Naar de inhoud

Kronieken van Leest

bij Mechelen
akke.beakke.be

Archief

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Woensdag 10 juli : De Parochiale Vrouwengilde bezocht Nederland
 “Wij reizen om te leren ! Dat is de titel en het aanvangsvers van een reeds tamelijk oud lied, dat zeker nog nooit zo echt beleefd is geweest als op onze dagen. Het reizen en het trekken zit de moderne mens in het bloed. Hoe kan dat ook anders als zelfs de moeders zo af en toe door de reiskoorts aangetast worden ! Wij, vrouwen van Leest, maken daarop geen uitzondering, Goddank en zo schudden wij ieder jaar eens al het werk en de zorgen van onze schouders en we gaan “op reis”. Om te leren ? Ja zeker, want reizen is inderdaad zeer leerrijk. Maar wij knopen aan dat reizen nog wat anders vast, wij gaan ook om te genieten, om er eens uit te zijn, om er deugd aan te beleven. Dit jaar was Nederland ons doel en Amsterdam ons einddoel. We zouden eens heerlijk gaan kennis maken met onze noorderburen en…ook wat smokkelen. Ho, niet te veel, enkel maar een onnozel sigaartje, kwestie van “liefde voor de halve trouwboek…” Woensdag 10 juli ll., zag men ons dan te 6 uur pront en kersvers klaar staan voor de grote trip. Met een half uur vertraging schudden we ’t Leestse stof van onze voeten en onze bus en wij maar bollen recht naar ’t Noorden toe en aan een serieus tempo, zodanig dat we op de gestelde tijd in Wuustwezel waren, waar we stopten voor het ontbijt en het aanschaffen van guldens en kwartjes en centen. Te 08u30 werden we met open armen en een brede glimlach begroet door de Hollandse douanen die reeds dachten aan de leuke centjes die wij in hun vaderland zouden achterlaten. Wij keken met open ogen naar de huizen en hoeven die er uitzagen zoals bij ons maar veel dichter behangen met kraakheldere gordijnen. Vooral viel ons op het onnoemlijk aantal T.V.-antennes. BREDA kreeg even het tipje van onze neus te zien, zo vlug waren we er doorheen. Toch merkten we er, met een tikje verbazing, dat de jeugd er nog volop school liep. Dus nog geen groot verlof voor de “meissies en de knechtejongens” van onze noorderburen. Onze bus gleed zacht en snel verder over de extra goede wegen. Het was een weelde en een genot zo breeduit te kunnen kijken over het wijde Hollandse landschap met zijn malse weiden en stevig vee en vooral met het vele, vele water dat vloeit langs stromen en rivieren, langs kanalen en beken, langs grachten en greppels : “Hollands waterland” zo leerden we op de schoolbanken, maar we begrepen niet hoezeer dit waar was. Nu hebben we het met eigen ogen geconstateerd en we vergeten het nooit meer. Jammer was de lucht maar grijs ! We misten de zon die de lichtende toets moet leggen over mensen, dier en landschap. Zo bereikten we het Hollands diep met de twee machtige Moerdijkbruggen, technische wonderen van menselijk vernuft, gebouwd met het doel zuid en noord in Nederland gemakkelijk te verbinden. Eens de Moerdijk over krijgt het land weer een heel ander gelaat. De grote steden breiden zich uit aan de buitenkanten evenals bij ons. Kerktorens tekenen zich overal donker af tegen de blauwe horizon. Zij vormen de machtige kruinen van Roomse of Hervormde kerken. Monumentale wolkenkrabbers rijzen op. Van verre schijnen zij opgetrokken louter uit glas. Fabrieken en industriecomplexen in overgroot aantal doen er ons ernstig aan twijfelen of we hier nog wel in een