Naar de inhoud

Kronieken van Leest

bij Mechelen
seniorennet.beseniorennet.be

            In  de periodiek “De Band”, editie oktober 1957 stond een “In Memoriam” :

            “In Memoriam : de oude bromfiets van Mr Pastoor (Nova et Vetera)

            ...Verleden maand is een bekende figuur van ons heengegaan : de oude brommer

            van onze Mr Pastoor... Het was een veelbesproken figuur. Gedurende de jaren

            dat hij onder ons verbleef, heeft hij zich doen kennen als een harde wroeter, die

            door weer en wind, over alle mogelijke modder- en slijkwegen, duizenden

            kilometers heeft afgelegd.

            En dat aan een snelheid die ons allen hartkloppingen heeft bezorgd, die het leven

            onzer kiekens en honden dikwijls aan de rand van de eeuwigheid heeft gebracht.

            Die onder druk van de pastoorlijke voet over de wegen snorde aan een tempo dat

            zwaantjes, gendarmen en gardes dikwijls deed schreeuwen van spijt.

            Omdat zij hem niet konden volgen...

            Ondanks dit alles, hebben wij hem met spijt zien vertrekken. Want onder zijn

            rammelende slijklap en vettige kettingkast klopte een warme moteur.

            Geboren in een bekende bromfietsenfabriek, was hij ingevet en opgesmeerd

            glanzend van levenslust, helemaal een kind van de wereld. Met als enig ideaal

            zoveel mogelijk te profiteren. Alleen ’s zondags werken, en dan nog over lichte

            makadamwegen, met als last een fijn opgedirkt heertje en desnoods van achter er

            nog een geparfumeerd juffrouwtje bij, van ten hoogste 55 kg. En heel de week

            uitrusten, in de beste kamer, met twee plankskens onder de wielen en een laken er

            over opdat er toch geen stofje zou op vallen.

            Het lot besliste er echter anders over. Hij viel in de handen van onze Mr

            Pastoor.. Weg makadam, weg dat pakske parfum, weg de blokskens onder de

            wielen, weg de achturenweek,...

            ...”

            Het ultieme “In Memoriam” voor Jan Baptist Coosemans verscheen in het Parochieblad

            van 6 december 1979 :

 

            Oud-onderpastoor Constant De Decker : Terwijl ten alle kante de goudgele

            bladeren neerdwarrelen is E.H. Coosemans stil heengegaan in volle herfsttijd :

            de Herfst van zijn leven

            De lente was voor hem die eerste jaren van zijn priesterschap, als actieve

            onderpastoor : vergaderingen, oprichten van jeugdbeweging, zorgen voor

            lokalen, op kamp gaan, alles gedragen door die liefde van de Heer Jezus zelf.

            De zomer heeft hij bijzonder beleefd als pastoor te Leest, de parochie waarvan hij

            zoveel heeft gehouden. Grote zorg heeft hij getoond voor het huis van God, die

            mooie kerk van de Heer Jezus temidden van de mensen. Dat was steeds zijn

            eerste bekommernis. Maar tegelijkertijd ook die zorg voor de mensen, die zeker

            tot uiting kwam in het bouwen van een parochiecentrum met feestzaal.

            Want Leest stak vol aktiviteiten van de KVLV, de Chirojeugd, E.K., de twee

            afdelingen van de B.J.B., de Milac, enz...

            Een man van gebed, eenvoudig, en gedragen door een ware bekommernis, dat

            waren zijn hoofdkenmerken.

            Kwam  dan de herfst van het leven, de periode dat hij afscheid heeft moeten

            nemen van Leest, om eerst te gaan wonen in Zemst, vervolgens verblijf te nemen

            in het rusthuis Emmaüs te Korbeek-Lo en dan te Erps-Kwerps. In die groeiende

            stilte en verlatenheid heeft hij zich voorbereid in volle bewustzijn op zijn

            heengaan van de mensen, om op te gaan naar God, de bron en het einddoel

            van zijn leven...”  

 

            Modest Van Steenwinkel : “...Hij kwam achter pastoor Beuckelaers, juist na

            de oorlog. De kerk was toen in zeer slechte staat : de plaaster was op veel

            plaatsen van bogen en consoles afgevallen. Zijn eerste werk bestond er in het

            dak te laten herstellen en de kerk te laten herschilderen. Ook de nieuwe klokken

            hebben wij aan hem te danken.

            Hij was een echte boerenpastoor, echt passend tussen de boeren op den buiten.

            Ik weet niet hoe hij het te Scheut in de stad zolang heeft uitgehouden.

            Hij was doorgoed, kon soms opvliegen, maar daarna was alles vergeten.

            Ge waart er steeds welkom, zowel bij de pastoor als bij Liza.

            “Ik ben arm op Leest gekomen,” zei hij altijd, “ik wil er even arm weggaan...”

            Ik geloof dat dit de waarheid geweest is.”

            Hilde Reinhard : “...Eén van zijn eigenschappen die me altijd is opgevallen :

            hij was geweldig sober voor zichzelf. Hij had bijna geen aandacht voor zijn eigen,

            alles voor de anderen. Hij was afkomstig van arme boerkes uit Perk.

            Zijn deur stond open voor iedereen. Ook de missionarissen waren altijd bij hem

            welkom...”

 

            Maria De Boeck : “...Mijnheer Coosemans kwam geregeld naar de school.

            Hij was een vriendelijk man die goed met kinderen kon omgaan. Hij was een

            echt en devoot priester. Hij ging ook geregeld zijn zieken bezoeken en op straat

            nam hij zijn hoed af voor iedereen. Alle mensen van Leest hadden spijt dat hij

            aanging...”

 

            Alfons Hellemans : “...Hij is hier bijna ongemerkt weggegaan en kreeg geen dank

            in verhouding met hetgeen hij voor Leest had gedaan.

            Hij kon misschien minder goed preken, en zingen kon hij in het geheel niet, maar

            hij was een echte priester die met alleman over de baan kon. Voor de processie

            was hij steeds geweldig in de weer... Hij had ook handen aan zijn lijf : als er in

            het patronaat iets kapot was, sloeg hij het zelf aaneen.

            Pastoor Coosemans was een goeie brave mens...”   

Bij de foto’s :

-de oude bromfiets van de pastoor.

-bij elk evenement op de eerste rij zoals het een notabele toekwam.

-pastoor Coosemans door de ogen van George Herregods.

 



1104987-aa17e64430adfca1ef8e1c34158081b7.jpg

1104987-14f4a619438bf68770cac6e70b2f20e8.jpg

1104987-247b0c80a49a5724a790f8d6ecb3e171.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 13:14 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

            De Band (1956) schreef volgend verslag :

            “Zondag 11 augustus 1946 was heel Leest in feest. Een prachtige stoet trok door

            de gemeente.

            Z.E.H. Kan. Leys, deken van Mechelen-Zuid, voltrok de aanstelling.

            Als getuigen traden op : de Z.E.Heren Clicteur, pastoor van Zemst en De Clerck,

            pastoor te Tisselt. De heer burgemeester hield een feestrede waaruit het volgende

            werd ontleend :

            “Ter gelegenheid van uw aanstelling als herder van Leest is het voor mij als

            burgemeester een groote eer u hartelijk welkom te mogen zeggen in onze

            gemeente.

            ...Gij hebt u kunnen overtuigen dat het grondgebied van onze gemeente, uw

            parochie, uitgebreid is en dat bijgevolg het werk, waaraan gij u dag en nacht

            kunt wijden, zwaar zal zijn. Doch wij weten dat gij komt om u ten volle te wijden

            aan het welzijn van uw parochianen. Gij brengt vrede in onze huisgezinnen,

            vreugde in onze harten, licht in onze zielen.

            ...Gij zult onze kinderen opleiden en hun den weg toonen die leidt naar het

            schone, volmaakte goddelijk Wezen, en hun sterkte geven opdat het geloof niet

            wankelbaar maar rotsvast in hun zielen bewaard zoude blijven.

            Daarvoor zullen wij u gansch ons leven dankbaar zijn.

            ...Moge gij verblijven, vele jaren, in ons midden, daarvoor zullen wij God, den

            Heere, bidden.”

 

            Leestenaars over pastoor Coosemans :

 

            Jan De Decker in De Band 1956 : “...Zijn eerste bekommernis is gegaan naar een

            Parochiezaal en lokalen. Steeds heeft Mr Pastoor geijverd voor zijn kerk.

            Vele moeilijkheden moesten overwonnen worden. Maar wij weten nu dat deze

            werden overwonnen.

            Op een bepaald ogenblik, -hij was nog niet lang hier-, viel hij zonder

            onderpastoor, zonder dienstmeid, zonder koster...

            In ’t begin was ’t overigens een geweldig gesukkel met de meiden, b.v. niet minder

            dan 5 kwamen...en gingen. Tot op 7.7.48 mejuffer Elisa Van Waelhem (Elewijt)

            kwam. Mogen wij van deze gelegenheid profiteren om ook haar in de bloemen te

            zetten voor haar algehele plichtsbetrachting en gemoedelijke omgang ?

            Uit goede bron weten wij dat haar gerechten bij de pastoors van ’t omliggende

            beroemd zijn, evenals bij de predikanten !”   

 

            Miel Polfliet vertelde in 1982 :

            “Ik herinner het mij als was het gisteren. Het was in de mis van halfzeven en

            pastoor Coosemans stond op de preekstoel.

            Ineens begon hij over de verkiezing te praten en vroeg tamelijk rechtstreeks niet

            voor de “Blekken” te stemmen.

            Toen is mijn grootmoeder (Colette Van Praet-De Prins) verontwaardigd

            rechtgesprongen en vroeg letterlijk : “Mijnheer pastoor, zijn wij dan geen

            kristelijke mensen ?” Waarop de pastoor het antwoord schuldig bleef, hij verliet

            de kansel en zette de mis verder alsof er niets was gebeurd.

            Nog even was er spanning in de kerk toen mijn grootmoeder ten communnie ging.

            Heel de kerk keek ademloos toe, maar de pastoor behandelde haar net zoals de

            andere communicerenden en legde de H. Hostie op haar tong.

            Onmiddellijk na die mis staken enkele “Blekken” de koppen bij elkaar en

            verzamelden in een mum van tijd enkele tientallen muzikanten van hun fanfare

            (Sint-Cecilia).

            Die zijn dan dezelfde dag uit dankbaarheid bij mijn grootmoeder thuis in de

            Alemstraat, een serenade gaan spelen.”



1104978-1e885db5b50a8971dcdeda2190d187e4.jpg

1104978-5801ca550f09b53f2a90bc9a1686a976.jpg
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 13:05 Reageer op dit bericht

1946 – Jan Baptist Coosemans volgde J. Beuckelaers op als pastoor te Leest en dit tot

            1966.

            Hij was te Perk geboren op 19 november 1898 in een gezin van tien kinderen.

            Zijn vader overleed in 1919 op 73-jarige leeftijd en zijn moeder in 1929, zij

            werd 68.

            Jan Baptist Coosemans liep college te Vilvoorde en trad binnen in het Klein

            Seminarie, afdeling filosofie te Mechelen.

            Kardinaal Mercier wijdde hem op 6 juni 1925 tot priester.

            Voor zijn wijding, op 28/2/1925, was hij tot leraar benoemd aan het

            St-Stanislascollege te Berchem.

            In september 1925 werd hij tot onderpastoor van Scheut benoemd : daar zou hij

            vijf jaar blijven. Wegens ziekte diende hij rust te nemen en verbleef van oktober

            1930 tot november 1932 als aalmoezenier in het gesticht Releghem te Zemst.

            Op 19 november 1932 werd hij tot onderpastoor te Zemst benoemd.

            Kardinaal Van Roey benoemde hem op 31 juli 1946 tot pastoor van Leest in

            opvolging  van pastoor Beuckelaers.

            Hij bleef er tot zijn pensioenering in 1966 waarna hij samen met Juffrouw Maria

            (Maria Rheinhard) naar Zemst ging wonen (Schoolstraat) om aldaar van een

            welverdiende rust te genieten.

            Hij overleed te Erps-Kwerps op 17 november 1979.

 

            Gazet van Mechelen van 13/8/1946 schreef over zijn aanstelling (11/8/1946) :

            “...Even na het middaguur was reeds een kleine drukte te bespeuren die naar

            mate het 15 uur werd, steeds aangroeide.

            Die prachtige stoet, met een nog prachtiger zonneweertje begoten, zette zich om

            15 u in beweging nabij Kapelle o/d Bosch, om langs Leest Heide en Biest, te 16 u

            in het dorp te belanden. De straten en huizen waren prachtig versierd en

            verschillende ernstige monogrammen versierden de gevels, ook voor den lach

            was gezorgd waarbij we volgend versje zeer komisch vonden : “Alle maanden

            een nieuw ministerie, dat is verduiveld een grote miserie. Maar na 35 jaar een

            nieuwe pastoor, dat kan er wel mee door !”

            De optocht zelf bestond uit prachtige groepen en wagens waaronder volgende

            groepen en wagens bijzonder uitblonken : “De nieuwe regeering”, “De verkeerde

            wereld”, “Oogstvreugde”, “Verschijning van Fatima”, “Op Signoor”, enz.

            teveel en te schoon om ze alle op te noemen.

            Bij het einde van dezen optocht, waren de parochianen van Zemst met een wagen

            goed vertegenwoordigd, in de koetsen bemerkte men de Kerkfabriek, Burgerlijke

            Overheid en als laatste den gevierde E.H.Coosemans, E.H. Leys, deken, E.H.

            Pastoor van Zemst en E.H.Onderpastoor van Leest. Verder nog verschillende

            geestelijken uit de naburige dorpen.

            Te kwart voor vijf  vond de traditionele plechtigheid plaats voor de kerkdeur,

            waarbij E.H. Leys, deken, den sleutel der kerkdeur overhandigde en dadelijk

            daarna ving de kerkelijke plechtigheid plaats.

            Den E.H.Deken besteeg den kansel en wist met een puike rede de aanwezige

            kristenen toe te spreken, hierna ving het H. Lof aan.”

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 13:03 Reageer op dit bericht

1945 – 12 juli – Gemeenteraad :    

            Het gemeentebestuur besloot een toelage te verlenen van 2000 fr “om de

            Feestelijkheden der gedeporteerden op te luisteren”.

            Feest dat zou doorgaan op 21 juli.

            Ook werd in dezelfde gemeenteraad een toelage van 1000 fr gestemd aan het

            plaatselijk  nieuw blad “Het goede zaad”.

