

Foto : Eén van de oudste foto’s van de Leestse Chiro, genomen tijdens een bivak in Velm.
Rechts onderaan medestichter Jan De Decker.
1948 – September : Stichting Jongenschiro te Leest
In samenwerking met Jan De Decker en de Hombeekse leiders J. Daelemans en
Troch stichtte onderpastoor De Schutter de Leestse jongenschiro.
De Chiro
Chiro : van de Griekse letter x (chi) en r (ro), beginletters van Christos, ontstond
in feite veel vroeger dan het jaar 1934 waarop de beweging uitgesproken als
Chiro naar buiten trad.
Chiro ontstond uit de katholieke patronaten waarvan de vroegste sporen terug te
vinden zijn in de arbeiderswereld van Gent in 1850. Zowat in alle steden in
Vlaanderen rezen de patronaten vanaf dat jaar, meestal onafhankelijk van
mekaar, in de verschillende parochies als paddestoelen uit de grond.
Ze werden geleid door sociaal bewogen parochiegeestelijken en hadden de
“godsdienstige, geestelijke en huishoudelijke” vorming op het oog van jongeren
-meisjes zowel als jongens- uit de volksklasse.
Aanvankelijk heette de beweging trouwens “Chiro van het Verbond der
Patronaten van Vlaanderen”.
Vanaf 1934 ging Chiro zich meer en meer zelfstandig profileren.
Geheel in de geest van tijdsvernieuwing, nieuwe orde en romantiek, kenmerkend
voor de jaren dertig, ontstond ook een totaal nieuw vocabularium. Het heette niet
langer meer in verouderde termen van patronaatsjongen, patronaatsactiviteiten,
patronaatsbestuurder maar : Chiro-kerels, Chiro-actie, Chiro-leider.
Trouw en ridderschap weerspiegelden zich in nieuwe slogans zoals : “Aan
Christus-Koning, Trouw !”
De vader van deze vernieuwde beweging in de schoot van de Vlaamse Patronaten
was de Antwerpse priester Jos Cleymans, die toen algemeen secretaris was van
het Jeugdverbond voor Katholieke Actie (JVKA).
Hij wou een moderne invulling geven aan de oubollige patronaatsbeweging.
Cleymans introduceerde nieuwe elementen zoals spelen in de openlucht, de
Christus Koninggedachte, de banier met de Griekse letters Chi en Ro, het
Chiro-uniform en de kentekens.
Chiro kwam resoluut op voor godsdienstige en pedagogische vernieuwing.
WO II versnelde het proces van afbraak van de patronaten maar vertraagde de
groei van de Chiro.
Van 1940 tot 1944 werd gewerkt in de illegaliteit, want de Duitse bezetter had
alle werking van de meeste jeugdorganisaties verboden.
Door vele mensen scheef bekeken wegens de wat militairistische aanpak zou
het tot 1950 duren voor de beweging echt groot werd.
In de naoorlogse periode kende Chiro een ware explosie. Van jaar tot jaar nam het
ledenaantal toe. Een absoluut hoogtepunt werd bereikt in 1975 toen de beweging
was uitgegroeid tot 120.000 leden.
Maar van dan af begonnen de schokgolven van revolutionaire vernieuwing en
maatschappijkritische ingesteldheid van het einde van de woelige jaren zestig
pas voor goed massaal naar de basis door te dringen en ging het steil bergaf.
Dat had ook te maken met een spectaculaire daling van het geboortecijfer in
Vlaanderen.
Bij de aanvang van de jaren ’80 was Chiro compleet verwaterd tot vrijblijvende
afzonderlijke spel- en bezigheidsclubjes, die, vrij ongedisciplineerd, elk hun
eigen weg gingen, inspelend op plaatselijke toestanden en situaties.
Van een samenhangend, zinvol en inhoudelijk geheel was nauwelijks nog sprake.
Ontkerstening en secularisatie trokken ook hier diepe sporen.
De accenten lagen vooral op het maatschappelijk gebeuren, op een kritische
ingesteldheid, op vrede, gastarbeiders, sexualiteit, emancipatie, democratisering,
relatiebeweging, Derde Wereld.
Aan godsdienstvorming en –verdieping werd nauwelijks nog tijd besteed.
Nadat Chiro jarenlang in de Vlaamse jeugdorganisaties vooraan had gestaan als
een “voorhoede van de Kerk” was dit geleidelijk afgezwakt tot “kerkelijk niet,
katholiek wel”, later tot “katholiek niet, christelijk wel” en uiteindelijk tot
“christelijk niet, evangelisch wel”.
De maatschappij evolueerde in al haar geledingen pluralistisch.
De jongeren kregen het moeilijker, vroeger leek alles immers vanzelfsprekend,
toen stelden de gelovigen zich weinig vragen.
Een groeiende aandacht ging nu naar de parochiegemeenschap.
Chiro speelde ook in op de parochiale jeugdzorg. Het teloorgaan in veel groepen
van de priester, eerst bestuurder, dan proost, werd nu opgevangen door het
inzetten van de zogeheten V.B. of veebee, de volwassen begeleiders, veelal
jonggehuwden, oud-chiro’s, die zich voor één of twee jaar engageerden om de
groep niet te leiden maar te begeleiden.
Ook politiek werd niet uit de weg gegaan.
In 1987 verklaarde nationaal leider Jan Maertens aan Gazet van Antwerpen :
“Als jongerenbeweging durven wij standpunten in te nemen zo bv. inzake
bewapening, vrede, apartheid.
In essentie is ons doel nog steeds hetzelfde gebleven : de jongeren helpen
opgroeien tot volwaardig menszijn, er gemeenschapsmensen van maken en geen
egoïsten...”
In 2003 was Chiro nog steeds de grootste Vlaamse jeugdbeweging met zo’n
100.000 leden.
Bekende Oud-Chiro-leden waren o.a.Willy Kuypers (Oud-parlementair en
burgemeester van Herent), Paul Akkermans (Oud-Minister in de Vlaamse
Regering), Nelly Maes (Volksvertegenwoordigster), Paul Van Grembergen
(Oud-Minister) en Lode Bertels (Oud-senator en burgemeester van Brasschaat).































