Naar de inhoud

Kronieken van Leest

bij Mechelen
seniorennet.beseniorennet.be

1932 –Bruinvis gedood in de Zenne

 

Foto : De postkaart met een fiere Louis Van Wauwe naast zijn “wondervisch”. De zwarte vlek op de foto, rechtsonder de rugvin, is de inslag van de dum-dumkogel, dewelke Louis als

projectiel gebruikte. 

 

 

In 1932 schoot Louis Van Wauwe, met een geweer van Duitse makelij uit de eerste wereldoorlog, een bruinvis neer in de Zenne.

Toevallig passerende rijkswachters keken belangstellend toe.

Het zoogdier werd echter niet onmiddellijk gedood en slaagde erin stroomafwaarts door te zwemmen tot Heffen, waar het werd opgehaald door plaatselijke bewoners.

Louis, die samen met Jef Verbeeck zijn zieltogende prooi was gevolgd, eiste zijn rechten op en kreeg na lang redetwisten de bruinvis mee naar Leest.

Het dier werd ontdaan van zijn ingewanden, volgepropt met ijs en voorlopig bewaard in een grote diepvrieskast tot de eerstvolgende tweede Paasdag.

Op die bewuste dag stonden Louis Van Wauwe en de gebroeders Verbeeck vol enthousiasme met hun curiosum op het Leestse Dorpsplein. De bruinvis veilig weggeborgen voor nieuwsgierigen in een tent.

Toegangsprijs 1 frank.

Jef Verbeeck wist daarover in 1980 nog het volgende te vertellen :

“Om volk te lokken riepen wij luidkeels : kom dat zien ! kom dat zien ! Een wondervis van onder de dertig kilo ! Iedereen trapte er natuurlijk in. Men verwachtte zich aan een vis van honderddertig kilo. Alleen de aandachtiger toehoorder liet zich niet vangen...”

 

Hun expositie kende zo veel succes dat ze het enkele dagen later overdenen te Hofstade

aan de Putten.

De bruinvis werd later –niet vooraleer Louis Van Wauwe zich met zijn buit liet vereeuwigen op postkaarten- begraven in de tuin van de familie Verbeeck op de Tisseltbaan.

Louis Van Wauwe was afkomstig uit Temse waar hij op 20/1/1907 werd geboren.

Na zijn huwelijk met Maria Polfliet (1931) vestigde hij zich te Leest en betrok er vele jaren een huisje in het Pensenstraatje.

Hij overleed o 17/12/1977 te Mechelen waar hij de laatste jaren van zijn leven had doorgebracht.

De andere hoofdvertolker van dit avontuur (P.Phocaena) is familie van de kleine tandwalvissen, visetende zoogdieren die nooit langer dan 2 m worden. Ze jagen vaak in scholen (tot 150 dieren) in ondiep water en kwamen vroeger in grote aantallen aan onze en de Nederlandse kust voor.

 

Op 24 december 1936  (zie verder) werd er te Leest opnieuw een bruinvis neergeschoten,

ditmaal door de Hombeekse jachtwachter Lodewijk Meulemans.

 



1102580-341ffa0175e8a6babf7e780bc3e70444.jpg

1102580-1e7e599ad6f902938b75576d855e6254.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:29 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

1930 – Op 31 december telde Leest 1738 inwoners.

 

1931 – 27 januari : Mond- en klauwzeer bij vee van de kinderen Louis Geerts uit de

            Koeistraat.

 

1931 – 16 april  -  Schepencollege :

            “Gezien het schrijven van Eerw. Heer Cleeren, onderpastoor, klagende dat

            hij bij sluiting der poort van de jongensschool, niet in de klas kan om nazicht

            te doen over de lessen van godsdienst en gewijde geschiedenis, en tevens

            bij bezoek in de school, de handeling van Mr De Leers laakt.

            Er zal aan Mr Stuyck gevraagd worden, om in die zaak handelend te willen

            tusschen komen als Kontonalen opziener, doch, er zal aan den heer onderpastoor

            gevraagd worden of hij die handeling bijtreedt.”

 

1931 – 21 mei – Gemeenteraad :

            -Petrus De Prins aangesteld als gemeenteraadslid in vervanging van Jan Jozef

            Verlinden die ontslag nam.

            -Dokter Stuyck benoemd als medisch schooltoeziener in vervanging van de

            overleden dokter Van Assche.

            -Met éénparigheid van stemmen werd de wedde van de burgemeester opgetrokken

            tot 1.000 fr per jaar en deze van de klokluider tot 400 fr.

 

1931 – 28 mei – Schepencollege :

            “Gezien het gewoon kleedsel van de veldwachter versleten is en ondraagbaar

            wordt na reeds gedane herstelling, en dat het provincie kledingsfonds daar tot

            heden niet in voorzien heeft. Besluit het College : op kost der gemeente bij de

            maatschappij Gandia te Gent levering te vragen van : eene gewone broek, dito

            vest (met band van 8 chevronstrepen) en een kepie.”

            De gemeente betaalde daarvoor 572 fr.

 

1931 – Op 6 augustus werden de landbouwers Alfons Polspoel, Joseph De Prins, Frans

            Jacobs en Petrus De Prins benoemd tot “leden nazichtscommissie graanoogst

            opneming”, dit onder het voorzitterschap van de burgemeester. (GR)

 

1931 – 25 oktober : Vijf schapen van  Jan Frans Van der Hasselt werden verscheurd door

            2 loslopende honden (Proces Verbaal)

 

1931 – 3 december : Alice Scheers benoemd tot tijdelijke onderwijzeres in de

            meisjesschool, in vervanging van Mevr. Ghekiére-Ackermans, ziek.

 

1931 – 3 december : Op 68-jarige leeftijd gaf gemeentesecretaris August Van den

            Bossche zijn ontslag na 40 jaar dienst.

            “...Aan heer Van den Bossche wordt eene dankbare hulde gestemd voor de

            uitstekende diensten, door hem aan de gemeente gedurende meer dan veertig

            jaren bewezen, en machtigt hem, den titel van ere gemeentesekretaris te

            dragen.” (GR)

 

1931 – Op 24 december werd Frederik Croes uit Heffen tot tijdelijke gemeentesekretaris

            benoemd. (de vacante plaats werd bekend gemaakt in het Staatsblad, Nieuws van

            den Dag, Laatste Nieuws en De Standaard)

            Zijn tijdelijke wedde beliep 21.000 fr per jaar.

 

1931 – Op 31 december 1931 telde Leest 1757 inwoners.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:23 Reageer op dit bericht

1930 – Op 3 mei kregen de Leestse schoolhoofden volgend schrijven van de

            burgemeester:

            “...Ingevolge omschrijving van Mr de Gouverneur der provincie van 30 april

            l.l. en het besluit der Bestendige Deputatie, doen wij u een boekje geworden,

            betrekkelijk het vieren van Bebloemd België in 1930, als herdenking der

            honderdste verjaring van ’s lands onafhankelijkheid.

            Namens de Hoogere overheid aanzoeken wij u, de kinderen uwer school aan te

            zetten en propaganda te maken bij de kinderen en de ouders, tot het verfraaien

            hunner woningen, door het aanbrengen van bloeiende planten.”

 

1930 – 13 mei : “...Het College gaat over tot het sluiten der voorloopige overeenkomst,

            met inwoners der gemeente, waarvan eigendommen dienen ingelijfd te worden

            voor het ontwerp van herlegging van den steenweg van groot verkeer van Leest

            Dorp naar de grens Thisselt, aan de prijzen door den Raad bepaald op 72.000,...

            en 60.000 franks het hektaar, toe te passen van het dorp tot de beek aan 72.000

            franks hektaar, en van overkant der beek in de richting Thisselt aan 60.000 fr

            het hektaar.

            Aan de eigenaars, andere gemeenten bewonende, zal een schriftelijk aanbod

            gedaan worden...” (SC)

 

1930 – 15 mei : Zes Leestse landbouwers, die land bewerkten langsheen de Aabeek,

            tekenden verzet aan tegen de inrichting van een wasserij te Zemst. (GA)

 

-GA, 1930 15 mei, bezwaar van eigenaars en huurders van weiland en grond palende aan de Aabeek

 gericht tot de burgemeester van Zemst :

 “De ondergeteekenden :

 1. Willem Slachmuylders, landbouwer, Kapellebaan nr.6

 2. Jan Fierens, landbouwer, Bist nr 4.

 3. De Prins Pieter, landbouwer, Kleinheidestraat 14.

 4. Somers Jan Hendrik, landbouwer, Rennekauter 8.

 5. Jan Frans Doms, landbouwer, Thisseltbaan 4.

 6. Verbeeck Hendrik, hovenier, Tisseltbaan 8, allen te Leest wonende.

 Zijnde allen eigenaars en gebruikers van weilanden en hovenierslanden, te Leest gelegen, langsheen  den waterloop nummer 1, van het atlas der waterlopen, genaamd Aabeek, welken waterloop zich  richt op het grondgebied der gemeente Sempst.

 Gezien de aankondiging door het gemeentebestuur van Sempst gedaan, de inrichting mededeelende  van eene wascherij op eenen eigendom van Joseph Robberegst van Sempst, nr.77, met kennisgeving  dat alle reklaam ten laste den 19 mei 1930 dient gedaan te worden.

 Overwegende dat eenen waterloop, den eigendom van het oprichtingsperceel land aandoet, en zich  ontlast in de Aabeek nr.1 van Leest.

 Dat de aangevraagde inrichting hare vuile en ongezonde waters gaat ontlasten in beek nr. 1, dus een  groot gevaar zal daarstellen voor het vee ter weiden, dat van de waters der beek gebruik maakt, en  voor het verder gebruik van het beekwater, gevaar daarstelt voor vele besmettingen, aan  groenteteelten en veldvruchten.

Dientengevolge doen de bovengemelden verzet tegen de ontworpen inrichting.”  

 

1930 – 19 juni : Wijziging van het sluitingsuur der drankhuizen.

            “...de openbare plaatsen, alwaar men drank verkoopt zullen alle dagen worden

            gesloten van den 1ste april tot den 30ste september om 1 ure ’s nachts en het

            blijven tot 4 ure ’s morgends, en van 1 october tot den 31ste maart om 12 ure

            middernacht en het blijven tot 4 ure ’s morgends.

            Om te voorkomen dat de schikking van dezen artikel niet worde verijdeld, is

            het aan eeniegelijk verboden zich te verzamelen na de uren in zelven artikel

            vermeld, voor de deuren der herbergen of op andere plaatsen, am aldaar te

            drinken of gezelschappen te maken...” (GR)

 

1930 – 19 juni : Veldwachter Huybrechts werd benoemd tot “dwangbeveldrager der

            gemeentebelastingen.”

 

1930 – 12 september : Nieuwe vraag van het gemeentebestuur aan “de Nationale

            Maatschappij der Belgische Spoortewegen te Brussel”om machtiging te

            Bekomen “tot het plaatsen van elektrische leidingsdraad onder den tunnel

            van de spoorbaan Mechelen-Dendermonde gevende doorgang voor het verkeer

            Mechelen-Kapelle op den Bosch, ter plaatse “Steinemolen”, om verlichting

            onder den tunnel te kunnen geven...

            Ingezien het druk verkeer van autos, autokamions en ander gerij, en de korte

            kromming van den steenweg langs de twee zijden der aangehoogde spoorbaan,

            is het doorrijden van den tunnel, bij avond zeer gevaarlijk...”

 

1930 – 16 september : “Aan Frans Van der Goten, schilder Rennekauter Leest. –

            Gelief zoodra mogelijk te willen overgaan, voor rekening der gemeente Leest,

            tot de numeroteering van de huizen der gemeente Leest. Wij voegen hierbij

            een boekje opgemaakt per straat, met de namen der huisbewoners, met

            de numero achter den naam, welke numero moet geschilderd worden aan de

            voornaamste deur van ieder woning, in wel zichtbare zwarte cijfers.”

           (Ondertekend) Secretaris Vandenbossche.

 

1930 – 2 december : Brief van gemeentebestuur gericht aan “Mijnheer de Minister” :

            “...hierbij uittreksel uit den Kiezerslijst voor den Werkrechtersraad betrekkelijk

            de Werkgeversafdeling.

            Hieronder geven wij u de namen der hoofden dewelke personeel in dienst

            hebben...:

            Daelemans Jan Bt, De Boeck Jan Alfons, De Coster jan Baptist, allen landbouwer

            en wonende Winkelstraat.

            De Prins Petrus, landbouwer Kleinheidestraat.

            Leemans Karel, landbouwer Grooteheidestraat.

            Scheers jan Jozef, landbouwer,Tinneschuurstraat.

            Spruyt Frans, landbouwer, Winkelstraat.

            Spruyt Jan Baptist, landbouwer Winkelstraat.

            Van der Hasselt kinderen, Ferd., landbouwer, Kapellebaan.

            Van Winghe wwe Frans, landbouwer, Kapellebaan.

            Verschueren Cyriel, landbouwer, Scheerstraat

            Vloebergh Lodewijk, metser, Koeistraat.

            Daarbij dient gebracht Mr Coemans Charles, eigenaar van het kasteel “De Mot”

            alhier gelegen, wonende te Mechelen Wilsonlaan 127, als werkgever aan den

            hovenier van zijn kasteel namelijk Jan Jacobs, wonende Bist nr.10 Leest.”  

 

1930 – 6 december : Een gunstig advies werd door de gemeenteraad uitgebracht op de

            vraag van hovenier Hendrik Verbeeck “strekkende om machtiging te bekomen,

            om een deel der molenbeek, waterloop nr. 1 van het atlas der gemeente Leest,

            loopende door zijne eigendommen, recht te maken...”

 

1930 – 6 december : “De burgemeester maakt den Raad opmerkzaam, dat een

            olmenboom van ruim 2 meters omvang, staande in den hof der pastorij,

            aangedaan is van de algemeene plaag der olmenboomen, derwijze dat een deel

            der takken drooggeworden zijn ;

            dat 12 kanadaboomen, staande in de Molenstraat, door wormen aangetast

            zijn, en slechts als brandhout zijn. Eénparig werd besloten machtiging te

            vragen tot verkoop.”

 

1930 – 6 december  : kiezing leden Commissie van Openbare Onderstand :

            gekozen tot titelvoerende leden : David Verbruggen, Jan Frans Diddens,

            Frans Janssens en Karel Lodewijk Diddens.

            Plaatsvervangers : Jan  Baptist Maes, Frans Jozef De Maeyer, Antoon De

            Rooster en Jan Verlinden.

 

1930 – Uit een brief van 11 december vernamen we dat de gemeente over 190 paarden

            beschikte.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:20 Reageer op dit bericht

              Foto : dr. Stuyck.

 

1930 – Dat jaar telde Leest 30 herbergen en begon Marcel Stuyck zijn dokterspraktijk

            te Leest. Hij vestigde zich eerst in het huis van madame Voet om later enkele

            tientallen meter verder in de Dorpsstraat zijn huis te bouwen.

            Marcel Stuyck kwam op kerstavond 1962 om het leven bij een verkeersongeval,

            hij was  62.

 

1930 – De onderwijzers De Leers en Selleslagh werden belast met het “optellen van de

            huizen en gebouwen voor de te doene volksoptelling.”

            (GA-9/10/1930)

 

1930 – Stichting  te Leest van de Bond der Kroostrijke Gezinnen

            Alfons Hellemans in “De Band” 1956 :

 

“De Bond der Kroostrijke Gezinnen, die streeft naar meer maatschappelijke en zedelijke vooruitgang harer leden, bestaat te Leest van in 1930.

De hoofdleden van het bestuur waren de heer Frans Van Roey voorzitter en juffrouw Maria Rheinhard secretaresse, die haar ambt opzegde in 1932.

De heer Amandus Van Steen werd dan secretaris.

Op 9 november 1933 nam Alfons Hellemans het secretariaat over en vervult tot op heden deze post.

Daar de plaatselijke werking van de Bond heel miniem is, en zich uitsluitend bepaalt bij de inning der bijdrage en ’t opmaken van de verminderingskaarten voor het spoor, werd er in de vervanging van de overleden voorzitter niet voorzien.