 

1945 – 5 september  :  J. Van Assche aangesteld tot dienstdoende secretaris mits 500 fr

            per maand. (GR-20/10/1945)

            In december zou hij echter reeds ontslag nemen, hij werd dan opgevolgd door

            Frans Huybrechts(geboren 29/12/1906) uit het Dorp. (GR-24/12/1945)

 

1945 – 20 oktober – Gemeenteraad :

            “...14de punt. Aanstelling van een Urbanist voor het ontwerpen van een algemeen

            inrichtingsplan. De Raad in geheime stemming, gezien de vergadering op het

            stadhuis te Mechelen van de burgemeesters der omliggende gemeenten, palende

            aan de stad Mechelen met den heer Minister voor Openbare Werken, ten einde

            samen te werken tot het opmaken van een algemeen inrichtingsplan voor (het

            opmaken) de Urbanisatie van Mechelen en omstreken.

            Gezien het opmaken van dit plan dient uit te gaan van een studiebureel om het

            algemeen belang ten nutte te komen.

            Besluit met eenparigheid van stemmen : den heer Wijnants Maxiem opdracht te

            geven tot het opmaken van een algemeen inrichtingsplan der gemeente voor

            Urbanisatie.”

 

            “...Gezien het noodig is gebleken de dorpplaats bijtijds te onderhouden en te

            ontdoen van vuil, besluit : de gemeentewerkman te gelasten alle zaterdagen de

            dorpplaats te kuischen en de rioleering te verzekeren.

 

            De Raad gezien de vraag door den heer De Laet tot het geven van avondlessen

            inzake landbouw in de gemeentelijke jongensschool besluit :     

            1. toelating te verlenen tot het geven van deze lessen in de gemeentelijke

             jongensschool.

            2. deze plaatsen te verwarmen en te verlichten op kosten van de gemeente.”

 

1945 – 2 november – Gemeenteraad : Meester De Leers...

            “...4de punt. Tuchtactie van den Heer De Leers tijdens de bezetting.

            De Raad in geheime zitting;

            Gezien de besluitwet van 8/5/1944 ; Gezien de handelingen van den heer De

            Leers tijdens de bezetting aanleiding hebben gegeven tot groote verontwaardiging

            bij de bevolking en hij geen genoegzaam gezag meer bezit en als onderwijzer zijn

            dienst te hernemen;

            Gezien de inlichtingen verstrekt door den Heer Krijgsauditeur;

            Gezien de aaneenschakeling van moeilijkheden tusschen het schoolhoofd en de

            achtereenvolgende gemeentebesturen;

            Gehoord belanghebbende in zijn verweer;

            Gezien zijn moreele en physieke inzinking ten gevolge van zijn verwondingen

            tijdens den oorlog 1914-1918.

            Overwegende dat er verzachtende omstandigheden zijn als groot oorlogsinvalied,

            gaat over bij geheime (zitting) stemming tot het toepassen van een tuchtstraf;

            besluit met algemene stemmen :

            1. Een schorsing toe te passen van onbepaalden tijd met wedde.

            2. Aan de hoogere overheid zijn ontslag aan te vragen voor op ruststelling als

            onderwijzer.

            3. Deze beraadslaging voor het noodige gevolg over te maken aan de Bestendige

            Deputatie.”

 

1945 – 2 november – Aannemingscontract bewaarschool. (GR)

 

1945 – 24 december – Gemeenteraad :

            De Vrouwengilde van Leest had een schriftelijk verzoek gericht tot het

            gemeentebestuur om :

            1. de menigvuldige bals af te schaffen.

            2. de toegang tot de danszalen te verbieden aan alle personen onder de 18 jaar.

            3. het sluitingsuur aan te passen.

            Besluit van het gemeentebestuur :

            “1. Geen toelatingen meer toe te staan tot het geven van bals waarvan het doel

            en de opbrengst niet kan gerechtvaardigd worden tot nut eener

            muziekmaatschappij of iets dergelijksch.

            2. Den toegang te verbieden tot de danszalen van alle personen die niet ten volle

            17 jaar oud zijn.

            3. Het sluitingsuur der herbergen te bepalen op 12 uur ’s nachts in de week en op

            1 uur ’s nachts op zon- en feestdagen.”

 

1945 – Op 31 december telde Leest 1808 inwoners.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 12:55 Reageer op dit bericht

 Foto :  Vader Frans Polspoel verdween voor zes maand zonder dat iemand wist waar hij zich

             bevond. Moeder Stefanie “van Zillekes” met zoontjes  Edmond en Alfons.

 

1945 – Leestenaars en de tweede wereldoorlog

            Frans Polspoel, op zijn paspoort stond Marie Francois Polspoel, uit de Vinkstraat,

            was krijgsgevangene genomen en verdween voor zes maand uit circulatie.

            Niemand wist waar hij uithing.

            Als landbouwer werd hij heel die tijd in Duitsland en ook een tijdlang in

            Tsjechoslowakije op boerderijen tewerkgesteld. Daar leerde hij noedels eten.

            Frans was in 1934 gehuwd met Maria Stephanie Maes.

            Het echtpaar kreeg vier kinderen : Alfons,gehuwd met Lisette Fierens uit de

            Winkelstraat.

            Edmond, zijn officiele naam was Edmund, hij huwde met Melanie

            Selleslagh en werd schepene in het laatste gemeentebestuur van het autonome

            Leest.

            Paul, gehuwd met Victoire Maes en enige en jongste dochter Maria die

            gehuwd was met Jan Tirri.   

 

Op 5 oktober 1949 kreeg burgemeester De Laet een schriftelijke melding overhandigd van de voorwaardelijke invrijheidstelling van A.V. Op briefhoofd van het “Ministerie van Justitie, Administratie der Strafinrichtingen, Veroordeelden wegens misdrijven tegen de Veiligheid van de Staat. Dienst voor wederopvoeding, reclassering en voogdij.”: Dossiernummer 55242.

 

Brussel 28-9-1949

 

Mijnheer de Voorzitter,

 

Ik heb de eer u de (voorwaardelijke) invrijheidstelling op datum van 23-9-1949 mede te delen van V.A. geboren te Leest, de 17/8/1916, burgerl.staat ongehuwd, beroep tuinbouwkundige, woonplaats Leest, Elleboogstraat.

Veroordeeld de 11/1/1945 door KH Brussel tot 15 j. hecht terzake van inbreuk art 113, 117GWB.

Deze invrijheidstelling werd verleend onder volgende voorwaarden : onder voogdij, met verbod zich met politiek in te laten en met verplichting zich te onthouden  van omgang met andere vrijgestelden.

Mag ik U verzoeken de persoon aan te duiden, die volgens U het meest geschikt blijkt om de voogdij over boven vernoemde invrijheidgestelde waar te nemen, en die zou aanvaarden er zich mede te gelasten.

Om Uw taak te vergemakkelijken, voeg ik bij die schrijven een formulier voor het antwoord (Model B) dat U enkel dient in te vullen en mij zo spoedig mogelijk terug over te maken.

De voogd gelieve onmiddellijk contact op te nemen met zijn (haar) pupil(le) en de voogdij waar te nemen in overeenstemming met de richtlijnen van mijn dienst. Zodra hij volledig ingelicht is over de toestand, de gesteldheid en het gedrag van de invrijheidgestelde, zal de voogd een eerste omstandig verslag opstellen, en door Uw bemiddeling aan de Voogdijdienst, Ministerie van Justitie te Brussel, laten geworden. Vervolgens zal hij om de drie maand, op dezelfde wijze, beknopte maar volledige verslagen, overmaken.

Nochtans, indien de voogd bij zijn eerste contactname met zijn pupil, in kennis zou gesteld worden van ernstige moeilijkheden die zich in de reclassering van betrokkene zouden voordoen, zal hij onmiddellijk, door een bondig verslag, de dienst hiervan op de hoogte brengen.

Indien bij de uitoefening van de voogdij moeilijkheden oprijzen zal de voogd U hieromtrent verslag uitbrengen ; U gelieve mij hiervan onmiddellijk in te lichten opdat ik met volledige kennis van zaken, de nodige maatregelen zou kunnen nemen.

Ingeval het niet mogelijk blijkt, binnen de veertien dagen een geschikte voogd te vinden, houd ik er aan dat de hierbijgevoegde stukken mij dadelijk zouden teruggezonden worden.

Met de meeste hoogachting.

Voor de Minister :

Voor de Gemachtigde Directeur :

        K.Potoms

 

Overgemaakt aan de heer Burgemeester  De Laet te Leest op 5/10/1949

Voogd : burgemeester De Laet.

 

Bij deze schriftelijke melding was een bijvoegsel (formulier 11) van de gevangenis van Mechelen :

 

Gevangenis Mechelen

 

Voorwaardelijke invrijheidstelling.

Naam en voornamen : V.A. C. J. T.

Plaats en dag van geboorte : Leest den 17-8-1916

Burgerlijke stand : ongehuwd

 

                         Uiteenzetting der feiten van V. A.

Feiten gepleegd: te Graz of elders in Duitsland.

 

Veroordeelde is de zoon van de V.N.V.burgemeester van Leest. Hij zelf is overtuigd van de triomf der Duitse legers, en zeker van alle straffeloosheid tijdens hun heerschappij ten lande, stelt zich kordaat aan als pro-Nazi en voert door woord en daad propaganda voor het Oostfront.

Na als gemeentesecretaris tot in 1941, in diens geest te hebben gefungeerd wordt hij adjunct-marktafgevaardigde te Mechelen en te Tongeren, en lijft zich alsdan, in maart 1942, bij het Vlaams Legioen in.

Hij beweert dat, gelet op zijn gezondheidstoestand, hij daar een ondergeschikten geneeskunditgen dienst vervulde, bij de burgerlijke bevolking

In augustus 1943 maakt hij deel uit der gelederen der SS brigade Langemark doch hier ook zou hij in de burelen werkzaam zijn  geweest, en zou hij onwetens een verbintenis hebben getekend voor vier jaar, eindelijk verminderd op twee jaar, derwijze dat hij in maart 1944 ontslag nemen kon.

Eens huiswaarts gekeerd hernam hij dienst in de hoofdgroepering Vlees en Veeproducten in Mechelen en Yperen.

Hier zij vermeld dat de vader van veroordeelde een groot landbouwbedrijf uitbaatte, doch aan het hoofd stond van een talrijk gezin en dat de aanverwingscontracten voor de SS mannen, het bekomen van een boerderij voorzagen van 25 à 30 hectaren in Oekraïne voor de verbintenissen van een termijn van 4 jaar.

V. was fier op zijn uniform. Hij had minachting voor de goede Belgen, trotseerde de rijkswacht, dewelke hij de militaire groet wilde afdwingen daar hij in Rusland de graad van SS Langemark onderofficier had veroverd.

Hij droeg zilveren epouletten, een kepi en wapens.

Overigens had hij veel reklaam gemaakt bij zijn vertrek naar Stratz, waar hij zijn militaire opleiding ontvangen zou. Wanneer hij eigenlijk naar het front vertrok, zes maanden later, gaf zijn vader op het gemeentehuis een groot gelegenheidsfeest  waarop alle vooraanstaande V.N.V van de omtrek werden verzocht, politieke redevoeringen werden gehouden, gelukwensen geuit, enz…

V. heeft een ganse roman verzonnen om te doen geloven dat hij buiten het weten zijner familie vertrokken was om de bolchevisten te gaan bevechten.

De werkelijkheid is gans anders, want de familie was V.N.V., steunde de Oostfrontstrijders en bevoordeeligde op alle wijzen hun echtgenoten en kinderen van de omtrek.

Zijn gedrag was vroeger onberispelijk. Hij had een goede faam en stond gunstig bekend. Gaf  zich nooit over aan dronkenschap, ongebondenheid of ontucht.

Stond in goede betrekkingen met zijn familie. Op zedelijk gebied was zijn gedrag en houding onverbeterlijk.

Bevindingen van het personeel : V. A. C. die wat romantisch is aangelegd, heeft zich laten verleiden en trad toe tot de Oostfrontstrijders.
Heel snel zag hij zijn fout in en kon hij in maart 1944 reeds ontslagen worden.

In de gevangenis heeft hij verder door zijn gedragingen, werkijver en geest van uitboeting getoond dat hij werkelijk spijt heeft en is zijn morele gesteltenis gerangschikt als zeer goed.

 

Ontwerp van reclassering :  Oudste zoon van een landbouwersgezin van 8 kinderen, keert hij in dit gezond familiaal milieu terug en levert zijn reklassering niet de minste moeilijkheid op.

 

Plaats waar de belanghebbende het voornemen heeft zich te vestigen : Leest Elleboogstraat.

Uitgaansfonds : 1419,80 fr.

Datum van voorwaardelijke invrijheiddstelling : 23-9-49

Defenitieve invrijheidstelling : 8-9-69.

 

 

 

1945 – 4 juni – Gemeenteraad :

            “...5e punt. Motie De Leers over te maken aan den Krijgsraad.

            De Raad, gezien het verzoek van den heer Provinciegouverneur om bij den heer

            Krijgsauditeur aan te dringen tot bespoediging van de zaak De Leers,

            schoolhoofd te Leest; gezien den heer De Leers groot oorlogsinvalide is van

            1914-1918. Gezien zijn uitwendige verwondingen ten gevolge van gemelden

            oorlog. Gezien den treurigen toestand van zijn gezin;

            overwegende dat de feiten die hem ten laste worden gelegd naar ons bescheiden

            hem maar voor een klein deel kunnen toegeschreven worden, ingevolge zijn

            geesteszwakte ; gezien den toestand zich jarenlang heeft vertoond min of meer

            abnormaal te zijn, zoowel in zijn privaat en openbaar leven als in zijn

            beroepsbetrekkingen; besluit éénparig :

            aan den Krijgsraad te vragen deze motie in aanmerking te willen nemen zoowel

            bij de bespoediging als bij de uitspraak van het vonnis.

            Daarna wordt de zitting gesloten verklaard om 22 uur en 10 minuten.”

 

1945 – 4 en 5 juni 1945 – Belgisch Staatsblad 155-156 :

            Ministerie van Binnenlandse Zaken.  Leest.  Burgemeester ontzet.

            “Bij besluit van den Regent dd. 17 Mei 1945 is de heer V. Jan-Emiel,

            uit zijn ambt van burgemeester der gemeente Leest ontzet.

            …”

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 12:49 Reageer op dit bericht

1944 – In de nacht van 27 op 28 oktober 1944  kwamen drie leden van hetzelfde gezin

            om het leven na de inslag van een vliegende bom. (V-1)

            Joannes Verbruggen, geboren te Leest op 17 november 1890, zijn echtgenote

            Maria Nathalia Van den Brande ( ° Leest 3/3/1898) en hun zoon Lodewijk

            Verbruggen ( ° Leest 17 juni 1927)

 

1944 – Einde 1944 telde Leest 1796 inwoners.

