
1978 – Zaterdag 2 december : Sint Niklaasbal
van KWB Leest in de parochiezaal Kouter Leest.
Orkest : The Nightstars. Inkom : 60 fr. Deuren : 20 uur met uitdeling van
versnaperingen door Sint Niklaas himself.
1978 – Zondag 3 december : Grote “Ontdek de Ster” wedstrijd
van K.L.J. Leest in ons Parochiehuis. Begin : 19 uur.
Winnaar van deze eerste editie van de KLJ werd Raoul Lebeer voor
Sonja Cornelis.
Als gastoptreden had de KLJ de plaatselijke groep “De Keten” uitgenodigd.
In de jury zetelden : Jan Van den heuvel (foto), Hilda Silverans, Guido Hellemans
en Ward Van Doren (BRT).
1978 – 3 december : Kampioenendag van het Zesverbond
1978 was geen al te best duivenseizoen. Veel Noord-Westenwind met lage
temperaturen. Vele jonge duiven gingen verloren.
Op de kampioenendag, met uiteraard de viering van de kampioenen, waren de
beste duiven van het zesverbond te bezichtigen.
Locatie : Zaal St.-Cecilia bij Mille Van Steen.
Quievrain:
1. Algemeen Kampioen : Vloeberghen Eugeen (foto)
2. Algemeen Kampioen : De Smedt Jan
3. Algemeen Kampioen : Verschuren Frans
Noyon :
1. Algemeen Kampioen : Simons Frans
2. Algemeen Kampioen : Van Steen Danny
3. Algemeen Kampioen : Vloeberghen Eugeen
In de snelle vlucht waren dat :
Quievrain Oude : Teughels A.
Quievrain Jaarse : Theo De Prins en Albert De Prins
Quievrain Jonge : Verbeeck Frans.
(DB)
1978 – Zondag 24 december : Kerstfeest Chiro.
1978 – Zondag 31 december : “…geen Chiro vandaag, maar wel zullen wij dan met de
groteren, naar traditie, een bezoekje brengen aan enkele oudere mensen die de
komende Feestdagen niet zo uitbundig kunnen vieren als wij.”
(Chiro-verlag DB, december 1978)
1978 – Dat jaar verscheen in ‘De Band’ naar aanleiding van het ‘Jaar van het Dorp’ :
Hulde aan een overledene ? Wonen en beplanting.
“Een dorp is niet een verzameling stenen en huizen. Een dorp heeft een hart. Want er wonen mensen. Er leven mensen. Met een hart. Mensen die vreugde ervaren en blijheid, pijn of verdriet. Die zich alleen voelen of opgenomen in een kleine gemeenschap. Een dorp moet zijn als een huis. Het moet in zekere mate geborgenheid bieden, de blijde rust van ‘thuis’ te zijn, bij mensen die we kennen, bij vrienden. Een dorp met een hart, dat moeten we van ons dorp maken, elk voor zich. Samen met de anderen.
Velen zijn wellicht de mening toegedaan, dat wij met dit ‘Jaar van het Dorp’, zowat op de romantische en folkloristische toer zijn gegaan, dorpsfeesten-wandelingen-foto-opstel-wedstrijden enz.
Inderdaad als het enkel bij deze lovenswaardige initiatieven zou blijven, hebben we denkelijk niet de hoofdvogel afgeschoten. Jaar van het dorp is meer dan dat, of zou meer moeten betekenen. Trouwens in één jaar kan men zo maar niet aan dorpsherstel en dorpsbehoud doen. Dit groeiproces duurt zelfs meerdere jaren en dit gespreid over verschillende terreinen, o.a. landbouw en platteland, ruimtelijke ordening, dorps- en gemeenschapsleven, nodige voorzieningen. Wellicht zijn dit voor de gewone mens uit de straat allemaal mooie woorden, en men stelt daarbij de vraag wat kan een enkeling daaraan nu doen of veranderen ? Nochtans ons leefpatroon maken we voor een groot stuk zelf, denken we maar aan beplanting en inplanting woonhuis, al is het maar via het dorpsleven dat je uw steentje bijdraagt !
Een huis inplanten vergt meer dan een voorafgemaakt plan en een grond, groot genoeg om dat plan uit te werken. Om tot een eenheid en een harmonie te kunnen groeien met de omgeving, om als plant te kunnen gedijen moet het bouwsel eerst en vooral in een grond terechtkomen die daar geschikt voor is. Niet alle planten schieten wortel in alle grond. Niet alle vormen en grootten van huizen passen op alle bouwgronden of gronden.
Wat zien wij !! Ook in Leest :
-landhuizen, om gezien te worden – om het prestige,
-gebruik van sterk opzichtige bouwstenen
-uitrukken van bestaande beplanting
-hoog in het landschap verheven spookvilla’s op een schoteltje te pronk
-geen streekeigen beplanting maar sierbomen en stijve coniferen
-oprichten van draadversperringen en betonnen muren
-sluikstortingen, enz.
Hieraan kunnen we zelf een en ander veranderen, al is het maar met de beplanting.
Wanneer het groen op zijn imgeving ingesteld is en de bewoners aanspreekt zal het gebruikt en gewaardeerd worden.
Tussen de ontspanning van de huidige plattelandbewoners die het verenigingsleven en gezelligheid zoekt en de stedeling die vrij buiten in de natuur wil dwalen is er een groot verschil, wat beplanting betreft.
Nu het terug planttijd is voor bomen en struiken, is het zeker belangrijk te weten dat men dient rekening te houden met :
-grondsoort of grondwaterstand
-soort planten – groeihoogte – vorm
-klimaat
-licht
-wettelijke
bepalingen inzake afstand.
Hierbij dient aangestipt te worden dat coniferen minder en minder worden
aangewend omdat deze een te strenge pyramidevorm en een te stugge bebladering
hebben. Ook behoren zij niet, voor wat hun karakter en levenseisen betreft – en
gebondenheid aan zandige bodem- thuis in onze streek. Verder staan zij niet in
harmonie met de voorkomende loofhoutgewassen, wat niet wil zeggen dat bepaalde
soorten niet mogen worden gebruikt.
Meer en meer worden dus streekeigen planten gebruikt, die in ons landschap passen, o.a. beuk, eik, berk, wilg, verder in mindere mate kastanje, linde, esdoorn, hulst.
Verder dient men te streven naar zo weinig mogelijk contrasten tussen huis – tuin en omgeving. Alles moet als het ware zachtjes overlopen in elkaar.
Wil je dat met eigen ogen eens bekijken, ga dan eens naar Bokrijk waar wat beplanting betreft men een en ander kan opsteken. Wat struikvorm betreft vindt men daar vooral :
Beukehaag, vlier, ligustrum, rozen, hortensia, aralia, enz. De moeite om het eens van naderbij te bekijken.
Zo, dit was het dan, dat stukske ‘Jaar van het Dorp’ dat we zelf mee kunnen maken, en denk er aan, hou van je dorp, maak er geen stad van. Woon je in de stad, maak dan van je straat – wijk – building, een dorp in de stad.
L.J.”
Foto’s :
-Jan Van den Heuvel op deze foto als oefenmeester van SK Rapid Leest.
-Een jonge Eugeen Vloeberghen.





































