10u45 tot 11u15 oefening aardrijkskunde.

13u30 tot 14u30 tekenen.

14u30 tot 14u45 speeltijd.

14u45 tot 15u15 Franse taal lezen en voordragen.

15u15 tot 15u45 turnen.

 

Zaterdag

O8u30 tot 09u00 godsdienst catechismus.

09u00 tot 09u30 7de : vormleer-meetkunde, 8ste : meetkundig-tekenen.

09u30 tot 10u00 7de : meetkundig tekenen, 8ste : vormleer-meetkunde.

10u00 tot 10u15 speeltijd.

10u15 tot 10u45 7de : moedertaal, 8ste : moedertaal lezen.

10u45 tot 11u15 7de : oefening moedertaal, 8ste : moedertaal lezen.

13u30 tot 14u00 handel.

14u00 tot 14u30 oefening handel.

14u30 tot 14u45 speeltijd.

14u45 tot 15u15 zang.

15u15 tot 15u45 zedelijke opvoeding.

 

Tot de grote vacantie, in juli 1938, zal woensdagnamiddag verdeeld worden al volgt :

13u30 tot 14u00 aardrijkskunde.

14u00 tot 14u30 oefening aardrijkskunde.

14u45 tot 15u15 voordragen.

15u15 tot 15u45 zang.

 

De Raad houdt er aan uitdrukkelijk te bepalen dat de turnlessen van den derden en den vierden graad “niet” gelijktijdig gegeven worden.

Aanwezig in deze gemeenteraad : Victor Jozef De Laet (burgemeester), Jozef Apers en Frans Boonen, schepenen, Prosper Busschot, Petrus De Prins, Juliaan Geerts, Petrus Mertens, Frans Muysoms, Jan Nuytkens en Alfons Van Dam, raadsleden en Lodewijk Wuyts secretaris.

 

1938 – 12 juni : Aardschokken in ons land.

            “Even voor twaalf uur overal trillingen waargenomen. Op sommige plaatsen

            schade aan huizen toegebracht. Paniek in scholen en cinema’s.

            Ook in Engeland en Frankrijk. Te Mechelen en omliggende werd de aardschok

            vrij sterk opgemerkt. Hier deden zich zelfs instortingen voor.

            Zoo werd onder meer de puntgevel van de mouterij Lamot zoo erg beschadigd

            dat deze naar beneden kwam.

            In de Fr. De Merodestraat ontstond zelfs een kortsluiting en de geleidingen van

            de tram kwamen op de straat terecht...

            Ook uit de omliggende gemeente bereikten ons berichten dat de bevolking door

            een sterke trilling opgeschrokken werd en de straat opsnelde.” (KH-GvM) 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:42 Reageer op dit bericht

1938 – Rik De Bruyn werd de nieuwe muziekchef van de fanfare Sint Cecilia.

            Onder zijn leiding werden op 24 wedstrijden uitsluitend eerste prijzen behaald,

            waarvan 13 met lof van de jury.

            In 1965 werd hij opgevolgd door Theo Fierens, na 27 jaar de dirigeerstok te

            hebben gehanteerd.

 

            Stan Gobien  “Leest in Feest” :

 

“De derde dirigent van St.Cecilia was Rik De Bruyn. Hij was Ceciliaan in hart en nieren en wanneer een dirigent het na hem voor bekeken hield, vervulde hij nog dikwijls de functie van ‘overgangsdirigent’. Het  bestuur kon zo uitkijken naar een opvolger en dat kon een tijdje duren…omdat Rik De Bruyn als geen ander de muzikanten op een gunstige wijze kon beïnvloeden.
Rik De Bruyn werd ‘Rik van ’t Kot’ genoemd omdat zijn vader omstreeks 1900 chef was van het Leestse station. Het station bevond zich op de kruising tussen de spoorweg Mechelen – St Niklaas en de Juniorslaan.

Rik werd geboren in 1909 in het ‘ruthuis’, de verplichte woning van de Leestse stationschef. Deze stationswoning stond in de volksmond bekend als ‘t’kot’, vermoedelijk omdat de buitenmuren nogal zwart waren van het roet van voorbijrijdende stoomtreinen.

Rik De Bruyn ging in 1923, op 14-jarige leeftijd naar het Mechels Conservatorium om er de avondlessen in de beeldhouwklas te volgen. Hij maakte de verplaatsing naar Mechelen met Floriaan Meyers, die intussen in de Leestse gemeenteschool als onderwijzer was aangesteld.

Meester Meyers volgde er de lessen in de teken- en schilderklas.

Rik De Bruyn begon direct na de lagere school te werken als leerling-houtsnijder bij de geronommeerde Mechelse meubelfabrikant Stevens, destijds gevestigd aan de Consciencestraat. Vanaf 1940 werd hij meestergast bij Van Linthoudt, een ander bekend Mechels meubelbedrijf. Tweeëntwintig jaar heeft hij daar gewerkt en daarna stapte hij over naar een Leests bedrijf, namelijk het familiebedrijf Jacobs, destijds gevestigd aan de Scheerstraat, nu Ten Moortele.

Vanaf 1945 werkte hij na zijn  dagtaak in zijn eigen atelier aan de Dorpsstraat, rechtover de Sint-Jozefskapel. Toen hij bij Jacobs werkte, mocht hij de hele dag thuis in zijn atelier werken. Wanneer later het Leestse meubelbedrijf zijn deuren sloot, werd Rik zelfstandig houtsnijder. Hij heeft altijd meer werk gehad dan hij ooit klaar kreeg omdat hij een echte meester in het vak was. Hij beeldhouwde alles wat hij mooi vond en wat de klanten verlangden.

Toen hij met pensioen ging bleef hij houtsnijwerk maken voor het plezier. Heel wat Leestenaars en vroegere klanten vroegen hem nog dikwijls een of ander beeld te snijden.

Zo kwam een van zijn beste vrienden Pieter Verbeeck, oud-muzikant van de Leestse fanfare en een van de weinige saxofoonspelers die de vereniging ooit had, hem eens vragen een beeld te snijden uit een oude balk die al meer dan 100 jaar in de grond had gezeten. Deze balk stutte destijds de wip aan ’t wiphuis. Rik kon er alleen een grote zuil met druivenranken van maken, zo hard was hij. Het is een van zijn lievelingsstukken geworden.
In heel wat Leestse woningen zijn beelden te zien die onderaan het voetstuk de initialen ‘H.D.B.’ dragen of waar voluit ‘Rik De Bruyn’ is vermeld.