 

1945 – 12 maart : Die dag overleed te Flossenburg Franciscus Van der Elst.

            Hij was schilder bij de NMBS en te Leest geboren op 4/10/1895.           

            Franciscus hoorde tot de politieke gevangenen van de partizanengroep

            Boortmeerbeek en was aangehouden op 25/4/1944.

            (“Systematiek en Willekeur, het verhaal van de politieke gevangenen uit het

            arrondissement Mechelen” van Patrick Moreau -2004.)

            Maria Lauwens (afkomstig uit de Kouter) wist te vertellen dat de “Van der Elsten

            van  Hofstade bij haar tante Jeanne (“Jeanne van Sooike Huybrechts van herberg

            en zaal Sint-Cecilia) onder de scène  in de zaal hebben verborgen gezeten.

            Ze waren in Leest naar een beroepsrennerswedstrijd komen kijken, waarschijnlijk

            tijdens een kermis.

            Volgens Maria ligt de familie vooraan aan de grote ingang op het kerkhof

            begraven.

 

1945 – 27 maart : Pas op 27 maart 1945 stopten de Duitsers met het lanceren van

            vliegende bommen en raketten. Hiermee sloot een lange periode van onrust

            af. Wie de nachten in kelders had doorgebracht kon opnieuw van een normale

            rust genieten. (“Zes donkere jaren”, Edward Saerens)

 

1945 – 12 april : Voorstelling van kandidaten tot de oprichting van een gemeentelijk

            comité van Ravitaillering.

            De Raad bracht gunstig advies uit tot voordraging van voorgestelde kandidaten :

            Selleslagh Louis en Van Linden Karel als vertegenwoordigers der producenten.

            Piessens Frans en Huybrechts Frans als vertegenwoordigers der tussenpersonen,

            Silverans Karel en Nuytkens Jan als vertegenwoordigers van de verbruikers.

 

1945 – Op 8 mei 1945 werd een einde gezet achter de oorlog. Na de feestroes kwam de

            realiteit en het stond vlug vast dat het nog lang zou duren voordat alles

            gestabiliseerd zou zijn.

            Gedeeltelijke rantsoenering was nog jarenlang een feit.

            Amerikaanse producten overspoelden onze markt. Kauwgum, coca-cola, maar

            ook Chester kaas, eierpoeder en Deense boter waren te koop.

            De kinderen verzamelden prenten van Amerikaanse filmsterren.

            De deur werd op een kier gezet voor een internationale consumptiemaatschappij.

            Maar toch verscheen er weer vlug chocolade en andere Belgische producten

            waarvan men het bestaan niet meer kende. (KH)     

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:41 Reageer op dit bericht

Bijvoegsel : melding van de priesterwijding van Jozef Albert Selleslagh.

 

1944 – 24 januari : Pieter Frans Van der Taelen, geboren te Willebroek 22/8/1882,

            wonende Dorp 11 Leest, aangesteld “ten tijdelijken titel als klokluider en

            torenuurwerkverzorger der gemeente”.

            Hij verving Alfons Scheltiens die naar Mechelen was verhuisd.

            Zijn jaarwedde : 1800 fr. (GR)

 

1944 – 20 februari : In vele open weiden langs de Zenne, het Broek, het Schalam, de

            Potaardevelden, worden twee meter hoge boomstammen en balken in de grond

            gestoken om te beletten dat vliegtuigen of zweefvliegtuigen er zouden landen.

            De Duitsers vrezen een op komst zijnde invasie. (KH)

 

1944 – 10 april : Jozef Albert Selleslagh(°8/5/1917, +9/10/1974) uit de Bist, zoon van

            Lodewijk   (°29/10/1887, +27/7/1969) en Leonie Verbergt,

            (°29/6/1888, +31/8/1966) werd priester gewijd in de kapel van het studiehuis der

            Missionarissen van Afrika (Witte Paters) te Heverlee.

            Hij werd gewijd door Monseigneur Carton de Wiart. De eremis vond plaats op 16

            april in de kerk van Leest.

            Op 20 juli 1945 zou boerenzoon Jef Selleslagh naar Burundi vertrekken.

            Hij zou er blijven tot 1968. Nadien werd hij godsdienstleraar aan de Vrije

            Technische School te Borgerhout. Hij overleed in het St.-Elisabethziekenhuis

            te Antwerpen op 9 oktober 1974.

            “Opgegroeid in een diepkristelijk gezin, leerde hij van jongsaf de veilige weg

            gaan, die leiden zou naar het Priesterschap. Met liefde en ontzag was hij

            opgegaan naar het altaar en werd missionaris in Burundi naar de inzichten van

            zijn goddelijke Meester. Zichzelf vergetend, vol ijver, tot de laatste dag, in en

            voor zijn Technische School, voor zijn parochie Kalfort-Puurs, heeft hij

            gewoekerd met de talenten, die Ons Heer hem had gegeven...”

            (Passage uit zijn doodsprentje)

 

1944 – 19 april : Deze woensdag werden rond 18u30 formaties vliegtuigen opgemerkt

            over Leest richting Mechelen. Ze wierpen dwarrelende dingen uit die er van op

            afstand uitzagen als zilverpapiersnippers. De werkelijkheid was anders. Eens  ze

            de  grond raakten spatten ze open en zetten ze de omgeving in vuur en vlam.

            Enkele bommen vielen in de velden van het broek.

            Het grootste deel raakte de stad Mechelen. Twintig minuten later volgde een

            tweede formatie bommenwerpers. Mechelen stond in brand.

            Bij avondschemering was het zicht van de brandende huizen en de Lieve-

            Vrouwentoren een akelig schouwspel. (KH)

 

1944 – 24 april : Mechelen treurde om de 120 doden en de vele gewonden.

            De lijkkisten stonden opgesteld op de binnenkoer van het St.-Romboutscollege

            en werden vandaar naar de kathedraal gebracht voor de uitvaartdienst. (KH)

 

1944 – 1 mei : De dag was zonnig en vredig. De nacht zette in met oorverdovend

            aanhoudend gedreun van vliegtuigformaties. De hemel was klaar verlicht van

            neerdwarrelende parachutes met felle helderwitte lichtbundels.

            Het doelwit was duidelijk het spoorwegknooppunt van Mechelen en de

            spoorwegwerkplaatsen van het zogenoemde Arsenaal, dienstig voor de

            oorlogsindustrie. De bevolking vluchtte in de kelders of schuilplaatsen.

            Sommigen liepen naar buiten en en wierpen zich in de beekkanten.

            De bommenwerpers vlogen van west naar oost en volgden de spoorlijn als

            richtlijn. De eerste bommen vielen op het Mechels broek op de grens met

            Hombeek. Alles daverde. Een hel van fluitende, gierende bommen,

            oorverdovende knallen, schudden en schokken door de geweldige

            luchtverplaatsingen, rinkelen van brekend glas en vallende dakpannen.

            Hombeek ontsnapte ternauwernood aan een complete ramp. Op een paar

            tientallen meters van het dorp verschenen kraters van bominslagen.

            De verwoesting in de stad Mechelen was enorm. (KH)

 

1944 – 15 mei : Herderlijke protestbrief tegen bombardementen geallieerden

            Geconfronteerd met de desastreuze gevolgen voor de burgerbevolking, besloot

            kardinaal Van Roey zijn stem te verheffen om de geallieerden aan te manen tot

            enige omzichtigheid.

            Hij stuurde hen een herderlijke brief, gedateerd op 15 mei 1944. Deze brief

            werd voorgelezen in alle kerken.

            De kardinaal verzocht de geallieerden in naam van België have en goed van de

            burgers te ontzien “daar anders de beschaafde wereld zich eens met afschuw

            rekenschap zal geven van de ontzettende behandeling, die een onschuldig en

            loyaal land heeft moeten verduren”.

            Bombardementen van grote omvang bleven van dan af achterwege.

            Mechelen had voor de geallieerde bombardementen een enorme tol betaald : 171

            doden en 123 gekwetsten, 416 woningen volledig herschapen in puin terwijl

            3.304 andere lichte of zware brandschade opliepen.

            (GvM,29/5/1996)

 

1944 – 6 juni : De geheimde radio meldde de landing van de geallieerden in Normandië.

            (KH)

 

1944 – 21 juli : De nationale feestdag was geen feestdag meer maar een normale

            werkdag. Het afweergeschut van de Duitsers aan het spoor te Hombeek trad

            voor de eerste keer in werking tegen overvliegende geallieerde vliegtuigen. (KH)

 

1944 – 3 september : Duitse terugtrekkende soldaten eisten ’s avonds fietsen op bij vele

            burgers in het dorp en langs de hoofdwegen. Op de twee spoorlijnen te Hombeek

            werd uitsluitend richting Mechelen gereden. De treinen waren beladen met

            terugtrekkende soldaten en oorlogsmateriaal. Soms was het verkeer zo druk dat

            de treinen een uur of langer stilstonden aan het station.

            De Duitse soldaten strekten even de benen op het perron.

            Enkele personen die zich gecompromitteerd voelden, hadden hun pakken gemaakt

            en trachtten mee te vluchten. Ze onderhandelden heftig met de treinleiding maar

            kregen geen toelating om met de legertrein te ontsnappen. (KH)

 

1944 – 4 september : In de vroege ochtend stond een Duitse eenheid infanterie opgesteld

            voor inspectie op het dorpsplein van Hombeek. Ze sloegen in paniek als een

            jongeling kwam aangerend van uit de Bankstraat al schreeuwend : “De

            Amerikanen zijn daar”.

            In Kapelle-op-den-Bos waren inderdaad de geallieerden tot aan de vaart

            doorgestoten. De Duitsers marcheerden haastig weg richting Mechelen.

            Hun commandant kreeg zijn auto Citroën niet gestart en jonge mannen van de

            “Witte Brigade” staken een handje toe. Hij reed richting Leest.

            In de voormiddag nog kwam een eerste licht gepantserd voertuig met Engelsen

            van Leest. De verkenners mochten rekenen op de hulp van plaatselijke gidsen

            die meereden naar Mechelen.

            Tegen 17 uur kwamen de eerste tanks met groot geratel van Kapelle-op-den-Bos

            door Hombeek gereden. De mensen waren uitzinnig van vreugde.

            Alle huizen waren bevlagd en versierd. Men gooide met bloemen en schonk

            fruit en tomaten aan de bevrijders.

            De tweede tank van het eerste “platoon” reed vast op de Zennebrug. Het ijzeren

            beslag geraakte tussen de ketting die stukliep. De drie volgende tanks zetten hun

            opmars naar Mechelen door via de spoorbrug.

            De nog 16 volgende tanks van het “squadron” wisten dat ze de Zenne niet over

            konden via de normale brug en reden vanaf de Kleinestraat de spoorwegberm op.

            Ze volgden deze tot Mechelen.

            De Engelse soldaten van de tank die vastgereden was, verbroederden met de

            bevolking. Er werd gedanst op straat en in de herbergen.

            Het bericht circuleerde dat Hitler dood zou zijn. (KH)     

 

            Hilde Rheinhard (Wilgenstraat 52 Mechelen) getuigde in ’t Ridderke

            (nr.3 van 1994) over de bevrijding :

            “...Onder de oorlog woonde ons gezin te Leest waar mijn vader koster-orgelist

            was. Ons huis lag op de Kouter tegenover het parochiecentrum en was eigendom

            van de familie Stopie, die er verder naar Hombeek in het statige herenhuis

            woonde. Later werd ons huis bewoond door de aalmoezenier.

            In de vroege voormiddag is er inderdaad een gepantserd voertuig, echter niet op

            rupsbanden, door Leest gekomen. Het kwam bij ons voorbij en ging richting

            Hombeek. Mijn broer Herman stond er bovenop zwaaiend met zijn studentenpet

            en toonde de weg. Erg betrouwbaar was het echter niet omdat hij in tegenstelling

            met de soldaten die erin zaten, niet beschermd was. Bovendien wisten we dat er

            nog Duitsers in Hombeek waren en er waarschijnlijk zou geschoten worden.

            Mijn broer was reeds meerdere jaren bij het geheim leger eigenlijk zonder weten

            van vader. Hij vermeed veel te vertellen omdat hij wist dat vader aan het hart

            leed. Bijna dagelijks had hij contact met Geerts van Leest.”                

 

1944 – 15 september – Schepencollege :

            Wijzigingen aan het bestaande politiereglement op het sluitingsuur.

            A. De openbare plaatsen waar men drank verkoopt zullen worden gesloten om

            21u30 ’s nachts en het blijven tot 06u00 ’s morgens.

            B. Alle verkeer op den openbare weg is verboden van 24 uur tot 5 u ’s morgens,

            zonder speciale toelating van het gemeentebestuur.

 

1944 – Na Londen werd nu ook sinds 13 oktober Antwerpen met vergeldingswapens

            bestookt. Het waren vliegende bommen (V1) en raketten (V2).

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 19:00 Reageer op dit bericht

1943 – 2 augustus : Emiel Vloebergh, Tisseltbaan 15 Leest en er geboren op 19 oktober

            1921, benoemd tot “tijdelijke 3de bediende voor de Ravitailleringsdiensten”.

            Maandloon : 1200 fr. (GR)

 

1943 – 6 september – Schepencollege :

            “...7e punt. Vergoeding uit te keeren aan de eigenaars van de opgeeischte

            rijwielen door de Duitsche Weermacht ingevolge de sabotagedaad op den

            spoorweg Mechelen-Dendermonde.

            Het College, handelende ingevolge het besluit van 28/5/1941, gezien de

            waarden van de opgeeischte rijwielen door de eigenaars werden bepaald bij hun

            inlevering, gezien er het noodige krediet voorhanden is, gezien er tot de

            uitbetaling dient overgegaan, overwegende dat de prijzen billijk zijn in

            vergelijking met de ingebrachte fietsen, besluit :

            de uit te betalen vergoedingen voor de opgeeischte fietsen worden vastgesteld

            als volgt :

            1. aan den heer Busschot A., Blaasveldstraat 5  1300 fr.

            2. aan den heer De Prins J.L., Bist 3   1500 fr.

            3. aan den heer Van Camp F., Juniorslaan 31  1300 fr.

            4. aan den heer Geens J., Juniorslaan 1,  1250 fr.

            5.  aan den heer Piessens L., Blaasveldstraat  1325 fr.

            Totaal : 6.675 fr

            Deze beraadslaging ter goedkeuring over te maken aan de Bestendige

            Deputatie.”

 

1943 – 24 september : In een van de grootste margarinefabrieken van ons land werd

            aangevangen met de fabricatie van margarine met koolzaadolie als grondstof.