hoofdzakelijk landbouwland zijn. In de oude stadsgedeelten daar is het echter heel anders dan bij ons. In al die straten met éénzelfde huizentype, zelfde gevelstijl, zelfde schildering, zelfde vensterbekleding, in een woord alles éénvormig en toch niet mis, daar bekennen wij ons niet. Dat is voor ons het vreemd aantrekkelijke van de Hollandse steden die aangepast zijn aan de kleurrijke natuur daar omheen. Iets wat ons, vrouwen, in die steden opviel en bepaald niet meeviel was het gebrek aan mooie, luxueuze etalages voor kleding in ’t algemeen en voor dameskleding in ’t bijzonder. Neen, Nederlandse zusters, in uw winkelstraten vinden wij onze gading niet. Het is er allemaal te streng en te donker omlijst, diepe uitstalramen vol licht en kleur en met een beetje romantiek. Een andere verrassing wachtte ons boven de Moerdijk ! Daar begroette ons zuster zon, met haar gouden glimlach. Ze zou onze geliefde begeleidster blijven heel de dag, om ons dan weer adieu te zeggen aan die zelfde Moerdijk op de terugtocht. Toen hulde zij zich weer onverbiddelijk in een grijs wolkendek en liet ons achter, met de blijde herinnering aan een zonovergoten Nederland. Eén na één gleden nu dorpen en steden aan onze ogen voorbij, allen getekend met het eigen Hollandse karakter en daarenboven met het, voor een Belg, nooit te vergeten beeld van fietsend Nederland dat in de steden en centra het hele brede wegendek voor zich opeist en onbetwistbaar, overal voorrang heeft. Wat een paradijs voor de cyclist, maar wat een vagevuur voor de chauffeur !!! DORDRECHT was het eerste belangrijk centrum op onze verdere tocht. Het gaf ons een beeld van een wazige, luchtige stad met veel binnenwatertjes en bruggetjes en niet al te brede straten en pleinen. De havenstad ROTTERDAM deed zich zwieriger en moderner voor. Dat heeft zij te danken aan de verwoesting in 1940 aangericht door een zwaar luchtbombardement, dat een groot deel van de stad platlegde. Zij herrijst nu gedeeltelijk, groots en nieuw aan haar buitenkanten. Naast een zeer moderne haveninstallatie en zeer veel ander schoon bezit Rotterdam nog een lange machtige tunnel onder de Maas door. Een tochtje langs die onder-water-corridor is een niet te versmaden toemaatje. Over DELFT, het aantrekkelijk stadje, bakermat van het alom gekende “Delfts blauw” ging het nu naar de residentiestad DEN HAAG, zetel van de Nederlandse regering. De statige parlementsgebouwen en het machtige Vredespaleis geven aan deze stad een eigen cachet van ernst en waardigheid. MADURODAM, de kleinste stad ter wereld -1/25ste van de natuurlijke grootte- was het volgende programmapunt. Zeer interessant, had men ons gezegd. Maar na een veel te kort bezoek van 1u30 zeggen wij unaniem en volmondig : “Super-extra-interessant !” Minstens een halve dag is er nodig om dit “Lilliput-stedeke” te doorkruisen en vooral om de fijne mechaniek te bewonderen die er alles automatisch in beweging houdt, zowel het orgelspel in de kerken, als de vliegtuigen op Schiphol, de schepen in de haven en de boormachines die de aardolie ophalen. Overgoten met het licht van 44.000 lampjes moet Madurodam bij avond een miniatuur-sprookje uit “Duizend en één nacht” zijn. Daar hebben we echter niet kunnen van genieten, want niemand van ons had nachtpermissie gekregen, dus dan maar vooruit naar het strand te : SCHEVENINGEN. Die naam ligt ons nog een beetje zuur op de maag ! Het strand viel de