Rik De Bruyn begon als muziekant bij St.Cecilia in 1922. Hij had veel talent en hij was autodidact. In zijn jonge jaren ging hij zelfs ‘bal spelen’ met een gelegenheidsorkestje op kermissen in de buurt. Muziek leerde hij op eigen kracht zodat hij na verloop van tijd ook de basisprincipes van de harmonieleer onder de knie had. Het dirigeren had hij in de praktijk geleerd.

…

Onder leiding van Rik De Bruyn behaalde St.Cecilia Leest op 24 muziekwedstrijden uitsluitend eerste prijzen waarvan dertien met lof van de jury.

Rik De Bruyn bleef muzikant en speelde bariton tot in 1983.
Hij overleed in 1991.”

 

Foto’s : tweemaal Rik De Bruyn en uniek houtsnijwerk van zijn hand.



1103429-61319ac334222976eb594fd8ebf85d90.jpg

1103429-1ce559b54359914a6c1448fdd3345317.jpg

1103429-841cc3971e8e152d760ed8caab3c7262.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:36 Reageer op dit bericht

1937 – 3 april : Huwelijk Jan Fierens –Marie Josephine Christiaens

 

            Jan was op 27 maart 1912 te Leest geboren als zoon van Jaak en Elisabeth

            Cuypers.

            Ter gelegenheid van hun huwelijk (het wettelijk vond plaats te Hombeek en het

            kerkelijk  te Zemst-Laar) maakte Joseph Christiaens, de vader van de bruid,

            volgend bestek op :

          

            “Bestek – Mijnheer Christiaens Joseph. Hombeek 1-3-37.

 

            1 Crapaud 620.36 Chr.dec. 51 met rug en oven                  701,00

            1 Koolbak 1477 A Chr. Dec. 51                                             140,80

            1 chr. Keuterhaak                                                                    2,85

            1 g galv. bassin 65                                                                39,15

            1 g galv. bassin 45                                                                 17,60

            1 platte casserol L.T.F. 28                                                     27,30

            1 platte casserol L.T.F. 26                                                     22,80

            1 platte casserole L.T.F. 24                                                   18,75

            1 ketel L.T.F. 26 cm                                                              53,10

            1 moor L.T.F. 24 cm                                                              38,75

            1 koffiepot L.T.F. 12 T.                                                          27,30

            1 teemsch – 24 cm                                                               13,30

            1 g braadpan – 26 cm                                                          12,35

            1 ovaal – 30 cm                                                                    14,50

            1 saucepan – 16 cm                                                               12,20

            1 pollepel – 11 cm                                                                  4,55

            1 vischpan – 14 cm                                                                 4,55

            1 platte koperen koolschup – gepreste                                9,75

            1 koffiering 10 cm                                                                170

 

                                                                                                        -------------

                                                                          frank :                    1162,30”         

 

1937 – 21 mei : De Raad besloot niet in te gaan op de vraag van meester De Leers om

            tussenkomst in de kosten van schoolreizen door het gemeentebestuur “gezien

            den slechten financieelen toestand van de gemeente.”

 

1937 – 18 mei – Schepencollege : Frans Verlinden kreeg toelating om een huis te bouwen

            op het perceel wijk B nr. 400.

 

1937 – 18 mei : “Het College besluit nog eens aan te dringen bij den Nat.

            Gezondheidsdienst te Antwerpen om de ontsmetting der woning van de Weduwe

            Geerts-Ceulemans Alf.Flor. Grote Heide nr.2 te Leest aan te vatten.”

 

1937 – 10 juni – Zondagdvriend :  J. Moons uit de Tiendeschuurstraat 1 Leest stond

            met zijn foto afgebeeld in het weekblad “Zondagsvriend”, dit naar aanleiding

            van de gratis ongevallenverzekering die gelinkt was aan een abonnement op

            dat blad.

            Hij kreeg 500 frank toebedeeld.

 

1937 – 17 juli : Benoeming van hoofdonderwijzeres gemeentelijke meisjesschool.

            Zes aanvragen waren bij het gemeentebestuur binnengekomen :

            Alice Buelens uit Steenhuffel, Adeline Schoepen uit Vlimmeren, Victoria De

            Boeck, Rosa Maes en Maria Rheinhard uit Leest en Julienne Vangelder uit

            Tisselt.

            De geheime stemming resulteerde in vier stemmen voor Rosa Maes en evenveel

            voor Adeline Schoepen. Een tweede stemming gaf geen uitsluitsel en daar

            Adeline Schoepen de oudste was, werd zij onmiddellijk tot hoofdonderwijzeres

            van de gemeentelijke meisjesschool benoemd.

            Ze was geboren te Merksem op 8 december 1895 en gaf reeds les te Leest als

            tijdelijke hoofdonderwijzeres.

 

1937 – 24 september – Gemeenteraad :

            “...Gezien er te Leest nog verschillende hoeven niet aangesloten zijn aan het

            electrisch net omdat deze aansluitingen te groote kosten zou veroorzaken

            aan de gemeente, besluit de gemeente regeringstoelagen aan te vragen aan

            het ministerie van Landbouw, en indien de staatstoelage verleend wordt,

            zal aan ieder bewoner van een afgelegen woning die zijn huis laat aansluiten,

            een toelage verleenen gelijk aan de helft van de totale kosten die er overblijven

            na aftrek der staatstoelage..”

 

            In dezelfde zitting verzocht het gemeentebestuur, omwille van de voorgestelde

            vernieuwing van de Kapellebaan, aan de verschillende instanties, om toelagen

            te bekomen.

            Ook besloot de Raad om aan de gouverneur te vragen zijn technische diensten

            te gelasten met het opmaken van een ontwerp tot vernieuwing van de Mechelbaan

            (buurtweg van groot verkeer nr.1) en aan de stad Mechelen voor tussenkomst

            in de kosten van een nieuwe Zennebrug.

 

1937 – 26 september : Ruim 200 Leestenaars opgeroepen

            Dat jaar vroeg Duitsland de inlijving van Oostenrijk, doch twee dagen voor

            de stemming werd dat land al door de Duitsers bezet. Eind september was de

            beroering van Sudeten in Slowakije op haar hoogtepunt en Duitsland eiste

            Slowakije op. Engeland en Frankrijk beloofden alle hulp aan Slowakije.

            Haastig werd in alle landen mobilisaties uitgevoerd. Op 23 september werden

            hier enkele specialisten genie en afweergeschut opgeroepen.

            De 26ste september werden ruim 200 mannen onzer gemeente opgeroepen en

            paarden en voertuigen opgeëist.

            Albert Huysmans moest met de bestelauto van zijn vader (van de

            gelijknamige limonadefabriek in Leest-Dorp) naar de 6de Legerafdeling

            Infanterie te velde in Watermael.

