

Bijvoegsel : melding van de priesterwijding van Jozef Albert Selleslagh.
1944 – 24 januari : Pieter Frans Van der Taelen, geboren te Willebroek 22/8/1882,
wonende Dorp 11 Leest, aangesteld “ten tijdelijken titel als klokluider en
torenuurwerkverzorger der gemeente”.
Hij verving Alfons Scheltiens die naar Mechelen was verhuisd.
Zijn jaarwedde : 1800 fr. (GR)
1944 – 20 februari : In vele open weiden langs de Zenne, het Broek, het Schalam, de
Potaardevelden, worden twee meter hoge boomstammen en balken in de grond
gestoken om te beletten dat vliegtuigen of zweefvliegtuigen er zouden landen.
De Duitsers vrezen een op komst zijnde invasie. (KH)
1944 – 10 april : Jozef Albert Selleslagh(°8/5/1917, +9/10/1974) uit de Bist, zoon van
Lodewijk (°29/10/1887, +27/7/1969) en Leonie Verbergt,
(°29/6/1888, +31/8/1966) werd priester gewijd in de kapel van het studiehuis der
Missionarissen van Afrika (Witte Paters) te Heverlee.
Hij werd gewijd door Monseigneur Carton de Wiart. De eremis vond plaats op 16
april in de kerk van Leest.
Op 20 juli 1945 zou boerenzoon Jef Selleslagh naar Burundi vertrekken.
Hij zou er blijven tot 1968. Nadien werd hij godsdienstleraar aan de Vrije
Technische School te Borgerhout. Hij overleed in het St.-Elisabethziekenhuis
te Antwerpen op 9 oktober 1974.
“Opgegroeid in een diepkristelijk gezin, leerde hij van jongsaf de veilige weg
gaan, die leiden zou naar het Priesterschap. Met liefde en ontzag was hij
opgegaan naar het altaar en werd missionaris in Burundi naar de inzichten van
zijn goddelijke Meester. Zichzelf vergetend, vol ijver, tot de laatste dag, in en
voor zijn Technische School, voor zijn parochie Kalfort-Puurs, heeft hij
gewoekerd met de talenten, die Ons Heer hem had gegeven...”
(Passage uit zijn doodsprentje)
1944 – 19 april : Deze woensdag werden rond 18u30 formaties vliegtuigen opgemerkt
over Leest richting Mechelen. Ze wierpen dwarrelende dingen uit die er van op
afstand uitzagen als zilverpapiersnippers. De werkelijkheid was anders. Eens ze
de grond raakten spatten ze open en zetten ze de omgeving in vuur en vlam.
Enkele bommen vielen in de velden van het broek.
Het grootste deel raakte de stad Mechelen. Twintig minuten later volgde een
tweede formatie bommenwerpers. Mechelen stond in brand.
Bij avondschemering was het zicht van de brandende huizen en de Lieve-
Vrouwentoren een akelig schouwspel. (KH)
1944 – 24 april : Mechelen treurde om de 120 doden en de vele gewonden.
De lijkkisten stonden opgesteld op de binnenkoer van het St.-Romboutscollege
en werden vandaar naar de kathedraal gebracht voor de uitvaartdienst. (KH)
1944 – 1 mei : De dag was zonnig en vredig. De nacht zette in met oorverdovend
aanhoudend gedreun van vliegtuigformaties. De hemel was klaar verlicht van
neerdwarrelende parachutes met felle helderwitte lichtbundels.
Het doelwit was duidelijk het spoorwegknooppunt van Mechelen en de
spoorwegwerkplaatsen van het zogenoemde Arsenaal, dienstig voor de
oorlogsindustrie. De bevolking vluchtte in de kelders of schuilplaatsen.
Sommigen liepen naar buiten en en wierpen zich in de beekkanten.
De bommenwerpers vlogen van west naar oost en volgden de spoorlijn als
richtlijn. De eerste bommen vielen op het Mechels broek op de grens met
Hombeek. Alles daverde. Een hel van fluitende, gierende bommen,
oorverdovende knallen, schudden en schokken door de geweldige
luchtverplaatsingen, rinkelen van brekend glas en vallende dakpannen.
Hombeek ontsnapte ternauwernood aan een complete ramp. Op een paar
tientallen meters van het dorp verschenen kraters van bominslagen.
De verwoesting in de stad Mechelen was enorm. (KH)
1944 – 15 mei : Herderlijke protestbrief tegen bombardementen geallieerden
Geconfronteerd met de desastreuze gevolgen voor de burgerbevolking, besloot
kardinaal Van Roey zijn stem te verheffen om de geallieerden aan te manen tot
enige omzichtigheid.
Hij stuurde hen een herderlijke brief, gedateerd op 15 mei 1944. Deze brief
werd voorgelezen in alle kerken.
De kardinaal verzocht de geallieerden in naam van België have en goed van de
burgers te ontzien “daar anders de beschaafde wereld zich eens met afschuw
rekenschap zal geven van de ontzettende behandeling, die een onschuldig en
loyaal land heeft moeten verduren”.
Bombardementen van grote omvang bleven van dan af achterwege.
