
1938 – Rik De Bruyn werd de nieuwe muziekchef van de fanfare Sint Cecilia.
Onder zijn leiding werden op 24 wedstrijden uitsluitend eerste prijzen behaald,
waarvan 13 met lof van de jury.
In 1965 werd hij opgevolgd door Theo Fierens, na 27 jaar de dirigeerstok te
hebben gehanteerd.
Stan Gobien “Leest in Feest” :
“De derde dirigent van St.Cecilia was Rik De Bruyn.
Hij was Ceciliaan in hart en nieren en wanneer een dirigent het na hem voor
bekeken hield, vervulde hij nog dikwijls de functie van ‘overgangsdirigent’.
Het bestuur kon zo uitkijken naar een
opvolger en dat kon een tijdje duren…omdat Rik De Bruyn als geen ander de muzikanten
op een gunstige wijze kon beïnvloeden.
Rik De Bruyn werd ‘Rik van ’t Kot’ genoemd omdat zijn vader omstreeks 1900 chef
was van het Leestse station. Het station bevond zich op de kruising tussen de
spoorweg Mechelen – St Niklaas en de Juniorslaan.
Rik werd geboren in 1909 in het ‘ruthuis’, de verplichte woning van de Leestse stationschef. Deze stationswoning stond in de volksmond bekend als ‘t’kot’, vermoedelijk omdat de buitenmuren nogal zwart waren van het roet van voorbijrijdende stoomtreinen.
Rik De Bruyn ging in 1923, op 14-jarige leeftijd naar het Mechels Conservatorium om er de avondlessen in de beeldhouwklas te volgen. Hij maakte de verplaatsing naar Mechelen met Floriaan Meyers, die intussen in de Leestse gemeenteschool als onderwijzer was aangesteld.
Meester Meyers volgde er de lessen in de teken- en schilderklas.
Rik De Bruyn begon direct na de lagere school te werken als leerling-houtsnijder bij de geronommeerde Mechelse meubelfabrikant Stevens, destijds gevestigd aan de Consciencestraat. Vanaf 1940 werd hij meestergast bij Van Linthoudt, een ander bekend Mechels meubelbedrijf. Tweeëntwintig jaar heeft hij daar gewerkt en daarna stapte hij over naar een Leests bedrijf, namelijk het familiebedrijf Jacobs, destijds gevestigd aan de Scheerstraat, nu Ten Moortele.
Vanaf 1945 werkte hij na zijn dagtaak in zijn eigen atelier aan de Dorpsstraat, rechtover de Sint-Jozefskapel. Toen hij bij Jacobs werkte, mocht hij de hele dag thuis in zijn atelier werken. Wanneer later het Leestse meubelbedrijf zijn deuren sloot, werd Rik zelfstandig houtsnijder. Hij heeft altijd meer werk gehad dan hij ooit klaar kreeg omdat hij een echte meester in het vak was. Hij beeldhouwde alles wat hij mooi vond en wat de klanten verlangden.
Toen hij met pensioen ging bleef hij houtsnijwerk maken voor het plezier. Heel wat Leestenaars en vroegere klanten vroegen hem nog dikwijls een of ander beeld te snijden.
Zo kwam een van zijn beste vrienden Pieter Verbeeck,
oud-muzikant van de Leestse fanfare en een van de weinige saxofoonspelers die
de vereniging ooit had, hem eens vragen een beeld te snijden uit een oude balk
die al meer dan 100 jaar in de grond had gezeten. Deze balk stutte destijds de
wip aan ’t wiphuis. Rik kon er alleen een grote zuil met druivenranken van
maken, zo hard was hij. Het is een van zijn lievelingsstukken geworden.
In heel wat Leestse woningen zijn beelden te zien die onderaan het voetstuk de
initialen ‘H.D.B.’ dragen of waar voluit ‘Rik De Bruyn’ is vermeld.
Rik De Bruyn begon als muziekant bij St.Cecilia in 1922. Hij had veel talent en hij was autodidact. In zijn jonge jaren ging hij zelfs ‘bal spelen’ met een gelegenheidsorkestje op kermissen in de buurt. Muziek leerde hij op eigen kracht zodat hij na verloop van tijd ook de basisprincipes van de harmonieleer onder de knie had. Het dirigeren had hij in de praktijk geleerd.
…
Onder leiding van Rik De Bruyn behaalde St.Cecilia Leest op 24 muziekwedstrijden uitsluitend eerste prijzen waarvan dertien met lof van de jury.
Rik De Bruyn bleef muzikant en speelde bariton tot in
1983.
Hij overleed in 1991.”
Foto’s : tweemaal Rik De Bruyn en uniek houtsnijwerk van zijn hand.

























