
In de periodiek “De Band”, editie oktober 1957 stond een “In Memoriam” :
“In Memoriam : de oude bromfiets van Mr Pastoor (Nova et Vetera)
...Verleden maand is een bekende figuur van ons heengegaan : de oude brommer
van onze Mr Pastoor... Het was een veelbesproken figuur. Gedurende de jaren
dat hij onder ons verbleef, heeft hij zich doen kennen als een harde wroeter, die
door weer en wind, over alle mogelijke modder- en slijkwegen, duizenden
kilometers heeft afgelegd.
En dat aan een snelheid die ons allen hartkloppingen heeft bezorgd, die het leven
onzer kiekens en honden dikwijls aan de rand van de eeuwigheid heeft gebracht.
Die onder druk van de pastoorlijke voet over de wegen snorde aan een tempo dat
zwaantjes, gendarmen en gardes dikwijls deed schreeuwen van spijt.
Omdat zij hem niet konden volgen...
Ondanks dit alles, hebben wij hem met spijt zien vertrekken. Want onder zijn
rammelende slijklap en vettige kettingkast klopte een warme moteur.
Geboren in een bekende bromfietsenfabriek, was hij ingevet en opgesmeerd
glanzend van levenslust, helemaal een kind van de wereld. Met als enig ideaal
zoveel mogelijk te profiteren. Alleen ’s zondags werken, en dan nog over lichte
makadamwegen, met als last een fijn opgedirkt heertje en desnoods van achter er
nog een geparfumeerd juffrouwtje bij, van ten hoogste 55 kg. En heel de week
uitrusten, in de beste kamer, met twee plankskens onder de wielen en een laken er
over opdat er toch geen stofje zou op vallen.
Het lot besliste er echter anders over. Hij viel in de handen van onze Mr
Pastoor.. Weg makadam, weg dat pakske parfum, weg de blokskens onder de
wielen, weg de achturenweek,...
...”
Het ultieme “In Memoriam” voor Jan Baptist Coosemans verscheen in het Parochieblad
van 6 december 1979 :
Oud-onderpastoor Constant De Decker : Terwijl ten alle kante de goudgele
bladeren neerdwarrelen is E.H. Coosemans stil heengegaan in volle herfsttijd :
de Herfst van zijn leven
De lente was voor hem die eerste jaren van zijn priesterschap, als actieve
onderpastoor : vergaderingen, oprichten van jeugdbeweging, zorgen voor
lokalen, op kamp gaan, alles gedragen door die liefde van de Heer Jezus zelf.
De zomer heeft hij bijzonder beleefd als pastoor te Leest, de parochie waarvan hij
zoveel heeft gehouden. Grote zorg heeft hij getoond voor het huis van God, die
mooie kerk van de Heer Jezus temidden van de mensen. Dat was steeds zijn
eerste bekommernis. Maar tegelijkertijd ook die zorg voor de mensen, die zeker
tot uiting kwam in het bouwen van een parochiecentrum met feestzaal.
Want Leest stak vol aktiviteiten van de KVLV, de Chirojeugd, E.K., de twee
afdelingen van de B.J.B., de Milac, enz...
Een man van gebed, eenvoudig, en gedragen door een ware bekommernis, dat
waren zijn hoofdkenmerken.
Kwam dan de herfst van het leven, de periode dat hij afscheid heeft moeten
nemen van Leest, om eerst te gaan wonen in Zemst, vervolgens verblijf te nemen
in het rusthuis Emmaüs te Korbeek-Lo en dan te Erps-Kwerps. In die groeiende
stilte en verlatenheid heeft hij zich voorbereid in volle bewustzijn op zijn
heengaan van de mensen, om op te gaan naar God, de bron en het einddoel
van zijn leven...”
Modest Van Steenwinkel : “...Hij kwam achter pastoor Beuckelaers, juist na
de oorlog. De kerk was toen in zeer slechte staat : de plaaster was op veel
plaatsen van bogen en consoles afgevallen. Zijn eerste werk bestond er in het
dak te laten herstellen en de kerk te laten herschilderen. Ook de nieuwe klokken
hebben wij aan hem te danken.
Hij was een echte boerenpastoor, echt passend tussen de boeren op den buiten.
Ik weet niet hoe hij het te Scheut in de stad zolang heeft uitgehouden.
Hij was doorgoed, kon soms opvliegen, maar daarna was alles vergeten.
Ge waart er steeds welkom, zowel bij de pastoor als bij Liza.
“Ik ben arm op Leest gekomen,” zei hij altijd, “ik wil er even arm weggaan...”
Ik geloof dat dit de waarheid geweest is.”
Hilde Reinhard : “...Eén van zijn eigenschappen die me altijd is opgevallen :
hij was geweldig sober voor zichzelf. Hij had bijna geen aandacht voor zijn eigen,
alles voor de anderen. Hij was afkomstig van arme boerkes uit Perk.
Zijn deur stond open voor iedereen. Ook de missionarissen waren altijd bij hem
welkom...”
Maria De Boeck : “...Mijnheer Coosemans kwam geregeld naar de school.
Hij was een vriendelijk man die goed met kinderen kon omgaan. Hij was een
echt en devoot priester. Hij ging ook geregeld zijn zieken bezoeken en op straat
nam hij zijn hoed af voor iedereen. Alle mensen van Leest hadden spijt dat hij
aanging...”
Alfons Hellemans : “...Hij is hier bijna ongemerkt weggegaan en kreeg geen dank
in verhouding met hetgeen hij voor Leest had gedaan.
Hij kon misschien minder goed preken, en zingen kon hij in het geheel niet, maar
hij was een echte priester die met alleman over de baan kon. Voor de processie
was hij steeds geweldig in de weer... Hij had ook handen aan zijn lijf : als er in
het patronaat iets kapot was, sloeg hij het zelf aaneen.
Pastoor Coosemans was een goeie brave mens...”
Bij de foto’s :
-de oude bromfiets van de pastoor.
-bij elk evenement op de eerste rij zoals het een notabele toekwam.
-pastoor Coosemans door de ogen van George Herregods.

