            Dankzij de teelt van koolzaad zullen vijftien miljoen kg margarine in de negen

            volgende maanden verdeeld worden. (KH)

 

1943 – 11 november  : Bernard Erneman sneuvelt op zee.

 

1943 – Op 31 december telde Leest 1799 inwoners. 

 

1943 – Paard opgeeist door de Duitsers, Johnny kon het even goed !

            Jef Beullens, gemeenteraadslid en pachter van het “Hof ten Broecke” met zoon

            Torre, achter hun os Johnny.

            Jef Beullens kocht deze os te Overhespen bij Tienen nadat zijn paard door de

            Duitsers was opgeeist. Hij liet het dier via de trein naar Mechelen overbrengen.

            Johnny was zeer braaf en intelligent en heel populair bij de Beullens clan.

            Wanneer de os moest plassen, bij winterachtig weer, maakte dochter Pauline

            dankbaar gebruik van de kletterende warme waterstraal om haar handen te

            warmen.  

            Johnny stapte in 1944 met één zijner poten in een balein, liep een onsteking op

            en diende tot algehele spijt te worden afgemaakt.

            De slachter was Frans De Schoenmaeker, de vader van de bekende beroepsrenner

            en meesterknecht van Eddy Merckx, Jos.

 

Bij de foto’s :

-Zoon Torre en vader Jef Beullens achter de brede rug van Johnny de os.

-De hele familie Beullens-Robijns van het “Hof ten Broecke”.

Van l. naar r. : Sooi, Rachel, Louis, Jet, Frans, Marie, Roos en Torre.

Onderaan : Nie, vader Jef, moeder Marie Clementina en Pauline.

 



1104481-a1fd774b56511429b7f87778dd375d11.jpg

1104481-36904618764afd90a74d89c76e6ff828.jpg
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:40 Reageer op dit bericht

Foto: de Australische kapitein-piloot Cavanagh

 

1943 – Nacht 22/23 juni : Een Engelse Halifax-bommenwerper werd neergeschoten en

              kwam neer in de Tiendeschuurstraat kort bij de hoeve van Scheers: 7 slachtoffers.

 

            ’t Ridderke november 2010 : Oorlog in de lucht

 

Een vliegtuigcrash in juni ’43 op de grens van Hombeek en Leest

Bijzonderheden over deze raid

Datum : 22/23 juni 1943

Vertrekbasis : Lissett, Yorkshire, UK.

Eenheid : eskadron 158

Inzet : 557 vliegtuigen

Target : de stad Mülheim

Verliezen :  35 vliegtuigen en 198 manschappen

Bijzonderheid : de Halifaxbommenwerper JD259 werd door een jager afgeschoten en stort hier neer. De zeven bemanningsleden komen om.

Getroffen door : Oblt Willehm Telge.

Het neergeschoten vliegtuig betrof de Halifax JD259 van het 158ste eskadron en het werd ingezet op Mülheim aan de Ruhr. Volgens gegevens van de RAF was het de avond van 22 juni 1943 vertrokken om 23.09 uur van de basis Lisset (Yorkshire,Engeland) met zeven jonge bemanningsleden : zes Engelsen van de RAF en één Australiër van de RAAF.

Dat waren :

Flight Sergeant Leonard Ernest Cavanagh (kapitein-piloot),20 jaar, RAAF 415377.

Sergeant Robert James Sage (boordwerktuigkundige),21 jaar, RAF

Sergeant Thomas Ridley Forster (navigator),21 jaar, RAF

Flying Officer Daniel Valentine Elliott (bommenrichter), RAF

Sergeant Walter Richard Green (radio-operator en schutter),22 jaar, RAF

Pilot Officer Ronald Albert Charles Maund (schutter midden), RAF. Zijn lichaam werd pas weken later gevonden.

Flight Sergeant Oliver William Todd (schutter achter), RCAF

 

De lichamen warden gekist en op een Duitse legerwagen geplaatst. Een aalmoezenier las nog de gebeden. Dan werden ze afgevoerd.

De ganse crew van deze Halifax rust nu op het kerkhof Schoonselhof bij Antwerpen.

 

“In de vroege morgen die woensdagochtend warden we opgeschrikt door ongewone vliegtuiggeluiden. Niemand kan nog getuigen van een luchtgevecht maar volgens de oorlogsrapporten moet het zich boven ons hebben afgespeeld. Een Halifax op terugweg uit Mulheim, werd uit koers gedreven en achtervolgd door een Duitse Messerschmitt. Sommigen zagen nog het rokend vliegtuig dat in de lucht ontplofte en neerstortte tussen de Kapelseweg en Tiendeschuurstraat. Vanaf nu ervoeren we luchtoorlog anders, tastbaarder. Voor onze ogen lagen op bekende velden en akkers de verspreide brokstukken van deze kolos – een vliegend fort – maar ook de lichamen, jong, halfverkoold, dood.”

 

Mülheim

“Mülheim was die nacht aan de beurt gekomen en bestookt door 242 Lancaster-, 155 Halifax-, 93 Stirling-, 55 Wellington- en 12 Mosquitovliegtuigen. In dit derde bombardement werd de hele stad vernield in drie opeenvolgende golven.

…

De Britten rapporteerden dat de stad voor 65% plat lag. De brandweer bleef dagen nablussen. 1.630 huizen waren totaal vernield, 2.100 huizen moesten ontruimd worden zodat 40.000 mensen elders hun toevlucht moesten zoeken. Er waren ook 530 doden.

Het bombardement in Mülheim was om 1.30 uur afgelopen en één uur later werd de Halifax JD259 getroffen door een Duitse jager die opgestegen was van het vliegveld Venlo in Nederland op de Duitse grens.

De vliegenier Oblt. Wilhelm Telge van het eskadron nachtjagers II (NJG 1) schreef het neerhalen van deze Halifax op zijn palmares.

De Duitse jagers schoten diezelfde nacht niet minder dan 23 vlietguigen af.

Zowel een Duits Bericht als een RAAF-rapport geeft 2.30 uur op als tijdstip dat deze vlieger afgeschoten werd op 5 km ten westen van Mechelen. De Hombeekse ooggetuigen daarentegen geven een latere tijd. Deze Halifax is blijkbaar uit de koers van het eskadron gejaagd en nagezeten door de Duitse jager tot in Mechelen. De plaatselijke getuigen zagen geen luchtgevecht maar slechts het getroffen en rokend vliegtuig.”

…

Getuigenissen

“Brokstukken van de bommenwerper lagen sterk verspreid op de velden tussen de Kroningerhoeve van de familie Scheers in Leest en “het Hoefijzer” van de familie Onghena in Hombeek.

Yvonne Onghena woonde als jong meisje in de ouderlijke hoeve :

‘…het was zomer en heel goed weer, echt warm. Een groot stuk van de motor stak dwars door onze stal. We hebben de koeien er met veel moeite moeten onderuit halen. Een stuk vleugel stak in de weide achter ons huis. Daar rond en op vele plaatsen was het gras allemaal verschroeid. Eén van de Engelse piloten werd twee à drie weken later teruggevonden in een patattenveld van Fierens wat verder. Het lichaam was in ontbinding.’

Virginie Dons-Soli, woonde destijds als twintigjarige bij haar ouders op het Heike. Daar was die vroege ochtend het hele gezin naar buiten gelopen; ze vertelde :

‘Het was ongeveer 5 uur of 5.30 uur. We hoorden het vreemd geluid van het vliegtuig dat in moeilijkheden scheen te verkeren. Kort daarop was er een ontploffing. Ik heb met eigen ogen gezien hoe het vliegtuig in de lucht met een grote knal in een vuurbol veranderde en uiteenspatte. De brandende delen vielen wat verder neer overal verspreid.

Het grootste deel is kort bij de hoeve van Scheers neergekomen op een zo wat hoger gelegen weide kort bij de boerderij. In de voormiddag nog waren de Duitsers er bij en werden de dode piloten afgevoerd.’

Victor Van Hoof, later garde in Leest was er ook snel bij en getuigde :

‘In juni 1943 werd er in de Tiendeschuurstraat aan de hoeve Scheers, een Engelse Halifax-bommenwerper neergeschoten. Al de inzittenden werden hierbij gedood.

Het vliegtuig, een viermotor, lag in stukken uiteengespat. De stuurkabine lag tussen de hoeve Scheers en de woning van Em. Geets, een eind in het veld.

Zoals zovele souvenirjagers ging ook  ik om wat vijsjes en onderdelen. Terwijl ik op handen en voeten in die kabine bezig was wat los te prutsen werd ik toegebruld in het Duits. Ik moest de kabine verlaten met mijn handen boven het hoofd en mij als laatste man in de rij zetten bij andere souvenirzoekers.

Die Duitser,ik zal zijn kop nooit vergeten, hij zag opvallend scheel, begon iedereen  af te tasten en bij elk voorwerp dat hij uit de mensen hun zakken haalde, kregen die een ferme stamp of slag in hun gezicht. Ik dacht al aan mijn volle zakken en hoeveel slaag ik wel zou krijgen, doch terwijl hij bezig was slaagde ik erin om de meeste voorwerpen ongezien uit mijn zakken te halen en op de grond te laten vallen.

Toen het mijn beurt was had ik nog slechts enkele kleine stukjes in mijn zakken en ik kwam er vanaf met een slag in mijn gezicht. Doch toen ik wegging werd ik als laatste brutaal teruggeroepen en moest al de voorwerpen die hij uit de zakken gehaald had oprapen en terug in het vliegtuig gooien. Nadat dit gedaan was kreeg ik zo’n  slag in mijn rug van de kolf van zijn geweer dat ik minutenlang zonder adem zat.

Ik heb die schele eens goed bekeken en zijn gezicht in mijn geheugen geprent maar ik heb hem later noch in Duitsland, noch in enig krijgsgevangenkamp aangetroffen.’

Dat de militaire wacht niemand doorliet kan in de eerste momenten wel zo geweest zijn. Eens de dode lichamen van de piloten afgevoerd waren, kon men er volgens andere getuigen toch vrij rondlopen.

Frans Tersago :

‘We zijn als jonge gasten gaan kijken naar de brokstukken van dit vliegtuig. Die lagen ver verspreid over de velden. Een motor stak door de stal van Onghena. Het grootste wrakstuk lag verder naar Leest en daar zijn we niet bij geweest. Er waren Duitsers die de wacht hielden. De lichamen van de gesneuvelde vliegeniers waren in kisten aan de rand van de weg gebracht. Ze stonden juist voor de spooroverweg aan de Kapellebaan. Toen wij er waren, werd er een gebed uitgesproken door een Duitse aalmoezenier. Daarna werden de kisten op wagens afgevoerd.’

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:09 1 reactie Reageer op dit bericht

1943 – Op 5 april 1943 bleef Maria Ludovica Van Dam in een luchtbombardement te

            Oude God – Mortsel.

            Ze was te Leest geboren op 29 maart 1910 en was de echtgenote van Frans

            Eduard Vloeberghen.

            De weduwnaar bleef met twee kinderen achter : Jozef en Paula.

 

1943 – 26 april : De twintigjarige werkweigeraar en ondergedokene Albert De Wit uit de

            Boomkensstraat te Hombeek ging op tweede paasdag naar het bal te Leest.

            Bij een controle van de Duitse Feldpolizei kon hij ternauwernood ontsnappen.

            (KH)

 

1943 – Op Tweede Paasdag werd Frans Victor De Laet (°Leest 17/4/1923) door de

            Duitse Feldgendarmerie aangehouden en via Mechelen, Antwerpen naar Aken

            gevoerd. Van Aken ging het via Hannover naar Bremen waar hij in een lager

            genaamd Werkstättestrasse Bremen Hemelingen terecht kwam.

            In dit lager werd hij verplicht 10 uur per dag tewerkgesteld en dit met slechts

            200 gram brood per dag. ’s Middags was er nog een kom raapkoolsoep met af

            en toe een aardappel in, zijn ganse dagrantsoen. Als ze soms nog ’s nachts

            moesten werken kregen ze niets meer. De levensomstandigheden waren

            erbarmelijk.

            (VVH)  

 

1943 – 3 mei – Schepencollege:

            Gunstig advies werd uitgebracht aan de vraag van Leonard Lauwers uit de

            Juniorslaan tot het uitbaten van een meelmaalderij.

 

1943 – 24 mei – Schepencollege :

            Meester De Leers bedacht met een tuchtstraf.

            “...Gezien het bewaar ingediend bij de hoogere overheid door Mevr. Van Baelen,

            kuischvrouw der gemeentelijke jongensschool, waarbij de heer De Leers

            aangeklaagd wordt slagen te hebben toegebracht aan haar zoon Lodewijk.

            Gezien het onderzoek ingesteld door den heer Troch hoofdinspecteur bij het

            Ministerie van onderwijs...

            Gehoord den heer De Leers, wiens verklaringen luiden als volgt :

            ‘Dien zelfden morgend voor de school vraag ik aan kleine Van Baelen of de

            moeder de stoof kan aansteken. De kleine antwoordt : dat moet ge maar aan den

            burgemeester vragen. Om deze onbeleefde woorden, heb ik hem een straf

            gegeven van 25 maal ik moet beleefd zijn. De kleine is op de koer tusschen de

            kinderen gaan staan. Dan heb ik hem bevolen naar de klas te gaan, waarop hij

            weigerde (de plaats waar hij zich bevond was onder het afdak).

            Dan heb ik hem nogmaals aangedrongen en heb den jongen bij den kraag

            genomen en ben er naar de klas meegegaan zonder te slaan en zonder bril te

            laten vallen. Vermits zijn lei niet in mijn klas was, maar wel in de klas van den

            heer Selleslagh, kon hij in mijn klas zijn straf niet schrijven. Daarop is hij naar de

            klas van meester Selleslagh gegaan, zoo kalm en zoo braaf als andere kinderen.

            Hij is zijn straf beginnen te schrijven. Kort daarop is zijn moeder binnengekomen

            en  heeft hem verboden van zijne straf te schrijven.

            Ik heb aan de moeder den uitleg verschaft waarom hij moet straf schrijven.

            Zij heeft toen kunnen zien dat de kleine zijn bril op had en nogmaals verbood zij

            hem de straf te schrijven. Daarop heeft zij de school verlaten.

            Tijdens den tijd van de uitspanning bleef de kleine zijn straf schrijven.

            Ik heb hem de volgende vraag gesteld. Lowieke hebt u misdaan ja of neen ?

            De kleine antwoordde : ja, ik heb misdaan, en heeft dan met vreugde zijn straf

            geschreven.

