

Foto : Victor De Laet, de nieuwe burgemeester.
1927 – 4 januari : Aanstelling van de gemeenteraadsleden en verkiezing van schepenen.
Frans Beullens, Karel Van den Brande, Alfons Polspoel, Prosper Busschot, Jozef
Apers, Victor De Laet, Ferdinand Van der Hasselt en Philip Jozef De Prins legden
de eed van getrouwheid af in handen van burgemeester Theophiel Verschueren.
Jozef Albert Apers werd gekozen als eerste en Ferdinand Van der Hasselt als
tweede schepen.
Op 24 februari zouden TH. Verschueren en Frans Beullens echter ontslag nemen.
Ze werden vervangen door Jan Nuytkens en Jan Jozef Verlinden.
De burgemeesterssjerp ging naar Victor De Laet.
Victor De Laet zou dit ambt 12 jaar uitoefenen.
Buiten zijn aktiviteiten als landbouwer en burgemeester was hij ook stichter en
voorzitter van de plaatselijke Boerengilde, keurmeester op alle jaarmarkten uit de
omtrek, voorzitter van het “landbouwcomice”, lid van de Hogere Landbouwraad
en kassier van de Raiffeisenkas.
Victor De Laet was de zoon van Johannes en van Pelagie Bernaerts.
Johannes werd geboren op 6 augustus 1848, op de Netelhoeve in de Bist.
Zijn ouders waren kozijn en nicht : Jan en Mie De Laet. Na zijn huwelijk
kwam hij in de Tiendeschuurstraat wonen. Hun dochtertje Clementine stierf toen
het zes jaar was , in 1886. Het jaar daarop werd hun enige zoon Victor geboren.
Johannes stierf aan de gevolgen van tyfus op 25 juni 1893.
Pelagie Bernaerts was een zuster van burgemeester Jaak Bernaerts.
Victor De Laet studeerde aan het Klein Seminarie van Hoogstraten en nadien
een jaar te Leuven, maar de ouderlijke boerderij eiste hem voortijdig op,
toen knecht Cools bij het beren zijn been had gebroken.
Victor Jozef De Laet werd geboren te Leest op 16/3/1887 en overleed er op
17/1/1970.
In “De Band” publiceerde meester Huysmans ooit een brief, gedateerd 7/2/35, van
zijn collega De Leers gericht aan burgemeester De Laet :
“Achtbare Heer Burgemeester,
Hierbij deel ik u een schrijven mede, welke mij is gezonden geworden door den
Heer Kantonnalen schoolopziener.
Er wordt mij gevraagd medalies te willen verkoopen, om alzoo bij te dragen tot
het oprichten van een gedenkteeken ter eere van onzen diepbetreurden Vorst,
Koning Albert.
Zeer gaarne wil ik den oproep van Zijne Excellentie, den Minister van onderwijs
beantwoorden.
Ten einde de geldinzameling met gelooden bussen te doen, wil ik u eerbiedig
vragen de toelating te geven hetzelve te laten plaats grijpen in onze gemeente.
Ik zou graag hebben dat dit zou geschieden onder uw toezicht en vraag U
daarom of het niet mogelijk is een onderhoud met U en met Mejuffer Hellemans,
morgen namiddag na de klasuren, te hebben....”
Het antwoord van Vik De Laet zegt veel over de burgemeester :
“Waarde Heer Hoofdonderwijzer,
Gaarne steun ik u met al mijn krachten, voor dat heerlijk werk, want een volk dat
zijne groote mannen niet meer eert, is een volk rijp voor slavernij.
Vandaag, onmiddellijk na de school, zal ik het gevraagde onderhoud gaarne
toestaan...
Hand en groet,
(getekend) V. De Laet.”
Naschrift van meester Huysmans :
“Deze briefwisseling vind ik prachtexemplaren, raak tekenend, mooi belichtend
en doorlichtend het karakter, illustrerend en reliëf gevend aan de geaardheid van
beide schrijvers.
Enerzijds, meester De Leers, grootoorlogsinvalide. Wie heeft hem niet gekend,
altijd gloeiend dwepend en zich koesterend in zijn diepste gevoelens van laaiend
patriotisme, wat menselijk en begrijpelijk was...
Anderzijds Vik De Laet, burgemeester, graag schalk en olijkerd in de wandel,
formuleert in fijne feeling een aanmoedigend antwoord met als sluitstuk een
koene en kortgebalde vriendengroet, waarbij meester De Leers, bij ’t lezen
ervan, beroerd in houding is gesprongen, kan ik mij voorstellen...
We hebben ze beiden wel goed gekend. Elk in zijn job en zijn wandel, hebben
ze ieder op eigen manier, veelvuldig en soms ook diep, hun stempel gedrukt op
landelijk Leest en volk.
Waar is die tijd van toen...?”
Ook zijn doodsbrief was indrukwekkend :
Lid van de Bond van het H. Hart.
Gewezen burgemeester van Leest.
Lid van de Hoge Landbouwraad, Ere-voorzitter der Boerengilde Leest.
Ere-kassier der Raiffeisenkas van Leest.
Voorzitter van het Veekweeksyndikaat Puurs-Willebroek.
Lid van het Provinciaal Veekweeksyndikaat van Antwerpen.
Lid van de Provinciale Landbouwmaatschappij en de Provinciale
Landbouwkamer.
Lid van het Verbond der Boerengilden van het Arrondissement Mechelen.
Ridder in de Leopoldsorde en de Kroonorde, vereerd met het Landbouwereteken
1ste klas en de zilveren medalie van Sint-Rumoldus.