Dit op advies van het gewestelijk comité.

Buiten een filmvoorstelling met tombola en een St. Niklaasfeest voor de kinderen der leden, hadden we als bijzonderste gebeurtenis in onze afdeling de huldiging der moeders van 10 of meer kinderen op 17 december 1950.

De viering begon met een H. Mis en ’s namiddags een feestzitting in “De Rooselaer”.

De moeders ontvingen een prachtige herinneringsmedaille van de Bond, hen overhandigd door Mr Pastoor en de heer Burgemeester.

De feestrede werd gehouden door de heer Slaets, gewestelijk afgevaardigde.

De meisjesschool droeg stukjes voor in betrekking met de moeder.

Jan De Decker las een fragment voor van Ernest Claes “Oorlogsnovellen, van een schamel moederke”.

Na een kort woordje van de pastoor en Alfons Hellemans, werden de aanwezige moeders en vaders op een koekenfeest vergast.

Een dergelijke gebeurtenis staat de bond binnenkort weer te wachten, gezien er sedertdien weer een aantal leden in dit geval verkeren.

Op dit ogenblik zijn reeds 93 landen aangesloten bij de B.K.G.

Nog meerdere huisgezinnen zouden kunnen toetreden, vermits nu de gezinnen met drie kinderen ook kunnen genieten van al de voordelen van de Bond (met uitsluiting van de vermindering op ’t spoor, waarvoor de voorwaarde van 4 minderjarige kinderen geldig blijft).

Moge de Bond nog groeien ten bate der grote gezinnen.”

 

De website van Leest.be vermeldde over de BGJG in 2003 (7 augustus) :

“De Bond van Grote en van Jonge Gezinnen

Is een pluralistische en democratisch georganiseerde vereniging die zich inzet voor alle gezinnen in Vlaanderen en Brussel.

De Bond verdedigt de belangen van de gezinnen, los van hun religieuze, ideologische of politieke opvattingen en los van de samenstelling van het gezin.

Daar de doelgroep van onze gezinsbeweging zo’n ruim deel van de samenleving omvat, moeten alle gezinnen zich thuis kunnen voelen in “De Bond” en moet ons aanbod erg divers zijn.

Met de lidkaart van de Bond verkrijgt u vermindering op tal van activiteiten, bezoeken aan musea en manifestaties.

U kan ook beroep doen op een hele waaier van diensten zoals een sociaaljuridische dienst, jeugdkampen, reductiekaarten, openbaar vervoer, gezinssportfederatie, studie- en huwelijksleningen, leningen Vlaams Woningfonds, grootouderactie, enz...

Tevens ontvangt u iedere week het “Bondsblad”, boordevol informatie rond het gezin.

Voor kersverse vaders en moeders is er gratis “Brieven aan jonge Ouders”, voor ouders met tieners van 12 tot 16 jaar is er “Botsing” en voor de grootouders “Actief”.

In Leest kan je terecht voor algemene inlichtingen op het platselijk secretariaat : Martin Mollemans, Vinkstraat 66 en voor reductiekaarten bij Tony Dons, Dorpstraat 17.”

 

1930 – 21 februari : De gemeente ontving een brief van Dhr. Stuyck, kantonale opziener

            van het lager onderwijs, waarin ze erop gewezen werd “dat den toestand der

            gemeentescholen, en van het materiaal, veel te wenschen overlaat, niet meer

            voldoet aan de noodwendigheden voor het geven van behoorlijk onderwijs.”

            (GR-13/3/1930)

 

1930 – 1 maart : Rosa Marien benoemd tot tijd. Onderwijzeres in de meisjesschool, als

            plaatsvervangster van de nog steeds zieke mevrouw Ghekiére-Ackermans.

            Jaarwedde : 13.000 fr. (GR-13/3/30)

 

1930 – 13 maart : Pieter Hendrik Spruyt tot grafmaker benoemd, in vervanging van

            Henri Van de Vondel, ontslaggever.

            Hij ontving daarvoor 20 fr per lijk boven de 10 jaar oud, en 10 fr tot 10 jaar.

            In dezelfde zitting van de gemeenteraad werd klokkenluider Jaak Lodewijk

            Lauwers belast “met den onderhoud en het reinigen der wegenissen van

            geheel het kerkhof, waarvoor hem dan de grassing van geheel het kerkhof

            als vergelding werd verleend.”

            Voordien onderhield de klokkenluider slechts de helft van het kerkhof, de andere

            helft werd onderhouden door de vroegere grafmaker.

            Nog uit deze gemeenteraad :

            “...De Raad, gezien het Koninklijk Besluit van 19/12/1929, waarbij het tarief der

            tolrechten geheven op den overgang der brug over den Rupel, merkelijk wordt

            verhoogd. Overwegende dat deze tol de handsel- en nijverheidsbetrekkingen wel

            ernstig belemmert, en dat de betaling van die verouderde belasting, stremming

            voor het verkeer daarstelt ;

            Overwegende dat de Rupelbrug een der enigste is van het land waarop nog

            tolgelden worden geheven, beslist éénparig bij den heer Minister van Landbouw

            en Openbare Werken protest aan te teekenen tegen de nieuwe tarieven en de

            volledige afschaffing aan te vragen der tolrechten.”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:53 Reageer op dit bericht

            Foto : de sabel van de oude veldwachter Isidoor Constant Van Hoof.

                        Paul Van Roy uit de Vinkstraat  vond die op zijn zolder terug.

 

1929 – 1 juni : Uit een brief van het gemeentebestuur :

            “...wij doen u kennen dat de bewapening van onzen veldwachter bestaat uit een

            revolver en matrak.”

 

1929 – 6 juni : “...de weg van Leest naar Thisselt is geheel onberijdbaar, zodanig dat de

            gespannen van de zoomwegen moeten gebruik maken...”

 

1929 – 13 juni : Pokzetting in het gemeentehuis door dokter Van Assche aan de

            schoolkinderen. Deze was gratis. (GA-6/6/1929)

 

1929 – Op zondag 30 juni rond 17u30 brandde er een stromijt af, gelegen nabij de

            woning van Jozef Apers in de Mechelbaan.

            De oorzaak bleef onbekend, het huis bleef gelukkig gevrijwaard.

            (GA-1/7/1929)

 

1929 – Bij Koninklijk Besluit van 5 juli 1929 werd de “medalie van 3e Klas”verleend

            aan Frans Cnops uit de Kleinheidestraat 2, dit voor een daad van moed en

            zelfopoffering. (GA-20/8/1929)

 

1929 – 3 oktober – Gemeenteraad :

            -De Raad stemde een speciaal krediet van 100 fr voor het “Comité der Guido

            Gezelle Hulde, overwegende dat het billijk is in de mate van het mogelijke, tot

            het welgelukken van de viering der honderdste verjaring van dien grooten

            Vlaamschen dichter bij te dragen.”    

            -De Raad besloot éénparig en onder voorbehoud van goedkeuring door de hogere

            overheid, de gemeentelijke bijdrage voor onvrijwillige werklozen te brengen op

            4 fr per dag voor de gehuwden en ongehuwde mannen, op 1 fr per dag voor de

            vrouwen en op 0,50 fr per kind per dag als familietoeslag en dit te beginnen

            van de eerste dag af.

            -Bij éénparig besluit van de Raad werd een berisping gegeven aan

            gemeenteontvanger De Hondt, wegens nalatigheid.

 

1929 – 24 oktober – Schepencollege :

            “...De burgemeester deelt mede dat het noodig is, betere verlichting te hebben

            aan de Zennebrug, waar slechts één lamp bestaat en dat aan de woning van

            Van den Eede, Tisseltbaan, ook ene lamp zou mogen geplaatst worden...”

 

1929 – 14 november :

            “...Overwegende dat de gemeente te zorgen heeft voor het onderhoud en de

            uitbreiding der diensten van de openbare verlichting, de opruiming, de bestrating

            enz. en dat deze uitgaven in 1928 beliepen tot de som van fr 22.898... besluit

            éénparig : te rekenen vanaf 1/1/1930 en voor eenen termijn van twee jaren, wordt

            er ten behoeve der gemeente Leest, eene straatbelasting geheven.

            Op de gebouwde eigendommen : 1/10 der kadastrale huurwaarde van het belast

            vast goed.

            Op de ongebouwde eigendommen : 1/20ste van het kadastraal inkomen van het

            belast vast goed...”

            In dezelfde gemeenteraad verkreeg Jozef Leemans uit Hombeek een gunstig

            advies “tot inrichting van een regelmatigen en openbaren buschdienst voor

            personenvervoer tusschen Mechelen en Kapelle o/d Bos, gaande over het

            grondgebied met Minerva en Chevroletrijtuigen van 20 PK aan den prijs van 3

            franks voor den geheelen tocht.”

 

1929 – 2 december : “...Overwegende dat er slechts één vrije boekerij in de gemeente

            bestaat en dat bij de begrooting voor 1930, er slechts 25 centiemen per inwoner

            als inwoner als toelage is voorzien aan die vrije boekerij, besluit de Raad

            éénparig een bijkrediet te stemmen van 100 fr, als gemeentelijke bijdrage aan

            den bibliothecaris.” (GR)

 

1929 – 12 december : Brief van de burgemeester tot schoolhoofd De Leers :

            “...Ingevolge verzoek van Mr de Gouverneur der provincie, zijn wij zoo vrij U

            bij deze over te maken 2 druksels tot inschrijving der bijdragen voor uwe school,

            voor het aankoopen van een geschenk aan te bieden aan H.K.H. Prinses Marie

            José, ter gelegenheid van haar huwelijk...”

 

1929 – 31 december : Leest telde 1761 inwoners, 343 gezinnen en 340 woningen.

            (GA-21/3/1930)

 

1930 – Honderdjarig bestaan van België

            Dit ging ook te Leest niet onopgemerkt voorbij.

            In december maakte het gemeentebestuur een verslag over de voorbije aktiviteiten

            in het kader van dit eeuwfeest :

            “Den 11 mei, in de Alemstraat : velokoers voor beginnelingen met premiën.

            Den 12 mei, veejaarmarkt met uitdeelingen van premiën aan de deelnemers,

            gevolgd van volksspelen, met premiën.

            In de Groote en Kleinheidestraten :

            Op 13 juli : velokoers voor beginnelingen, met premiën.

            Op 14 juli : jaarmarkt voor vee met premiën.

            Haankappen, vogelpik en bakschieten voor velorijders met premiën.

            Op 27 juli : bijwoning der plaatselijke overheden en bestuursleden van

            Commissie van O.O., Kerkfabriek en leden Feestcommissie, van het Te Deum.

            Op 12 oktober : volksspelen met premiën en prijzen in de Winkelstraat, Koeistraat

            en Mechelbaan.

            Vogelpik per rijwiel, velokoers voor personen boven de 40 jaar, flessen vullen en

            mastklimmen. 

            Op 13 oktober in het Dorp : velokoers voor onderbeginnelingen met premiën,

            vogelpik en bakschieten per rijwiel, mastklimmen, serieuze wandeling voor

            gezette personen.

            Algemeene verlichting der dorpsplaats met versiering en verlichting van het

            gemeentehuis.

            Op 26 oktober in de Thisseltbaan, groote loopkoersen voor onafhankelijken en

            beginnelingen met uitdeeling van premiën.

            De bovengemelde feesten zijn opgeluisterd geweest op de verschillende plaatsen

            door de fanfaren maatschappijen Arbeid Adelt en Sinte Cecilia, welke eveneens

            eene premie toegekend zijn.

 

            Afrekening der feesten.

            De toelage der gemeente in begrooting 1930, beloopt 1.500 fr.

            Beloofde staats- en provinciesubsidie : 900 fr.

            Betaald aan drukker Thomas voor de affichen 150 fr, aan lid der feestcommissie

            Huybrechts 1.350 fr.

            Nog te betalen voor versiering en verlichting van het gemeentehuis : 120 fr.

            Opgemaakt door het gemeentebestuur van Leest, den 18 december 1930.”

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:41 Reageer op dit bericht

            Foto’s : bovenaan de jongensschool na 1900.

                          Onderaan : de brug en de loskaai dezelfde periode.

 

1928 – 24 november : Uit een brief van de burgemeester trot de provinciale bouwmeester

            Careels uit Lier :

            “Tot antwoord aan uwe dienstkaart van den 23 dezer, doen wij u kennen dat onze

            gemeentejongensschool drie klassen bevat ;

            een deel dier school, hetzij 2 klassen, moeten gebouwd zijn in 1829, de derde klas

            moet in 1882 gebouwd zijn.

            De eenige onderwijzerswoning is in 1882 gebouwd.

            De gebouwen als gemeentemeisjesschool gebruikt, bevinden zich op grond van

            Juffer Gillis uit Brussel, dewelke er eigenaar van is.

            Zij werd gebouwd in het jaar 1879 en bevat 3 klassen ;

            tot heden betaalde de gemeente daar geen de minste huufr voor.

            Er bestaat nog eene bewaarschool, in 1927 op grond van derde personen,

            bevattende eene klas.

            Aan bovenbedoelde meisjesschool bestaat geene woning.”

 

1928 – 13 december : De gemeenteraad gaf toelating om twee klassen van de

            jongensschool te laten gebruiken “tot het geven van avondlandbouwleergangen

            en gewestelijke landbouwleergang”.

            De lessen kwamen er op initiatief van onderpastoor Cleeren, proost van de

            Boerengilde en van de Boerinnenbond.

            Tevens stemde men 300 fr voor verwarming en klasreiniging.

 

1928 – 13 december : Nieuw reglement en taks op de loskaai aan de Zenne :

            Artikel 1. Te rekenen van den 1e der maand zal op de loskaai in de gemeente

            bestaande aan de Zennebrug , voor een termijn van drie jaren, het volgende

            kaairecht worden geheven, voor voertuigen welke aan de kaai laden, lossen of

            aanleggen, betaalbaar per ton en per dag :

            a. Voor de 5 eerste dagen 0,45 fr.

            b. Voor de volgende dagen 0,60 fr.

            Mest en landbouwvetten  zijn vrijgesteld van de taks.

            c. Boomvlotten betalen 2 fr per kubiekmeter er gelost of geladen en moeten

            binnen de 48 uur na aankomst weggeruimd worden.

            De waren op de kaai nedergelegd betalen per dag en per vierkante meter 5

            centiemen voor de eerste 5 dagen, 10 centiemen voor de volgende 20 dagen.

            Rijtuigen welke op de kaai lossen of laden betalen 5 centiemen voor kar met 2

            wielen en 10 centiemen voor wagen en  heurst.

            Geregelde diensten van Beurt of stoombooten bestaan niet.

 

            Artikel 2. Het recht zal moeten gekweten worden bij den aanvang van het laden

            Lossen der schepen of boomvlotten, en bij het aan of wegvoeren op de kaai, door

            den eigenaar der waren en vlotten.

            De ontvangsten en uitgaven voor de kaai, zullen ieder jaar bij afzonderlijke

            rekening worden vastgesteld en goedgekeurd door de Bestendige Deputatie.

 

            Artikel 3. Het lossen en laden der schepen zal gedaan worden in de volgorde

            hunner aankomst, ten ware door watergemis of overmachtr de vaartuigen moesten

            in gevaar komen. Lossen of laden van bomen mag het vervoer op de kaai niet  

            belemmeren.

 

            Artikel 4. Het slijten van sterke dranken is streng verboden op de kaai.

 

            Artikel 5. De schade aan den kaaimuur of aan het gereedschap toegebracht zal

            moeten gedragen worden door den eigenaar der geloste of geladen waren.

 

            Artikel 6. Het recht zal geheven worden op de waren en bomen, gelost of geladen

            op  de lengte van den gemetselden kaaimuur. (GR)

 

1929 – 15 januari - Gazet van Mechelen :

            “...Iets voor acht uur had op de Battelse Bergen op de steenweg tussen Leest en

            Battel een erg ongeval plaats, dat nog al goed is afgelopen.

            In de richting van Mechelen reed de 20 jarige Briat per fiets en achter hem kwam

            Alfred Van Asch, wonende te Hombeek, die met zijn autobus allerhande vervoer

            doet. De steenweg is daar nog al erg eng en glibberig en de fietser reed daarom

            gedurig van rechts naar links. Juist aan een opweg stak de fietser weer over.