meesten niet mee. “Leve onze eigen kust!” was de mening van velen. Was dat chauvinisme ? Ik denk het niet. Onze kuststrook is maar kort, maar ze is zeer gecultiveerd en wij zijn daaraan gewend. Daarbij heeft Scheveningen ons ontgoocheld voor wat het eten betreft. We hebben er te lang moeten wachten op inwendige versterking. Niets abnormaals natuurlijk, wanneer men met een groep van 50 eters onverwacht binnenvalt. De fout ligt bij ons. Een volgende maal nemen we onze knapzak mee en “klaar is Kees !” Nu maar full-speed naar AMSTERDAM want we wilden mordicus op zijn grachten spelevaren! Rond 16 uur reden we plechtstadig Hollands hoofdstad binnen in de zoete hoop spoedig op en in het water te kunnen spelemeien. Maar met een bus aan het been geraakt men zo maar niet overal door en heen. Dat zeer lastig meubel konden we maar heel lastig kwijt spelen. Eindelijk lukte het en na wat palaberen en wisselen en bijpassen geraakten we te water in een zeer mooie comfortabele boot. Toen ging het gedurende anderhalf uur over de Amsterdamse grachten langs de mooie gevels van de oude heren- en koopmanshuizen van de oude, rijke stad. Een werkstudent was onze knappe gids bij deze rondvaart. We dachten heel even aan Venetië en zijn kanalen. De gelijkenis is er, maar de Italiaanse zuiderzon ontbreekt en de Amsterdamse gevels missen de Venetiaanse kleuren. Een tocht door de haven liet ons kennismaken met een roezemoezende bedrijvigheid en met enkele oceaanreuzen die in het droogdok geduldig lagen te wachten op een min of meer ernstige herstellings-operatie. Wat niet veel toeristen in Amsterdam zullen mogen ervaren, daarvan hebben wij gelukkig genoten. Wij zijn daar met heel ons hebben en houden gedurende ettelijke minuten toevertrouwd geweest aan de stuurmanszin van een 13-jarige Leestse matroos in de dop. Fons zal zeker nog dikwijls met fierheid terugdenken aan die memorabele namiddag toen hij met ons zo aandachtig over die brede plas stevende. Met de zanger van het gekende wijsje zingen wij na die rondvaart, “Geef mij maar Amsterdam !” Te 18u30, eigenlijk tamelijk laat, keerden wij onze wagen opnieuw naar huis toe. Weer ging het over prima wegen langs dorpen en steden naar het zuiden, naar TILBURG, waar we een laatste oponthoud zouden hebben.’t Was 20u10 toen we daar aankwamen. De meeste winkels waren gesloten en onze eigen mondvoorraad was uitgeput. Met een lege maag maar met nog heel wat guldens en kwartjes en centjes in onze zak, stonden we daar toch maar sip te kijken. Met een beetje zoeken, een dosis goeie wil en een portie geduld, geraakte ieder van ons toch van een gewisse hongerdood gered. Het overblijvend Hollands geld werd ingeruild tegen geurig rookgerief en voort ging het dan naar de heimat. Onze eigen douanen waren al half ingedut toen we de grenspost passeerden. Ze hadden volle vertrouwen in de Leestse moeders, die ze niet eens wilden of durfden verontrusten. Geen vervelend oponthoud dus ! Maar goed ook ! De klok wees 22u45 toen we de Dorpplaats opreden. Een behouden aankomst dus na een rijkgevulde dag ! We zegden een gemeend “Deo Gratias” aan O.L. Heer om deze deugddoende ontspanning en om Zijn Vaderlijke bescherming langs de drukke wegen. Wij zeggen ook hartgrondig dank aan onze chauffeur die een zware tocht gehad heeft ! Nog heel dikwijls zullen onze gedachten teruggaan naar Holland !! Het mooie landje aan de Zuiderzee !” (“DB”, nr. 7, juli 1963)

