
Foto’s : bovenaan de jongensschool na 1900.
Onderaan : de brug en de loskaai dezelfde periode.
1928 – 24 november : Uit een brief van de burgemeester trot de provinciale bouwmeester
Careels uit Lier :
“Tot antwoord aan uwe dienstkaart van den 23 dezer, doen wij u kennen dat onze
gemeentejongensschool drie klassen bevat ;
een deel dier school, hetzij 2 klassen, moeten gebouwd zijn in 1829, de derde klas
moet in 1882 gebouwd zijn.
De eenige onderwijzerswoning is in 1882 gebouwd.
De gebouwen als gemeentemeisjesschool gebruikt, bevinden zich op grond van
Juffer Gillis uit Brussel, dewelke er eigenaar van is.
Zij werd gebouwd in het jaar 1879 en bevat 3 klassen ;
tot heden betaalde de gemeente daar geen de minste huufr voor.
Er bestaat nog eene bewaarschool, in 1927 op grond van derde personen,
bevattende eene klas.
Aan bovenbedoelde meisjesschool bestaat geene woning.”
1928 – 13 december : De gemeenteraad gaf toelating om twee klassen van de
jongensschool te laten gebruiken “tot het geven van avondlandbouwleergangen
en gewestelijke landbouwleergang”.
De lessen kwamen er op initiatief van onderpastoor Cleeren, proost van de
Boerengilde en van de Boerinnenbond.
Tevens stemde men 300 fr voor verwarming en klasreiniging.
1928 – 13 december : Nieuw reglement en taks op de loskaai aan de Zenne :
Artikel 1. Te rekenen van den 1e der maand zal op de loskaai in de gemeente
bestaande aan de Zennebrug , voor een termijn van drie jaren, het volgende
kaairecht worden geheven, voor voertuigen welke aan de kaai laden, lossen of
aanleggen, betaalbaar per ton en per dag :
a. Voor de 5 eerste dagen 0,45 fr.
b. Voor de volgende dagen 0,60 fr.
Mest en landbouwvetten zijn vrijgesteld van de taks.
c. Boomvlotten betalen 2 fr per kubiekmeter er gelost of geladen en moeten
binnen de 48 uur na aankomst weggeruimd worden.
De waren op de kaai nedergelegd betalen per dag en per vierkante meter 5
centiemen voor de eerste 5 dagen, 10 centiemen voor de volgende 20 dagen.
Rijtuigen welke op de kaai lossen of laden betalen 5 centiemen voor kar met 2
wielen en 10 centiemen voor wagen en heurst.
Geregelde diensten van Beurt of stoombooten bestaan niet.
Artikel 2. Het recht zal moeten gekweten worden bij den aanvang van het laden
Lossen der schepen of boomvlotten, en bij het aan of wegvoeren op de kaai, door
den eigenaar der waren en vlotten.
De ontvangsten en uitgaven voor de kaai, zullen ieder jaar bij afzonderlijke
rekening worden vastgesteld en goedgekeurd door de Bestendige Deputatie.
Artikel 3. Het lossen en laden der schepen zal gedaan worden in de volgorde
hunner aankomst, ten ware door watergemis of overmachtr de vaartuigen moesten
in gevaar komen. Lossen of laden van bomen mag het vervoer op de kaai niet
belemmeren.
Artikel 4. Het slijten van sterke dranken is streng verboden op de kaai.
Artikel 5. De schade aan den kaaimuur of aan het gereedschap toegebracht zal
moeten gedragen worden door den eigenaar der geloste of geladen waren.
Artikel 6. Het recht zal geheven worden op de waren en bomen, gelost of geladen
op de lengte van den gemetselden kaaimuur. (GR)
1929 – 15 januari - Gazet van Mechelen :
“...Iets voor acht uur had op de Battelse Bergen op de steenweg tussen Leest en
Battel een erg ongeval plaats, dat nog al goed is afgelopen.
In de richting van Mechelen reed de 20 jarige Briat per fiets en achter hem kwam
Alfred Van Asch, wonende te Hombeek, die met zijn autobus allerhande vervoer
doet. De steenweg is daar nog al erg eng en glibberig en de fietser reed daarom
gedurig van rechts naar links. Juist aan een opweg stak de fietser weer over.
Toen ook de auto hem voorbij wilde rijden viel Briat.
Om den man niet te moeten overrijden wierp de chauffeur zijn stuur over en ging
den landweg op. Voor het voertuig stil stond kantelde het om en met de as op den
man die nog ten gronde lag. Met grote moeite werd de ongelukkige er onder uit
gehaald en kon men bestatigen dat hij als bij wonder maar eene bloedende
vleeswonde had bekomen over het voorhoofd.
Dokter Lindemans die ter plaatse kwam, heeft Briat per auto medegenomen naar
de kliniek van de Vaartstraat om er verzorgd te worden.” (KH)
1929 – 24 januari : Wegens overlijden van 2e schepen Ferdinand Van der Hasselt, kwam
er een plaats open in de gemeenteraad.
Frans Jacobs, eerste plaatsvervangend raadslid werd gekozen als werkend
gemeenteraadslid. De post van 2e schepen zou gaan naar Karel Laurent Van den
Brande die 5 stemmen behaalde tegen 4 voor Philip Jozef De Prins.
(GA-21/3/1929)
1929 – 4 april : “Gezien de overgroote schade aan de steenwegen, tengevolge van den
dooi en laattijdige sluiting der barreelen toegebracht, waarvan herstelling zoo
veel-en zoodra mogelijk dient gedaan te worden” besloot het schepencollege
bij de maatschappij Groeven van Quenast 1300 kasseien 15/15/15 + 1700
+ 140 sluitstenen aan te kopen.
1929 – 15 april : Yvonne De Winter werd benoemd tot tijdelijke onderwijzeres in de
meisjesschool, “in tijdelijke vervanging van de zieke titularisse Mevrouw
Ghekiére-Ackermans”.
Jaarwedde : 13.000 fr zonder andere vergeldingen.
(GR-2/5/1929)
Juffer De Winter zou niet lang aanblijven, op 8 mei reeds gaf ze haar ontslag.
Ze werd vervangen door Juffer L. Philomena Van de Venne.
1929 – Op 27 april deed schrijnwerker Theodoor Teughels een aanvraag om machtiging
te bekomen voor de plaatsing “eener electromotor tot beweging van zaag-,
schaaf-, boor-, pin- en topmachienen.”
1929 – 8 mei : Het college besloot om voor de komende Sinksenkermis twee gendarmen
aan te vragen als hulp voor de ordehandhaving.
Aan de kasseier werkzaam aan de gemeentesteenwegen besloot men vijf frank
per uur te betalen, zijn twee helpers waren goed voor 24 frank per dag.
1929 – 30 mei : Op aandringen van de Gouverneur, besloot de gemeenteraad, en dit vanaf
1 juni e.k., aan de veldwachter een toelage uit te betalen van 1,50 fr per dag
“tot dekking der voedingskosten van zijnen politiehond”.