            Toen ook de auto hem voorbij wilde rijden viel Briat.

            Om den man niet te moeten overrijden wierp de chauffeur zijn stuur over en ging

            den landweg op. Voor het voertuig stil stond kantelde het om en met de as op den

            man die nog ten gronde lag. Met grote moeite werd de ongelukkige er onder uit

            gehaald en kon men bestatigen dat hij als bij wonder maar eene bloedende

            vleeswonde had bekomen over het voorhoofd.

            Dokter Lindemans die ter plaatse kwam, heeft Briat per auto medegenomen naar

            de kliniek van de Vaartstraat om er verzorgd te worden.” (KH)

 

1929 – 24 januari : Wegens overlijden van 2e schepen Ferdinand Van der Hasselt, kwam

            er een plaats open in de gemeenteraad.

            Frans Jacobs, eerste plaatsvervangend raadslid werd gekozen als werkend

            gemeenteraadslid. De post van 2e schepen zou gaan naar Karel Laurent Van den

            Brande die 5 stemmen behaalde tegen 4 voor Philip Jozef De Prins.

            (GA-21/3/1929)

 

1929 – 4 april : “Gezien de overgroote schade aan de steenwegen, tengevolge van den

            dooi en laattijdige sluiting der barreelen toegebracht, waarvan herstelling zoo

            veel-en zoodra mogelijk dient gedaan te worden” besloot het schepencollege

            bij de maatschappij Groeven van Quenast 1300 kasseien 15/15/15 + 1700

            + 140 sluitstenen aan te kopen.

 

1929 – 15 april : Yvonne De Winter werd benoemd tot tijdelijke onderwijzeres in de

            meisjesschool, “in tijdelijke vervanging van de zieke titularisse Mevrouw

            Ghekiére-Ackermans”.

            Jaarwedde : 13.000 fr zonder andere vergeldingen.

            (GR-2/5/1929)

            Juffer De Winter zou niet lang aanblijven, op 8 mei reeds gaf ze haar ontslag.

            Ze werd vervangen door Juffer L. Philomena Van de Venne.

 

1929 – Op 27 april  deed schrijnwerker Theodoor Teughels een aanvraag om machtiging

            te bekomen voor de plaatsing “eener electromotor tot beweging van zaag-,

            schaaf-, boor-, pin- en topmachienen.”

 

1929 – 8 mei : Het college besloot om voor de komende Sinksenkermis twee gendarmen

            aan te vragen als hulp voor de ordehandhaving.

            Aan de kasseier werkzaam aan de gemeentesteenwegen besloot men vijf frank

            per  uur te betalen, zijn twee helpers waren goed voor 24 frank per dag.

 

1929 – 30 mei : Op aandringen van de Gouverneur, besloot de gemeenteraad, en dit vanaf

            1 juni e.k., aan de veldwachter een toelage uit te betalen van 1,50 fr per dag

            “tot dekking der voedingskosten van zijnen politiehond”.

 



1102533-c0e4f6cc16a5468e22e4fa9d08b6f724.jpg

1102533-bbdca9b6de2109b0d078ed1768a04590.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:28 Reageer op dit bericht

1927 – 16 oktober : In de zaal “het Brughuis” had een voordracht plaats over

            kankerbestrijding. De toegang was kosteloos.

            Het initiatief kwam van de “Belgische Maatschappij voor Kankerbestrijding”.

            Het gemeentebestuur zorgde voor 50 fr subsidie.

            (GR-30/8/1927 en GA-19/8/1927)

 

1927 – 21 oktober : “In den namiddag is er eenen paal der verlichtingslijn, in de

            Molenstraat nabij de woning van Ct Diddens, aangereden door het gespan

            van Victor Troch, landbouwer Mechelbaan 3 Leest.

            Bedoelden paal is omgtrent 30 cm verschoven.”

 

1927- Op 22 oktober deed het schepencollege volgende bestelling bij meester

            schrijnwerker Frans Spiessens uit Hingene, te leveren binnen de 30 dagen :

            “-Dertig tafeltjes voor de gemeentebewaarschool van Leest, gelijk aan het

            model in de bewaarschool van Rumpst geplaatst, mits de som van 1305 fr.

            Ieder tafeltje zal twee schuifjes moeten hebben, waarvoor eene verhooging

            van vier franks vijftien centiemen per tafeltje wordt bijbetaald, hetzij

            tezamen fr. 124,50.

            -Maken, leveren en plaatsen van 18 loopende meters bord voor de

            bewaarschool, gemaakt in triplexhout, twee maal geschilderd met

            Niolietbordverf, met de noodige klampen en ijzerwerk voor het vastzetten,

            mits den som van 375 franken.”

 

1927 – In de raadszitting van 17 november ging men akkoord om de jaarwedden van

            burgemeester en schepenen, alsmede de aanwezigheidsvergoeding van de

            raadsleden te verhogen.

            Was dit vroeger 186 fr voor de burgemeester en 62 fr voor de schepenen en

            1 fr per zitting, dan stemde men nu :

            500 fr voor de burgemeester, 250 fr voor elke schepene en 5 fr per zitting

            voor de gemeenteraadsleden.

 

1928 – Volgens de “Staat van Bijwoning” beliep het aantal kinderen dat te Leest school

            liep : 101 voor de jongensschool, 92 voor de meisjesschool en 55 voor de

            bewaarschool. (2/11/1929)

 

1928 – In 1928 repareerde metser Lod. Vloebergh de brug over de Molenbeek :

            “...de metserij was geheel gescheurd en langs eene zijde 20 centimeters

            doorgezakt, ook was den ijzeren anker in het metselwerk gebroken en diende

            vervangen te worden.3

            Het herstel kostte 2.350 fr, som die de Cie d.Electricité du Nord de la

            Belgique werd aangerekend, daar zij de schade veroorzaakt had door het

            vervoer van palen. (GA-31/5/1928 en 16/6/1928)

 

1928 – De jaarwedde van  de veldwachter bedroeg in totaal 7.970 fr.

            (4.800 fr wedde, 175 fr verplichte 2 jarige verhoging, 1.995 fr duurtetoeslag

            en 1.000 fr weddeverhoging gestemd door de gemeenteraad)

            (GA-23/10/1928)

 

1928 – De dorpskermissen hadden in 1928 plaats op 27 en 28 mei en 9 en 10 december.

            Op 8 en 9 juli in de Kleinheidestraat en op 12 en 13 februari in de Alemstraat.

            (GA-24/1/1928)

 

1928 – Leest telde drie duivenlokalen :

            bij Emiel Verschueren in het Dorp, bij Henri Teughels in de Winkelstraat en bij

            Egied Jozef Polfliet in de Tisseltbaan.

            (GA-24/1/1928)

 

1928 – Het kiezersaantal voor de werkrechtersraden bedroeg 123 ingeschrevenen

            verdeeld als volgt : 7 kiezers werkgevers, 4 kiezers bedienden en 112 kiezers

            werklieden en werksters. (GA-4/4/1928)

 

1928 – 26 januari : Het Davidsfonds kreeg van het schepencollege toelating om te

            vergaderen in de bovenzaal van het gemeentehuis.

 

1928 – 11 februari : De Raad stemde een speciaal krediet van 158,75 fr voor aankoop van

            2 zetels en aanbieding van “den eerewijn” ter gelegenheid van het 50-jarig

            huwelijksjubileum van het echtpaar Pieter Jan Fierens-Peeters.

 

1928 – 11 februari : Aan het schepencollege werd mededeling gedaan “der aanvragen

            tot aanduiding der richtingslijn tot bouwing van woningen, langs den steenweg

            tusschen het dorp en de St-Jozefskapel” van nagemelde personen :

            1. Pieter Jan Huybrechts-De Smedt, voor een huis.

            2. Jozef Van den Brande-Peeters, voor een huis.

            3. Frans Boey-Campion, voor een huis.

            4. Isidoor Piscador-Polfliet, voor een huis.

            5. Louis Van den Heuvel-De Smedt, (Oude Brusselsestr 17 Mechelen)voor een

            huis.

            6. Petrus De Prins, voor vier huizen.

            7. Frans Piessens-Robyns, voor een huis met toebehoorten.

            8. Busschot-Daelemans Prosper voor drie huizen.

            Het Schepencollege zou toestemming geven tot de bouw van deze 13 huizen in

            de Dorpsstraat (tussen de meisjesschool en de St.-Jozefskapel)

 

1928 – 8 maart : “...aangezien de 1500 kasseisteenen en 75 sluitstenen aangekomen

            zijn ter statie Hombeek, zoo besluit het College met de jaarlijksche herstellingen

            te doen aanvang nemen, eerst in de Kapellebaan, dan aan de Cantine de goot

            te verhoogen en de grootste putten in de steenweg van het dorp naar Thisselt

            te herstellen.” (SC)

 

1928 – 19 maart : “Bij openbare verhuring voor notaris De Marré van Mechelen, van het

            jachtrecht op de goederen der Commissie van Openbaren Onderstand en van het

            Kerkfabriek van den H. Nicolaus van Leest, voor eenen termijn van 9 jaren,

            ingaande 1/1/29, zijn gehuurd :

            Lot 1, door Henri Leysen, juwelier te Brussel, mits 600 fr per jaar.

            Lot 2, door zelven heer Leysen, mits 20 fr sjaars.

            Lot 3, door Alfons De Beuckelaer, aannemer te Mechelen mits 300 fr per jaar”

 

1928 – 5 april : J. Rheinhard, Leonard De Muyer en Pieter Frans Verbeeck kregen

            bericht, via het gemeentebestuur, van de gouverneur, dat hun respectievelijk

            1.500 fr, 1.000 fr en 1.500 fr toegekend werd “op het arrondissementsfonds

            der meestbegaafden” voor dochter Jozefina Rheinhard, zoon Karel De Muyer

            en dochter Celine Verbeeck. (GA-5/5/1928)

 

1928 – Op 24 mei bracht de gemeenteraad gunstig advies uit op de vraag om toelating

            van Jozef Maes, voor het uitbaten van een autobuslijn over Mechelen, Hombeek,

            Leest, Tisselt en Willebroek. Dit op markt-, feest- en kermisdagen.

            Het betrof een chevrolet-rijtuig met 28 zitplaatsen.

 

1928 – 18 juni : In een brief aan het Komiteit voor Oorlogswezen te Antwerpen, meldde

            burgemeester De Laet dat er tot zijn spijt in de gemeente niemand gevonden werd

            om de verkoop van “het weezenbloempje” te doen.

            “De hoofdonderwijzer, alhoewel zelf oorlogsinvalide, weigerde, zo deed ook de

            hoofdonderwijzeres.”

 

1928 – 16 augustus : “Het College, overwegende dat er voor oorlogsschade wegens

            ingeleverd stroo aan de Duitschers, aan de gemeente toegekend is eene som

            van fr 1.550, dewelke reeds gestort is geworden op het gemeentekrediet,

            besluit éénparig :

            de lijst der 62 leveraars van stroo bevat 62 namen : er zal overgemaakt worden

            tot uitbetaling aan de rechthebbenden, aan den heer gemeenteontvanger, tot

            beloop van 25 fr aan ieder leveraar.”

 

1928 – 21 augustus : “In den herberg van Frans Jan De Decker, Thisseltbaan, is een

            speeltuig geplaatst, hetwelk met insteken van een geldstuk voor het publiek

            muziek geeft.

            Andere speeltuigen, phoografen of radios zijn er te Leest in herbergen niet

            geplaatst...” ‘(GA-21/8/1928)

 

1928 – 13 september : Schaliedekker Louis De Smedt uit Blaasveld kreeg het

            herstellingswerk aan het kerktorendak toevertrouwd mits de som van 10.065 fr.

 

1928 – 31 oktober : Het schepencollege gaf toelating tot de plaatsing van 13

            telefoonpalen te Leest en dit “langsheen en op de Kleinheidestraat, steenweg

            naar Kapelle op den Bosch, uitgaande van den steenweg op Thisselt tot de

            woning van Geerts Alfons Juliaan.”

            In het college van 15/11 en 22/11 behandelde men opnieuw de plaatsing van

            telefoonpalen ditmaal 9 stuks, vanaf de Zennebrug tot de woning van Frans

            Piessens in het Dorp.

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:39 Reageer op dit bericht

1927 – 6 januari : Eerste schepen Jozef A. Apers werd aangewezen als “burgerlijk lid

            der commissie van optelling en rangschikking van paarden en voertuigen

            in de gemeente bestaande.” 

 

1927 – 23 januari : De leden van het “Patronaat” uit Hombeek  gaven een “Luisterrijk

            Toneelfeest” in hun lokaal in de Bankstraat. Er werden twee stukken opgevoerd :

            “Ambiorix” een geschiedkundig drama en na de pauze “Vlug verdiend” een

            blijspel. Alfons Hellemans speelde Ignis, de bevelhebber van de Nerviërs. (KH)

 

1927 – 8 maart : Theofiel Verschueren kreeg volgende dankbetuiging van de Leestse

            gemeenteraad :

            “Wij zeggen U, in naam van den Raad, dank, voor uwe bewezene en

            ononderbroken diensten, gedurende 38 jaren, als gemeenteraadslid, schepen

            en burgemeester van Leest.”

            Ook dankbetuigingen voor Frans Beullens “als gemeenteraadslid en schepen

            gedurende 23 jaren.”

 

1927 – 24 maart : Jaak Lodewijk Lauwens werd gekozen als nieuwe klokkeluider in

            vervanging van J. Rheinhard, ontslaggever.

            Lodewijk Verbruggen werd benoemd tot sekretaris van de Commissie van

            Openbare Onderstand in de plaats van August Van den Bossche.

 

1927 – 11 april : Leonard Lauwers kreeg van de Bestendige Deputatie machtiging tot

            het plaatsen van “eenen electromotor van 20 vp in de meelmaalerij, ter

            vervanging van zijnen armgasmotor.” (GA-5/5/1927)

            Ook schrijnwerker Th. Teughels kreeg toelating van de Bestendige Deputatie

            en dit op advies van de Provinciale Geneeskundige Commissie tot het

            “heropbouwen zijner zaal dienende tot schrijnwerkerij, in de nabijheid van het

            kerkhof en dat het geraadzaam was, de heropbouwing op zijn eigen erve te

            voltrekken, zonder gebruik te maken van de afsluitingsmuur van het kerkhof,

            in vooruitzicht later moeilijkheden te vermijden bij gebeurlijke afschaffing of

            verplaatsing van het kerkhof.” (GA-10/5/1927)

 

1927 – 28 april : De prijs voor eeuwigdurende grondvergunningen op het kerkhof werd

            vastgesteld op 450 fr per vierkante meter, waarvan 300 fr te storten in de

            gemeentekas en 150 fr in de kas der plaatselijke Commissie van Openbare

            Onderstand. (GR)

 

1927 – 28 april : Het gemeentebestuur beschikte nog steeds niet over telefoon.

 

1927 – 28 april : Alfons Vergaelen, veldwachter te Kapelle op den Bos en Jan Th.

            Huybrechts, veldwachter te Leest, werden gemachtigd om als hulpveldwachter

            te  fungeren in de gemeente van hun collega.

 

1927 – 19 mei : De gemeenteraad, bestatigend “dat er in alle gemeenten bewaarscholen

            zijn”, denkt er aan ook te Leest een bewaarschool te openen.

 

1927 – 24 mei : De gemeenteraad stemde voor een taks “op de begravingen van lijken

            der personen van vreemde gemeenten naar het gemeentekerkhof overgebracht”.

            De taks bedroeg 25 fr per lijk en diende betaald te worden voor de begraving.

 

1927 – 17 juni :

            ...De Raad, overwegende dat elf ter dood veroordeelden reeds werden vrijgelaten,

            overwegende dat Dr Borms en consoorten slechts gehandeld hebben uit

            idealisme, overwegende dat de christelijke naastenliefde vergt dat algeheele en

            onvoorwaardelijke amnestie verleend worde, omdat deze de eendracht tusschen

            de burgers, en de rust waaraan het land op het oogenblik zoo’n groote behoefte

            heeft, zou herstellen.