Foto’s :

-Madurodam was het vierde programmapunt van de Vrouwengilde.
-Het bestuur van de Leestse Vrouwengilde anno 1960.



2703972-6495947d2f3961d7eb1f9ec2dbf88151.png

2703972-160b21d8ec3c15f12d3042e9a366de5a.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:50 Reageer op dit bericht

Vervolg : de Levenslijn en geschiedenis van Eduard Coeckelbergh in 40-45

Onderstaande achtergrondinformatie verduidelijkt de context van de verplichte tewerkstelling waar onze vader mee te maken kreeg.

Verplichte tewerkstelling Bron: Mysteries van Vlaanderen: 310.000 Belgen verplicht tewerkgesteld in WO II | VRT NWS Nieuws
De verplichte tewerkstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog blijft vaak onderbelicht en toch gaat het over heel wat mensen. Uit België alleen al zijn er 310.000 mensen door de Duitsers naar Duitsland gestuurd om daar te werken. Dat was het hoogste aantal en deed zich voor in 1943, schrijft Dirk Luyten, onderzoeker bij het Rijksarchief Cegesoma . Ze werden tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie. Het gaat vooral om mannen tussen 18 en 50 jaar en ongehuwde vrouwen tussen 21 en 35 jaar. Natuurlijk waren er uitzonderingen : wie in sectoren werkte in België, die voor de Duitse oorlogseconomie van groot belang waren, zoals steenkoolmijnen, ontsnapte aan de deportatie. Ook vrouwen werden in principe vanaf 1943 niet meer naar Duitsland gestuurd. Dit kwam omdat er veel protest was vanuit de katholieke kringen omwille van de bedreiging van de morele integriteit.

Wat is verplichte tewerkstelling? De eerste verplichte tewerkstelling kwam er in maart 1942. Eerst werden de mensen verplicht tewerkgesteld in België en Noord-Frankrijk. Vanaf oktober 1942 kwam Duitsland erbij. "Ze hadden meer soldaten nodig om op de verschillende fronten te gaan vechten waardoor er een tekort aan arbeidskrachten kwam" zegt Dirk Luyten van het Rijksarchief Cegesoma." Je werd gekozen door een soort jaarklassenactie. Wie in een bepaald jaar was geboren, werd opgeroepen. Dit werd gedaan om grote groepen te kunnen bereiken. Het valt te vergelijken met de vroegere verplichte legerdienst."

Soorten tewerkstelling  : Er waren twee situaties, zegt Luyten. "Je had tewerkgestelden die in een wapenfabriek werkten en in barakken woonden. Je kon dit vergelijken met een soort kazerneregime." Aan de andere kant kon je werken in een landbouwbedrijf en dan logeerde je bij een familie. Die mensen hadden geluk, zegt Luyten. Volgens Luyten was het bij de wapenfabriek in de barakken een half vrij regime. Men kon op stap gaan, maar het was niet zonder risico, want de geallieerden wilden vooral de wapenfabriek bombarderen. De barakken lagen niet ver van de fabriek waardoor er een groot risico was om gewond te raken of om te komen. Jo Peeters van het Huis van het Belgisch-Franse verzet voegt eraan toe dat in 1944 de fabrieken de opdracht kregen hun arbeiders als levend schild te gebruiken tegen de bombardementen.

Mishandelingen? Luyten gaat er niet van uit dat de arbeiders mishandeld werden. Verplichte tewerkgestelden werden normaal betaald en ze waren onderworpen aan de toenmalige Duitse sociale zekerheid. Maar toch was het oppassen geblazen: “We mogen niet vergeten dat je in nazi-Duitsland zit. Men probeerde zoveel mogelijk te produceren. Wie zich niet aan de regels hield, werd gesanctioneerd en naar een strafcompagnie gestuurd. Daar werd je zeker niet goed behandeld.”

Soms ook vrijwillig : Verplicht tewerkgestelden mochten aanspraak maken op een statuut en een tegemoetkoming van de Belgische Staat. Maar er waren ook mensen die vrijwillig voor de Duitsers gingen werken. "De mensen die vrijwillig zijn gaan werken in Duitsland voor de invoering van de verplichte tewerkstelling waren dus theoretisch strafbaar. Deze mensen kunnen dan ook geen aanspraak maken op een tegemoetkoming. Verplichte tewerkstelling wordt niet gezien als collaboratie", zegt Luyten.