            Op 29 september reed hij in het gezelschap van een karavaan auto’s naar

            Heverlee alwaar de kamions vol bommen werden geladen om ze vervolgens

            terug te voeren naar Watermael.

            In de straten van die gemeente stonden ze vertrekkensgereed opgesteld,

            wachtend op de beslissing van Slowakije : overgave of oorlog.

            Op 1 oktober om 2 uur in de ochtend bracht men de tijding dat twee derde

            van Slowakije na overgave werd bezet, met instemming van Engeland en

            Frankrijk.

            ’s Anderendaags werd de demobilisatie van de legers ingezet en op 4 oktober

            keerde Albert Huysmans  terug huiswaarts.

            (“Pinksteren Soldaatjes” J.A.Huysmans in “De Band” augustus 1982)

 

1937 – 19 november : Maria Joanna Gerarda Rheinhard benoemd tot onderwijzeres

            bij de gemeentelijke meisjesschool. Ze kreeg 5 stemmen tegen 3 voor Victoria

            De Boeck. Er waren 9 kandidaturen.

            Maria Rheinhard was geboren te Mechelen op 22/8/1903 en was reeds

            onderwijzeres in de bewaarschool te Leest.

 

1937 – Op 31 december 1937 telde Leest 1774 inwoners.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:48 Reageer op dit bericht

1937 – Op 1 januari telde Leest 1783 inwoners.

 

1937 – Propagandaballon te Leest geland op de Dorpsplaats. (foto Zondagsvriend)

 

1937 – Leestse Leurhandelaars

 

-Alewaters Maria Elisabeth °3/2/1894, Dorp nr23,

“Ellegoederen en gemaakt goed van deur tot deur voor eigen rekening”.

-Huybrechts Catharina, °13/11/1900, Dorp nr.30, idem ellegoederen.

-Lauwens Maria Paulina, °25/6/1890, Scheerstraat 10, idem ellegoederen.

-Scheltiens Jan Baptist, °28/7/1896, Dorp 19,

“Naaigerief, huishoudgerief en allerlei kleingoed”.

-Piessens Jan Frans, °3/12/1882, Dorp 39, “schoeisel en bijbehoorigheden”.

-Baudin Emma Eve, °14/2/1893, Hertstraat 1,

“opneemdoeken, vellen, sponsen, e.a.”

-Piscador Isidoor, °16/7/1898, Dorp 33, “ijsroom”.

-Voet Lodewijk, °26/4/1887, Tiendeschuurstraat 11, “vischwaren en visch.”

-Fierens Hendrik, °23/9/1901, Tisseltbaan 17, “vischwaren”.

-Van Camp Karel Lodewijk, °4/2/1920, Tisseltbaan 31, “vischwaren”.

-Bergeman Celina Juliana, °30/3/1887, Tisseltbaan 7, “linnen en ellegoed”.

-Nuytkens August, °21/5/1910, Dorp nr.9, “ijsroom”.

(“Memento der aanvragen naar kaarten en kentekens voor leurhandelaars van de gemeente Leest over periode 1935;1936 en 1937)

 

1937 – Dat jaar onderging de Zuivelfabriek Sint-Jozef uit Blaasveld een wijziging in

            de statuten van haar vennootschap. In het bestuur vonden we de namen terug

            van twee Leestenaars : de landbouwers Frans Van Roey en Karel Van Linden.

            Ze hadden respectievelijk de functie van toeziener en bestuurslid.

            “Blaasveld en de zuivelfabriek Sint-Jozef” – Karel De Decker.

 

1937 – 11 maart : De gemeenteraad besloot het college van burgemeester en schepenen

            te machtigen om voor de gemeente met de stad Mechelen een overeenkomst af

            te sluiten betreffend “een intercommunale brandweerkorps, daar Leest een

            gemeente zonder brandweerkorps is, zal de jaarlijkse bijdrage 0,30 fr per

            inwoner bedragen, berekend volgens het laatste bevolkingscijfer in den

            “Moniteur” verschenen.”

 

1937 – 11 maart : De Raad bracht gunstig advies ujit m.b.t. een gift van 8.000 fr in titels

            van Juffrouw Florence Félicité Empain, rentenierster uit Battel.

            Deze laatste stelde echter enkele voorwaarden : “jaarlijks vijf missen moeten

            worden gezongen tot intentie der familie Empain en dat het praalgraf der familie

            zou onderhouden worden”.

            Pieter Spruyt stond in voor het onderhoud.

 

1937 – 11 maart : De Raad keurde het lijnrichtingsplan van landmeter J. Van Dyck goed.

            Het betrof hier de wegen nr. 4 en 10 van de steenweg Leest naar Tisselt.

 

1937 – 30 maart : Schepencollege –

            “Gezien de hoofdonderwijzeres der gemeentelijke meisjesschool haar ontslag zal

            indienen en intusschen gevraagd heeft om tegen 5 april 1937 te vervangen te

            worden door een tussentijdige leerkracht, besluit :

            Schoepen Adeline,onderwijzeres te Vlimmeren zal de tusschentijdige bediening

            van hoofdonderwijzeres aan de gemeentelijke meisjesschool te Leest waarnemen,

            met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen.”

 

1937 – 1 april : Ontslag schoolhoofd Mathilde Hellemans. (GR-22/4/1937)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:43 Reageer op dit bericht

1936 – 9 september : De gemeente besloot aan te sluiten bij “De Intercommunale

            Vereniging voor Toeristische Propaganda en Verkeer in de Provincie

            Antwerpen”, een vzw.

            Joannes Nuytkens, gemeenteraadslid uit de Tisseltbaan werd aangesteld al

            gemeentelijke afgevaardigde. (GR)

 

1936 – 17 december : De Raad keurde de verkoop goed van de houten noodschool.

            “Gezien dat door het bouwen der nieuwe schoollokalen het houten noodlokaal

            niet meer noodig is, gezien dit lokaal gansch versleten is...”

            In dezelfde zitting besloot men de hogeve overheid om toelating te vragen tot

            “verkoop van de overschotten van de steenweg Leest-Thisselt.”

 

 1936 – 17 december : Alfons Scheltiens (zie foto) benoemd tot klokluider,

            torenuurwerkverzorger en reiniger van het kerkhof in vervanging van de overleden

            Jan B. Selleslagh.

            Zijn specifieke taak : “tweemaal daags op de gewone gebruikelijke uren de klok

            te  luiden ( hiervoor ontving hij 450 fr per jaar), het torenuurwerk op te winden

            telkens dit nodig was, (ook hier kreeg hij 450 fr voor) en tenminste 4 x per jaar

            het onkruid van de gemeentelijke begraafplaats te verwijderen en er dan ook

            telkens de wegen te reinigen. (voor dit laatste ontving hij 100 fr)

            “Fons van den Duits” (°24/8/1904, +2/7/1951) was gehuwd met Roos Beullens.