            Overwegende dat sinds lang amnestie werd verleend in de omliggende landen,

            drukt bij deze den wensch uit dat het wetsvoorstel Van Cauwelaert ten spoedigste

            zou besproken en zonder wijziging zou aangenomen worden.”

            (DB-1957 moties van de gemeenteraad)

 

1927 – 14 juli – Gemeenteraad :

            “...werd mededeling gedaan aan den Raad van 2 brieven van de

            Arrondissementskommissaris, namens de Minister van Binnelandse zaken en

            Volksgezondheid, aandringende en de inlevering verzoekende aan het

            Staatsarchief te Brussel van de parochiearchieven en registers van den

            Burgerlijken Stand van voor 1830, om deze niet langer aan vernieling en

            beschadiging bloot te stellen.

            De Raad, overwegende dat deze parochieregisters dikwijls aan familien dienst

            bewijzen tot opzoeking van geslachten, en dat die opzoekingen gemakkelijk en

            zonder verplaatsingskosten op de gemeente kan gedaan worden dan te Brussel

            in het staadsarchief, zoo drukt den Raad den wensch uit, dat mijnheer de

            Minister aan den gedanen wensch, geen verder gevolg tot inlevering bevelen zal.”

 

1927 – 20 juli : Brief van burgemeester De Laet tot zijn ambtsgenoot van Mechelen :

            “...wij zijn zoo vrij uwe welwillende aandacht in te roepen op den slechten

            toestand van Battel naar Leest, bijzonder terplaatse de Battelbergen, alwaar

            het wisselen voor gespan gevaarlijk wordt.”

 

1927 – 30 augustus : Maria Joanna Gerarda Rheinhard met vijf stemmen tegen drie

            benoemd als bewaarschoolonderwijzeres.

            Jaarwedde : 4.800 fr en 200 fr woonstvergoeding.

 

1927 – 12 september : Rond 15u30 ontstond er brand in de woning van Victor Fierens,

            een landbouwer uit de Tisseltbaan.

            Woning met stal en schuur, de oogst en de meubelen werden vernield.

            Het vee kon gered worden.

            De Volksstem daarover in de krant van 15 september :

            Groote Brand te Leest

            “Brand brak uit in de hoeve van landbouwer A. Fierens, gelegen alhier

            ter plaatse gezegd “Leestsche Heide”. Het gezin bestaande uit man, vrouw en

            twee kinderen, bevond zich aan den veldarbeid, op een 100 meter achter hun

            woning gelegen, toen zij vlammen uit de schuur zagen opslaan. Zij snelden

            toe, alsmede buren, om te redden wat te redden viel.

            Het hoornvee en een paar varkens konden met de grootste moeite gered worden.

            Inmiddels had het vernielend element zich steeds verder uitgebreid en ook de

            hoeve aangetast.

            Hoeve, schuur en stallingen met gansch den inboeldel, werd een prooi der

            vlammen. Enkel een paar muren staan nog recht.

            De schade bedraagt ongeveer 65 duizend frank en is slechts gedeeltelijk

            verzekerd. De oorzaak is niet gekend.”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:37 Reageer op dit bericht

            Foto : Victor De Laet, de nieuwe burgemeester.

 

1927 – 4 januari : Aanstelling van de gemeenteraadsleden en verkiezing van schepenen.

            Frans Beullens, Karel Van den Brande, Alfons Polspoel, Prosper Busschot, Jozef

            Apers, Victor De Laet, Ferdinand Van der Hasselt en Philip Jozef De Prins legden

            de eed  van getrouwheid af in handen van burgemeester Theophiel Verschueren.

            Jozef Albert Apers werd gekozen als eerste en Ferdinand Van der Hasselt als

            tweede schepen.

            Op 24 februari zouden TH. Verschueren en Frans Beullens echter ontslag nemen.

            Ze werden vervangen door Jan Nuytkens en Jan Jozef Verlinden.

            De burgemeesterssjerp ging naar Victor De Laet.

            Victor De Laet zou dit ambt 12 jaar uitoefenen.

            Buiten zijn aktiviteiten als landbouwer en burgemeester was hij ook stichter en

            voorzitter  van de plaatselijke Boerengilde, keurmeester op alle jaarmarkten uit de

            omtrek, voorzitter van het “landbouwcomice”, lid van de Hogere Landbouwraad

            en kassier van de Raiffeisenkas.

 

            Victor De Laet was de zoon van Johannes en van Pelagie Bernaerts.

            Johannes werd geboren op 6 augustus 1848, op de Netelhoeve in de Bist.

            Zijn ouders waren kozijn en nicht : Jan en Mie De Laet.  Na zijn huwelijk

            kwam hij in de Tiendeschuurstraat wonen. Hun dochtertje Clementine stierf toen

            het zes jaar was , in 1886. Het jaar daarop werd hun enige zoon Victor geboren.

            Johannes stierf aan de gevolgen van tyfus op 25 juni 1893.

            Pelagie Bernaerts was een zuster van burgemeester Jaak Bernaerts.

            Victor De Laet studeerde aan het Klein Seminarie van Hoogstraten en nadien

             een jaar te Leuven, maar de ouderlijke boerderij eiste hem  voortijdig op,

             toen knecht Cools bij het beren zijn been had gebroken.

            Victor Jozef De Laet werd geboren te Leest op 16/3/1887 en overleed er op

            17/1/1970.

 

            In “De Band” publiceerde meester Huysmans ooit een brief, gedateerd 7/2/35, van

            zijn collega De Leers  gericht aan burgemeester De Laet :

            “Achtbare Heer Burgemeester,

            Hierbij deel ik u een schrijven mede, welke mij is gezonden geworden door den

            Heer Kantonnalen schoolopziener.

            Er wordt mij gevraagd medalies te willen verkoopen, om alzoo bij te dragen tot

            het oprichten van een gedenkteeken ter eere van onzen diepbetreurden Vorst,

            Koning Albert.

            Zeer gaarne wil ik den oproep van Zijne Excellentie, den Minister van onderwijs

            beantwoorden.

            Ten einde de geldinzameling met gelooden bussen te doen, wil ik u eerbiedig

            vragen de toelating te geven hetzelve te laten plaats grijpen in onze gemeente.

            Ik zou graag hebben dat dit zou geschieden onder uw toezicht en vraag U

            daarom of het niet mogelijk is een onderhoud met U en met Mejuffer Hellemans,

            morgen namiddag na de klasuren, te hebben....”

 

           Het antwoord van Vik De Laet zegt veel over de burgemeester :

            “Waarde Heer Hoofdonderwijzer,

            Gaarne steun ik u met al mijn krachten, voor dat heerlijk werk, want een volk dat

            zijne groote mannen niet meer eert, is een volk rijp voor slavernij.

            Vandaag, onmiddellijk na de school, zal ik het gevraagde onderhoud gaarne

            toestaan...

                  Hand en groet,

                (getekend) V. De Laet.”

 

             Naschrift van meester Huysmans :

            “Deze briefwisseling vind ik prachtexemplaren, raak tekenend, mooi belichtend

            en doorlichtend het karakter, illustrerend en reliëf gevend aan de geaardheid van

            beide schrijvers.

            Enerzijds, meester De Leers, grootoorlogsinvalide. Wie heeft hem niet gekend,

            altijd gloeiend dwepend en zich koesterend in zijn diepste gevoelens van laaiend

            patriotisme, wat menselijk en begrijpelijk was...

            Anderzijds Vik De Laet, burgemeester, graag schalk en olijkerd in de wandel,

            formuleert in fijne feeling een aanmoedigend antwoord met als sluitstuk een

            koene en kortgebalde vriendengroet, waarbij meester De Leers, bij ’t lezen

            ervan, beroerd in houding is gesprongen, kan ik mij voorstellen...

            We hebben ze beiden wel  goed gekend. Elk in zijn job en zijn wandel, hebben

            ze ieder op eigen manier, veelvuldig en soms ook diep, hun stempel gedrukt op

            landelijk Leest en volk.

            Waar is die tijd van toen...?”   

 

            Ook zijn doodsbrief was indrukwekkend :

            Lid van de Bond van het H. Hart.

            Gewezen burgemeester van Leest.

            Lid van de Hoge Landbouwraad, Ere-voorzitter der Boerengilde Leest.

            Ere-kassier der Raiffeisenkas van Leest.

            Voorzitter van het Veekweeksyndikaat Puurs-Willebroek.

            Lid van het Provinciaal Veekweeksyndikaat van Antwerpen.

            Lid van de Provinciale Landbouwmaatschappij en de Provinciale

            Landbouwkamer.

            Lid van het Verbond der Boerengilden van het Arrondissement Mechelen.

            Ridder in de Leopoldsorde en de Kroonorde, vereerd met het Landbouwereteken

            1ste klas en de zilveren medalie van Sint-Rumoldus.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:32 Reageer op dit bericht

1926 – 6 november : Juffrouw De Boeck onderwijzeres benoemd in de gemeentelijke

            meisjesschool.

            Ze bekwam 5 stemmen tegen 4 voor juffrouw Rheinhard.

            Haar jaarwedde : 4.800 fr plus 200 fr woonstvergelding en duurtetoeslag.

            Ze kwam in dienst op 17 januari 1927 ter vervanging van Henriette Troch.

            Ze was te Leest geboren, in de Winkelstraat, en was gehuwd met drukker Robert

            Lafosse.

            “Miet” De Boeck gaf het derde en vierde studiejaar tot aan haar pensioen op 1

            september 1964.

 

Foto : romantiek der twintiger jaren : de man waarvan ze droomt is Robert Lafosse.

1926 – 3 december : Verschillende Leestenaars kloegen over de gebrekkige verlichting

            die geleverd werd door de kabine aan de wijk de “Knip”.

            De fout zou kunnen veroorzaakt zijn door de maalderij van Leonard Lauwers

            die gebruik maakte van electrische drijfkracht.

 

1926 – 31 december : bevolkingscijfer gemeente Leest : 1747.

            (GA-5/5/1927)

 

1927 – De gemeente stemde een toelage van 75 fr voor de Vlaamse leergangen te

            Leuven en elke der zeven Leestenaren die de lessen aan de Mechelse academie

            volgden, kregen een toelage van 35 frank.

 

1927 – Dat jaar werd het volledig doorschoten torenuurwerk hersteld voor de som van

            1.731,50 fr.

 

1927 – In 1927 kocht de gemeente een houten loods aan voor de inrichting van een

            bewaarschool, rechdtover de meisjesschool. (GA-18/8/1927)

 

1927 – 80 opcentiemen werden geheven op grondbelasting, op de belastingen op

            inkomsten en op de winsten der vrije beroepen.

            “dusvolgens heft de gemeente het maximum van opcentiemen om hare begroting

            in evenwicht te kunnen houden voor 1927.”

 

1927 – Pastorij, onderwijzerswoning en schoollokalen kregen electrische verlichting.

            (GA-18/12/1927) Prijs : 2.644,76 fr voor de pastorij,  1.291,25 fr voor het

            schoolhuis en 360,80 fr voor twee klassen. (DB, nr.12,1958)

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:21 Reageer op dit bericht

1926 – 6 mei : De zomervacantie voor de Leestse scholen werd bepaald :

            van 15 juli tot 1 september i.p.v. 15 augustus tot 20 september.

 

1926 – 6 mei : De oorloggschade voor Leest werd bepaald op 28.331 fr.

            Een speciaal krediet van 500 fr werd door de Gemeenteraad gestemd om advokaat

            De Glas te vergoeden die in deze materie Leest vertegenwoordigde.

 

1926 – 6 mei : Daar veldwachter Huybrechts geen toelating kreeg van de Bestendige

            Deputatie “tot het roepen in openbare verkoopingen” en daar zijn voorganger

            Van Hoof dit wel deed, evenals zijn collega’s uit de omliggende gemeenten,

            besloot het gemeentebestuur de wedde van de veldwachter aan te passen en van

            4.500 op 4.800 fr te brengen.

 

1926 – 27 mei : “Gezien de borden in de gemeentescholen sedert 13 jaren niet meer

            geschilderd zijn geweest, en dat de heer Jozef Mellen, specialist leischilder te

            Auderghem, zich aangeboden heeft om die schildering te doen.

            Overwegende dat de schildering over dertien jaren gedaan, volkomen en

            langdurigen weerstand heeft en dus volkomen heeft voldaan aan de

            verwachtingen besluit het Schepencollege Dhr Mellen te gelasten met

            de leischildering van deze borden aan 10 fr per vierkante meter en 50 centiem

            per meter loopend voor de lijntrekkingen op de borden.”

 

1926 – 17 juni – Gemeenteraad :

            Bespreking schrijven van Eerw. Heer De Winter, Diocesane Schoolopziener :

            “...deze doet aan de gemeente aanmerken, dat er in de gemeentescholen slechts

            3 halve dagen ter week des namiddags gewijde geschiedenis wordt gegeven,

            terwijl in andere Katholieke buitengemeenten alle dagen des namiddags gewijde

            geschiedenis wordt gegeven.

            Gezien de uurtabellen door de onderwijzers afgegeven die de lessen aanduiden,

            overweegt de Raad dat er sedert 1884 geene verandering meer toegebracht werd

            aan het leerprogramma der scholen en alvorens verandering toe te brengen aan

            het programma zal het gevoelen van den heer Kantonalen Opziener gevraagd

            worden.”

 

1926 – 17 juni : De gemeenteraad gaf een gunstig advies aan het ontwerp der

            maatschappij van Buurtspoorwegen tot inrichting van een autobusdienst

            Breendonk-Tisselt-Leest-Battel-Mechelen.

 

1926 – Op zondag 20 juni had in de gemeente de verkoop plaats van het

            “Wezenbloempje”een initiatief van het “Nationaal Komiteit voor Oorlogswezen”.

            Schoolhoofden De Leers en Hellemans werden belast met deze verkoop.

 

1926 – 22 juni : “De stroomijt van Jan Gobien, Tisseltbaan, is afgebrand.

            Er moet kwaad opzet in het spel zijn.”

 

1926 – 22 juli : “De Soeurs rédempts ristines de Malines” verkregen een eeuwigdurende

            vergunning tot begraving van “de tegenwoordig bestaande kloosterlingen, en van

            de later deelmakende dier orde”.

            Het gemeentekerkhof stond daarvoor 9 vierkante meter af.

            Totale kostprijs : 1.426 fr.

 

1926 – 8 augustus – De Volksstem :

            Ijselijk ongeluk- Een man verpulverd

            Donderdag namiddag waren werklieden bezig met het schilderen der electrische

            palen even buiten de kom der gemeente Leest.

            Een werkman, zekere Vermost, ongehuwd 33 jaar oud, wonende

            Leuvensesteenweg te Mechelen, die zich met zijn lederen reep en de

            daaraan vastzijnde verzekeringsketting wilde vastmaken, wierp deze ketting

            over den electrischen draad, met het ongelukkig gevolg dat de ketting den

            draad raakte en de ongelukkige geëlectrocuteerd werd.

            Vermost werd totaal verpulverd naar beneden gehaald.”

 

1926 – 23 augustus : Landbouwer Theophiel Van Aken uit de Kleine Heide diende klacht

            in tegen de electriciteitsmaatschappij Electricité de la Belgique.

            De maatschappij had een “ijzeren staak der hoogspanningslijn” geschilderd en

            een melkkoe van de landbouwer had aan de verf gelikt met als gevolg dat de koe

            bij hoogdringendheid moest worden afgemaakt.

            Volgens een verklaring van veearts Van Passen had de koe een handelswaarde

            van 4.000 fr.

 

1926 – 9 september : Bij Ministrieel Besluit van 9 september 1926 (nr. 17058) werd

            de oorlogsschade van de gemeente Leest bepaald op 28.331 fr.

            (GA-28/6/1927)

 

1926 – 24 september : “...door overeenkomst van 24/9 werd aan de gemeente een

            noemkapitaal van fr 14.800,...obligaties der openbare schuld 5% 1925

            toegekend, in regeling van oorlogsschadevergoedingen.”