Maschinenfabrik Buckau R. Wolf (Wikipedia) In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werden er wapens geproduceerd in de fabriek. Al in 1937 steeg de verkoop van wapenbestellingen aanzienlijk. Aanvankelijk lag de focus op de Otto Gruson-fabriek in Buckau. Voor de Kriegsmarine werden hier ankers, tandwielkoppelingen, tandwielen en wielstellen geproduceerd. Tussen 1936 en 1944 werd het 7,5 cm Mountain Gun 36 (foto) geproduceerd. Veldkeukens, onderdelen voor torpedo's en onderzeeërs werden gebouwd. Na het begin van de oorlog werden veldhouwitsers en het 8,8 cm kanon gebouwd voor de Tiger-tank. (foto) Van 1944 tot 1945 werd de 8 cm antitanklanceerder 600 geproduceerd voor de Wehrmacht, maar slechts in kleine aantallen vanwege het naderende einde van de oorlog. De behoefte aan mankracht was sterk toegenomen door de bewapeningsorders, maar tegelijkertijd werden veel werknemers opgeroepen voor militaire dienst. Daartoe behoorde Eugen Keidel, die in 1944 werd opgeroepen en later burgemeester van Freiburg im Breisgau werd, die sinds 1938 in de fabriek werkte en destijds een leidende positie bekleedde. In de beginjaren was het nog mogelijk om gekwalificeerde vakbekwame arbeiders uit andere delen van Duitsland en het gedwongen geannexeerde Oostenrijk te werven. Daarna werden vakbekwame arbeiders uit de door Duitsland tijdens de oorlog bezette landen in West- en Zuidoost-Europa gedwongen dienstplichtig te worden. Zij werden primitief ondergebracht in accommodaties aan de Fermersleber Mertensstraße 16, in de zaal van het Gesellschaftshaus Stiller in Alt Fermersleben 32, Blumenstraße in Salbke en Feldstraße in Buckau. Het kamp aan de Mertensstraße 16 was bedoeld voor 400 mensen. Bouwmaterialen voor dit kamp werden geleverd op 20 december 1943. Sommige kampen werden gerund door kampleiders. De nationaalsocialistische Blei is benoemd tot kampinspecteur voor Buckau . In 1940 en 1941 kwamen de meeste van deze arbeiders uit Frankrijk en de zogenaamde protectoraten. Later moesten krijgsgevangenen en dwangarbeiders werken in Buckau-Wolf, waaronder mensen uit het dwangarbeiderskamp Diana in Westerhüsen. Op het adres Am Hopfengarten 8, het huidige Friedrich-List-Straße, was er een werkkamp voor Russische krijgsgevangenen. Veel van de dwangarbeiders stierven door de slechte arbeids- en leefomstandigheden. Het United Nations Field Memorial in Westerhüsen herdenkt hun lot. De werktijd van de buitenlandse, maar ook van de Duitse arbeiders bedroeg 60 werkuren per week. Er werd een catalogus van straffen uitgegeven voor de zogenaamde volgelingen, waarin straffen voor overtredingen van de arbeidsdiscipline werden vastgelegd. In juli 1944 werkten er 5827 mensen bij de moederbedrijven van het bedrijf. Hiervan waren er 1442 krijgsgevangenen en 967 buitenlandse dwangarbeiders. De daadwerkelijke vaste beroepsbevolking bestond uit slechts 2329 mannen. 597 Duitse vrouwen, 295 Duitse dienstplichtigen en 197 leerlingen werden in dienst genomen. Het bedrijf gaf aanklachten uit waarin vermeende of daadwerkelijke overtredingen van de nazi-staatsregels werden veroordeeld. Zo werden van januari tot april 1943 14 arbeiders gemeld. In 1944 werden zij veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf, Acht van hen zouden in de gevangenis overlijden. Na het einde van de nationaalsocialistische tirannie werden twee mannen beschuldigd door informanten. Tussen 1947 en 1949 werd een van de verdachten veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf in rechtszaken bij de Magdeburg Landrechtbank en de Hogere Landrechtbank Halle. De andere verdachte werd vrijgesproken. Er waren speciale luchtafweermaatregelen voor de fabriek. Zo stond ten westen van de Alt-Fermersleben-weg, ongeveer tegenover de kruising met de Sophienstraße, op het bedrijfsterrein, minstens vanaf 1941 en waarschijnlijk alleen tot 1943, het IV lichte luchtafweerpeloton 5/124. Desondanks liep de fabriek zware schade op door luchtaanvallen. In 1944/1945 werd er een grote overkapping gebouwd. Het bedrijf kon de schade veroorzaakt door de luchtaanvallen laten compenseren door het War Property Damage Office . Een laatste betaling van 3 miljoen Reichsmark werd gedaan op 21 februari 1945. In totaal had Buckau-Wolf betalingen van 8 miljoen Reichsmark ontvangen. Er ontstond uitgebreide schade tijdens de zware luchtaanval op Magdeburg op 16 januari 1945. De grote draai-afdeling in Buckau moest haar werk staken. Ter voorbereiding op de opmars van Amerikaanse troepen op Magdeburg werd er een antitankbarrière geplaatst voor de fabriek in Buckau van omgevallen trams en prikkeldraad . Voor de toenmalige Salzstraße en het tramdepot had de Reichsarbeidsdienst twee stuks 8,8 mm luchtafweergeschut opgesteld . Op 12 april 1945 bereikten Amerikaanse troepen uit het westen Salbke en bezetten de fabriek aldaar. De krijgsgevangenen werden bevrijd, hun bewakers, als ze nog niet waren ontsnapt, werden gevangen genomen. De medewerkers die nog in de fabriek waren, werden naar huis gestuurd. Tijdens de gevechten veroorzaakte Amerikaans artillerievuur grote schade aan de faciliteiten van de fabrieken. In de vroege ochtend van 14 april vond een bombardementsaanval door de Duitse Luftwaffe plaats. De aanval trof de Otto Gruson-fabriek in Buckau en vooral de Salbker-fabriek en veroorzaakte ernstige schade. Op de avond van diezelfde dag bliezen Duitse troepen een munitietrein op met 17 wagens die bij het rangeerterrein stonden. Er waren hevige explosies, die ook schade veroorzaakten. Ongeveer 70% van de fabriek in Salbke werd vernietigd. Het gevecht ging door. Aan Duitse zijde werden ook tanks ingezet. De Amerikaanse tanks moesten Salbke op 17 april evacueren en trokken zich terug naar station Magdeburg Südost in Westerhüsen. Van 10:30 tot 17:00 uur werden zware luchtaanvallen op Magdeburg uitgevoerd en artillerievuur uitgevoerd. Een bom trof de ingang van de luchtschuilkelder van de fabriek in Buckau, waarbij drie medewerkers van de fabriek omkwamen. Op de avond van 17 april rukten de Amerikaanse troepen opnieuw op en bereikten de fabriek in Buckau. De mensen die nog in de bunker van de fabriek in Buckau waren, mochten deze vervolgens op 18 april verlaten.