            Het echtpaar baatte een tijdlang de herberg “Bellevue” uit (de latere “Sportvriend”)

            op de Dorpsplaats en een schoenwinkel in de Mechelse Adegemstraat.

 

1936 – 17 december : Frans De Maeyer, Constant Diddens, Karel Diddens, Amedé

            Lemmens en Jan Baptist De Smedt werden gekozen als werkende leden van de

            C.O.O.

 

1936 – 17 december : de gemeente onderhandelde met de familie Empain over het

            praalgraf.

 

1936 – 24 december : Bruinvis geschoten in de Zenne te Leest.

            “Door de jachtwachter Lodewijk Meulemans werd een zeldzame vangst gedaan.

            De jachtwachter had het geluk in de waters van de Senne een bruinvisch of in den

            volksmond een zeevarken te schieten van ongewone grootte en gewicht.

            De bruinvisch meet niet minder dan 1,54 m en weegt het respectabel gewicht van

            52 kg.

            Het beest werd opgemerkt nabij de brug van Hombeek, half boven water

            zwemmend en nu en dan een straal water loozend.

            Een tweehonderd vijftig meter ver, werd de bruinvisch, op het grondgebied van

            Leest met een drietal rake  schoten gedood en aan de kant gebracht”.

            (KH-GvM)

 

Foto ‘s : Fons van den Duits en Roos van den Beulle.

              Onder : Lodewijk Meulemans met zijn buit.



1103395-fb605ad981aedafd0731015bf9e5f8e9.jpg

1103395-151ebd8043e0f0fe6708fe3dc127c9af.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:35 Reageer op dit bericht

      

1936 – Het Kapelleke van de Boerinnengilde op de hoek Tisseltbaan Juniorslaan werd

            opgericht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan den de Boerinnenbond.

            Het draagt de volkse spreuk : “Langs deze weg zet gene voet, of zegt Maria

            Weesgegroet”.

 

1936 – 2 maart : Na meer dan een jaar aandringen kreeg meester De Leers eindelijk

            een nieuwe nationale vlag. De oude was versleten. (GR)

 

1936 – 6 maart : “...De heeren Felix Van der Auwera uit Koningshooikt en Louis

            Verstraeten uit Beersel worden aangeduid om de nieuwe jongensschool te

            bouwen voor de som van 149.800 fr.”

 

1936 – 7 mei : De gemeenteraad besloot een taks op de rijwielen in te voeren.

            “...per rijwiel op den openbaren weg gebezigd, wordt een belasting geheven

            van 5 fr.”

 

1936 – 22 juni – Schepencollege : “...Gezien er aanstaanden maandag te Leest

            feestelijkheden zullen plaats hebben (22 juni), ter gelegenheid van het

            ambtsjubileum van den heer pastoor.

            Gezien deze feestelijkheden van Openbaar en Algemeenen aard zullen zijn

            besluit : er wordt aan de gemeentelijke onderwijzers en onderwijzeressen te Leest

            en aan hun leerlingen vrijaf gegeven voor den ganschen dag op maandag

            maandag 22 juni 1936.”

            Met het geld dat werd rondgehaald (iedereen mocht geven wat hij of zij wou)

            n.a.v. het 25 jaar pastoorschap van pastoor Beuckelaers te Leest werd de Sint

            Apolloniakapel gebouwd.

            Deze kapel werd nadien verplaatst omdat ze in de weg stond voor uitbreiding

            van de Molenstraat.

 

            SINT APOLLONIAKAPEL

 

De Sint-Apolloniakapel in de Molenstraat (hoek Vinkstraat) was een geschenk van de parochianen aan pastoor Beuckelaers, toen hij in 1936 vijfentwintig jaar pastoor was te Leest.

Voordien stond daar reeds een veldkapel. Ze was echter beschadigd door de beschietingen in de eerste oorlogsdagen van de Eerste Wereldoorlog en ze moest verplaatst worden toen de Molenstraat een nieuwe betonbaan kreeg.

Sinds de processie niet meer uitging, verviel ook de jaarlijkse make-up van de veldkapellen. Vooral deze kapel was er na enkele jaren erg aan toe.

Ravottende bengels deden de rest : alleen de ruwbouw bleef nog over.

In 1977 werd een veldkapellenaktie gevoerd. De Apolloniakapel verrees uit haar puinen. Smid Jan Van Riet uit de Kapellebaan zorgde voor het kruisje op de toren : daarin verwerkte hij de tang van Sint-Apollonia.

Het houten hekje aan de ingang werd door Jan Teughels gemaakt uit een afgedankte communiebank uit de kerk.

 

Patrones van de tandpijn, bid voor ons !

“Geweerdig ons, ellendige en kranke stervelingen, van de tandpijn te verlossen” zo stond er in de oude litanie tot Sinte-Apollonia. Iedereen wist in die tijd nog dat men zijn tandpijn kon afkopen bij deze lieve heilige.

Deze jonge martelares werd in het jaar 250 in het vuur geworpen nadat de beulen al haar tanden hadden uitgerukt.
Deze legende werd in 1977 uitgebeeld boven het altaar van de Sint-Apolloniakapel in een expressieve keramiek van George Herregods : twee Romeinse soldaten zijn met een reuzentang Apollonia’s tanden aan ’t bewerken. De Romeinse soldaat draagt een geweer met bajonet en moderne dekoraties wat wil zeggen dat zoiets van alle tijden is.

Ook nu nog zijn onschuldigen slachtoffer van bruut geweld, dikwijls zelfs van de officiële macht.

De teksten op de muren zijn aanroepingen uit de oude litanie.
In de voorkant van het altaar zitten echte mensentanden.

(LG-blz.208,209)

 

J.A. Huysmans naar mondelinge overlevering van zijn grootvader “Peter Coosemans” in De Band van maart 1979 :

 

“Op de helling van de verbindingsweg tussen Molen en Scheerstraat stond er in 1282 links een lemenrieten boerderij met handelshooi schuren : het Moonshof, en rechts op de akker “Maald” genoemd, een oudere kloosterhoeve, later na de woelingen der Spanjaarden en Geuzen onbewoond gebleven.

Ze werd aangekocht door een Waalse Jonker, wiens nicht met haar twee meiden daar hun intrek namen. De juffrouw die vele avonden door tandpijn huilend aan het ijlen ging, beweerde dat te middernacht boven het erf er “Franc-masons” met muziek en dans rondzoefden, wijl uit den bornput jammerklachten opwelden.

Toen zijn er twee paters met olielamp en kwispelend wijwater, drie nachten telkens biddend 500 maal die bornput komen omtoeren terwille van de angstige vrouwen.