            (GR-15/12/1927)

 

1926 – 16 oktober : Veearts Van Passen stelde mond- en klauwzeer vast bij vee van

            David  Alfons Verbruggen uit de Tiendeschuurstraat.

            David Verbruggen bezat 7 koeien, 1 stier, 8 runders en evenveel varkens.

 

1926 – 27 oktober : In de gemeente heerste een algemeen en groot gebrek aan

            steenkolen.

            De plaatselijke kolenhandelaars kloegen dat zij hunne lang gedane bestellingen

            niet konden bekomen van de mijnen.

 

1926 – 28 oktober : De gevreesde besmettelijke ziekte mond- en klauwzeer sloeg

            opnieuw toe. Vee van Petrus De Prins en Jozef De Maeyer, beiden uit de

            Kleinheidestraat, werd aangetast.

            De komende weken zou de ziekte zich verspreiden naar de Bist en de Kouter.

            Slachtoffers werden : Jan Jozef Verlinden, Jan Baptist Verbergt, Frans

            Piessens en Louis Mertens.  

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:18 Reageer op dit bericht

1925 – 5 december : Brief gemeentebestuur Leest naar provincie Antwerpen :

            “...Tot gevolg van uw schrijven dan den 30 november laatst, doen wij u kennen

            ingevolge de mededeeling van Mr. Advokaat Coemans, de keus voor eenen

            bijzonderen veldwachter moeilijk is.

            Vele personen van jongen leeftijd past die bediening niet, sommigen zijn aan den

            drank verslaafd, anderen bezitten de wilskracht niet om dien post nauwgezet en

            op eene behoorlijke wijze waar te nemen, en laten zich omkoopen door stroopers.

            Den voorgestelden persoon Louis Andries, is bijzonderen veldwachter geweest

            van Mr. Devos, heeft altijd nauwgezet dit ambt vervuld, en Mr. Coemans koestert

            de hoop, dat mijnheer de Gouverneur kwijtschelding geeven zal tot de

            benoeming van Andries.

           Het gemeentebestuur van Leest,

           Op bevel : de sekretaris (getekend) Vandenbossche” 

         

1925 – 8 december : Victor De Laet, voorzitter der samenwerkende maatschappij “Iever

            voor den landbouw”, deed namens zijn maatschappij aanvraag om toelating te

            bekomen tot plaatsing van een electrische motor die zou dienen “tot in en

            uitpompen van beer uit het schip en uit den put.”

 

1926 – Een fikse loonsverhoging voor het gemeentepersoneel. Gemeenteontvanger

            De Hondt ontving 2.541 fr, veldwachter Huybrechts 5.715 fr en sekretaris

            Vandenbossche 9.705 fr jaarwedde.

            (GA-5/1/1928)

 

1926 – Vanaf dit jaar kregen gemeentehuis, jongensschool en pastorij electrische

            verlichting. (GA-7/6/1926)

 

1926 – Dat jaar stroomde, zonder veel schade te veroorzaken, een deel van de

            Winkelstraat onder water.

            “...dit gebeurt daar soms nog, de oorzaak schijnt te zijn dat den afloop der

            dorpelpoelsterbeek, door het hoog waterpeil der steinemolenbeek, dewelke

            slechts bij lage tij der Senne kan afloopen, ook het water der andere

            toevloeiende beken stremt.” (GA-14/1/1926)

 

1926 – In 1926 verkocht het gemeentebestuur “den treurwilg en den notelaar, staande

            op het kerkhof, ingezien het dreigende beschadigingsgevaar dat hun behoud

            veroorzaakte.” (GA-4/2/1926)

            “Den treurwilg, waarvan de takken grootendeels boven het kerkdak hingen,

            was lijdende aan verrotting en bevond zich in vallende houding.

            Den notelaar zijne takken raakten omtrent de geschilderde ramen en was in zijne

            stam bij de beschieting van 1914 getroffen en beschadigd door een projektiel...”

            De bomen brachten 336 fr op.

 

1926 – In de gemeente waren 3 kolenhandelaars actief : Alfons Apers uit de Hertstraat,

            Frans Daelemans uit de Groteheidestraat en Ferdinand Van der Hasselt uit de

            Kapellebaan. (GA-27/2/1926)

 

1926 – 325 mannen en 240 vrouwen legden zich toe op het landbouwbedrijf.

            Personen onder de 14 jaar niet meegerekend.

            (GA-17/5/1926)

 

1926 – Dat jaar maakte de gemeente Leest in het kader van de “Belastingstaks der

            voertuigen” een lijst op met “Opgaaf van de inwoners dezer gemeente,

            bezitters en gebruikers van voertuigen kunnende dienen tot tweeërlei gebruik,

            en van degene niet tot den landbouw dienen.”

 

Namen en voornamen                       Woonst    Beroep of bedrijf         Aard voertuigen

 

Moons augustus                     Dorp 4      Landbouwer-melkboer  1 speelkar

Jacobs, kinderen                    Dorp 3      Landbouwers                 1 speelkar op 2 wielen                                                                                                       Van Crombruggen Weduwe  Dorp 20    Landbouwster                   idem

Verschueren Emiel                Dorp 24    Landbouwer-Handelaar    idem

Voet-Cools Weduwe Const.   Dorp 28    Landbouwster                1 sjees en 1 speelkar    

Keuleers Eugeen                    Dorp 29    Landbouwer                   1 speelkar

Piessens Alfons               Mechelbaan 2        idem                          1 toneau en 1 speelkar

Apers Joseph Alb.          Mechelbaan 4    Landbouwer-Handelaar 1 kamion op 4 wielen

Diddens Constant           Molenstraat 2    Landbouwer                   1 speelkar

Boonen Frans                          Kouter 2   Landbouwer-Melkboer   1 speelkar

Jacobs August Philip               Kouter 6   Landbouwer-Melkboer      idem

Van Steenwinkel Edward         Kouter 9  Landbouwer                     1 speelkar-toneau

Moyson Antoon Jaak               Kouter 13    idem                             1 toneau

Verschueren Cyriel           Scheerstraat 7     idem                             1 sjees

Van den Vondel Henri G. Scheerstraat 12    idem                            1 speelkar

Publie Jan Frans                Scheerstraat 13 Landbouwer-Melkboer  1 speelkar

Vloeberghen Jan Joseph    Koeistraat 10   Landbouwer-Hovenier    1 kamion op 4 wielen

Lemmens Amedé       Koeistraat 15   Landbouwer                     1 speelkar

Jacobs Cesar              Koeistraat 22  Landbouwer-Melkboer     1 speelkar

De Coster Jan Bt       Koeistraat 24  Landbouwer           1 speelkar en 1 kamion

                                                                                          op 4 wiel. en 2 sjeezen

Verbruggen Constant Koeistraat 25 Landbouwer-Melkboer      1 speelkar

Lauwens Jan Pieter   Winkelstraat 1 Landbouwer                       1 speelkar

Spruyt Jan Frans       Winkelstraat 11 Landbouwer                        idem

Spruyt Jan Bt.            Winkelstraat 12    idem             1 speelkar en 1 kamion op 4 wielen       

De Smet August      Kapellebaan 1  Landbouwer                      1 speelkar

Van der Hasselt Ferdinand idem  3        idem                            2 speelkarren

Slachmuylders Willem       idem  6         idem               1 speelkar en 1 kamion

Selleslagh Jan Frans           idem  11   Koopman                       1 speelkar

Ceuppens Frans Louis       idem   5   Landbouwer                       idem

Van Winghe Louis             idem 7 bis    idem                            1 kamion

Huysmans Piet Jaak           idem 14    Landbouwer-Handelaar  1 speelkar

Neefs Theodoor                 idem 18   Landbouwer                         idem

De Hondt Victor    Thisseltbaan 1    Melkboer                              idem

Peeters August                  idem  5   Melkboer-Landbouwer         idem

Lamberts Frans                 idem 11   Landbouwer                         idem

Lauwers Jan Bt                 idem 16         idem                                idem

Fierens Victor                   idem 20         idem                                 idem

Polfliet Louis                     idem 22   Melkboer-Landbouwer         idem

Scheltiens Jan Frans          idem 23    Landbouwer                          idem

Daelemans Karel               idem 40         idem                                 idem

Gobien Jan                        idem 43         idem                                  idem

Maes Alfons                     idem 48   Landbouwer-Maalder             idem

Muyldermans Jaak           idem 51      Landbouwer                         idem

Geerts Frans                     idem 52           idem                                 idem

Bruylants Wwe Jaak         idem 53          idem                                  idem

Vander Elst Edward  Blaasveldstr.4  Landbouwer-Melkboer         idem

Busschot Gaston              idem  6         Landbouwer                       idem

Absillis Piet Jan                idem                idem                               idem

Apers Alfons           Hertstraat 1     Landbouwer-Koopman            idem

Colpin Joseph  Grooteheidestraat 7        Landbouwer                      idem

Vanden Sande wwe Frans idem 15             idem                              idem

Leemans Karel                  idem 18              idem                               idem

Bradt Remi   Kleinheidestraat 8   Landbouwer-Melkboer                idem

Robeyns Frans       idem   10                 Landbouwer                        idem

De Prins Petrus      idem  14                         idem                              idem

De Maeyer Joseph  idem 15                         idem                              idem

Beullens Frans        idem 21                         idem                              idem

Van den Heuvel Frans Alemstraat 1            idem                               idem

Van Winghe Frans Alemstraat 2                  idem                               idem

De Prins August      idem        3                   idem                                idem

Selleslagh Karel       idem      4                    idem                                 idem

Nagels Willem        idem      8                      idem                                idem

Van Boxom Edm.    Alemstraat 11           Landbouwer               1 speelkar

Robyns Victor         Alemstraat 12                idem                         idem

Spoelders Jan Felix     idem       13      Landbouwer-Melkboer      idem

 

1926 – 2 februari : Meester De Leers ontving van het gemeentebestuur volgend schrijven: 

            “...In uwe hoedanigheid van schoolhoofd der gemeentejongensschool, verzoeken

            wij u van te zorgen dat er voor het toekomende in- en gedurende de lesuren, in de

            klassen geene hevige woordenwisselingen, tusschen u en uwe medeonderwijzers

            meer plaats grijpen, zoals verleden donderdag gebeurde.

            Dergelijke feiten schorsen de voortzetting der lessen, doet den onderwijzer zijn

            aanzien verliezen, zoowel bij de kinderen als bij de voorbijgangers die op straat

            stonden te luisteren.

            Zijn er aanmerkingen te doen, dan behoeven die gedaan te worden zonder dat de

            leerlingen aanwezig zijn.

            Het te laat ter school komen van de leerlingen wordt voortdurend waargenomen.

            Gelief, Mijnheer, te zorgen dat er voor het toekomende geen twistredenen meer

            plaats grijpen tijdens de klasuren, en uwe medeonderwijzers mededeling dezer

            te doen...”

 

1926 – Op 9 februari vierden Pieter Lodewijk Jacobs en Anna Maria S. De Laet hun

            gouden bruiloft.

            De gemeente stemde een speciaal krediet van 212,50 fr “voor aankoop van het

            geschenk en onkosten van den aangeboden eerewijn.”

            Het geschenk bestond uit twee zetels.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:15 Reageer op dit bericht

1925 – 7 mei : Adolf Masure uit Tisselt, “Aannemer van Speel- en Nachtreizen aan

            voordeelige prijzen”, stond er op zijn visitekaartje, verzocht om toelating tot het

            uitbaten van een autobusdienst tussen  Mechelen en Breendonk over Hombeek,

            Leest en Tisselt.

            De bus zou rijden van 6 uur ’s morgens tot 20 u ’s avonds.

            Het betrof een Ford-rijtuig van 22 pk met 16 zitplaatsen.

            Tarief : 0,20 fr per kilometer.

            De trein op de Heide (lijn Mechelen-Terneuzen)  stopte enkel ’s zaterdags en ’s

            zondags.

            In 1926 zou deze private exploitatie worden overgenomen door de Nationale

            Maatschappij van Buurtspoorwegen. (DB-1958)

 

            Foto : de eerste autobus Breendonk-Mechelen over Leest.

 

            “’s Morgens om halfzes vertrok de eerste bus proppensvol met mannen die gingen

            werken naar het Arsenaal te Mechelen.

            De bus van halfzeven werd normaal genomen door het gewone werkvolk en om

            acht uur was het de beurt aan de scholieren.

            Ook de boeren maakten er dankbaar gebruik van. Dagelijks om halftwee trokken

            ze naar de groentenmarkt : dan stonden alle rekken vol met mandjes witloof.

            Op zaterdag was er een speciale rit voorzien langs de Winkelstraat en de

            Tiendeschuurstraat. Dan zat de bus vol taterende  vrouwen met grote korven, die

            naar de markt trokken.

            “’k Heb mijn moeder nog weten vertellen,” vertelde meester Huysmans, “dat ze

            eens meeging naar Enghien. Onderweg moesten z’er allen uit om te stompen!”...”

            (LG-blz.286)

 

1925 – In juni deed het gemeentebestuur via “aflezing des zondags na de mis en

            aanplakking in verschillende wijken der gemeente”, een oproep tot de vrouwen

            “tot daarstellen van een komiteit tot regeling van de inzameling voor de nationale

            viering der zilveren bruiloft hunner Majesteiten den Koning en de Koningin.

            Volgende jonge dochters der gemeente hebben aangenomen de inzameling te

            doen :de  Juffers Hellemans Mathilde, onderwijzeres, Rheinhard Maria, idem,

            Verbergt Victoria, De Prins Celina, De Maeyer Elisa, Diddens Virginia, Fierens

            Stephanie, Teughels Jeanette, Van Praet Maria, De Prins Aline, Verbruggen

            Rosalie, Scheltiens Emma, Polspoel Philomena, Van de Vondel Melania.”

 

1925 – 29 juni :   Electriciteit te Leest

            De gemeente Leest sloot officieel aan op het net van de Regionale

            Intercommunale Electriciteitsmaatschappij voor Zuid Antwerpen (E.Z.A.),

            zaakwaarnemer van de Electriciteitsmaatschappij van Noord-België NV

            Mechelen.  (GA)

 

            121 cliënten verbruikten dat jaar 7.384 kwh (=5 kwh per cliënt en per maand).

            De openbare verlichting beliep 1.410 kwh.

            Op 29 juni 1925 werden 49 huizen aangesloten.

            In 1922 had de maatschappij “Electricité du Nord de la Belgique” een grondplan

            Opgemaakt “eene electrische leiding aanwijzende van de Molenstraat, deels door

            Het Dorpsplein, door de Scheerstraat, deels langs Koeistraat, de Molenstraat

            tot aan het kerkhof, met 12 lampen van 50 bougies ieder; en van de Winkelstraat

            tussen de woningen van De Hondt en Spruyt, naar de Cantine;

            van de Cantine langs de Koeistraat tot aan Pieter Verbeeck, en van daar de

            Thisseltbaan volgende tot aan de Knip, en zich voortzettende langs de

            Blaesveldstraat tot aan de woning van Pieter Jan Diddens met nog 26 lampen

            van 50 bougies, hetzij te samen 38 lampen voor de wegenisverlichting”.

            (Gemeenteraad 22/4/1922)

            De Bist, Kapellebaan, Alemstraat, Grote en Kleine Heide volgden in 1925.

            (Gemeenteraad 26/11/1925)

            “Tengevolge economische omstandigheden”werd de leiding niet meer uitgebreid

            in 1926. (Gemeenteraad 17/6/1926)

            In pastorij, schoolhuis en 2 klassen werd electriciteit aangebracht in 1927, de

            kosten  beliepen 4.296,!1 fr . (Gemeenteraad 14/7/1927)

            De Kouter volgde in 1935. (Gemeenteraad 15/2/1935)

            Op 31 deceber 1957 bedroeg de lengte van het net 5.087 meter (hoogspanningsnet

            voedt de 5 kabines), 17.614 meter (laagspanningsnet, van de kabines naar het

            cliënteel)

            Enkele cijfers over cliënteel en verbruik :

            1925 121 cliënten  7.384 kwh  1410 kwh voor openbare verlichting.