            Na dat ik de klas verlaten heb, ben ik eenige ogenblikken van de koer geweest,

            terwijl de twee onderwijzers op de koer waren. Gedurende deze enkele

            oogenblikken is vrouw Van Baelen wederom op de koer gekomen. Moet de klas

            binnengegaan zijn en heeft haar kind komen halen.

            Ik heb aan de meesters gevraagd waar die kleine was. Geen der twee meesters

            hebben de vrouw zien aankomen. Volgens hun verklaring hebben ze de vrouw met

            een oogwenk gezien met den kleinen erbij. Den volgenden morgend stonden de

            kinderen op het Dorp bij vrouw Van Baelen, acht uur en een kwart.

            Ik heb de kinderen naar de school doen komen, Van Baelen Lodewijk was niet in

            de school. Aan zijn broertje heb ik gevraagd waar hij was. Deze zegde zonder op

            mijn vraag te antwoorden, moeder zegt dat ge den bril van onzen Louis kapot

            geslagen hebt. Des namiddags heb ik daarover vrouw Van Baelen aangesproken

            en gezegd : ge hebt door uw kind doen zeggen dat de bril van uwe zoon kapot

            was. Dat is een leugen. Waarom komt uwe kleine naar de school niet.

            Daarop antwoordde ze : zoo lang meester Huysmans in de school niet is, komt

            hij naar de school niet, en daarbij hij is al 14 jaar oud, ge hebt er niets meer aan

            te zeggen (en moet niet meer gaan). Daarop heb ik verklaard dat ze heel

            voorzichtig moest zijn en dat ik haar moest aanklagen.

            Ja, dat zult ge doen, om ons te tergen.

            Daarop heb ik geantwoord ik kan niet dulden dat ge kinderen op de straat

            aanrandt om ze alzo op te stoken, en zaken te zeggen die niet waar zijn.

            Doe wat ge kunt, ik zal het mijne ook wel doen, heeft ze hierop geantwoord.’

            Bij geheime stemming besloot het college meester De Leers een tuchtstraf op te

            leggen van een dag schorsing met verlies van wedde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:01 Reageer op dit bericht

Foto :  

Een vertrouwd figuur te Leest. Met zijn tractor haalde Faroke de melk op bij de Leestse boeren.

 

1943 – 12 februari : Aan de vergadering van aandeelhouders van de Blaasveldse

            Zuivelfabriek Sint-Jozef werd een lijst bezorgd met de namen van 151

            melkproducenten,  die bij de melkerij waren aangesloten en waar zij een aandeel

            onderschreven hadden van 500 fr.

            De Leestenaars op die lijst :

            Adriaenssens Willem Alfons, Tisseltbaan 27.

            Apers Jozef Albert, Mechelbaan 4.

            Busschot Gaston Emiel, Blaasveldstraat 6.

            Busschot Prosper, Blaasveldstraat 7.

            De Bondt Leon Theofiel, Tisseltbaan 25.

            De Muyer Leonard, Grote Heide 18.

            De Rooster Antoon Lodewijk, Blaasveldstraat 24.

            De Rooster Willem, Warande 11.

            De Schoenmaecker Jan, Hertstraat 4.

            Fierens Victor, Tisseltbaan 21.

            Geets Edward, Tisseltbaan 16.

            Lauwers Frans Leonard, Tisseltbaan 25.

            Maes Jan Baptist, Grote Heide 14.

            Maes Theofiel, Tisseltbaan 52.

            Muyldermans Lodewijk Jaak, Oude Tisseltbaan 53.

            Neefs Victor, Mechelbaan 5.

            Schaerlaeckens Jan, Kapellestraat 2.

            Schaerlaeckens Filip Victor, Blaasveldstraat 17.

            Spruyt Hendrik Petrus, Vinkstraat 2.

            Van den Brande Alfons, Tiendeschuurstraat 17.

            Van den Brande Kamiel, Kapellebaan 158 B.

            Van den Heuvel Hendrik Albert, Hertstraat 2.

            Van den Heuvel  Jan Baptist, Tisseltbaan 29.

            Van Linden Karel, Hertstraat 3.

            Van Roey Frans, Tiendeschuurstraat 6.

            Verbruggen Karel Lodewijk, Heihoek 1.

 

            In 1945 telde Leest 36 aandeelhouders en in 1947 66.

            In 1948 telde de zuivelfabriek 127 melkleveranciers uit Leest.

            (“Blaasveld en de zuivelfabriek Sint-Jozef” – Karel De Decker)

 

1943 – 5 maart – Gemeenteraad :

            Vanaf 1/1/1943 wordt de vergoeding van de veldwachter voor zijn politiehond

            op  600 fr per jaar gebracht.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:56 Reageer op dit bericht

1942 – Frans Geerts ("Frans van de Fijne", zie foto onderaan) uit de Scheerstraat diende
              een “contract voor
levering van late aardappelen” af te sluiten met zijn
              schoonvader (Edward Soli) 
teneinde die vruchten van Hombeek
naar Leest te krijgen.

 

1943 – “...Tijdens de tweede wereldoorlog, en wel in 1943 werden ook te Leest de

            kerkklokken weggehaald ; zij wogen respectievelijk 928 en 234 kg.

            De derde klok was gebarsten en bleef ter plaatse...”

            (Luc in DB- 1977, “Uit de oude doos, onze klokken”.)

 

                                                     Klokkenroof

“Gedurende de tweede wereldoorlog haalde de Bezetter twee klokken uit onze toren om ze tot kanonnen om te gieten.  Na de oorlog werden drie nieuwe klokken aangekocht, want onze derde klok was ondertussen ook gebarsten.

…

Over de vroegere klokken kunnen we wat meer vertellen aan de hand van kerkrekeningen uit 1610 en 1649.

Zo weten we dat de “kerckmeesters hebben doen gieten bij Hans Van den Gheyn clockgieter te Mechelen twee clocken, wegende saemen 825 pond voor de somme van 350 gulden

12 stuyvers”.

Deze rekening werd achteraf voorgelegd aan de abdis van Kortenberg die voor onze parochiekerk moest instaan, maar blijkbaar niet scheutig was om te betalen.

Ze verloor echter het proces en betaalde tenslotte de som af in zes betalingen.

In 1606 waren de rekeningen vereffend.

Veertig jaar later, onder pastoor Van Hanswijck, was één van deze twee klokken gebarsten. Ze werd hergoten en er werd een derde klok aangekocht. Daartoe werd in 1649 voor 1617 gulden aan klokspijs uitgegeven en 385 gulden aan Petrus Van der Gheyn betaald voor het gieten van de twee klokken. De grote klok woog 2.087 pond en de middelbare 1.305 pond.

De verdere geschiedenis van deze drie klokken lezen we tussen de aantekeningen van Pastoor De Heuck :

-de grootste klok (uit 1649) barst op 19 september 1788 bij de lijkdienst van Joannes Bulens. Ze wordt hergoten op kosten van de abdij van Kortenberg, ditmaal zonder discussie. Het is de zogenaamde “Tiendenklok van Leest” : Andreas gewijd op 19 januari 1790.

-de twee klok (eveneens uit 1649) barstte in 1739 en werd hergoten door Lambertus Franquin uit Mechelen, op kosten van de parochie. Ze werd gewijd op 11 december 1739 en kreeg de naam Maria.  Roger Willem Borguelmans, meier van het distrikt Mechelen was peter en Amelia Reyntjens, echtgenote van Philippus Fierens was meter.

-de kleine klok “St.Nikolaes” uit 1608 hing gebarsten in de toeren toen ze op 19 januari 1790 door Jacobus Joannes Van de Voerde, Carolus Jozef Peeters en Carel Van Asch in ’t geheim werd in stukken geslagen, omdat de pastoor De Heuck weigerde de klok te laten hergieten op de kosten van de kerkfabriek.

Onder pastoor Joris werd op Kerstdag 1861 andermaal een klok gewijd. Ze kreeg de naam “Jozef”.

Willem Devens uit Antwerpen was peter en Petronilla P.E. Leenaerts, vrouw van burgemeester en dokter Voet was meter.

Deze klok werd gegoten bij Van Aerschot te Leuven.

(LG, blz43 en 44)

 

Frans “Susse” Teughels in De Band mei 1978 : Dat is nu geen klokkenluiden meer !

“k Zie ze nog aankomen, op hun fiets : drie bonken van mannen, met daarbij Louitje, een wat oudere vent, heel tenger. Ze gooiden hun fiets tegen onze gevel. Louitje ging bij Fons binnen om het kruis te halen : Fientje van op de Heide was namelijk gestorven, en het was een oude gewoonte dat de naaste gebuur het kruis kwam halen om het tegen het sterfhuis te plaatsen en dat hij dat kruis zou dragen tijdens de laatste tocht naar de kerk en het kerkhof.

De drie sterke mannen zouden Fons helpen bij het luiden van de klokken.

Het was een ware kunst : eerst de klok in beweging brengen, en dan driemaal met een korte ruk tegenhouden. Zo gaf de klok driemaal een korte slag. Vervolgens werd een Weesgegroet gebeden en dan herbegon het kleppen, zo driemaal achter elkaar, voor het Angelus.

Nadien begon het luiden voorgoed.

Was er een man gestorven, dan werd aangevangen met de grote klok, voor een vrouw met de kleine. Dat luiden duurde een vijftal minuten.

Het uitsterven gebeurde zoals de aanvang : voor een man werd de grote klok laatst geluid, terwijl een vrouw zich moest tevreden stellen met de kleine. En dan zo rap mogelijk om een pint, want gewoonlijk stonden die mensen te dampen van het zweet. Normaal gingen ze eerst bij Fons binnen, en dan, om het relaas van het afsterven te vertellen en aan te dikken, in de andere herbergen, één voor één.

Nu is dit allemaal verleden tijd !”

 

1943 – 18 januari : Symons Guillaume, geboren te Leest op 20 januari 1885 en

            wonende Scheerstraat nr. 8 benoemd tot grafmaker in vervanging van

            Pieter Spruyt en Alfons Scheltiens, ontslagnemers.

            Vergoeding :  - als grafmaker : 50 fr per graf of put.

                                   -als kerkhofverzorger een jaarlijkse vergoeding van 1.000 fr.

 

1943 – 18 januari : De weduwe Verbeeck-De Maeyer, Tisseltbaan 20 kreeg een gunstig

            advies op haar vraag “tot uitbating van een wagenmakerij met elektrische motor

            en werktuigen.” (GR)

 

1943 – 29 januari : “Een ingenieuze uitvinding. Er worden thans onverslijtbare banden

            voor de fiets gemaakt in kurk, belegd met een laagje rubber. Ze wegen 700

            gram.” (KH-GvM)

 

1943 – 1 februari : De koolzaadteelt wordt verplicht gemaakt voor landbouwbedrijven

            van meer dan 5 hectare. Ze zullen minimaal 6% van de bebouwde oppervlakte

            in koolzaadteelt omzetten. De overtollige weiden moeten naar landbouwgrond

            omgebouwd worden. (KH)

 

Bijvoegsels:

-het contract van Frans Geerts voor de overbrengst van zijn aardappelen.

-Frans Geerts tijdens de mobilisatie.

-afscheid van de grootste klok. Links José Croes (“José van Sinne”), rechts een dochtertje van dokter Stuyck. (foto : Eduard Geerts)



1104433-afa8ff28f1875f41ba196435a08962be.jpg

1104433-d75cde8616e1b00f690531a8bcb592e3.jpg

1104433-277f85f06292bff94d7884a877b142db.jpg

1104433-0fc62301b7a0109cf1389db439182c81.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:48 Reageer op dit bericht

Foto: de Gemeentelijke Jongensschool in ’42.

Boven, vanl. naar r. : Tony Teughels, Egied Robeyns, Louis Publie, Marcel Piessens, Frans Verschuren, Frans Huys, Jozef Vloeberghen.

 

Midden : Meester Huysmans, August Fierens, Alfons Mertens, Francois Publie, Frans Vloebergh, Alfons De Cock, Marcel Diddens, Marcel De Wit en meester De Leers.

 

Onder : Frans Spruyt, Louis Verbruggen, Alfons De Hondt, Jan Geets en Alfred De Bleser.

 

“We zijn volop in de oorlogsjaren : de tijd van de “slodderbroeken”, de tijd ook van voedselschaarste en “Winterhulp”.

Elke voormiddag kregen de kinderen een wortel of een paar sojakoeken, een lepel levertraan en een paar tabletten vitaminen. (“Als we straf stonden moesten xe met de doos vitaminen boven onze kop staan…)

Het was ook de tijd van energiebesparing : slechts in twee klaslokalen van de vier werd er vuur gemaakt. Twee studiejaren kregen les in de voormiddag en de twee andere in de namiddag : voor de leerlingen betekende dat slechts een halve dag school.”

(LG, blz.157)

 

1942 – 13 juli : Juliaan Geerts legde in openbare vergadering de eed af als nieuwe

            schepen : “Ik zweer getrouwheid aan den Koning, gehoorzaamheid aan de

            grondwet en aan al de wetten van het Belgische volk”. (GR)

 

1942 – 15 augustus : Smokkelaars gevat.

           “Er werd gemeld dat smokkelaars hun waar vervoerden op de weg van Leest naar

            Hombeek, doch ze hadden lont geroken en waren niet te zien.

            ’s Anderendaags in de morgen gingen twee controleurs met de veldwachter zich

            verdekt opstellen. Ditmaal moesten ze niet lang wachten of twee personen

            verschenen per fiets, ieder met ongeveer 75 kg aardappelen. Toen ze de

            controleurs zagen, lieten ze hun smokkelwaar in de steek en vluchtten weg.

            Een achtervolging werd ingezet en spoedig waren ze ingehaald. Het waren de

            gebroeders C. Uit de Pikkerie. Een huiszoeking leverde nog de vrucht op van

            1.000 kg aardappelen die werden aangeslagen met de fietsen.” (KH-GvM)

 

1942 – 24 augustus : Gemeenteraad : “Aannemingscontract der aangenomen

            bewaarschool”.

 

1942 – 1 september :  “Mevrouw Van Baelen, geboren Spoelders Maria Theresia

            Joanna, geboren te Thisselt den 4 maart 1906, wonende Kouter 4, benoemd

            tot kuischvrouw der gemeentelijke scholen.”

            De vergoeding toegekend per klas bedroeg 250 fr en 200 fr voor de toiletten,

            hetzij samen voor zes klassen en twee toiletten 1700 fr per jaar. (GR)

 

1942 – 8 december – Gemeenteraad : “Politiereglement op het sluiten der

            winkelinrichting.”

 

1942 – 22 december – Gemeenteraad : “Politiereglement op het wegruimen van

             sneeuw”.