Wat later liet de Jonker aan de wegtoegang een kapel bouwen ter ere van Sint Apollonia.

Elk met goeie tanden nu nog weet zonder spotternij : “Gun Apollonia twee centen tegen tandpijn en ge zijt ze kwijt !”

Tussen 1282 en 1578 was er achter die kloosterhoeve op het hoger deel van de akkermaal een met knotwilgen afgezoomd perceel waar het Mechels recht aan drie galgen haar grootste misdadigers liet opknopen, wier geesten daar bij nacht als Franc-masons rondspookten, en waar de dorpelingen hun deugnieten op vermaanden : “Gij komt er zeker van de Maalt ?”

Toen was de jeugd ook enigzins agressief, doch hun meeste slachtoffers herkenden daarbij een deel van hun eigen vroegere kwajongensstreken. Die belhamels uitten hun verveling na een feest of kermisbal, van zonder lief naar huis te moeten door de toen nog aan alle huizen hangende vensterblinden in den ochtend af te haken en die dan in kaartenhuizenrijen op de dorpsplaats te zetten. Dus konden daar de eigenaars in den voormiddag hun verdwenen gerief komen uitzoeken.

Uit de omgevende velden werden soms alle graanschoven op de aanpalende wegen in gelid genesteld, zodat de eerste marktmensen voor een vervelende verkeersopstopping stonden. Losgemaakte waakhonden der boerderijen liepen blaffend en vechtend in den ochtend met rammelende kettingen door de buurt en tuinen, tussen honderden vrijgelaten kiekens met voor de eigenaars steeds vervreemd of minder aantal.

Eens besloot een Mechels rechter, wiens dienstmeid een dochter was uit de herberg “In den Sleutel” tot huiszoeking en mogelijke aanhouding van een hier gekend Jefke Kiek, door die meid verdacht als zekere dader van een bij haar ouders verdwenen dozijn kiekens. Twee agenten kwamen met de dievenwagen bij Jefkens ouders gereden en vroegen om Jef, die niet bleek thuis te zijn. Toen begon een zoeken van onder tot boven. Maar Jefke was reeds langs achter met twee balen kiekens om het huis gerend, en deponeerde zijn buit in de dievenbak en trok de velden in. Na het vertrek van het ontmoedigd gerechtsdeel naar Mechelen kwam een paar uur later van ginds een bericht in den Sleutel dat “het ergens weergevonden roofgoed” kon worden afgehaald.”   

Foto’s : bovenaan : het kapelleke van de Boerinnengilde.

Midden : praalwagen bij het jubileum van pastoor Beuckelaers. Voerman is Jaak De Croes. In de wagen Jaak Voet en Soï van Pachter.

Onderaan : het kapelleke van Sint-Apollonia.



1103348-c09391917e6eb37731df3e01b631b3d0.jpg

1103348-003336b427de53d68035e3eb9ffbe34a.jpg

1103348-51ad4230dc21d361e2039ce9587ba5b5.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:11 Reageer op dit bericht

            Foto : B.J.B.-jongens  tijdens een uitstap naar Scherpenheuvel.

 

1936 -  B.J.B. Leest  (Later K.L.J.)

            werd gesticht door onderpastoor De Vidts en meester Constant

            Huysmans, die ook de eerste leider werd.

            Deze jeugdbeweging is een afdeling van de Boerenbond.

            Van bij de start te Leest floreerde ze goed, de maandelijkse vergaderingen gingen

            door bij Apers in het Brughuis.

            Men organiseerde technische lessen, zomerspelen, sportactiviteiten.

            Vendelzwaaien en paardensport waren zeer populair.

            Er werd gezongen, aan toneel en aan declamatie gedaan, men ging op retraite

            enz..

            Zo namen in 1954 15 B.J.B.-ers deel aan een driedaagse retraitre, werd er dat jaar

            een toneelavond ingericht en kregen de leden een cursus ingericht door het

            Gewest over “Veebeoordeling”. Ook werd er een proefveld op maïs aangelegd,

            dit in aansluiting op gevolgde lessen over land- en tuinbouw.

            Drie leden, Juul De Smet, Marcel Diddens en Jaak Van Nobelen,

            vertegenwoordigden hun vereniging bij de Lourdesreis van de Boerengilde.

            Het hoogtepunt dat jaar was wel het Ruitersfeest.

            De “Kommandant” van de Leestse B.J.B.-ruiters was Jan De Prins.

            In 1955 bouwden Leestse B.J.B.-ers Fons De Smet en Juul Van Linden mee voor

            “Oostpriesterhulp”. Gedurende 14 dagen verbleven ze in Oldenburg, in het

            noorden van Duitsland.

            In 1957 organiseerde de vereniging op gewestelijk plan een “Actie voor

            Schoolverlaters”, er werd een contactdag ingericht om nieuwe leden te werven bij

            de schoolverlaters, zodat zij na hun schooltijd “niet geheel afgezonderd zouden

            blijven van godsdienstige, culturele of sociale vorming”.

            In 1958 werd de cursus voor verloofden, die in het Retraitehuis te Lier doorging,

            zeer gewaardeerd.

            In 1959 haalde de Leestse afdeling van de B.J.B. een eerste prijs in de

            zangwedstrijd  van de gewestelijke culturele dag. In de wedstrijd welsprekendheid

            behaalde Gust Emmeregs een derde plaats en dit werd door Jos De Smet

            overgedaan in “vrije welsprekendheid” en “declamatie”.

            In 1960 namen Georges Verbruggen, Frans Huys, Willem Slachmuylders en

            Louis Selleslagh deel aan het wereldcongres van de Mouvement International de

            la Jeunesse Agricole et Rurale Catholique (een internationale beweging die de

            B.J.B.-afdelingen van alle landen verenigde) te Lourdes. Het thema was “de

            honger in de wereld”.

 

            Later werd de oorspronkelijke benaming “Boerenjeugdbond” gewijzigd in

            “Katholieke Landelijke Jeugd” (K.L.J.)

            Tijdens de eerste vergadering van de K.L.J. in 1967 werd de nieuwe ploeg

            voorgesteld die de leiding had opgenomen :

            Leider : Leon Verbruggen die op post bleef.

            Schrijver : Frans Van den Branden, een nieuwkomer in de ploeg.

            Sport- en animatieleider : Sylvain Teughels , eveneens nieuwkomer.

            Proost : E.H. Van Dessel.

           

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 12:11 Reageer op dit bericht

 

1935 – Op 20 januari trad Leonie Fierens uit de Koeistraat in het klooster bij de Dochters

            van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Buggenhout.

            Haar kloosternaam was Eerwaarde Zuster Maria Berchmans.