            1935 357 cliënten 37.823 kwh  3544 kwh voor openbare verlichting.

            1945 439   “        102.813 kwh 1928 kwh   “”      “”             “”

            1955 494  “         208.924 kwh 13.824 kwh “”    “”             “”

            1957 461  “         267.109 kwh 13.394 kwh “”    “”              “”

            De vermindering van het getal cliënten in 1957 kwam voort van het feit dat voor

            de invoering van het Nationaal Tarief, elke aansluiting voor verlichting en

            drijfkracht in hetzelfde jaar voor twee installaties gerekend werd.

            (DB-1959)

 

1925 – Op 4 juli telde de  gemeente Leest officieel 312 huisgezinnen.

 

1925 – 12 en 13 juli : Wijkkermis te Leest Heide.

            Het initiatief kwam van de herbergiers Polfliet, Steemans, Gobien, Spiessens, Van

            Praet en Maes uit de Tisseltbaan en De Boeck en Diddens uit de Kleinheidestraat.

            De herbergen en danstenten moesten sluiten om 2 uur ’s nachts.

            Er werden twee danstenten geplaatst.

            (GA-19/6/1925)

 

1925 – Op 30 juli rond 15 uur, ontstond er brand in de woning van landbouwer en

            melkverkoper Jan Alfons Mertens uit de Tiendeschuurstraat.

            Woning, stal en schuur werden vernield. Enkel het vee en een deel der meubels

            van het gelijkvloers konden worden gered.

            De brand ontstond vermoedelijk boven aan de schouw.

 

1925 – 5 september – Gemeenteraad : Benoeming leden en plaatsvervangende leden

            “Commissie van Openbaren Onderstand” :

            Gekozen als “titelvoerende” leden : Jan Frans A. Lemmens, Karel Lodewijk

            Steenmans en Frans Janssens, allen landbouwers.

            Hun plaatsvervangers : Antoon Lodewijk De Rooster en Jan Jozef Verlinden.

            In de zitting van 24/9 werden ook nog David Alfons Verbruggen en Jan Frans C.

            Diddens, aftredende leden van het “Weldadigheidsbureel” gekozen als

            titelvoerende leden en Jan Baptist Maes en Joseph De Maeyer als hun

            plaatsvervangers.

 

1925 - 8 november : Provinciekiezing. Die had plaats in de gemeentelijke jongensschool.

            Te Leest waren 481 kiezers voor de wetgevende kamers.

 

1925 – 14 november : Door “het staatsbestuur” werden 184 dode bomen openbaar

            verkocht. Deze bomen bevonden zich op de Zennedijken, op grondgebied van

            Heffen, Leest, Hombeek en Mechelen.

            Het betrof hier 173 olmen en 11 acacias en berken.

            (GA-23/11/1925)

 

1925 – 26 november : Op de gemeenteraadszitting werd medegedeeld dat 34 kinderen uit

            de Bist en de Kapellebaan school liepen in Kapelle op den Bos.

            Toen werd er ook besloten om electrische verlichting te laten aanbrengen in de

            Bist, Kapellebaan, Alemstraat, Grote en Kleine Heide en, gedeeltelijk, in de

            Tisseltbaan.

 

1925 – 28 november : Landbouwer Louis Bradt uit de Kleinheidestraat ontving van het

            gemeentebestuur een schrijven waarin hij ervan werd verwittigd dat “de melk

            den 16e dezer maand geleverd en verkocht te Coeckelbergh, waarvan staal

            genomen werd door de politie, van uwe melkkoeien voortkomende, besmet is door

            streptocokken der nierontsteking.

            Dientengevolge mag het melk van uwe koeien te Brussel niet meer verkocht

            worden, zoo lang er geen onderzoek van het melk en van uwe koei plaats gehad

            heeft. Gelief, door den veldwachter stalen te laten nemen van het melk uwer

            koeien, om voor het onderzoek te dienen...”

 

            Het spoor gaf “melkboeren” de kans hun producten in de grootsteden te verkopen.

            De melkrondes en verkoop van deur tot deur gebeurde in de voormiddag.

            Zo wachtten elke morgen een twintigtal melkboeren van het Heike de eerste trein

            van 5 uur op. In het station stapten er nog eens zoveel op van den Dries  of ‘t

            Klein Gent. Allen zwaar beladen met de stopen. De hondenkarren lieten ze achter

            in een herberg kort bij het station gelegen.

            In Brussel of Antwerpen werden de stopen meestal  met de kruiwagen vervoerd

            of  op een stootkarretje dat daar gestald werd. (KH-1921,blz.64)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 06:11 Reageer op dit bericht

1925 – 7 mei : De kerkfabriek vestigde de aandacht van de gemeenteraad op de

            bouwvallige toestand van de kerkhofmuren en van de omheiningsmuur rond de

            pastorij.

            “...herstelling gevraagd of zoo niet zou het de gemeente gelieven de aanvraag te

            willen doen bij  de bestaande commissie om deze muren te kunnen rangschikken

            en aannemen bij de monumenten...”

 

            In dat kader schreef pastoor Beuckelaers dat jaar een opmerkelijke brief naar

            het gemeentebestuur :

            “...Over meer dan honderd twintig jaren tijdens de fransche revolutie hebben de

            revolutionairen abdijen, kerken en kloosters verwoest, vernield en in ’t  brand

            gestoken, zoo nochtans er daarvan in de puinen nog zekere gedeelten van zijn

            blijven rechtstaan. De overgeblevene puinen zoals in de abdijen van Orval, van

            Villers la Ville, Afflighem en menige andere, om te vermijden dat zij nog verder

            afbrokkelen zouden en om ze te behouden zijn die overblijfsels van vermaarde

            abdijen in den loop der tijden door de Comissie van Monumenten gerangschikt

            geworden tusschen de monumenten van 1e, 2de of 3de klas en als dusdanig zijn

            daar door den Belgischen staat voorzorgen genomen opdat zij door de

            wedergesteltenissen of door bandietenstreken niet zouden vernietigd worden.

            Zoo bestaan er hier in Leest als omgeving van het kerkhof en ook als sluiting van

            de pastorij oude versleten muren die langzamerhand in puinen veranderen, en

            om die te bewaren en te waarborgen tegen bandieterijen van kinderen of zelfs

            gezettem menschen, vindt het kerkfabriek geraadzaam aan het gmeentebestuur

            voor te stellen dat het aan de Commissie van Monumenten zoude vragen die

            muren te willen rangschikken tusschen de monumenten en als gevolg van dit

            besluit te vragen dat de Commissie het er zou willen in groote letters opzetten

            dat het monumenten zijn, anders zou men het niet geloven, en men zou voort gaan

            met te zeggen dat men in de gemeente Leest beschaamd is, hetgeen men

            inderdaad peinst en waarvan men overtuigd is : over den schandaligen toestand

            der muren. Ware het nochtans dat het gemeentebestuur er niet in toe stemme om

            zulks aan de commissie te vragen, dan verzoekt het kerkbestuur het

            gemeentebestuur wien het toekomt zonder vertoeven zoodanig herstellingen te

            doen aan de kerkhofmuur en pastorijmuur dat alle schandaal verdwijne.

            Ten andere weten wij dat de heer provinciale bouwmeester Careels al van over

            verschillige jaren er op aangedrongen heeft !

            Maar dat hij tot hiertoe er nog niet in gelukt is.

            Deze brief zal gezonden worden aan het gemeentebestuur van Leest en een

            afschrift ervan aan Mr den Gouverneur...”

            (Parochiearcheif Leest nr. 76)

 

            In 1985 werd zowel kerkhof als pastorij als monument geklasseerd.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 05:59 Reageer op dit bericht

1925 – 19 maart : Voor de vervanging van Isidoor Constant Van Hoof werden er te Leest

            van de elf twee kandidaten veldwachters weerhouden : Jan Theodoor Huybrechts

            en Antoon Eduard Van den Brande.

            Eerstgenoemde zou het pleit winnen.

 

            De burgemeester gaf op 19 maart volgende inlichtingen over de toekomstige

            veldwachter aan de Procureur des Konings :

            “Dezen jongeling, geboren van werkliedenfamilie, trad in dienst bij landbouwer

            Spruyt waar hij werkzaam bleef tot zijn inlijving bij het leger.

            Na zijn dienstvolbrenging trad hij terug in dienst bij Spruyt tot het uitbreken

            van den oorlog, wanneer hij het leger vervoegde.

            Na den wapenstilstand keerde hij weder bij Spruyt.

            Hij is een zeer oppassend dienstknecht, werkzaam, geen dronkaard en kan als

            voorbeeld aan velen dienen.

            Hij is kalm van karakter, en zijn gedrag en zedelijkheid zijn zeer goed.”

            Eduard Van den Brande, de tweede kandidaat, zou op 12 mei naar Kongo

            vertrekken  om daar zijn geluk te beproeven.

            Jan Theodoor Huybrechts was boerenknecht bij de familie Spruyt in de

            Winkelstraat, hij was wees en woonde bij de familie in.

            Later huwde hij de dochter van zijn baas en pleegvader, Serafien, die hem zelf

            ten huwelijk vroeg.

            Theodoor had zelf een aangenomen dochter (Maria Nuytkens), evenals hijzelf

            een wees.

            “Hij was te goed om iemand op te schrijven”, zouden de mensen later over hem

            zeggen.

            Op 30 mei zou Jan Theodoor Huybrechts benoemd worden mits een jaarwedde

            van 4.500 fr. (GR-18/6/1925)

            In 1954 werd hij opgevolgd door Victor Van Hoof.

 

1925 – 30 maart :

            “Op zondag 29 maart laatst, rond 2 ure 50 namiddag, met het gespan

            rijdende in de Koeistraat aan de woning Louis Vloebergh, in de richting

            van het dorp gaande, werd ik aangereden door eenen auto, die wilde

            voorrijden; ik was aan het spoorgeven, doch den autovoerder gaf mij

            er den vollen noodigen tijd niet voor, daar den steenweg op de plaats waar hij

            mij wilde voorrijden, op die plaats kromming heeft, reed hij mijn rijtuig aan,

            zijnen auto raakte den elektriek paal.

            Den as van mijn gerij is vervrongen, en de ressorts zullen zonder twijfel

            vervrongen zijn.


            Het autovoertuig dat mijn gespan beschadigde, draagt de plaat nr. 83139,

            en werd gevoerd door heer De Beuckelaer, zoon, van Mechelen, Dijkstraat

            nr. 69, te Mechelen wonend.

            Ik heb bij Mr. De Beuckelaer (vader) geweest om mijnen geledene schade

            bij minnelijke schikking te regelen, doch deze wilde niet onderhandelen.

            Getuigenis hiervan kan gegeven worden door : Pieter Jan Baptist Emmeregs,

            landbouwer te Leest, Tinneschuurstraat 6 en dezes echtgenote, dewelke

            achter mij kwamen aangereden en door Louis Vloebergh, metser Koeistraat

            Leest, dewelke de wielspoorindrukken van den auto gezien heeft.”

            Pro Justitia  opgemaakt door burgemeester Theophiel Verschueren

            in opdracht van Alfons Verbergt, een 23-jairge landbouwer uit Hombeek

            (Boskant nr. 119).

            De afloop is ons onbekend.

 

1925 – In april werd de Tiendeschuurstraat voorzien van elektrische verlichting.

            (GA-7/4/1925)

 

1925 – 15 april : Jaarlijkse stierenkeuring in het dorp te Leest.

            Dit gold voor de gemeenten Heffen, Hombeek en Leest. De keuring werd verricht

            door de Willebroekse veearts Van Passen.

 

1925 – 18 april : Brief  van de burgemeester van Leest aan de Provinciegouverneur :

            “...nogmaals neem ik de vrijheid mij tot u te wenden, om eene dringende

            benoeming van veldwachter te vragen, in vervanging van wijlen Mr Van Hoof,

            sedert meer dan 6 maanden overleden...

            Door den langdurigen uitstel komt er ontreddering in den gemeentedienst, de

            velden zijn onbewaakt, en niemand wil de bediening van tijdelijk veldwachter

            aannemen...”

            Zoals hierboven gezegd zou Jan Theodoor Huybrechts op 30 mei officieel

            benoemd worden.

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:54 Reageer op dit bericht

     

1925 – Stichting van het Davidsfonds te Leest.

 

                                        DAVIDSFONDS LEEST

 

            Dit gebeurde onder impuls van onderpastoor Cleeren, Jozef Verhavert (een

            propagandist voor het gewest Mechelen) en Alfons Hellemans.

            Laatstgenoemde werd de eerste voorzitter, Lode Verbruggen werd

            penningmeester, Maria Rheinhard secretaresse.

            Andere bestuursleden van het eerste uur : Victor Selleslagh, Flor Meyers,

            August Verlinden en Victor De Laet.

            In het begin was de afdeling Leest ook samengesteld met leden van Hombeek,

            dit tot Hombeek een eigen afdeling kreeg.

            Onder de kenspreuk “voor godsdienst, taal en vaderland” ging het bestuur van

            de culturele vereniging er flink tegenaan.

            Het richtte voordrachten in, 11-julistoeten met medewerking van beide

            muziekkorpsen en de andere plaatselijke maatschappijen, gevolgd door

            spreekbeurten in open lucht of beurtelings in de zalen van Teughels en

            Huybrechts.  

            Concerten door de beide fanfares of gymnastische oefeningen wisselden soms

            de spreekbeurten af.

            Er werden opstelwedstrijden georganiseerd, boerenkrijgherdenkingen,

            declamatieprijskampen, goochelavonden,  bedevaarten, enz...

            Deze declamatierijskampen waren de eerste in heel het Davidsfonds.           

            De eerste voordrachten werden gehouden in de zaal “Sinte Cecilia” bij Theodoor

            Van den Heuvel, later bij de weduwe Van den Heuvel.

            Een ballonnekensprijskamp werd in 1933 –eveneens de eerste soortgelijke

            prijskamp in heel het Davidsfonds- gehouden, die de naam van Leest en het

            Davidsfonds uitdroeg tot aan het Bodenmeer in Zuid-Duitsland.

            Gedurende de tweede wereldoorlog en nog enkele jaren nadien bleef de

            Davidsfondswerking zo goed al achterwege om midden jaren vijftig

            opnieuw in gang te schieten.

            Het nieuwe bestuur van 1956 gaf de vereniging een nieuwe opflakkering,

            een nieuw elan en de organisaties stegen evenals het aantal leden.

            Weerom was Alfons Hellemans voorzitter en zijn medebestuursleden waren

            Cyriel Verbruggen, Maria Rheinhard, Albert Van Rompaey, Hugo Stuyck,

            Frans Van Neck, Hugo Verlinden, Juul De Smet, Mariette De Prins, Madeleine

            Verbruggen en Mariette De Boeck.

            In 1969 kwam, vooral onder impuls van Toon Lamberts, het Davidsfonds

            weer aan zijn trekken. De beweging kreeg een nieuwe injectie en zag haar

            ledenaantal de hoogte ingaan.

            In 1980 zag het bestuur er als volgt uit :

            Voorzitter : Jeroom Verbruggen, Ere-voorzitter : Alfons Hellemans.

            Ondervoorzitter : Maria Dons-Lamberts, secretaris Martin Mollemans,

            Penningmeester Aloïs Hendrickx en actieve bestuursleden Marleen De Prins,

            Pastoor Lornoy, Mia Van Sweevelt-Dewit en Marleen Verschueren.

            Het lidmaatschap gaf toen volgende voordelen : zesmaal per jaar het tijdschrift

            “DF-mededelingen”, gunstvoorvoorwaarden voor speciale aanbiedingen,

            korting op plaatselijke activiteiten en een extra reisservice dank zij Davo Reizen.

            Het nationale Davidsfonds werd in 1875 opgericht met het tweeledige doel

            de alzijdige ontwikkeling van het Vlaamse volk en de verdediging van de

            Vlaamse belangen.

 

 

1925 –Bureel der Weldadigheid werd Commissie van Openbare Onderstand

Louis Verbruggen in “De Band”  1956 :

 

“Voor het jaar 1925 had de Commissie van Openbare Onderstand de naam van “Bureel der Weldadigheid”.