 

1942 – Op 31 december telde Leest 1790 inwoners.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:33 Reageer op dit bericht

1942 – 10 april : Aan Clement De Rooster uit Boom werd een grondvergunning (op het

            kerkhof) toegestaan van 59 vierkante meter.

            “Het plan der familiekelder of monument dient vooraf goedgekeurd te worden

            door het College”.  (GR)

            In “De Band” van juli 1982 haalde Anselme Jedrie (synoniem van Albert

            Huysmans) onder de titel “Pinksteren soldaatjes” herinneringen op aan

            de Heffenaar Clement De Rooster.

            Albert werd ordonnans van Luitenant Generaal De Longeuville te Woluwe

            St. Pieter. Wij laten hem zelf aan het woord ;

            “De generaal die sprak geen Vlaams...Eens in het salon, waar ik siermeubels

            borstelde, vroeg onze in haar zetel toeziende Madame, tussen ’n babbeltje met

            mij : “Albert, daarstraks heeft een bode twee kistjes tomaten, selder en porei

            binnengebracht, vanwege een zekere heer Clement, directeur van de

            groentekweek tuinschool te Heffen, ik ben wel geboren en getogen in ons kasteel

            te Sempst, doch ik ben in uw dorp en die buurt nooit geweest, kent gij die daar

            bestaande instelling ?”

            Ik zei zulks al wel gehoord te hebben maar nog niet gezien... Ik wist wel dat die

            Clement, van als hij pas uit de korte broek was gegroeid, reeds in meerdere

            handelsavonturen was verwikkeld, en den laatsten tijd trachtte hooileverancier

            te worden voor het leger...

            (Ergens in een boek heb ik nog een oude snipper dagbladnieuws, van na den

            oorlog 1940-’45, over dien waaghals : alsdat hij wegens collaboratie met

            de Duitsers tot de doodstraf werd veroordeeld, plus ’n te betalen

            schadevergoeding van 90 miljoen frank. Hij was de hoofdaannemer geweest

            voor het roven van duizenden bomen en die als palen te plaatsen in beemden

            en open velden in onze streek, om mogelijke vliegtuiglandingen der geallieerden

            te verhinderen.)

            Toch bleef hij nog jaren de kasteel hereboer van Heindonk...((noot : kasteel

            De Borcht)

            Nu rust hij in zijn familiepraalgraf, vooraan links bij de Leestse kerk...” 

 

            Jan Baptist Clement De Rooster was te Mechelen geboren op 10 september 1904.

            Hij overleed na een kortstondige ziekte te Heidelberg (Duitsland) op 3 oktober

            1963. Clement was achtereenvolgens gehuwd met Maria en met Florine Sels.

            Op zijn doodsprentje stonden volgende veelzeggende lijnen :

            “Hij was een trouwe zoon van zijn Volk, een Vlaming uit één stuk. Hij was een

            noeste, taaie werker, een rusteloze, ondernemende geest. En bij dat alles was hij

            een goed, een edelmoedig mens, die in de meest beproefde omstandigheden

           met raad én daad zijn evenmensen geholpen heeft.

            Zelf zwaar getroffen, was hij nog steeds tot hulp bereid. Hij heeft zijn Volk

            en zijn overtuiging in alle oprechtheid gediend, ook waar sommigen hem niet

            begrepen hebben. Doch dit laatste is steeds het lot van zeldzame mensen.

            Dat hij zou sterven in een door hem geliefkoosd landschap, waar hij een nieuwe

            taak gevonden had, buiten de grenzen van een klein land, in het hart van

            Europa, was als een speling van het lot, dat hem als Vlaming ook tot Europeër

            had gemaakt.

            Zijn werk, zijn leven, getuigen voor hem over het graf en de dood heen.

            Zijn dierbare vrouw en kinderen verliezen een voorbeeldige en edele man en

            vader. Zijn vrienden verliezen een van de getrouwsten en de besten.

            Wie hem gekend heeft, zal hem blijven eren en gedenken...”

 

Bijvoegsels :

-Gedachtenprentje van Clement De Rooster

-De monumentale grafkelder van de familie De Rooster op het kerkhof van Leest.



1104187-a6f6106accb9742b81d435d39d134106.jpg

1104187-693e9d60a88f63879a1d3d44c1d27a20.jpg
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:06 Reageer op dit bericht

1941 – 2 april – Gemeenteraad :          

 

            Rosalie Vloeberghen Kerremans uit het dorp, aangesteld als kuisvrouw der

            gemeentelijke jongensschool “aan de voorwaarden van haar voorgangster

            Elodie Nuytkens, te weten 250 frank per klas en per jaar en 100 fr voor privaat

            Put, hetzij samen 1100 fr ’s jaars.”

            Rosalie was afkomstig van Heffen maar te Mechelen geboren op 24/10/1904.

            Ze was gehuwd met gemeentewerkman Eugeen Vloeberghen en overleed te

            Leest op 6 mei 1978.

 

            Petrus Jozef Beullens, geboren te Hombeek 9 mei 1888, wordt met 5 stemmen

            op  5 verkozen  tot schepen, dit in vervanging van de ontslagnemer Prosper

            Busschot.

 

1941 – 19 april – Gemeenteraad :

            Voor de termijn van één jaar werden volgende opcentiemen gestemd :

            -150 op de grondbelasting

            -150 op roerende zaken op de belasting geheven op de inkomsten der in

            België aangewende kapitalen.

            -150 op bedrijfsbelasting

            -Een bijzondere gemeentebelasting van 47% op wedden, lonen en pensioenen

            ten laste der andere personen die de gemeente bewonen...

 

            “...Gezien de bestrijding van den Coloradokever niet alleen noodig, maar een

            plicht is, gezien de Belgischen Boerenbond niet meer over de noodige besproeiers

            beschikt en bijgevolg de opdracht niet kan vervullen..., besluit de raad een

            besproeier aan te kopen bij Mr Coene uit Mechelen...”

 

            Laatste punt : allerlei :

            “...de voorzitter geeft lezing van een schrijven van den heer provinciegouverneur

            waarbij gemeld wordt dat alle vergaderingen van den gemeenteraad geschortst

            zijn voor den duur van de mobilisatie...”

            De volgende zitting van het schepencollege zou doorgaan op 26 juni 1941.

 

1941 – 30 juni – Schepencollege : (Boek GR)

            Het schepencollege keurde het “Politiereglement ter vrijwaring van den oogst

            en alle andere veldvruchten “ goed.

            “Overwegende dat het in deze buitengewoone en ernstige tijdsomstandigheden

            volstrekt noodig is den oogst en de veldvruchten te beschermen, tegen

            gebeurlijke beschadiging, rooverij en plundering... besluit :

            Art. 1. : De toegang tot de bezaaide en beplante velden alsmede tot de

            boomgaarden en weiden is alleen toegelaten aan de eigenaars, de huurders of de

            gebruikers van den grond, uitgezonderd in dringende en gegronde gevallen.

            Al de andere personen welke hogergemelde plaatsen betreden moeten in het bezit

            zijn van een schriftelijke verklaring van den eigenaar, huurder of gebruiker,

            waarvan de handtekening gewettigd moet zijn door den burgemeester.

            Art. 2. : Vanaf 1 april tot en met 1 oktober is, voor zonsopgang en na

            zonsondergang , alle verkeer verboden op de veldwegen behoudens voor de

            personen welke van deze wegen moeten gebruik maken om hun woonplaats of

            hun velden te bereiken en voor de personen, belast met de politie der velden en

            in gevallen, welke als overmacht kunnen aanzien worden.

            Art. 3. : ....”

 

1941 – 11 juli : “Den heer Hellemans Alfons wordt verkozen als bediende gelast met

            de uitbetalingen der militievergeldingen.” (GR)

 

1941 – 1 augustus : Door aanhoudend  slecht weer moest onmiddellijk tot dorsen

            worden overgegaan. (KH)

 

1941 – 9 september  - Schepencollege :

            Lodewijk Jacobs uit Heffen benoemd tot tijdelijk bediende der

            ravitailleringsdiensten.  

 

1941 – 8 oktober – Schepencollege :

            Marguerite Lauwers en Victorina Diddens benoemd tot “tijdelijke bediende

            Der Ravitailleringsdiensten der gemeente”, in vervanging van Jan Piessens

            en Louis Jacobs.

            Hun maandloon werd bepaald op 1000 fr.

 

1941 – Op 31 december telde Leest 1801 inwoners.

 

1942 – Dat jaar werd de Mannenbond van het H.-Hart gesticht.

            In 1954 was St. De Decker proost en Cyriel Selleslagh secretaris.

            De Bond telde toen 15 ijveraars :

            Hellemans Alfons, wijk Dorp met 13 leden en 8 ereleden.

            Selleslagh Cyriel, wijk Dorpstraat met 24 leden en 13 ereleden.

            Polspoel Alfons, wijk Scheerstraat met 12 leden en 4 ereleden.

            Keulemans Gaston, wijk Kouter met 48 leden en 27 ereleden.

            Fierens  Frans, wijk Vink-Elleboogstraat, met 18 leden en 6 ereleden.

            De Boeck Frans, wijk Winkelstraat met 16 leden en 11 ereleden.

            Verbruggen David, wijk Tiendeschuurstraat, 27 leden en 20 erel.

            Solie Louis, wijk Tiendeschuur+Elleboogstr., 15 leden en 8 ereleden.

            Peeters Frans, wijk Tisseltbaan+Rennekauter, 17 leden en 9 ereleden.

            Van Linden Juul, wijk Blaasveldstraat en Hertstraat, 15 leden en 6 erel.

            Mollemans August, wijk Grote Heide, 12 leden en 7 ereleden.

            De Prins Edmond, wijk Alemstraat, 16 leden en 8 ereleden.

            Mertens Florent, wijk Bist, 16 leden en 3 ereleden.

            De Prins Frans, wijk Kleine Heidestraat met 17 leden en 6 ereleden.

            Absillis Alfons, wijk Juniorslaan+Blaasveldstraat, 18 leden 4 ereleden.

            Totaal aantal leden : 284, waarvan 140 ereleden.

            Bondsbladen : 97.

            De wijk met het grootste aantal leden was de Kouter met de ijveraar Gaston

            Keulemans. Van die wijk woonden er 40 regelmatig de bondsmis bij.

            (DB,1954)

 

1942 – 1 januari : Men is verplicht alle lichten af te schermen, ook van fietsen. (KH)

 

1942 – 10 januari : “Koolgewassen kunnen volledig als voedsel gebruikt worden indien

            men de nerven ervan ook geraspt erbij zou voegen. Fruit, zoals appelen en peren,

            kan men best eten met de schil. Indien men toch de vruchten schilt dan kunnen de

            schillen van appelen in water gelegd worden. Flink laten doortrekken.

            Deze thé is zeer smakelijk.” (Gazet van Mechelen)

 

1942 – 18 januari : “Zwangere vrouwen kunnen buiten de normale textielwaren nog het

            volgende bekomen voor een eerste boreling :

            a) voor de wieg een matras (65x40), 1 hoofdkussen + 3 overtrekken, 3 lakens en

            1 meter stof.

            b) voor de kinderwagen : 1 matras.

            Voor de zuigeling die de ouderdom van 6 maanden bereikt : 1 matras

            (100x150) en 2 beddelakens.” (KH-GvM)

 

1942 – 10 februari : “Verordening betreffende het verwijderen van sneeuw en ijs en

            glibberigheid op de straten. Het Oberfeldkommandantur besloot met de

            regeringspresident en de burgemeesters dat alle gemeenten onmiddellijk de

            werklozen moeten inzetten om sneeuw te ruimen.” (KH-GvM)    

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:51 Reageer op dit bericht

Foto:  Emiel Van Winghe. Na de kapitulatie van ons leger op 28 mei 1940 werden een aantal

            Belgische krijgsgevangenen door de Duitsers op boten ingescheept en langsheen

            de Hollandse kust naar Duitsland overgebracht.

            Eén van deze  boten, het Rijnschip, de “Rhenus 127”, was volgepropt met een

            600-tal Belgische militairen waaronder de Leestenaar Emiel Van Winghe.

            Op 31 mei 1940 liep de “Rhenus 127” nabij Willemshaven (Nederland) op een

            zeemijn en zonk. Alle “passagiers” kwamen hierbij om.

            Emile Louis Emerance Van Winghe was geboren te Leest op 24 oktober 1919.

            Hij was soldaat bij het 7e Linieregiment.

 

1940 – 18 juli – Gemeenteraad :

            “...Alvorens over te gaan tot de dagorde brengt den heer Burgemeester-Voorzitter

            hulde aan de voor het vaderland gesneuvelde soldaten en inzonderheid hulde aan

            die reeds gekend zijn, zoo hebben we den heer Van Winghe, omgekomen bij de

            scheepsramp te Wilhelmstad in Nederland, den heer Beullens Pieter Albert

            gevallen op het veld van eer te Lummen en den heer Janssens overleden te

            Oostende ten gevolge zijner verwondingen.

            Terzelfdertijd brengt de Voorzitter hulde aan deze militairen die hun haardsteden

            nog niet hebben vervoegd en waar men nog in de onzekerheid van hun bestaan

            verkeert en waartusschen er zich ook nog militairen kunnen bevinden die hun

            leven voor het vaderland hebben opgeofferd.

            Daarna huldigt de Voorzitter den heer Vloebergh die tengevolge den oproep en

            bij ’t vervullen van zijn vaderlandschen plicht is omgekomen te Kales in

            Frankrijk.

            Na een minuut stilte ter nagedachtenis van hoogergemelde uiteenzetting gaat de

            Raad over tot de dagorde.”

 

            De Raad besloot het schooljaar 1940-1941 een week vroeger te beginnen ”te     

            weten den eersten maandag van september ten einde voor deze periode verlof

            te kunnen geven met de strengste dagen van de wintermaanden.

            De reden ? De moeilijke omstandigheden waarin het verkeer zich bevond om de

            scholen te bevoorraden met de noodige brandstoffen.”

 

            De Raad stemde 25.000 fr toelage aan de C.O.O. 

 

1940 – 21 oktober – Gemeenteraad :

            “Eene eeuwigdurende vergunning van twee vierkante meter grond op het kerkhof

            van Leest, is toegestaan aan mijnheer Frans Janssens, Laerestraat 2 Leest, mits

            te storten in de gemeentekas voor prijs der vergunning de som van 900 fr

            waarvan 225 fr zal afgegeven worden aan de Commissie van Openbaren

            Onderstand...”

 

            “De gemeenteraad besloot, voor een termijn van een jaar, aanvang nemende den

            1 januari 1941, worden volgende opcentiemen gestemd op de Staatscedulaire

            belastingen :

            1. 200 op de grondbelasting.

            2. 200 op roerende zaken, op de belasting geheven op de in België aangewende

            kapitalen.