            Leonie was te Leest geboren op 28 januari 1910 als dochter van   Jacobus “Jaak”

            Ludovicus en Maria Elisabeth Cuypers(°Leest 12/2/1879, +30/12/1967).

            Zij hadden een kleine hoeve rechtover het “Hof ter Haelen”.

            Haar broer “Fak” was één der bewoners-eigenaars van “Scheurcapruyn” in de

            Winkelstraat.

            Ze overleed veel te jong te Rumst op 30 juni 1943 aan de gevolgen van tbc.

 

1935 – 15 februari : Frans Jozef De Maeyer, landbouwer Kleine Heide 15, wordt

            bestuurslid van de C.O.O. in vervanging van J.B.Maes, ontslaggever. (GR)

 

1935 – 15 februari : “...Overwegende dat de weg van Leest naar Hombeek (Kouter)

            tot op heden van alle electriciteit verstoken bleef en zoomede al de huizen die

            er gebouwd zijn...besluit de Raad de maatschappij “Electricité du Nord de la

            Belgique” opdracht te geven het electrisch net uit te breiden in den Kauter

            opdat de menschen er hun huizen electrisch zouden kunnen verlichten...”

 

1935 – 6 mei – Gemeenteraad : Lijnrichting Kouter –

            “...Gezien deze weg een der schoonste is van gansch de gemeente, gezien het

            veel verkeer dat er op dezen weg plaats heeft, daar hij de rechtstreeksche

            verbinding is met Hombeek Statie en ook met Mechelen besluit :

            een lijnrichtingsplan zal opgemaakt worden voor gezegden Kouterweg van in

            het Dorp tot aan de grens van Leest (weg nr. 21 plus gedeelte van weg nr.2).

            Het College zal het plan laten opmaken mits de volgende punten in acht te nemen:

            1. De weg zal overal dezelfde breedte moeten hebben van in het Dorp tot op de

            grens. Waar hij nu smaller is, zal hij later verbreed worden, met dien verstande

            echter dat men steeds zal werken om den weg rechter te maken en om gevaarlijke

            punten, hoeken of draaien te doen verdwijnen.

            2. Daar waar de weg recht is en het breedst, zal men een punt vaststellen, om die

            breedte over gansch de lengte van den weg uit te breiden.

            3. Geen gebouwen, herbouwingen, afsluitingen of beplantingen zullen mogen

            opgericht worden op een afstand minder dan 3,50 meter van de grens van het

            aldus opgemaakte lijnrichtingsplan.

            Zoodra het plan zal opgemaakt zijn, zal het samen met de beraadslaging aan de

            goedkeuring der bevoegde hogere overheid onderworpen worden”.

 

1935 – 6 mei : Inwoners van de Bist hadden het gemeentebestuur verzocht de veldweg

            naar de Tiendeschuurstraat te kasseien.

            “De Raad is in princiep hiermede akkoord doch deze weg is geen gemeenteweg.”

            (DB-mei-1958)

 

1935 – 17 juni : Alfons Juliaan Geerts aangesteld als gemeenteraadslid in vervanging van

            de overleden Jozef Selleslagh.

 

1935 – 9 juli – Schepencollege :

            “Het college besluit dat er voortaan ieder jaar op 11 juli een halven dag verlof

            zal verleend worden aan onderwijzend personeel en aan de schoolkinderen in de

            gemeentescholen. Indien er op dezen dag slechts een halve dag zou gegeven

            worden in gewone omstandigheden (bv indien het een donderdag is), zal er

            verlof zijn voor de ganschen dag.

            Er zal dien dag in al de scholen, door middel van lessen, lezingen, voordrachten

            of  andere gewezen worden op de beteekenis van dien dag voor ons volk.

            Dien dag zal er aan het gemeentehuis gevlagd worden met nationale vlag en

            leeuwenvlag.”

 

 1935 – 6 augustus : “De heeren Hendrik en Victor Van den Cloot, aannemers uit

            Antwerpen, werden aangeduid als aannemer van de steenweg Leest-Thisselt,

            buurtweg van groot verkeer nr. 4 en 10 voor de som van 819.601,75 fr. (GR)

 

1935 – 5 november : Het schepencollege bracht gunstig advies uit op de vraag van

            Ferd. De Prins om in zijn woning Dorp nr. 7 te Leest een bijzondere slachterij

            te mogen inrichten.

 

1935 – Op 31 december telde de gemeente Leest 1782 inwoners.

 

1936 – In dat jaar namen de werken aan “den steenweg van Leest naar Thisselt” een

            aanvang, en werd de jongensschool gebouwd.

            Bij het bouwen der nieuwe jongensschool werd er op de speelplaats een waterput

            gemaakt. (GR-30/11/1938)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:24 Reageer op dit bericht

1932 – 24 december : Jan Baptist Selleslagh verving de overleden Jaak Frans Lauwens

            als klokkenluider.

 

1932 – 24 december : Theodoor Huybrechts werd gelast “met het afstempelen der

            werkloozenkaarten en dit tweemaal daags of de vier dagen der week dat de

            werkloozen zich moeten aanmelden op de gemeente en dit ’s morgends van 09u30

            tot 10 uur en ’s namiddags van 2 tot 2 u 30.”

 

1932 – Op 31 december telde Leest 1751 inwoners.

 

1933 – Dat jaar richtte de Davidsfonds afdeling van Leest een “ballonekensprijskamp”

            in, een primeur, het bleek de eerste soortgelijke prijskamp die in heel het

            Davidsfonds werd gehouden en de wedstrijd droeg de naam van Leest en

            de vereniging uit tot aan het Bodenmeer in het zuiden van Duitsland.

            (Alfons Hellemans, DB, 1956)

 

1933 – 18 januari : Aanstelling gemeenteraad en kiezing van 2 schepenen.

            Polspoel Alfons, Busschot Prosper, Apers Jozef, De Prins Petrus, Muysoms

            Frans, Van Dam Adolf, Verschueren Theophiel, Mertens Petrus en Boonen

            Frans, leden van de gemeenteraad gekozen op 9 oktober 1932, legden in

            handen van voorzitter V. De Laet de volgende eed af :

            “Ik zweer getrouwheid aan den Koning, gehoorzaamheid aan de grondwet

            en de wetten van het Belgische volk.”

            Daarna ging men over tot de kiezing van 2 schepenen.

            Eerste schepen werd Jozef Albert Apers met 5 stemmen tegen 4 voor Petrus

            De Prins.

            Tweede schepen werd Frans Hendrik Boonen met 5 stemmen tegen 4 voor Petrus

            Mertens.

 

1933 – 30 januari : Jan Nuytkens werd gemeenteraadslid in vervanging van Alfons

            Polspoel, ontslaggever.