Ingevolge de wet van 10 maart 1925 op de Openbare Onderstand werden de burelen van weldadigheid afgeschaft en ontvingen de naam “Commissie van Openbare Onderstand”.

Zij bestaat uit 5 leden, waarvan een lid voorzitter is, die bij geheime stemming door de leden zelf wordt verkozen.

De leden hebben voor hun ambt geen vergoeding.

Het administratief werk wordt verricht door de secretaris, Lode Verbruggen en door Alfons Hellemans als ontvanger voor het beheer der fondsen.

Deze twee laatsten genieten een jaarwedde volgens het aantal inwoners der gemeente.

Doel van de C.O.O.

De ellende lenigen en de dienst van de ziekenverpleging der behoeftigen geldelijk regelen.

Geldelijk beschikt de C.O.O. over de landpachten waarvan zij eigenaar is.

Indien deze gelden ontoereikend zijn, vraagt zij een jaarlijkse toelage aan het gemeentebestuur.

            (Louis Verbruggen in “De Band” – 1956)

 

 

1925 – 7 januari : Veearts Van Passen stelde mond- en klauwzeer vast bij vee van

            Jozef De Maeyer uit de Kleinheidestraat.

            Plakschriften met verbod van doorgang werden geplaatst en al het vee in een

            zone van 300 m werd geinventariseerd.

           

1925 – 19 januari : Doordat de Laerestraat zich in heel slechte toestand bevond,

            verzocht de burgemeester van Leest zijn ambtsgenoot van Hombeek dit

            euvel te verhelpen en de kosten te delen.

            Leest stelde de kasseier Alfons Van de Ven uit Tisselt voor om de

            werkzaamheden te verrichten. Deze vroeg 4 fr per uur.

 

1925 – 24 januari : Zonsverduistering.

            “We zullen toch ook iets te zien krijgen van de zonsverduistering van 24 januari,

            die in Amerika totaal zal zijn. De verduistering zal waar te nemen zijn tussen 3 en

            4 uur”. (KH-GvM)

 

1925 – 29 januari : 8 leerlingen van Leest volgden lessen aan de Tekenacademie te

            Mechelen. De gemeentekas nam daarvoor 35 fr per leerling ten haren laste.

 

1925 – 29 januari – Gemeenteraadszitting –

            -Grafmaker Van den Vondel bekwam opslag :

            “...Overwegende dat de grafmaker het kerkhof in zuiveren en zienlijken staat

            heeft gehouden, dat het getal overlijdens, middelmatig tot 30 per jaar beloopt,

            hij dus voor het delven en vullen van iederen grafkuil 4 franks geniet.

            Dat het dus billijk ware de gevraagde verhooging te verleenen, ingezien hij

            de wegen en het kerkhof voortdurend onderhoudt, besluit de Raad éénparig

            zijn jaarwedde van 125 fr op 250 fr te brengen.”

 

            -“De Voorzitter doet kennen dat eenen ouden treurwilg, welks stam deels

            verrot is, en eenen noteboom, met hunne takken de daken belemmeren,

            licht beletten in de kerk, dreigen om te vallen en alsdan groote schade aan de

            daken en de geschilderde glasramen kunnen veroorzaken.

            Dat in den hof der pastorij zich eenen ouden olmen boom bevindt van 2 meters

            omvang, waarvan den verkoop alsnu nog voordelig is gezien de overdreven

            prijzen van die houtsoort, besluit éénparig machtiging te vragen om bedoelde

            3 boomen openbaar te mogen verkoopen.

            Na uitkapping zou er eenen anderen jongen treurwilg gepland worden op meer

            afstand van het kerkgebouw.”

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:47 Reageer op dit bericht

1924 – Bij Koninklijk Besluit van 26 juni 1924 werd Theofiel Verschueren tot

            burgemeester  der gemeente benoemd.

            Jacobus Theophilus  Verschueren was de zoon van Jan en van Anna Catharina

            Steemans. Hij werd te Leest geboren op 26 maart 1853 en trouwde in 1886 met

            Victoria Selleslagh.

            Theofiel was landbouwer en hij woonde in de Scheerstraat.

            Hij was medestichter van de fanfare “Sint-Cecilia” en bleef voorzitter tot aan zijn

            dood  op 26 mei 1942.

 

1924 – 28 juli : Het linkerbeen van brigadier-veldwachter Van Hoof werd afgezet tot

            onder de knie.

            “Veldwachter Van Hoof heeft het inzicht na herstelling nog dienst te willen

            doen.”  (GA-5/8/1924)

 

1924 – 11 september : Mond- en klauwzeer bij vee van Ferdinand Van der Hasselt uit de

            Kapellebaan (Wittehoef).

 

1924 – I oktober : Alfons Hellemans  werd gekozen uit 21 kandidaten als zesde

            leerkracht voor de jongensschool van Hombeek. (KH)

            Alfons Maria Jozef Norbert Hellemans was te Leest geboren op 28 juli 1901 als

            zoon van koster Louis Hellemans en Victoria Teughels en hij overleed te

            Mechelen op 20 april 1986.

            Hij was sticher-erevoorzitter van de toneelvereniging Rust Roest en van het

            Davidsfonds Leest. Erevoorzitter van club De Luxeduif, voorzitter van de

            B.G.J.G. Leest en van diverse andere sociale en culturele verenigingen.

            “Het verhaal van meester Alfons Hellemans is nu ten einde. Het boek van zijn

            leven is definitief afgesloten, onherroepelijk dichtgeklapt. Een lang verhaal.

            Een boeiende geschiedenis. Een eenvoudig doch schoon leven, een rijkgevuld

            bestaan,dat voor velen veel betekent. Een bestaan vol zaligheden, doorkruist

            met tegenslagen. Veel wel, maar ook veel wee.

            De zaligheid van een welige kroost met een begrijpende liefdevolle vrouw en

            moeder, met kinderen, die haarden zijn van zorg, maar ook bronnen van vreugde

            en trots.

            Rimpelloos en angstenvrij is het leven van dit kroostrijke gezin niet verlopen.

            Ook dit huis kreeg ruimschoots zijn kruis. (...)

            De zaligheid van een mooi beroep was een van de grote genaden van zijn leven.

            (...)

            De palmares van activiteiten en verantwoordelijkheden van Alfons Hellemans

            getuigt van onverdroten ijver en onbaatzuchtige inzet voor zijn medemensen.

            (...)

            Zijn levensverhaal kende de zaligheid van de volksverbondenheid, meer met de

            daad dan met het woord. (...)

            Hij was een sterk gelovig man. Een Vlaming uit één stuk, niet schreeuwig, doch

            overtuigd.

            “Alles voor Vlaanderen en Vlaanderen voor Kristus”, was het symbool van zijn

            verheven idealen.

            Alfons Hellemans was een sympathieke mens, beminnelijk en bescheiden.

            Zijn verhaal was boeiend en blijft het lezen waard. Zijn leven blijft voor velen veel

            betekenen. Zij mogen hem dankbaar zijn, zij voor wie hij baken in het leven was

            (...).” 

            (fragment uit de homilie uitgesproken door prof. Herman Mertens op 25/4/1986)              

 

1924 – Op 3 oktober overleed in de gemeente veldwachter Isidoor Constant Van Hoof.

 

1924 – 12 november : Het stoffelijk overschot van de gesneuvelde soldaat Romaan Van

            Mol, geboren te Hekelgem op 28 juni 1890 en gehuwd met Maria Jozefina De

            Bruyne, soldaat van het 11e Linieregiment, werd ontgraven en overgebracht

            naar Willebroek. (GA-28/10/1924)

 

1924 – 20 november – Gemeenteraad :

            Er werd een speciaal krediet gestemd van 700 fr, zijnde de operatiekosten van

            wijlen veldwachter Van Hoof, ten voordele van zijn weduwe.

 

1924 – Met 6 stemmen tegen 1 werd Frans Beullens in dezelfde raad verkozen als

            Eerste Schepen, in verganging van T. Verschueren die burgemeester was

            geworden.

 

1924 – 20 november : De gemeente Leest ging een contract aan met de “Compagnie du

            Nord de la Belgique” betreffende de verlichting van een deel der gemeente.

            (GA-25/8/1927)

 

1924 – 20 december : Wijziging van de keurrechten op het slachtvlees.

            Vanaf 1 januari 1925 zullen volgende tarieven worden geheven :

            Paarden, ezels, muilezels : per hoofd 8 fr.

            Stieren, ossen, koeien en vaarzen : per hoofd 8 fr.

            Kalveren, varkens, schapen, lammeren, geiten en speenvarkens : per hoofd 5 fr.

            (GR)

 

1924 – Bevolking op 31 december 1924 : 1709 zielen waarvan 832 vrouwen en 877

            mannen.

 

1925 – In 1925 werden er in de gemeente 11 huwelijken afgesloten en werden er 56

            geboorten genoteerd waarvan 31 mannelijke en 25 vrouwelijke baby’s.

            Er waren 18 overlijdens.

            130 jongens en 143 meisjes waren schoolplichtig.

            34 kinderen uit de Bist en de Kapellebaan liepen school te Kapelle o/d Bos.

            Zoals de voorgaande jaren werden er weer verscheidene ouders voor de rechter

            gedaagd wegens verwaarlozing van de schoolplicht.

 

1925 – De wedden van de gemeentebedienden voor 1925 bedroegen :

            sekretaris : 7.200 fr jaarwedde + 1.290 fr bijwedde en vergelding.

            Gemeenteontvanger : 2.100 fr + 105 fr levensduurtoelage.

            De veldwachter ontving 4.500 fr + 225 fr levensduurtetoelage.

 

1925 – Dat jaar gelastte de gemeente advokaat De Glas om tot een overeenkomst

            te komen met de Staatscommissaris tot de vaststelling van de gemeentelijke

            oorlogsschade.

            Er bleven nog oorlogsherstellingen uit te voeren aan de omheiningsmuren van

            pastorij en kerkhof.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:31 Reageer op dit bericht

1924 – 10 januari : Overlijden van herbergier, gemeenteontvanger en schrijnwerker

            Noldus Teughels. Hij woonde in “de Roselaer” op het Dorpsplein.

            Het  werkhuis van zijn schrijnwerkerij stond achter het huis en was gebouwd op

            de kerkhofmuur. Later (1927) verbond zoon Theodoor de zaal, die bij het

            woonhuis behoorde, met het werkhuis en maakte er één grote ruimte van, die

            als schrijnwerkerij  én als feestzaal moest dienst doen. Die zaal diende trouwens

            voor alles, zelfs voor politieke meetings.

            Daags voor een teerfeest of toneel werd de scène boven de machines opgebouwd,

            de  tafels gingen langs de kant (daar konden de kinderen op staan) en de feestzaal

            was beschikbaar.

            Om gemakkelijker te kunnen manoeuvreren met het hout dat door de

            zaagmachine moest, had men een gat in de kerkhofmuur gemaakt : de langste

            planken kwamen tot op het kerkhof. Het gat is nog te zien in de muur.

            (LG-blz.283)

            Trien Beullens volgde haar man op als gemeenteontvanger : “ingezien de lange

            jaren trouwen dienst van wijlen heer Teughels, besloot de Raad van de wedde

            aan zijne weduwe te bepalen op de som door wijlen haren man als dusdanig

            genoten, hetzij a rato van fr. 3.400 s’jaars.”(GA-12/1/1924)

 

Op de foto :

Achteraan van l. naar r. Joanna Catharina “Trien” Beullens, haar man Arnold “Noldus” Teughels, oudste dochter Marie Teughels en vierde dochter Clothilde.

Zittend : Theodoor, Frans, Henri en Louis Teughels, zonen van Noldus.

De foto dateert van kort na de Eerste Wereldoorlog.

 

1924 – Op 1 februari overleed nog een prominente figuur in de gemeente, burgemeester

            Jaak Bernaerts.

            Van beroep was hij landbouwer, alhoewel hij zichzelf ook wel betittelde als

            “eigenaar”.

            Jaak Bernaerts was gehuwd met Maria Virginie Wouters, een dochter van Carolus

            Wouters en weduwe van Frans Voet.

            Tot in 1894 woonden ze op het Hof ter Haelen, daarna bouwde burgemeester

            Bernaerts zich een huis aan de Sint-Jozefkapel.

            In de gemeenteraadszitting van 23 februari bracht Eerste Schepen Theophiel

            Verschueren hulde aan de nagedachtenis van de overledene en “deed mededeeling

            dat de familie van wijlen Mr Bernaerts, ingevolge zijnen uitgedrukte wil, aan het

            gemeentebestuur overhandigde, ten voordele der gemeente, eenen Rentetitel der

            Belgische schuld van 1.000 franks nominale waarde, 3% 2e Reeks, nr.426026,

            met den coupon vervallende 1 mei 1924, zonder last voor de gemeente.

            Hij stelde voor des Raads dankbetuiging aan de familie te betuigen.”

            In zijn testament liet Jaak Bernaerts ook 2.000 fr na voor de kerk van Leest

            “op last voor de kerk te doen celebreren 2 eeuwigdurende gezongen

            jaargetijden.”

 

1924 – 9 februari : Schoolhoofd De Leers ontving volgend schrijven van het Leestse

            gemeentebestuur : “Mijnheer De Leers,

            Bij deze verzoeken wij u vriendelijk van voor het toekomende de speelplaats der

            school, voor of na de schooluren, niet meer door uwe kiekens en eenden te laten

            beloopen. De uitwerpsels dezer dieren bevuilen de speelplaats en de gemakken,

            en, wanneer de kinderen van de gemakken willen gebruik maken, zijn zij verplicht

            dikwijls eerst de zitten van de uitwerpsels der kiekens te zuiveren.

            Het is ook wenschelijk gedurende de schooluren, kinderen van de speelplaats te

            houden, welke de klassen niet volgen.

            Het gerucht op de speelplaats tijdens de klasuren, moet onoplettendheid

            verwekken bij de leerlingen der klas...”

 

1924 – Op 14 februari schreef de dienstdoende schepen namens het gemeentebestuur naar

            de inspecteur dat Dhr De Leers aan dit verzoek geen gevolg had gegeven.

            “...wij doen Uld deze mededeeling, alvorens maatregelen te nemen...”

 

1924 – Op 21 februari deed het gemeentebestuur aanvraag om pokstof te bekomen

            “tot het doen van koepokinenting voor 200 kinderen, de scholen dezer gemeente

            bijwonende...”

            De vraag was gericht tot het “Office Vaccinogéne te Cureghem-Anderlecht”.

 

1924 – 23 februari : Jozef Albert Apers, handelaar-herbergier en eerste plaatsvervangend

            raadslid, benoemd tot werkend raadslid ter vervanging van wijlen Jaak Bernaerts.

 

1924 – 23 februari : “Constant Voet, Eugeen Keuleers, Jozef Vloeberghen, Jan Baptist

            Beullens, Frans Van Roey en Jozef Verlinden wiens zonen de leergangen in het

            Sint-Romboutscollege te Mechelen volgden, vroegen om een toelage.

            Overwegende dat de gemeente, aangesloten bij het Provinciaal fonds der

            meestbegaafden, voor 1924 daaraan eene bijdrage dient te doen van fr. 253,20,

            gezien den bekrompen geldelijken toestand der gemeente, besluit de Raad

            éénparig de gedane vraag niet te kunnen inwilligen, en de aanvragers aan te

            zetten tot het doen van aanvraag bij het provinciaal fonds voor meestbegaafden.”

           (GR)

 

1924 – “Bij den dooi van 1, 2, 3 en 4 maart zijn de buurtwegen der gemeente grootelijks

            beschadigd geworden.

            De steenwegen van Leest naar Thisselt, en de Kapellebaan van Steinemolen naar

            Kapelle op den Bosch, twee wegen van groot verkeer, hebben zeer groote

            beschadiging geleden, alhoewel zij in 1923 goed en geheel hersteld waren.

            De schade is grootendeels toegebracht met dooi van begin maart, door de zware

            autokamions.

            De steenwegen van 2-1/2 en 3 meters breedte, zijn bij dooiweder reeds

            beschadigd, bij het verschijnen van het sluitingsbevel der barreelen.”

