

1958 – Was het jaar dat Clement De Wilde (tot 1961) onderpastoor werd te Leest.
Hij was geboren in het Oost-Vlaamse Laarne (16/8/1916) en had als kloosternaam
Clementiaan. Van 1947 tot 1952 was hij missionaris in China en toen hij dat land
moest verlaten was hij van 1953 tot 1958 actief in Zaïre in de streek van
Luabo, Kamina en Kanzenze maar China zou altijd in zijn hart blijven.
In 1961 werd hij onderpastoor benoemd in Sint-Niklaas (H.Hart) en uiteindelijk
Pastoor in de Sint-Antoniusparochie te Lokeren waar hij tegelijkertijd overste was
van de Paters-Minderbroeders aan de Luikstraat.
Hij verloor het bewustzijn in het portaal van zijn kerk (hartinfarct) en overleed er in het
ziekenhuis op 6 november 1981.
Was ook het jaar dat de dokterszoon Luc De Keersmaker, °Londerzeel 8/4/1914,
Freddy Peirs verving als koster in Leest. Hij woonde in Kapelle-op-den-Bos en
kwam dagelijks per fiets naar Leest.
‘Hij had de job aanvaard omdat hij op dat ogenblik zonder werk zat en niet graag
ging doppen. Luc vond Leest wel “een klein dorpke met een oud kerkske met schone
meubeltjes in”, maar gaf er de voorkeur aan naar Brussel te gaan werken.’
(DB,nov.58)
In 1965 zou hij ontslag nemen waarop hij opgevolgd werd door Luc Plasqui.
(Wilfried Hellemans, ‘De St-Niklaasparochie in Leest’)
1959 – Militianen klasse 59 : Armand De Bleser, Frans De Kock, August Emmeregs,
Edward Geerts, Edmond Jacobs, Roger Lauwens, Rik Muysoms, Leo Van Camp,
Jozef Verlinden en Albert Verschueren.
1959 – Het bestuur van de Rundertuberculosebestrijding Leest zag er als volgt uit :
Voorzitter : A. Van den Brande, ondervoorzitter : Vict. Schaerlaecken, secretaris :
Alfons Verbruggen. Bestuursleden : Felix Van der Hasselt en Egied Selleslagh.
(DB,1959)
1959 – Voor 1959 werden 324 abonenten genoteerd op het “Parochieblad”.
1959 – Geboorten in 1959 - Overleden in 1959 –
Nuytkens Ingrid Selleslagh Irma
Van Tolhuysen Brigitte Buelens Maria Elisabeth
Kerssebeeck Liliane Verdict Clémence
Neefs Lucas Fierens Karel
Polfliet Dany Van Steen Marina
Huyghe Christina Van Humbeeck Louise
De Wit Karel Van den Sande Petrus Joannes
Selleslagh Alfred Van den Bergh Florent
Verwerft Mark Van den Broeck Maria
Huyghe Magdalena Steenmans Jozef
De Prins Veronica Lauwers Frans
Van Praet Joannes Marivoet Leonie
Peeters Lucas De Maeyer Maria Amelie
Publie Joannes Selleslagh Coleta
Leemans André De Hondt Melanie
Peeters Magdalena Peeters Joanna
Verschueren Lucas Vleminckx Virginie
De Keersmaecker Fr Van Beersel Jozef
Rombauts Maria Smet Leonie
Verbeeck Patrick Op de Heyde Victoria
Verbeeck Tony Verrijken Alfons
De Smet Rita De Wit Louis
Lauwens Vera Slachmuylders Emiel
Lauwers Marleen Gobien Maria Rosa
Vets Agnes Wuyts Louis
Lefever Natalie De Smedt Pauline
Van den Bosch Wilfrieda De Keersmaecker Fr
Piscador Wilfried
Doms Rita
Verhasselt Leo
Van Bosstraeten Marina
Geerts Anna
D’Hollander Georges
Van de Perre Marina
Boonen Vera
Baeté Diana
Croon Marina
Gobien Maria. (DB,nr.1,1960)
1959 – SCHANDAAL OP ONS KERKHOF
Laat de doden in vrede rusten
“Reeds meermalen hebben (oplettende) kerkhofbezoekers moeten vaststellen dat sommige lieden het niet zo nauw schijnen te nemen met dat schone gezegde : “Laat de doden in vrede rusten”.
Regelmatig worden graven opengebroken en worden stoffelijke overschotten naar familiekelders overgebracht.
WIJ HEBBEN NIETS TEGEN DE GRAFKELDERS.
Wij betreuren alleen :
1) Dat sommigen eerst een overledene laten bijzetten “in de rij” om daarna eerst het besluit te nemen het stoffelijk overschot terug te doen ontgraven en naar een kelder over te brengen. “Laat de doden in vrede rusten” is ook hier van toepassing.
2) Dat deze ontgravingen grondverzakkingen meebrengen voor omliggende graven en schade aanrichten (meestal onherstelbaar) aan andere grafzerken . De verwanten van de overledenen kunnen niet dulden dat zij die de schade onvrijwillig veroorzaakten, zich eenvoudig niet bekommeren en de graven beschadigd achterlaten zonder er een hand naar uit te steken.