            3. 200 op bedrijfsbelasting, op de in België gemaakte winsten in de nijverheids-

            handels- of landbouwexploitaties en op de winsten der vrije beroepen.

            4. Eene bijzondere gemeentebelasting van 47% op wedden, loonen, en pensioenen

            ten laste der andere personen, die de gemeente bewonen.

            ...”

            Voor dezelfde termijn werd een belasting geheven van 5 frank per rijwiel

            op den openbaren weg begezigd...

 

            Aanstelling van een tijdelijke bediende.

            De Raad keurde het besluit van het Schepencollege goed om Albert Maes,

            geboren te Leest, de 14 februari 1917 en wonende Grote heidestraat nr 15

            Leest, te benoemen tot tijdelijke bediende. (besluit SC-27/9/1940)

            Zijn loon werd vastgesteld op 200 fr per week.

 

1940 – 15 november – Gemeenteraad :

            Jan Frans Piessens(Oude Tisseltbaan 52) volgde de ontslagnemer Albert Maes op

            als tijdelijke bediende.

            Alfons Hellemans werd ontvanger van de C.O.O.

 

            Onteigening langsheen buurtsteenweg nr 11.

            “Gezien de onderhoudswerken die gedaan worden aan den buurtsteenweg van

            groot verkeer nr.11, gezien, in deze onderhoudswerken is voorzien het

            aanleggen van een fietspad, ten einde de gevaarlijke bocht weg te nemen aan den

            eigendom van den heer Bradt Remy en daar het zicht nog belemmerd wordt door

            den bestaanden bakoven, die zich in deze bocht bevindt...de gemeente zal op hare

            kosten den bakoven afbreken en met de afgebroken en nieuwe materialen een

            bakoven bouwen verder in den hof waarvan het bakhuis tenminste een meter

            breeder zal zijn.

            Als vergelding zal den heer Bradt Remy een kleine strook grond gratis afstaan

            aan de gemeente ten einde het fietspad en de rechtmaking van den buurtweg te

            kunnen bewerken...”

 

1940 – 28 november – Gemeenteraadszitting :

            Aanwezigen : E. Verschueren, burgemeester-voorzitter, Nuytkens Jos., Beullens

            Jos., De Laet Victor, Apers Jos, raadsleden.

            De Prins P. en Busschot P., schepenen.

            Secretaris E. Bradt afwezig door ziekte belet wordt vervangen door V. De Laet,

            Jongste lid.

 

            Oprichting van het plaatselijk Comite Winterhulp.

            Er werd besloten volgende personen uit te nodigen op de stichtingsvergadering :

            geestelijken, onderwijzend personeel, bestuur der C.O.O., bestuur der

            maatschappijen  en geneesheer Dr. Stuyck Marcel.

 

            Reglement op de zedendienst.

            “Reglementering tot bestrijding der geslachtsziekenten en der openbare ontucht.

            Het reglement wordt gestemd naar het door het provinciebestuur voorgestelde

            model. Inhoud :

            Art. 1. : Alle personen, zonder onderscheid van geslacht, die besmettelijke

            verschijnsels van een geslachtsziekte vertoonen, moeten zich door een geneesheer

            hunner keuze laten verzorgen.

            Voor behoeftigen wordt het onderzoek en de behandeling kosteloos gedaan te

            Mechelen in het Gasthuis.

            Art. 2. : Het bevoegde Schepencollege legt een lijst van deze ontuchtvrouwen

            aan. De identiteit van de betrokkenen wordt vastgelegd door vermelding van

            naam, voornamen, plaats en datum van geboorte, van het beroep en van de

            woonplaats. De ingeschrevenen ontvangen een boek, dat benevens de

            bovenstaande vermeldingen, een foto met een nauwkeurig signalement, alsook

            het nummer der identiteitskaart bevat.

            Art. 3. : Alle vrouwen, die al ontuchtvrouwen dienen aangezien, d.w.z. alle

            meisjes en vrouwen ongehuwd of gehuwd, die zich gewoonlijk of openbaar aan

            ontucht overleveren, moeten zich onverwijld bij het bevoegde gemeentebestuur

            aanmelden en zich laten inschrijven.

            Art. 4. : Vrouwen die zich aan ontucht overleveren zonder dat zij zich aangemeld

            hebben, worden door een besluit van het bevoegd Schepencollege op de lijst van

            de ontuchtvrouwen ingeschreven...

            Art. 5. : Ingeschreven vrouwen van wie bewezen is dat zij zich sedert tenminste

            drie maanden niet meer aan de ontucht prijsgeven, kunnen op grond van een

            besluit van het bevoegd schepencollege van de lijst der ontuchtvrouwen geschrapt

            worden.

            Art. 6. : De ingeschreven vrouwen moeten zich tweemaal per week aan een

            geneeskundig onderzoek onderwerpen. Zij dienen zich bij den bevoegde

            controledienst op de bepaalde dagen en uren stipt aan te bieden. Zij moeten zich

            rustig en beleefd gedragen en de bevelen van de beambten involgen.

            Art. 7. : ...ingeval van ziekte worden deze vrouwen opgenomen in het

            St.Elisabethgasthuis te Antwerpen...

            De verplegingskosten van de betrokkenen vallen ten laste van de gemeente-

            woonplaats, die het recht voorbehoud deze kosten van de betrokkenen of van hun

            wettige vertegenwoordiger in geval van vermogen terug te vorderen.

            Art. 8. : Ingeschreven vrouwen die zonder geldige reden te hebben opgegeven

            niet stipt op de geneeskundige onderzoekingen verschijnen of dezelve verzuimen,

            worden met dwang voorgeleid.

            Art. 9. : Bovendien zijn aan het geneeskundig toezicht ten overstaan van

            geslachtsziekten onderworpen, alle vrouwen, diensters barmeiden,aanloksters

            (entraineuses) in danslokalen, enz., die door hun beroep bijzonder aan dit gevaar

            blootgesteld zijn. De betrokkenen ontvangen een werkkaart en moeten éénmaal

            per week op de geneeskundige controle verschijnen...

            Art. 10. : Ieder geneesheer die een geslachtszieken persoon..., is verplicht deze

            persoon , met aangifte van zijn vollen naam, voornaam, geboortenaam en

            nauwkeurig adres, schriftelijk en binnen de 48 uur bij den Inspecteur voor

            Volksgezondheid voor de provincie Antwerpen, mits inachtneming van het

            doktersberoepsgeheim aan te geven.

            Art. 12. : Personen zonder onderscheid van geslacht, die besmettelijke

            verschijnselen van een geslachtsziekte vertoonen zonder in medische behandeling

            te zijn of in dezen toestand geslachtsverkeer hebben of als besmettingshaarden

            vastgesteld zijn, vallen onder de strafbepalingen van art. 10 deel 2 van de

            verordening van 25/6/1940, dwz dat zij kunnen gestraft worden met een boete

            van 100 tot 10.000 fr en een gevangenisstraf van 1 maand tot 2 jaar of met

            één van deze straffen. Bovendien worden zij voor behandeling naar de gesloten

            afdeeling van het St Elisabethgasthuis te Antwerpen gezonden.”

 

1940 – Op 31 december telde Leest 1809 inwoners.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:29 Reageer op dit bericht

1940 – Op 27 mei 1940 sneuvelde Albert Jozef Janssens, soldaat bij het 37e Linie, op het

            veld van eer te Oostende.

            Albert Jozef Janssens was te Leest geboren op 16 mei 1910.

 

1940 – 28 mei : Einde van de veldtocht in België. Koning Leopold III boodschapt aan de

            natie : “Morgen zullen wij opnieuw aan de arbeid gaan om het land uit zijn

            puinen weer op te bouwen.” (KH)

 

1940 – 31 mei : Na de kapitulatie van ons leger op 28 mei 1940 werden een aantal

            Belgische krijgsgevangenen door de Duitsers op boten ingescheept en langsheen

            de Hollandse kust naar Duitsland overgebracht.

            Eén van deze  boten, het Rijnschip, de “Rhenus 127”, was volgepropt met een

            600-tal Belgische militairen waaronder de Leestenaar Emiel Van Winghe.

            Op 31 mei 1940 liep de “Rhenus 127” nabij Willemshaven (Nederland) op een

            zeemijn en zonk. Alle “passagiers” kwamen hierbij om.

            Emile Louis Emerance Van Winghe was geboren te Leest op 24 oktober 1919.

            Hij was soldaat bij het 7e Linieregiment.

 

1940 – 7 juni : Eerste raadszitting tijdens W.O.II.

            Enige punt op het agenda : lening voor de behoeftigen der gemeente.

            Er werd besloten een “thesaurieleening van 11.500 frank aan te gaan bij de

            Provincie op het geld dat haar door de Nationale Vereeniging voor

            steunverleening, zal verstrekt worden”.

            Reden van de lening : hulpverlening aan gezinnen van militairen, werkloze en

            behoeftige gezinnen, alsook tot de uitbetalingen van voorschotten aan de

            bedienden der gemeente.

            Een lening van 7.000 fr werd ook gestemd in zitting van 2 juli.

 

1940 – Op 11 juni 1940 sneuvelde te Calais (Frankrijk) Remy Albert Vloebergh.

            Hij was te Leest geboren op 29 oktober 1916.

 

1940 – 9 juli : Die dag werden vuurwapens van Leestenaars binnengebracht.

            Hierna de officiële lijst van de gemeente :

 

            Lijst der inwoners die hunne geweren binnen gebracht hebben

 

1. Huybrechts Theodoor,Vinkstr..8, geweer 2 loop.N.16. 12 kardoezen.

2. Geerts Alfons, Vinkstr. 1, idem.

3. Geerts Alfons, Vinkstr. 1, geweer, 1 loop.N.6

4. Maes Admond,Groteheidestr. 16, geweer 2 loop. N.16

5. Maes Jan, Groteheidestraat 14, geweer 1 loop. N.9.

6.Diddens Emiel, Blaasveldstr. 25, geweer 2.loop.N.12.

7. Verbeeck Hendrik, Tisseltbaan 9, geweer. 1 loop. N.12.10 kardoezen.

8.Voet Wwe, Dorp 45, geweer 2 loop. N.16.

9. Fierens Frans, Winkelstraat 16,geweer 1 loop, N.16.

10. Van der Hasselt kinderen, Kapellebaan 3, geweer 1 loop, N.16.

11. Spruyt Pieter,Vinkstraat 2,geweer 1 loop, N.16.
12 Verbruggen Alfons, Tinneschuurstr.12, geweer 2 loop, N.16.

13. De Prins Petrus, Kleinheidestr. 14, geweer 1 loop. N.12. Browning.

14. Beullens Arnold, Alemstr. 1a, geweer 2 loop. N.12.

15. Lemmens Eduard, Rennekauter 5, geweer 2 loop. N.12.

16. Moons Jan, Tinneschuurstr., N.I. geweer 2 loop.N12.12 kardoezen.

17. Verlinden Frans, Kouter 9a, geweer 2 loop.N.16.

18. Verlinden Frans  idem, carabien N.N.6. 14 kardoezen.

19. Slachmuylders Willem, Kapellebaan 7, geweer 2 loop. N.12.

20. Van den Brande Alfons, Tinneschuurstr. 17, geweer 1 loop. N.12.

21. Potoms August, Dorp 43a.geweer N.10.1 loop.

22.De Nyn Frans, Dorp 46, geweer 2 loop.N.28.

23. De Croes Jaak, Dorp 21. carbien.

24 Ceuppens Lodewijk, Kapellebaan 6, carbien.N.28.

25. Diddens Lodewijk, Dorp 12, geweer 2 loop. N.12.

26. Diddens Emiel, Blaasveldstr. 25, geweer 2 loop. N.12.

27. Schaerlaecken Victor, Blaasveldstr.17, geweer 2 loop N.12.

28. Scheers Jozef, Tinneschuurstr. 20, geweer 2 loop N.12.

29. De Wit Desire, Tisseltbaan 10,geweer 2 loop.N.12.

30. Polfliet Felix, Juniorslaan 43, geweer 1 loop N.16.

31. Broothaers Frans, Molenstraat 6, geweer 1 loop N.12.

32. Broothaers Frans, Molenstraat 6, carabien.

Samengevat : ontvangen 24 jachtgeweren, 8 carabijnen en 1 partij jachtkardoezen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:19 Reageer op dit bericht

Foto:  Pieter Albert Beullens. Hij sneuvelde op Sinksendag 12/5/1940 te Lummen.

Albert diende bij het 36e Linieregiment.

 

1940 – 10 mei : De radio maakt melding van de Duitse inval in België. Het is oorlog !

            Rond 17 uur wordt Kapelle-op-den-Bos bestookt door Stuka’s. (KH)

            De vaartbruggen worden beschoten.

            Ziekenwagens met gekwetsten rijden naar de Mechelse ziekenhuizen.

            Achttien mensen verliezen het leven, waaronder Frans Jozef Van Linden, geboren

            te Leest op 14/3/1871. (DB-1/5/1958) 

            ’s Avonds worden nog brandbommen afgeworpen op Mechelen. Er is veel schade

            o.m. aan het klooster van Leliëndaal en de cinema Agora in de Bruul. (KH)

 

1940 – 11 mei : Deze zaterdag werd Frans afweergeschut opgesteld op de

            Hombekerkouter, op de grens met Leest. (KH)

 

1940 – Op Sinksendag 12 mei 1940 sneuvelde te Lummen  de Leestenaar Pieter Albert

            Beullens. Hij werd geboren op 3 juni 1909 als zoon van Frans (“Sooi”) Beullens en van

            Johanna Marie De Hertog.

            Albert was bij het 36e Linieregiment.  

            Toen Albert gedoopt werd verscheen te Leest een “koets zonder paarden”, een

            opvallend  luxueuze auto waarin de gouverneur van de provincie Antwerpen

            plaatsgenomen had. Deze laatste nam de egards waar voor koning Albert die

            de peterschaprol op zich nam, omdat Albert Beullens het 25ste kind was van Sooi

             Beullens.

            Sooi zou uiteindelijk, bij twee vrouwen, 27 kinderen verwekken.

 

1940 – 12 mei : Pinksterzondag. Vluchtelingen, vooral uit de Kempen en Limburg,

            stromen door Hombeek. Belgische soldaten, die van het Albertkanaal

            weggevlucht zijn, kamperen er.

            In een radioboodschap worden alle nog niet gemobiliseerde jongeren tussen

            16 en 35 jaar opgeroepen voor het Belgische leger.

            Ze moeten zich dringend naar het rekruteringscentrum in Ieper begeven.