            (Uit een brief om financiele steun aan de provincie)

 

1924 – Op 29 maart rond twee uur dertig in de ochternd  werd het huis, gebruikt door

            Jan Edward De Hondt, oorlogsinvalide uit de Tiendeschuurstraat, door brand

            vernield.  

            De aanpalende schuur werd deels beschadigd. Oorzaak van de brand bleef

            onbekend.   

 

1924 – 22 april : De drie bezitters van motorvoertuigen uit Leest Jan Frans Piessens uit de

            Blaasveldstraat, Hendrik Verbeeck uit de Tisseltbaan en Jan Frans Selleslagh uit

            de Bist, werden ervan verwittigd dat de “commissie, belast met de openeming en

            rangschikking der motorvoertuigen, tot nazicht zal overgaan in de gemeente op

            dinsdag 22 april te 8 ure ’s morgends. De bedoelde bezitters van motorvoertuigen

            worden aanzocht deze voertuigen op gemelde dat tot nazicht aan de commissie

            beschikbaar te houden.” (GA-5/4/1924)

 

1924 – 24 april : Het Schepencollege gaf  toestemming “tot het daarstellen van

            bovengrondsche telefoonlijnen voor de inwoners Frans Piessens uit de

            Blaasveldstraat en Karel Van Praet uit de Thisseltbaan, uitgaande van den

            spoorweg Mechelen-Terneuzen, en dit op voorwaarde dat de palen zoo dicht

            mogelijk bij de grachten zullen geplaatst worden, om de wegenis niet te

            belemmeren.”

 

1924 – 28 mei : Jan Edward De Hondt werd, met 7 stemmen tegen 2, benoemd tot

            gemeenteontvanger.

            Hij diende daarvoor 5.000 fr borgtocht te storten “tot waarborg van zijn beheer”.

            Zijn wedde, die niet meer mocht bedragen dan de 6/10de van de aanvangswedde

            van de gemeentesecretaris, bedroeg 2.100 fr. (GR)

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:26 Reageer op dit bericht

1923 – 14 november  - Gazet van Mechelen : Erg auto-ongeluk te Hombeek.

            “Een erg auto-ongeluk heeft te Hombeek plaats gehad. Beestenkoopman V.

            kwam in zijn auto van Mechelen terug, toen in de Dorpsstraat te Hombeek de

            auto op de glibberige weg uitschoof en met groot geweld tegen een gevel

            aanbotste. De bestuurder en twee inzittenden worden gekwetst aan hoofd en

            benen. Een vierde, L.B., pachter te Leest wordt met een schedelbreuk opgenomen

            en verkeerd in stervensgevaar.” (KH)

 

1923 – 29 december : “...Ter herberge van Henri Teughels, Winkelstraat, werd aan de

            duivenliefhebbers kenbaar gemaakt dat ieder der houders van reisduiven zal te

            betalen hebben 75 centiemen voor zegelrecht van het getuigschrift van

            machtiging, door de burgemeester af te leveren.

            Ook dient een lijst opgemaakt van iedere reisduifhouder met opgave zijner

            duiven, dit voor het register van gemeente en gendarmerie.”

            (GA-29/12/1923)

 

1923 – Op 31 december telde Leest 1701 zielen.

 

1924 – 27 mannelijke en 16 vrouwelijke baby’s zagen dat jaar het licht te Leest, verder

            werden er 15 huwelijken afgesloten en gaven 21 Leestenaars de geest.

            135 jongens en 146 meisjes waren schoolplichtig.

            Weer werden verschillende ouders gestraft door de vrederechter wegens

            verzuiming van de schoolplicht.

 

1924 – De landbouw van Leest in 1924:

            “Rogge : tamelijk goede opbrengst.

            Tarwe : goede opbrengst.

            Haver : mindere opbrengst dan in een middelmatig jaar.

            Gerst : bijna niet meer gezaaid.

            Aardappelen : vroege : van mindere opbrengst dan in een middelmatig jaar,

            voor de late aardappelen was de opbrengst slecht.

            Het vlas was van goede opbrengst en de verkoopprijs was heel hoog.

            Hooi- en toemaatgras waren van goede opbrengst, voederbeet van mindere

            opbrengst dan een gewoon jaar.

            Rapen : van tamelijk goede opbrengst, wortels werden bijna niet meer gezaaid.

            Verschillende stallen in de gemeente werden besmet met mond- en klauwzeer,

            maar veroorzaakten geen sterften.

            (SC-20/8/1925)

 

1924 – “De lijst der ingeschreven kiezers voor de werkrechtersraad bevat 5 kiezersbazen

            en 38 kiezers-werklieden.

            Kiezers bedienden komen op den lijst niet voor.” (GA-16/2/1924)

 

1924 – In de gemeente was er dat jaar geen enkele werkloze.

            “Moesten er komen dan zal er een controle ingericht worden, zodanig dat de

            werklozen de gelegenheid niet zullen hebben noch den voormiddag, noch den

            namiddag, werk te gaan verrichten.” (GA-13/3/1924)

 

1924 – In 1924 werden er avondlessen gegeven in land- en tuinbouw, o.a. over

            veevoeding, grondonderzoek en samenstelling van meststoffen. Het aanleggen

            van fruithoven, boomgaarden en groenteteelt.

            De lessen gingen door op vrijdagen van 18 tot 20 uur in de jongensschool en ze

            waren kosteloos.

 

1924 – De reisduivenmaatschappij “Recht voor Allen” had haar zetel bij Polfliet in de

            Tisseltbaan, de andere maatschappij “De Luchtreiziger” was gevestigd bij

            Symons in het Dorp. (GA-13/8/1924)

            In 1924 werden er 50 machtigingen verleend aan Leestenaars duivenhouders.

 

1924 – In 1924 kocht limonadefabrikant Jan Huysmans uit het Dorp een vrachtauto van

            het merk “Ford”.

 

1924 – Dat jaar werd er intens onderhandeld tussen het bestuur van “Telegrafen en

            Telefonen” (de voorloper van de RTT die in 1930 zou gesticht worden) en het

            gemeentebestuur van Leest over de plaatsing van telefoonpalen.

            Ook tussen electriciteitsbesturen en het gemeentebestuur over de bouw van

            Electriciteitskabines.

 

1924 – Dat jaar (tot 1936) werd Jozef Cleeren (°1888, +1974) onderpastoor te Leest.

            In 1956 schreef hij De Band vanuit Hoeleden :

            “...Bij mijn aankomst te Leest werden mij op de pastorij twee kamers toegewezen

            langs de hofkant. ’s Morgens, na een eerste rustige nacht, opende ik het venster

            van mijn slaapkamer wijd, maar smeet het met een zeersnelle onbewuste

            beweging weer toe, omdat mijn reukorgaan door een heel verdachte geur (?)

            werd geprikkeld, die voortkwam niet van de hoffelijke bloemen, maar veeleer

            van de liefelijke Zenne, waarvan de wateren door Brussel worden bezoedeld !

            Meestal ging of fietste ondergetekende over Kouter, Bist, Geuzenhoek,

            Tisseltbaan en andere modder- en steenwegen, om terug te keren tot zijn

            paradijselijk lustoord langs Alem-, Blaasveld-, Koe-, Scheer-, Molenstraat en

            andere boulevaars.

            (...)

            Vele herinneringen aan Leest zijn mij bijgebleven. Onder andere en eerst en

            vooral dat de mensen van Leest zulke brave, diepgelovige christenen zijn.

            Zelden heb ik zulke innige en geestdriftige samenwerking gekend tussen

            geestelijkheid en parochianen. Nergens ben ik zulke gewillige, vreugdige,

            opgeruimde, blijde mensen tegengekomen als te Leest.
            De Leestenaren hielden van een goede kermis, van een vettig teerfeest, van een

            pot (of meer) schuimend bier en van Onze Lieve Heer.

            Slechts alle zes jaren kwam er een kink in de kabel : in de tijd van de

            gemeenteverkiezingen ; dan was het geraadzaam niet te veel in de huizen te

            komen, want dan zoudt ge zo met een broodmes de argwaan en de achterdocht

            van de gezichten gekrabt hebben ; dan hadt ge nog alleen vriendschap van de

            zuigelingen en de kleuters. Gelukkig duurde die periode niet lang en het leven

            van elke dag ging dan weer gewoon verder : de mensen gingen ’s zondags naar

            de kerk. De Zenne liep op en af en verpestte de lucht of er niets gebeurd was,

            de boerenauto’s reden ’s dinsdags over de brug en terug en stopten hier en daar

            voor een herberg, om de motor van de nodige benzine te voorzien, de jonge

            pattatten werden gestoken en geleverd, de asperges gebusseld, de bloemkolen

            gesneden of ’s avonds zat heel de familie ronde de grote tafel om de spruitjes

            te kuisen...”

 

            Jozef Cleeren was medestichter van de Leestse Davidsfondsafdeling (1925).

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:19 Reageer op dit bericht

Vervolg meester Meyers

 

In 1976 nam hetzelfde maandblad hem een intervieuw af :

 

Hoe bent u hier in Leest verzeild geraakt?

In 1923 las ik in een dagblad dat er in Leest een plaats als onderwijzer open was. Ik had pas m’n legerdienst achter de rug. Mijn familie was van rond Tienen, echte Hagelanders, die met hun bieten in Grazen,Rummen, Kortenaken en Orsmaal bekend stonden.

Een verre verwant, een zekere Dumont, was hier te Leest wel bekend. Door zijn toedoen kwam die plaats hier aan mij.

 

Enkele belevenissen ?!

Bijna 42 jaar, tot in 1964 heb ik de Leestse jeugd onderhanden gehad.

De belevenissen zijn niet in een handomdraai te vertellen.
Ik hou veel van de kinderen die bij mij hebben gezeten ook al kennen sommigen me niet meer. De oud-leerlingen die het het verst hebben gebracht zijn natuurlijk het meest dankbaar.

 

Hoe was de school ?

M’n collega’s en ik hadden elk een graadklas.

Leerlingen hadden we genoeg. De Leers was hoofdonderwijzer. Daar hebben we ambras meegehad ! Hij woonde in het schoolhuis en had z’n tuintje waar de leerlingen bonen mochten planten enz.

In die tijd werden de klassen verwarmd met kolenkachels. Het kolenkot deed evenveel dienst als kippenhok. Je begrijpt wat een soep dat was.
Selleslagh, mijn collega dat was een man, daar had je iets aan. Spijtig, maar hij is te jong gestorven.

 

Welke vakken gaf u het liefst ?

Ik gaf alles graag. Over mijn werk zou ik wel heel veel kunnen vertellen.

 

Wanneer begon je met schilderen ?

Reeds in de normaalschool kreeg ik een pluim voor mijn verfijnd werk.

“Je moet er u op toeleggen” hoor ik mijn tekenleraar nog zeggen.

Ik volgde dan avondlessen in Mechelen. Mijn leraar was Gustaaf Van de Woestijne ;

hier hangt nog een copie van zijn werk “het Boerinneke”.

Ik leerde naar levend model schilderen maar er kwam in mijn onderwijzersloopbaan niet veel van schilderen.

Het was goed voor later, wanneer ik op pensioen was. En nu is het zover.
Ik hou van portretten te schilderen maar de laatste tijd hou ik meer van landschappen.

Ik ben nu een landschap aan het schilderen met een ouderlijk huis voor mensen uit

Zemst. Het zal mooi worden !

 

Stan Gobien in 1996 n.a.v. “Reünie van de Leestse Vijftigjarigen” in de speciale brochure:

“...De jongens kwamen bij meesters Meyers te zitten. Ik herinner mij nog dat hij van bij het begin van het schooljaar controleerde wie zijn tafels van vermenigvuldiging kende en dat hij naging wie na de vacantie nog kon lezen. Wie onvoldoende haalde, mocht na de school overblijven en er waren er veel die hier of daar wat vergeten waren...

Meester Meyers was een rustig iemand. Hij gaf ons op een degelijke manier taal- en rekenlessen, maar ook landbouw stond op het programma.

Het eerste lesuur van de maandagnamiddag was er geschiedenis en meester Meyers kon prachtige historische verhalen vertellen. Tijdens die les was iedereen een en al aandacht.

Voor degenen die wat langer van gestalte waren dan de anderen, zorgde hij voor een speciale bank uit het zevende en achtste studiejaar.

Toen wij de klas binnenkwamen ging meester Meyers regelrecht naar de kachel en stond daar het laatste van zijn sigaret op te roken tot er bijna niets meer van overbleef.

Of hij zijn vingeren verbrandde of niet, het peukje verdween tenslotte langs het gaatje van het deksel in de kachel.

Meester Meyers tekende en schilderde graag. Wie straf kreeg moest als model gaan staan en hij werd geportretteerd door de meester. Wie echt stout was, kreeg een lichaamsstraf.

Hij moest dan “haartje pluk” ondergaan. Maar alles bij elkaar was dat nog niet zo’n erge zaak...”

 

Na zijn overlijden publiceerde “De Band” in september 1981 een In Memoriam :

“Hij was soms streng in de klas, omdat hij van de kinderen hield. Hij wilde immers dat ze konden en wisten wat nodig was voor ’t later leven.

Hoeveel keer bleef hij niet na de uren in de klas om een paar leerlingen bij te werken ?

Meester Meyers was lid van VOETSPOOR, de kunstkring van Leest.

Langs de jaarlijkse tentoonstellingen leerden we het werk van de meester kennen.

Landschapjes en portretten waren zijn geliefkoosde onderwerpen.

Hij bracht ons fijn en verzorgd werk, ongecompliceerd, steeds even sfeervol en eenvoudig.

Reeds in Mechelen, waar hij destijds avondlessen volgde bij Gustaaf Van de Woestijne, was hij bekend om zijn fijn werk.

Zijn schilderijen waren zijn geesteskinderen en hij kon er moeilijk afscheid van nemen.

Na een tentoonstelling was hij past gerust wanneer hij zijn werkjes weer veilig en wel bij zich thuis had.

Hij was steeds bereid om mee te werken, maar ook steeds bezorgd om wat er leefde en roerde tussen de mensen.

Al was hij van geboorte niet van hier, met hem verdwijnt een graaggeziene echte Leestenaar.  

           De Band”

 

 

De tekst van zijn  doodsprentje is ook vermeldenswaard :

“...Hij werd geboren te Kortenaken op 16 november 1902, maar bracht zijn jeugd door te Orsmaal-Gussenhoven.

Na de normaalschool te Tienen kwam hij in 1923 als onderwijzer naar Leest.

Gedurende 41 jaren hielp hij de Leestse kinderen de weg te vinden naar de grote-mensenwereld.
Ongeveer 600 jongens zijn aan hem voorbijgegaan. Ook na de uren hielp hij hen, zodat niemand ooit van bij hem wegging zonder te kunnen lezen.

De school was zijn leven, want hij hield van de jeugd.

Dat zag men ook aan de vele kinderkoppen die hij schilderde in zijn vrije uren. Want Flor Meyers wfas ook kunstenaar en zondagschilder.

Met de fijngevoeligheid die hem eigen was schilderde hij mensen en sfeervolle landschappen in uitgezuiverde kleuren en delikate contouren.

Hij stond tussen de mensen. Dat maakte hem vele vrienden.

Ze waardeerden vooral in hem zijn bescheidenheid, want ook dat was een karaktertrek van hem.
Meester Meyers vond zijn vreugde vooral in zijn gezin. Hij was een trouwe en attentievolle echtgenoot voor  Jeanne, een echte vader voor zijn kinderen Godelieve en Edgard, een goeie grootvader voor zijn drie kleinkinderen Johan, Peter en Patricia.

Tamelijk snel is hij van ons heengegaan, bij het morgengrauwen van 7 september 1981 in het Sint-Jozefziekenhuis te Mechelen, waar hij de avond voordien was heengebracht.

Bij het leed dat we voelen om de lege plaats in ons midden beseffen wij meer dan ooit met dankbaarheid welk goed mens hij was.

Zijn oprecht geloof en zijn manier van leven blijve ons een licht op onze levensweg.”
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:14 Reageer op dit bericht

Meer van Kronieken van Leest

↑ Terug naar de berichten