3) Dat het alaam (zelfs steenblokken) gebruikt bij de ontgraving, DAGEN LANG BLIJVEN LIGGEN OP een bijliggend graf...
4) Dat het gemeentebestuur zulks ONWELVOEGLIJKE en KWETSENDE toestanden duldt. (deze zin is nog op z’n zachtst uitgedrukt...)
Volgens inlichtingen die wij inwonnen, kan men hier van GRAFSCHENNIS spreken.
Wij hopen dat onverwijld maatregelen zullen genomen worden en dat richtlijnen zullen gegeven worden aan de aanvragers van een grafkelder of in gevan van een ontgraving, aan de grafmaker en aan de aannemer die de kelders plaatst of de ontgraving doet.
Het is daarenboven noodzakelijk, dat een controle wordt gedaan.
“Voor de grafmaker a.u.b.”
Na de eerste mis op Allerheiligen was bij het kerkhofhekken een keukenstoel neergezet met daarop een enorme bak, waarin blijkbaar een “aalmoes” diende gestort “voor de grafmaker a.u.b.”.
WIJ GUNNEN HEM VAN HARTE DE OPBRENGST.
Deze aangelegenheid is echter waard van nabij bekeken te worden.
1) Wij menen dat het aan het personeel in openbare dienst, verboden is op zulke publieke wijze persoonlijk om een aalmoes te vragen. Als de grafmaker dat mag doen, dan kunnen de gemeentesecretaris, de veldwachter en de gemeentewerkman eveneens “offerblokken” plaatsen. (En waarom zou de koster dat ook niet doen ?...)
2) Men kan het ook ZO beschouwen : de grafmaker is onvoldoende betaald. Dan heeft hij het volste recht hiervoor te protesteren bij het gemeentebestuur. Het lijkt echter ongepast, dit protest te veruitwendigen in de vorm van een “offerblok-kist” (de afmetingen hebben geen belang!) die ter attentie van de kerkhofbezoekers op het kerkhof wordt neergezet. Men begrijpt niet, hoe het door het gemeentebestuur wordt toegelaten, uitdrukkelijk of stilzwijgend.
3) Wij wensen de grafmaker een behoorlijke bezoldiging voor een behoorlijk werk op het ganse kerkhof zonder onderscheid van enig graf.
Wij weten dat onze kritiek zeer scherp is : wij kunnen echter niet dulden dat er te Leest als het ware aan “lijken-exploitatie” wordt gedaan en dat er inbreuk wordt gepleegd op de heilige rust van een kerkhof door graven te beschadigen.
Verder, er wordt reeds genoeg gefooid, geschooid en met geld gerinkeld rond de graven van onze duurbare doden.”
(Jan De Decker in “De Band” –November 1959)
In hetzelfde nummer van De Band deed Jan nogmaals een oproep aan de gemeenteraadsleden voor financiële steun aan Milac en aan zijn geesteskind “De Band”.
Hun collegae van Hombeek waren een stuk guller : zij besloten de Hombeekse afdeling van Milac geldelijke hulp te bieden uit eigen zak...aldus Jan De Decker en mogelijk om zijn eisen kracht bij te zetten deed hij ook een aanval op het verkeersbeleid van het gemeentebestuur:
Verkeersperikelen
“Iedereen weet dat het immer drukker wordende verkeer, zeer grote problemen stelt in verband met de veiligheid op de wegen. (...)
Ook te Leest nam men initiatieven. Er zouden er nog moeten genomen worden.
1) De maximum snelheid in de dorpskom werd van 20 tot 50 opgevoerd... Deze verhoging van de maximum toegelaten snelheid in die zone, begrijpt geen weldenkend mens... In het algemeen stelt men een maximum van 35 km voor (in de praktijk wordt het wellicht toch 40...).
2) (...)”
1959 – Januari – De Band : KWB Kapellekens-Aktie en...”Commerce”
“Het is wel zeer spijtig te noemen dat een minderheid deze aktie meent
te moeten brandmerken als “commerce”.
Volgens deze lieden verdient de KWB “een dikke cent” aan deze kapelletjes
die aan 100 frank verkocht worden.
Ten behoeve van deze duurbare parochianen worden hier onder een paar
detailprijzen gegeven :
- het hout kost aan de KWB 50 fr.
- het beeldje kost aan de KWB 35 fr.
Dat maakt 85 frank. Met de overige vijftien frank dienen bekostigd :
glas, stopverf, borstels, terpentijn, verf, krammen, oogvijzen, het schilderen zelf.
Wij achten het hiermee bewezen dat deze schone aktie niet wordt verlaagd tot
een “commerce”.
En de karavaan trekt voorbij terwijl de honden blaffen.
(redaktie)”













