            “Mijnheeren, gezien mijnen reeds gevorderden ouderdom en mijn slecht gehoor,

            neem ik, ondergeteekende Alfons Polspoel, de eerbiedige vrijheid mijn ontslag

            in te dienen als gemeenteraadslid van Leest, de hoop koesterende dat hetzelve

            heel bereidwillig door Ued.zal aanvaard worden.

            Hartelijken dank in voorhand.”

            In dezelfde zitting werd Jan Baptist Selleslagh aangesteld tot

            “torenuurwerkverzorger” mits 490 fr per jaar vergoeding.

 

1933 – 6 maart – Gemeenteraad :

            Raadslid Nuytkens stelde voor om het sluitingsuur der herbergen af te schaffen.

            Een geheime stemming leverde 8 stemmen op tot behoud van het sluitingsuur

            en  1 stem tot afschaffing.

            Tweede Paasdag werd met 5 stemmen tegen 4 als 3de kermis bepaald.

            Theofiel Selleslagh werd benoemd als plaatsvervangend gemeenteraadslid en

            Louis Karel Wuyts gekozen als gemeentesecretaris met 5 stemmen tegen 4 voor

            Egied Bradt.

            Jaarwedde van de nieuwe secretaris : 12.250 fr.

 

1933 – 4 augustus : Mejuffer R. Nordel uit 12 kandidaten verkozen met 6 stemmen op de

            6 tot gemeenteonderwijzeres.

            Ze verving de overleden Mevr Ghekiére-Ackermans.

            Wedde : 6.500 fr + 3.500 fr verhoging.

 

1933 – 30 oktober : De gemeenteraad besluit een kloosterlinge als onderwijzeres te

            benoemen “alzoo vermijdende van altijd maar verschillende interims te

            moeten aanstellen hetgeen onvermijdelijk nadelig is voor het onderwijs”.

            (DB-1957)

 

1933 – 18 december : Deurwaarder J. Pauwels uit de Louisastraat te Mechelen werd

            benoemd tot dwangbeveldrager der gemeente.

 

1933 – Op 30 december overleed gemeenteontvanger Jan Eduard De Hondt.

 

1933 – Op 31 december telde Leest 1787 inwoners.

 

1934 – 20 februari : De veldwachters uit Heffen, Tisselt en Hombeek werden

            gemachtigd te Leest als hulpveldwachter te fungeren. Jan Huybrechts,

            veldwachter te Leest, mocht dit doen in bovenvermelde gemeenten.

 

1934 – 14 maart : Frans Van der Krieken uit Mechelen werd benoemd tot tijdelijke

            gemeenteontvanger. Wedde : 6.000 fr. Waarborg : 20.000 fr.

            De zitdagen waren elke dinsdag en donderdag van 09u00 tot 11u30.

 

1934 – 1 april – Zitting Kerkfabriekraad :

            G. Spiessens tot voorzitter, Edw. Van Steenwinkel tot secretaris en Jozef

            Vloeberghen tot schatbewaarder benoemd.

            (GR-24/4/1934)

 

1934 – 24 april : Ingevolge de erbarmelijke financiele toestand van de gemeente

            werd besloten de wedden van het gemeentepersoneel met 10% te verminderen.

            (GR)

 

1934 – 5 juli : Frans Muysoms, Petrus De Prins, Jozef Apers en Prosper Busschot

            benoemd tot leden van de “commissie tot nazicht der graangewassen”.

            (GR)

 

1934 – 28 september : Er werd een voorlopig comité samengesteld voor “Passieve

            Bescherming der burgerbevolking tegen luchtaanvallen”.

            Voorzitter : burgemeester De Laet, ondervoorzitter : Petrus De Prins,

            Secretaris : L. Wuyts, penningmeester : F. Van Roey, econoom : J. De Leers.

            Voorlopige zetel : het gemeentehuis. (GR)

 

1934 – 8 november : Frans Maria Lamberts verkreeg de toelating om een haag te

            planten langsheen zijn eigendom op de Tisseltbaan (nr.38), op voorwaarde

            “dat deze later geen schadevergoeding zal eischen indien de haag later,

            ten gevolge van wegeniswerken moet uitgeworpen of vernield worden.”

            August Loockx uit Mechelen kreeg een toelating tot het bouwen van vijf

            werkmanswoningen te Leest, Groote heide (nr.2).

 

1934 – 19 december : De gemeenteraad stemde voor de verhoging van de

            vleeskeurrechten :

            Paarden, ezels en muilezels per stuk : 15 fr.

            Stieren, ossen, koeien en vaarzen per stuk : 15 fr.

            Kalveren, varkens en schapen per stuk : 7 fr.

            Lammeren, geiten en speenvarkens per stuk : 3 fr.

            “Varkensvleesch binnen het Rijk bereid, maar niet gekeurd op het ogenblik

            der slachting per 10 kilos : 1,50 fr.”

            Die rechten werden verhoogd met verplaatsingskosten (heen en terug inbegrepen),

            die 2,80 fr per kilometer bedroegen.

           

            In dezelfde zitting werd besloten de pensioenleeftijd van gemeentebeambten en

            Agenten vast te stellen op 65 jaar.

            “...deze bepaling is niet toepasselijk op de beambten en agenten voor 1 januari

            1934 in werkelijken dienst en zonder bepaling van leeftijdsgrens benoemd.

            Deze laatsten mogen in dienst blijven tot op den vollen ouderdom van 70 jaar...”

 

1934 – Op 31 december 1934 telde Leest 1801 inwoners.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:13 Reageer op dit bericht

1932 – 18 januari : Een massale partij olmen en kanadabomen werden openbaar verkocht

            in de Zenne-polders en in de Molenstraat, dit wegens verbouwingswerken.

            (DB-1957)

            De verkoop gebeurde in “Het Brughuis” bij Jozef Apers onder toezicht van

            notaris De Marré uit Mechelen.

            Als verkopers fungeerden heer Frederic Baron de Wykerslooth te Royestein,

            grondeigenaar en het gemeentebestuur van Leest.

            De verkoop bracht 2.230 fr op.   

 

1932 – 22 januari : De muziekchef van de fanfare Sint Cecilia van de Plein te Hombeek

            kwam jammerlijk om toen hij per fiets van Leest naar Heffen reed.

