

Foto: Pieter Albert Beullens. Hij sneuvelde op Sinksendag 12/5/1940 te Lummen.
Albert diende bij het 36e Linieregiment.
1940 – 10 mei : De radio maakt melding van de Duitse inval in België. Het is oorlog !
Rond 17 uur wordt Kapelle-op-den-Bos bestookt door Stuka’s. (KH)
De vaartbruggen worden beschoten.
Ziekenwagens met gekwetsten rijden naar de Mechelse ziekenhuizen.
Achttien mensen verliezen het leven, waaronder Frans Jozef Van Linden, geboren
te Leest op 14/3/1871. (DB-1/5/1958)
’s Avonds worden nog brandbommen afgeworpen op Mechelen. Er is veel schade
o.m. aan het klooster van Leliëndaal en de cinema Agora in de Bruul. (KH)
1940 – 11 mei : Deze zaterdag werd Frans afweergeschut opgesteld op de
Hombekerkouter, op de grens met Leest. (KH)
1940 – Op Sinksendag 12 mei 1940 sneuvelde te Lummen de Leestenaar Pieter Albert
Beullens. Hij werd geboren op 3 juni 1909 als zoon van Frans (“Sooi”) Beullens en van
Johanna Marie De Hertog.
Albert was bij het 36e Linieregiment.
Toen Albert gedoopt werd verscheen te Leest een “koets zonder paarden”, een
opvallend luxueuze auto waarin de gouverneur van de provincie Antwerpen
plaatsgenomen had. Deze laatste nam de egards waar voor koning Albert die
de peterschaprol op zich nam, omdat Albert Beullens het 25ste kind was van Sooi
Beullens.
Sooi zou uiteindelijk, bij twee vrouwen, 27 kinderen verwekken.
1940 – 12 mei : Pinksterzondag. Vluchtelingen, vooral uit de Kempen en Limburg,
stromen door Hombeek. Belgische soldaten, die van het Albertkanaal
weggevlucht zijn, kamperen er.
In een radioboodschap worden alle nog niet gemobiliseerde jongeren tussen
16 en 35 jaar opgeroepen voor het Belgische leger.
Ze moeten zich dringend naar het rekruteringscentrum in Ieper begeven.
Deze maatregel lokt veel droefheid en weerzin op bij de bevolking. (KH)
1940 – 14 mei : Te Kessel-Lo sneuvelt de Leestenaar Jan Bruggemans van de Bereden
Artillerie.
1940 – 15 mei : Er komt stilaan gebrek aan voedingsmiddelen omdat voedingswinkels,
bakkers en beenhouwers overal sluiten en wegvluchten. (KH)
1940 – 16 mei : De brug over de Zenne te Leest werd opgeblazen door Belgische
geniesoldaten.
De Duitse bezetter legde een noodbrug aan met pontons die door de Engelsen bij
hun aftocht op de Schelde te Kruibeke waren achtergelaten.
1940 – Mei : 52 gegijzelden
Stanne Van den Broeck de populaire eeuweling van Leest vertelde in 1980 :
“In mei 1940 bij het begin van de tweede grote oorlog was ik er bijna
geweest. Zatte Duitsers kwamen over de Kouter van Hombeek naar Leest.
Onder het mom van “burgers hebben op ons geschoten” namen ze
gijzelaars terwijl ze in de lucht schoten. Nieuwgierig ging ik kijken wat er
gebeurde en werd met nog éénenvijftig anderen opgepakt en in de school tegen
de muur gezet.
Ook naar Hanneke de Zaeger en Fons van Fillekes die op ’t land aan ’t werk
waren riepen de Duitsers “Mitkommen !”
Pastoor Beukelaers, Frans Piessens, Fons Verbruggen, Staf Vloebergh,
Emmanuel en Henri Van de Vondel, Fons Polspoel, Victor van Kolettes,
den Blokmaker, Staf Pottems, meester De Leers en nog anderen.
Een Duits officier vroeg : “Waar is de Knip ?”
Staf van de Metser en ik wisten dat, omdat we met de duiven speelden wisten we
de Knip, dat nu Juniorslaan heet. We moesten meegaan met twee soldaten die
het geweer in aanslag hielden. De Duitsers zochten een wei voor hun 120
paarden. Eerst gingen we naar de wijk de Knip waar de houten molen gestaan
had. Die wei was te klein. Ze wisten dat bij Piër Prins een grote wei was en
die was vlug goedgekeurd.
Ondertussen moesten al de gijzelaars tegen de muur van de school blijven staan
tot wij terug waren.
De Duitsers moesten nog stro hebben voor 120 man om die te slapen te leggen.
Bij Van Praet kregen we twee botten en in “’t Seel” was stro genoeg.
Stan van Busschot kwam daar juist ook met een kar stro aangereden.
Alles werd op de kar geladen en toen mochten we naar huis.
Sommigen van de anderen in ’t dorp zijn tot ’s anderendaags gegijzeld gebleven
op gevaar van gefusillieerd te worden.
Pastoor Beukelaers die vooraan stond zei nog tegen Victor van Kolettes :
“Komde gij ma voor mij staan Vic”. Maar Victor zei : “As ’t tege ga zijn we
allemaal doeët meneer pastoor.” En hij bleef staan.
We woonden in dien tijd al in de Scheerstraat.
De Duitsers hadden in mijnen hof touwen gespannen van de ene perelaar
naar de andere en daaraan hun paarden vastgebonden.
Wij bleven voor alle veiligheid maar binnen.”
(DB,september 1980)
1940 – 21 mei : “Op 21 mei 1940 rond 10 uur voormiddag is mijn revolver merk
Browning cal. 7,65 mm afgenomen door Robert Kwertfürt, Betaalmeester der
Pionniers der Duitsche Weermacht. In het bijzijn van den Heer Jan De Leers,
schoolhoofd der gemeente Leest.” (Getypte brief van veldwachter Huybrechts)
1940 – 25 mei : Roger De Prins te Duinkerken slachtoffer van de oorlog.





