            Deze maatregel lokt veel droefheid en weerzin op bij de bevolking. (KH)

 

1940 – 14 mei : Te Kessel-Lo sneuvelt de Leestenaar Jan Bruggemans van de Bereden

            Artillerie.

 

1940 – 15 mei : Er komt stilaan gebrek aan voedingsmiddelen omdat voedingswinkels,

            bakkers en beenhouwers overal sluiten en wegvluchten. (KH)

 

1940 – 16 mei : De brug over de Zenne te Leest  werd opgeblazen door Belgische

            geniesoldaten.

            De Duitse bezetter legde een noodbrug aan met pontons die door de Engelsen bij

            hun aftocht op de Schelde te Kruibeke waren achtergelaten.

 

1940 – Mei : 52 gegijzelden

            Stanne Van den Broeck de populaire eeuweling van Leest vertelde in 1980 :

            “In mei 1940 bij het begin van de tweede grote oorlog was ik er bijna

            geweest. Zatte Duitsers kwamen over de Kouter van Hombeek naar Leest.

            Onder het mom van “burgers hebben op ons geschoten” namen ze

            gijzelaars terwijl ze in de lucht schoten. Nieuwgierig ging ik kijken wat er

            gebeurde en werd met nog éénenvijftig anderen opgepakt en in de school tegen

            de muur gezet.

            Ook naar Hanneke de Zaeger en Fons van Fillekes die op ’t land aan ’t werk

            waren riepen de Duitsers “Mitkommen !”

            Pastoor Beukelaers, Frans Piessens, Fons Verbruggen, Staf Vloebergh,

            Emmanuel en Henri Van de Vondel, Fons Polspoel, Victor van Kolettes,

            den Blokmaker, Staf Pottems, meester De Leers en nog anderen.

            Een Duits officier vroeg : “Waar is de Knip ?”

            Staf van de Metser en ik wisten dat, omdat we met de duiven speelden wisten we

            de Knip, dat nu Juniorslaan heet. We moesten meegaan met twee soldaten die

            het geweer in aanslag hielden. De Duitsers zochten een wei voor hun 120

            paarden. Eerst gingen we naar de wijk de Knip waar de houten molen gestaan

            had. Die wei was te klein. Ze wisten dat bij Piër Prins een grote wei was en

            die was vlug goedgekeurd.

            Ondertussen moesten al de gijzelaars tegen de muur van de school blijven staan

            tot wij terug waren.

            De Duitsers moesten nog stro hebben voor 120 man om die te slapen te leggen.

            Bij Van Praet kregen we twee botten en in “’t Seel” was stro genoeg.

            Stan van Busschot kwam daar juist ook met een kar stro aangereden.

            Alles werd op de kar geladen en toen mochten we naar huis.

            Sommigen van de anderen in ’t dorp zijn tot ’s anderendaags gegijzeld gebleven

            op gevaar van gefusillieerd te worden.

            Pastoor Beukelaers die vooraan stond zei nog tegen Victor van Kolettes :

            “Komde gij ma voor mij staan Vic”. Maar Victor zei : “As ’t tege ga zijn we

            allemaal doeët meneer pastoor.” En hij bleef staan.

            We woonden in dien tijd al in de Scheerstraat.

            De Duitsers hadden in mijnen hof touwen gespannen van de ene perelaar

            naar de andere en daaraan hun paarden vastgebonden.

            Wij bleven voor alle veiligheid maar binnen.”

            (DB,september 1980)    

 

1940 – 21 mei : “Op 21 mei 1940 rond 10 uur voormiddag is mijn revolver merk

            Browning cal. 7,65 mm afgenomen door Robert Kwertfürt, Betaalmeester der

            Pionniers der Duitsche Weermacht. In het bijzijn van den Heer Jan De Leers,

            schoolhoofd der gemeente Leest.” (Getypte brief van veldwachter Huybrechts)

 

1940 – 25 mei : Roger De Prins te Duinkerken slachtoffer van de oorlog.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:05 Reageer op dit bericht

In Sulingen was een groot  transitkamp opgericht, van hieruit werden vrijgekomen gevangenen en arbeiders naar hun respectievelijke landen gezonden.

Alle mogelijke nationaliteiten zaten hier samen wachtend in barakken, op vervoer naar huis.

Die uit het westen, Belgen, Hollanders, Fransen konden snel weg, maar Polen, Russen, Joegoslaven moesten langer wachten en velen durfden zelfs niet meer terug.

Onder deze mensen waren gevaarlijke sujetten, ze waren gewapend met weggegooide Duitse wapens en gingen ’s nachts op rooftocht bij de Duitsers.

Ze stalen en roofden alles wat in hun handen viel en namen het weinige dat de Duitsers nog hadden, af.

In Sulingen verbleven ook veel “Zebra”s”, dat waren bevrijde gevangenen uit de kampen, velen uit Bergen-Belsen. Die waren nog gekleed in hun gestreepte pijama.

Van hen vernamen we gruwelijke verhalen over hun verblijf in die kampen.

Bij de boeren in Freistatt waren veel vluchtelingen uit het Rijnland en de Roer ondergebracht en die konden nu ook naar huis, terug naar hun gebombardeerde steden.

De Duitse bevolking moest om 10 uur  van straat en wee degene die een minuut te laat was, die werd onbarmhartig opgepakt en tot de volgende ochtend opgesloten.

Hierbij werden vele soldaten die over hun militaire kledij een burgerjas hadden getrokken, opgepakt en naar een krijgsgevangenkamp gevoerd.      

 

Hier letten we vooral op SS-ers, maar we hebben er nooit een kunnen pakken.

Ons werd dagelijks gewezen op de Duitse weerstand “Weerwolf” doch wij hebben hier nooit iets van gemerkt, de meeste Duitsers hadden hun nederlaag nog niet verteerd, waren nog te zeer ontgoocheld.

Hun geloof in de fürer was te groot geweest en nu bij het zicht van duizenden en duizenden ordeloze soldaten die zich hadden overgegeven en onder strenge bewaking naar achter werden gevoerd, moesten ze er zich wel bij neerleggen.

De bevolking zelf leed honger en had gebrek aan alles. In de steden verbleven ze in overgebleven kelders. In de dorpen die overbevolkt waren van gevluchte stedelingen werd ook het voedsel schaars en zoals bij ons onder de bezetting, verkochten hier de boeren ook aan de meestbiedenden.

Wij hadden een paradijselijk leven,  niet werken, lekker eten, veel geld...

Als ontspanning werden we ’s avonds naar Bremen, Hannover of Sulingen gevoerd.

Naar een bierkelder of een filmvertoning en na de film steevast in de houding voor het “God save the King”.

Met mijn moto verkende ik de ganse omgeving en mijn vele verlofdagen bracht ik door

in steden als Bremen, Hannover, Dusseldorf en Berlijn.

Daar zag ik Russische soldaten fietsles krijgen, tot groot en ingetogen plezier van de Duitsers. Komisch en onvergetelijk.

Hier bestond ook een grote ruilhandel tussen soldaten van verschillende nationaliteiten. De Russen waren verzot op Amerikaanse sigaretten, terwijl de Amerikanen hiervoor polsuurwerken en vodka aannamen. Die uurwerken waren toch afkomstig van de Duitsers, de Russen was toegestaan alles wat hen bruikbaar was als oorlogsbuit mee te nemen. Ik heb Russen gezien met drie, vier horloges aan elke pols.

Kerstmis 1945 brachten we door bij de Amerikanen in Bremen. Nabij de Dom in de huidige Ratskeller was hun kantine ondergebracht. Onvergetelijke sfeer met bier, wijn a volonté, de vrouwen hadden echter nog geen toegang.

Als we ons verplaatsten konden we overnachten in Amerikaanse of Engelse transitkampen en hun kantines hadden altijd voldoende stock aan sigaretten, zeep, tandpasta, enz. Betalen met Duitse marken en die hadden we genoeg.

In het najaar van 1945 werd de omgang met de Duitsers losser, krijgsgevangenen en ook burgers werden in de cantonnementen tewerkgesteld.

De Duitse tewerkgestelden brachten allerlei voorwerpen mee om te ruilen tegen voedsel, ook smokkelaars doken op. Vooral sigaretten, bonen, koffie en nylonkousen waren zeer gegeerd maar vooral dozen vlees en ander voedsel was in trek.

De bevolking leed immers honger, meer dan ik ooit in België had gezien.

De boeren werden door de stadsbevolking nog feller belegerd dan bij ons in het hongerjaar 1941.

Maar stilaan werd alles min of meer normaal, de bevoorrading geraakte terug op gang,

in de steden begon men puin te ruimen en ieder toog aan het werk.

Ook de omgang met burgers werd toegestaan, bals werden ingericht en vluchtelingen kwamen terug naar huis.

Na Freistatt kwamen we in een aantal kleinere plaatsen terecht tot we in het voorjaar 1946 naar Leese verhuisden.Een kleine provinciestad nabij Hannover.

Hier werden we ondergebracht in een door Russische slavenarbeiders nieuw gebouwde fabriek. Grote betonnen bunkers, een verdieping ondergronds, een verdieping bovengronds, zwaar en kunstig  gecamoefleerd met sparrenbomen, tot op de daken toe.

Hier werden onderdelen gemaakt voor de beruchte V-bommen.
Een aanzienlijk aantal lag nog klaar voor verzending, via een spoorweg die eveneens onzichtbaar was vanuit de lucht met hoogopschietende sparren, waarvan de kruinen hoog boven de sporen aan elkaar waren gebonden.

De geleerden die vroeger voor de nazi’s hadden gewerkt, werkten verder, thans onder Engels gezag. De heren Professoren, zoals ze door de Duitse werklieden werden genoemd, werden door Engelse officieren van de geheime dienst in burgervoertuigen gebracht en opgehaald. Wat zij daar uitrichtten gebeurde in de grootste geheimhouding. 

De gewone arbeiders werden bij het verlaten van de fabriek door ons gefouilleerd maar deze heren moesten we ongemoeid laten.

De bunkers waren uitgerust met de meest moderne machines en de magazijnen staken nog vol met allerlei materiaal.

Er was strenge kontrole en wij mochten niets aanraken, alles was immers bestemd voor Engeland of de USA..

 

Half april 1946 was onze taak daar afgelopen en na een treinreis van een dag en een nacht belanden we in Bastenaken.

Hier kwamen we in een totaal vernielde stad, we waanden ons terug in Duitsland. Platgeschoten huizen, waarvan de bewoners in de kelders verbleven, in de velden nog veel stukgeschoten Duitse en Amerikaanse tanks en ander oorlogsmateriaal.

We werden ondergebracht in de kazerne die door de Amerikanen voor ons was ontruimd en we hingen opnieuw af van het Belgisch leger : weer oefeningen, dat was maanden geleden, Belgische kost, bouletten, saucissen, slecht en veel te weinig...of er gemord werd.

We waren van de hemel in de hel terechtgekomen.

Door een afdeling van onze compagnie werd deelgenomen aan de eerste steenlegging van de mardassonheuvel, een gedenkteken voor de Amerikaanse strijdkrachten.

Na een verblijf van enkele weken ging het naar Bergen, waar we in een leegstaande school hokten en belast werden met het ophalen en wegbrengen van Duitse krijgsgevangenen die in de koolmijnen moesten werken.

Gelukkig heeft dit niet lang geduurd, op 23 juni 1946 werden we totaal onverwacht bedankt en met onbepaald verlof naar huis gestuurd.

Terug burger, dit vergde een enorme aanpassing...”

 

Foto’s:

-Berlijn 1945 : Sovjetsoldaten en Amerikanen ruilen horloges om. Deze foto’s werden eigenhandig door Victor genomen.

-Vic na de fusie, zijn outfit is er op vooruitgegaan. Links van de garde staat Marcella Van Steen. Rechts Wiske Verbruggen geflankeerd door haar baas Marcel Leemans.

 



1104021-ba055c66c02ec11b172fc94fe5f6ea85.jpg

1104021-2d9ba11445ed16f778d97552f19653e3.jpg

1104021-cdbea6011cd7d7f175cfa530db6f942f.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 07:23 Reageer op dit bericht

Duitsland

Via Antwerpen, Turnhout de Hollandse grens over tot Hengelo. In Holland werd onze trein letterlijk door de bevolking bestormd. Honderden mannen, vrouwen en kinderen liepen met onze trein mee, bedelend om eten.

Wat wij konden missen werd uit de wagons gegooid : conserven, sigaretten, chocolade...

Dit waren toestanden die wij in België met de bevrijding niet hadden ervaren, hier werd nog echt honger geleden.

In Hengelo stapten we over op vrachtwagens, de grens over tot in Mofrika en in Wezel de Rijn over op een pontonbrug die door de Engelsen was aangelegd.

Over Osnabruck, Diepholz tot Freistatt waar we werden ondergebracht in een oud-mannengesticht. Elk van ons kreeg een apart kamertje, prachtig ingericht met een goed bed en prima sanitair, een verademing na onze tenten en strozakken.

Hier werden we belast met de bewaking van een groot depot van de Rasc, dat waren frontrantsoenen, sigaretten en kleding van het Engelse leger.

Italiaanse krijgsgevangenen stonden tot onze beschikking voor het opknappen van allerlei karweien, doch die stalen zoals de raven.

Die bestolen ons terwijl we er bij stonden, ongelooflijk wat die allemaal flikten, die waren ons in alles te slim af.

In het begin was het hier voor ons zeer streng, niet ongewapend het cantonnement verlaten, nooit alleen buiten en “no fraternisation”, absoluut geen contact, geen verbroedering  met de Duitsers, op straf van krijgsraad.

De eerste weken werd dat door ons zelfs niet overwogen, wij benaderden ze met de grootste terughoudendheid. De Duitsers zelf waren opmerkelijk beleefd, onderdanig, ja zelfs kruiperig, ze waren ook gelaten en angstig, gingen voor ons opzij en velen namen hun hoed of pet af als ze ons passeerden.

 

De Engelse MP’s waren zeer streng en onverbiddelijk zeker zolang de oorlog duurde.

In Diepholz was een groot Pools kamp, waar die Polen door de Duitsers als slavenarbeiders waren ondergebracht. Nu waren ze vrij en men moet niet over veel verbeeldingskracht beschikken om zich te kunnen voorstellen hoe die zich gedroegen tegenover hun vroegere bazen. Stelen, plunderen, alles wat niet te heet of te zwaar was sleepten ze naar hun barakken.

 

Foto’s:

-Zijn “soldier’s pay book”

-Een mooie herinnering aan 1945.



1104017-6aa53dac9b9960a7843a3435ce469291.jpg

1104017-92f1c54ee0d858315b305df873f855df.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 07:12 Reageer op dit bericht

Meer van Kronieken van Leest

↑ Terug naar de berichten