
1942 – Frans Geerts ("Frans
van de Fijne", zie foto onderaan) uit de Scheerstraat diende
een “contract voor levering van late aardappelen” af te sluiten
met zijn
schoonvader (Edward Soli) teneinde die vruchten van Hombeek
naar Leest te
krijgen.
1943 – “...Tijdens de tweede wereldoorlog, en wel in 1943 werden ook te Leest de
kerkklokken weggehaald ; zij wogen respectievelijk 928 en 234 kg.
De derde klok was gebarsten en bleef ter plaatse...”
(Luc in DB- 1977, “Uit de oude doos, onze klokken”.)
Klokkenroof
“Gedurende de tweede wereldoorlog haalde de Bezetter twee klokken uit onze toren om ze tot kanonnen om te gieten. Na de oorlog werden drie nieuwe klokken aangekocht, want onze derde klok was ondertussen ook gebarsten.
…
Over de vroegere klokken kunnen we wat meer vertellen aan de hand van kerkrekeningen uit 1610 en 1649.
Zo weten we dat de “kerckmeesters hebben doen gieten bij Hans Van den Gheyn clockgieter te Mechelen twee clocken, wegende saemen 825 pond voor de somme van 350 gulden
12 stuyvers”.
Deze rekening werd achteraf voorgelegd aan de abdis van Kortenberg die voor onze parochiekerk moest instaan, maar blijkbaar niet scheutig was om te betalen.
Ze verloor echter het proces en betaalde tenslotte de som af in zes betalingen.
In 1606 waren de rekeningen vereffend.
Veertig jaar later, onder pastoor Van Hanswijck, was één van deze twee klokken gebarsten. Ze werd hergoten en er werd een derde klok aangekocht. Daartoe werd in 1649 voor 1617 gulden aan klokspijs uitgegeven en 385 gulden aan Petrus Van der Gheyn betaald voor het gieten van de twee klokken. De grote klok woog 2.087 pond en de middelbare 1.305 pond.
De verdere geschiedenis van deze drie klokken lezen we tussen de aantekeningen van Pastoor De Heuck :
-de grootste klok (uit 1649) barst op 19 september 1788 bij de lijkdienst van Joannes Bulens. Ze wordt hergoten op kosten van de abdij van Kortenberg, ditmaal zonder discussie. Het is de zogenaamde “Tiendenklok van Leest” : Andreas gewijd op 19 januari 1790.
-de twee klok (eveneens uit 1649) barstte in 1739 en werd hergoten door Lambertus Franquin uit Mechelen, op kosten van de parochie. Ze werd gewijd op 11 december 1739 en kreeg de naam Maria. Roger Willem Borguelmans, meier van het distrikt Mechelen was peter en Amelia Reyntjens, echtgenote van Philippus Fierens was meter.
-de kleine klok “St.Nikolaes” uit 1608 hing gebarsten in de toeren toen ze op 19 januari 1790 door Jacobus Joannes Van de Voerde, Carolus Jozef Peeters en Carel Van Asch in ’t geheim werd in stukken geslagen, omdat de pastoor De Heuck weigerde de klok te laten hergieten op de kosten van de kerkfabriek.
Onder pastoor Joris werd op Kerstdag 1861 andermaal een klok gewijd. Ze kreeg de naam “Jozef”.
Willem Devens uit Antwerpen was peter en Petronilla P.E. Leenaerts, vrouw van burgemeester en dokter Voet was meter.
Deze klok werd gegoten bij Van Aerschot te Leuven.
(LG, blz43 en 44)
Frans “Susse” Teughels in De Band mei 1978 : Dat is nu geen klokkenluiden meer !
“k Zie ze nog aankomen, op hun fiets : drie bonken van mannen, met daarbij Louitje, een wat oudere vent, heel tenger. Ze gooiden hun fiets tegen onze gevel. Louitje ging bij Fons binnen om het kruis te halen : Fientje van op de Heide was namelijk gestorven, en het was een oude gewoonte dat de naaste gebuur het kruis kwam halen om het tegen het sterfhuis te plaatsen en dat hij dat kruis zou dragen tijdens de laatste tocht naar de kerk en het kerkhof.
De drie sterke mannen zouden Fons helpen bij het luiden van de klokken.
Het was een ware kunst : eerst de klok in beweging brengen, en dan driemaal met een korte ruk tegenhouden. Zo gaf de klok driemaal een korte slag. Vervolgens werd een Weesgegroet gebeden en dan herbegon het kleppen, zo driemaal achter elkaar, voor het Angelus.
Nadien begon het luiden voorgoed.
Was er een man gestorven, dan werd aangevangen met de grote klok, voor een vrouw met de kleine. Dat luiden duurde een vijftal minuten.
Het uitsterven gebeurde zoals de aanvang : voor een man werd de grote klok laatst geluid, terwijl een vrouw zich moest tevreden stellen met de kleine. En dan zo rap mogelijk om een pint, want gewoonlijk stonden die mensen te dampen van het zweet. Normaal gingen ze eerst bij Fons binnen, en dan, om het relaas van het afsterven te vertellen en aan te dikken, in de andere herbergen, één voor één.
Nu is dit allemaal verleden tijd !”
1943 – 18 januari : Symons Guillaume, geboren te Leest op 20 januari 1885 en
wonende Scheerstraat nr. 8 benoemd tot grafmaker in vervanging van
Pieter Spruyt en Alfons Scheltiens, ontslagnemers.
Vergoeding : - als grafmaker : 50 fr per graf of put.
-als kerkhofverzorger een jaarlijkse vergoeding van 1.000 fr.
1943 – 18 januari : De weduwe Verbeeck-De Maeyer, Tisseltbaan 20 kreeg een gunstig
advies op haar vraag “tot uitbating van een wagenmakerij met elektrische motor
en werktuigen.” (GR)
1943 – 29 januari : “Een ingenieuze uitvinding. Er worden thans onverslijtbare banden
voor de fiets gemaakt in kurk, belegd met een laagje rubber. Ze wegen 700
gram.” (KH-GvM)
1943 – 1 februari : De koolzaadteelt wordt verplicht gemaakt voor landbouwbedrijven
van meer dan 5 hectare. Ze zullen minimaal 6% van de bebouwde oppervlakte
in koolzaadteelt omzetten. De overtollige weiden moeten naar landbouwgrond
omgebouwd worden. (KH)
Bijvoegsels:
-het contract van Frans Geerts voor de overbrengst van zijn aardappelen.
-Frans Geerts tijdens de mobilisatie.
-afscheid van de grootste klok. Links José Croes (“José van Sinne”), rechts een dochtertje van dokter Stuyck. (foto : Eduard Geerts)






