            Hij kwam van een muziekfeest. Zijn dode lichaam werd pas ’s anderendaags

            gevonden. (KH)

 

1932 – 16 februari : Amandus Van Steen benoemd tot “uurwerkverzorger” der

            gemeente. Aanvangswedde 490 fr. Voordien was koster Rheinhard de persoon die

            het kerkuurwerk opwond. (SC)

 

1932 – 6 juli 1932 : Brief van schoolhoofd M. Hellemans gericht aan het

            gemeentebestuur Leest :

            “Mijnheeren,

            Op bevel mijner hooger overheid ben ik verplicht UE te vragen of Gij het

            noodige gerief zoudt willen aankoopen voor de lessen van huishoudkunde

            in de gemeente meisjesschool o.a. stoof, strijkijzers, potten, pannen, emmers,

            enz. en al de benoodigdheden voor die lessen...”

 

1932 – 1 september : Juffer Gerarda Marien aangesteld door het schepencollege tot

            tussentijdse onderwijzeres in de meisjesschool.

            Ze zou niet lang aanblijven, op 1 december reeds gaf ze haar ontslag en werd

            vervangen door Juffer Philomena Dons uit Hombeek.

 

1932 – 16 september : Op vraag van pastoor Beuckelaers, dokter Spruyt, landbouwer

            F. Spruyt, weduwe Louisa Verbeeck-Verbruggen, Maria Francky, zuster

            Annonciate, Overste bij de Annonciaden, zuster Maria Van Dun der Annonciaden

            onderwijzeres, leden van het schoolcomiteit, om erkenning van de vrije gemengde

            bewaarschool besluit de gemeenteraad met algemeenheid :

            de vrije gemengde bewaarschool van Leest aan te nemen voor een tijdperk van

            tien jaren beginnende op 1 september 1932 en eindigende op 31 augustus 1942.

            De school zal worden bestuurd door Maria Van Dun.

 

1932 – 7 oktober : Begrafeniskost Victor De Schoenmaeker

            Op 7 oktober 1932 overleed Victor De Schoenmaeker uit de Hertstraat.

            Victor werd te Heffen geboren op 1/7/1863 en was gehuwd met Joanna Katharina

            VERDICKT (°12/12/1864, +28/6/1923).

            Zij waren de ouders van Florentine, de echtgenote van Jan Edward Van Hoof

            wiens zoon Victor(de garde) later zou huwen met Maria Leonore Mees, een

            kleindochter van een broer van Victor De Schoenmaeker.

 

            Wij vonden nog details terug van de onkosten van zijn begrafenis.

            Naast de 320 frank voor Dr. Stuyck werd er in 1932 45 frank uitgegeven voor

            levering van “150 beeldekens aan 30 fr het 100” . Leverancier was koster J.

            Rheinhard.

            Pastoor Beuckelaers ontving 650 frank voor “kosten van kerkelijken dienst en

            begrafenis, zondagsgebed en twee gezongene missen voor wijlen Victor De

            Schoenmaeker overleden den 7 october 1932.”

            De firma Arm. Van de Mert, “Vlaggen en Versieringen, Moden, Bloemen,

            Kronen, Kruisen”uit de O.L.Vrouwstraat 10 Mechelen ontving 272,50 frank voor

            het plaatsen van “een kruis met plaque b.”

            Schrijnwerker Th. Teughels rekende 360 frank + 8

            De“Gewest.Ontvanger” ontving 900 frank voor de begraving op het gemeentelijk

            kerkhof van Leest.

 

            Foto’s :  bovenaan Victor De Schoenmaeker, onderaan zijn echtgenote Joanna

                           Katharina Verdickt. Het echtpaar woonde in de Hertstraat.

 



1102605-7836d8628366ec064848d06fb25391e9.jpg

1102605-117214065585e6cdf5c46f07b27d3628.jpg

1102605-90065434069ae48556237047880f1bfe.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:57 Reageer op dit bericht

1932 –Bruinvis gedood in de Zenne

 

Foto : De postkaart met een fiere Louis Van Wauwe naast zijn “wondervisch”. De zwarte vlek op de foto, rechtsonder de rugvin, is de inslag van de dum-dumkogel, dewelke Louis als

projectiel gebruikte. 

 

 

In 1932 schoot Louis Van Wauwe, met een geweer van Duitse makelij uit de eerste wereldoorlog, een bruinvis neer in de Zenne.

Toevallig passerende rijkswachters keken belangstellend toe.

Het zoogdier werd echter niet onmiddellijk gedood en slaagde erin stroomafwaarts door te zwemmen tot Heffen, waar het werd opgehaald door plaatselijke bewoners.

Louis, die samen met Jef Verbeeck zijn zieltogende prooi was gevolgd, eiste zijn rechten op en kreeg na lang redetwisten de bruinvis mee naar Leest.

Het dier werd ontdaan van zijn ingewanden, volgepropt met ijs en voorlopig bewaard in een grote diepvrieskast tot de eerstvolgende tweede Paasdag.

Op die bewuste dag stonden Louis Van Wauwe en de gebroeders Verbeeck vol enthousiasme met hun curiosum op het Leestse Dorpsplein. De bruinvis veilig weggeborgen voor nieuwsgierigen in een tent.

Toegangsprijs 1 frank.

Jef Verbeeck wist daarover in 1980 nog het volgende te vertellen :

“Om volk te lokken riepen wij luidkeels : kom dat zien ! kom dat zien ! Een wondervis van onder de dertig kilo ! Iedereen trapte er natuurlijk in. Men verwachtte zich aan een vis van honderddertig kilo. Alleen de aandachtiger toehoorder liet zich niet vangen...”

 

Hun expositie kende zo veel succes dat ze het enkele dagen later overdenen te Hofstade

aan de Putten.

De bruinvis werd later –niet vooraleer Louis Van Wauwe zich met zijn buit liet vereeuwigen op postkaarten- begraven in de tuin van de familie Verbeeck op de Tisseltbaan.

Louis Van Wauwe was afkomstig uit Temse waar hij op 20/1/1907 werd geboren.

Na zijn huwelijk met Maria Polfliet (1931) vestigde hij zich te Leest en betrok er vele jaren een huisje in het Pensenstraatje.

Hij overleed o 17/12/1977 te Mechelen waar hij de laatste jaren van zijn leven had doorgebracht.

De andere hoofdvertolker van dit avontuur (P.Phocaena) is familie van de kleine tandwalvissen, visetende zoogdieren die nooit langer dan 2 m worden. Ze jagen vaak in scholen (tot 150 dieren) in ondiep water en kwamen vroeger in grote aantallen aan onze en de Nederlandse kust voor.

 

Op 24 december 1936  (zie verder) werd er te Leest opnieuw een bruinvis neergeschoten,

ditmaal door de Hombeekse jachtwachter Lodewijk Meulemans.

 



1102580-341ffa0175e8a6babf7e780bc3e70444.jpg

1102580-1e7e599ad6f902938b75576d855e6254.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:29 Reageer op dit bericht

Meer van Kronieken van Leest

↑ Terug naar de berichten