Mechelen had voor de geallieerde bombardementen een enorme tol betaald : 171
doden en 123 gekwetsten, 416 woningen volledig herschapen in puin terwijl
3.304 andere lichte of zware brandschade opliepen.
(GvM,29/5/1996)
1944 – 6 juni : De geheimde radio meldde de landing van de geallieerden in Normandië.
(KH)
1944 – 21 juli : De nationale feestdag was geen feestdag meer maar een normale
werkdag. Het afweergeschut van de Duitsers aan het spoor te Hombeek trad
voor de eerste keer in werking tegen overvliegende geallieerde vliegtuigen. (KH)
1944 – 3 september : Duitse terugtrekkende soldaten eisten ’s avonds fietsen op bij vele
burgers in het dorp en langs de hoofdwegen. Op de twee spoorlijnen te Hombeek
werd uitsluitend richting Mechelen gereden. De treinen waren beladen met
terugtrekkende soldaten en oorlogsmateriaal. Soms was het verkeer zo druk dat
de treinen een uur of langer stilstonden aan het station.
De Duitse soldaten strekten even de benen op het perron.
Enkele personen die zich gecompromitteerd voelden, hadden hun pakken gemaakt
en trachtten mee te vluchten. Ze onderhandelden heftig met de treinleiding maar
kregen geen toelating om met de legertrein te ontsnappen. (KH)
1944 – 4 september : In de vroege ochtend stond een Duitse eenheid infanterie opgesteld
voor inspectie op het dorpsplein van Hombeek. Ze sloegen in paniek als een
jongeling kwam aangerend van uit de Bankstraat al schreeuwend : “De
Amerikanen zijn daar”.
In Kapelle-op-den-Bos waren inderdaad de geallieerden tot aan de vaart
doorgestoten. De Duitsers marcheerden haastig weg richting Mechelen.
Hun commandant kreeg zijn auto Citroën niet gestart en jonge mannen van de
“Witte Brigade” staken een handje toe. Hij reed richting Leest.
In de voormiddag nog kwam een eerste licht gepantserd voertuig met Engelsen
van Leest. De verkenners mochten rekenen op de hulp van plaatselijke gidsen
die meereden naar Mechelen.
Tegen 17 uur kwamen de eerste tanks met groot geratel van Kapelle-op-den-Bos
door Hombeek gereden. De mensen waren uitzinnig van vreugde.
Alle huizen waren bevlagd en versierd. Men gooide met bloemen en schonk
fruit en tomaten aan de bevrijders.
De tweede tank van het eerste “platoon” reed vast op de Zennebrug. Het ijzeren
beslag geraakte tussen de ketting die stukliep. De drie volgende tanks zetten hun
opmars naar Mechelen door via de spoorbrug.
De nog 16 volgende tanks van het “squadron” wisten dat ze de Zenne niet over
konden via de normale brug en reden vanaf de Kleinestraat de spoorwegberm op.
Ze volgden deze tot Mechelen.
De Engelse soldaten van de tank die vastgereden was, verbroederden met de
bevolking. Er werd gedanst op straat en in de herbergen.
Het bericht circuleerde dat Hitler dood zou zijn. (KH)
Hilde Rheinhard (Wilgenstraat 52 Mechelen) getuigde in ’t Ridderke
(nr.3 van 1994) over de bevrijding :
“...Onder de oorlog woonde ons gezin te Leest waar mijn vader koster-orgelist
was. Ons huis lag op de Kouter tegenover het parochiecentrum en was eigendom
van de familie Stopie, die er verder naar Hombeek in het statige herenhuis
woonde. Later werd ons huis bewoond door de aalmoezenier.
In de vroege voormiddag is er inderdaad een gepantserd voertuig, echter niet op
rupsbanden, door Leest gekomen. Het kwam bij ons voorbij en ging richting
Hombeek. Mijn broer Herman stond er bovenop zwaaiend met zijn studentenpet
en toonde de weg. Erg betrouwbaar was het echter niet omdat hij in tegenstelling
met de soldaten die erin zaten, niet beschermd was. Bovendien wisten we dat er
nog Duitsers in Hombeek waren en er waarschijnlijk zou geschoten worden.
Mijn broer was reeds meerdere jaren bij het geheim leger eigenlijk zonder weten
van vader. Hij vermeed veel te vertellen omdat hij wist dat vader aan het hart
leed. Bijna dagelijks had hij contact met Geerts van Leest.”
1944 – 15 september – Schepencollege :
Wijzigingen aan het bestaande politiereglement op het sluitingsuur.
A. De openbare plaatsen waar men drank verkoopt zullen worden gesloten om
21u30 ’s nachts en het blijven tot 06u00 ’s morgens.
B. Alle verkeer op den openbare weg is verboden van 24 uur tot 5 u ’s morgens,
zonder speciale toelating van het gemeentebestuur.
1944 – Na Londen werd nu ook sinds 13 oktober Antwerpen met vergeldingswapens
bestookt. Het waren vliegende bommen (V1) en raketten (V2).





