Na zijn thuiskomst in mei 1945 heeft onze vader over de oorlogsjaren vrijwel nooit gesproken. Pas veel later begreep ik dat dit zwijgen geen vergetelheid was, maar een manier om verder te kunnen leven. De oorlog had diepe sporen nagelaten, die zich soms alleen ’s nachts toonden, in nachtmerries die hem tot op hoge leeftijd zijn blijven achtervolgen. Wat hij zelf niet heeft verteld, heb ik zoveel mogelijk proberen te reconstrueren aan de hand van archiefstukken en officiële documenten. Niet om het verleden te herbeleven, maar om het vast te leggen zolang het nog kan. Deze tekst is dan ook geen volledig verhaal, maar een tijdslijn van feiten, aangevuld met wat binnen de familie is overgeleverd. Voor ons is dit een manier om zijn ervaringen een plaats te geven en ze niet verloren te laten gaan. Voor volgende generaties hoop ik dat dit document helpt om te begrijpen hoe ingrijpend deze jaren zijn geweest voor wie ze heeft moeten meemaken, vaak in stilte en zonder erkenning.
                  Opgesteld door mij en mijn zus, ter herinnering, Maria en Jos.

Foto’s :

-Indrukwekkend de terugkeer van Amerikaanse Martin B-26 Marauders bommenwerpers, op 1 mei 1944, naar Engeland nadat ze een missie beëindigd hadden. Voor andere missies boven Duitsland werden nog zwaardere RAF-Lancasters en Amerikaanse B-17 en B-24 gebruikt. Rechts onderaan een blik op Leest en de Zenne.
-In Buckau werd o.a. de 7,5 Mountain Gun 36 geproduceerd.
-Een Tiger tank met een 8,8 cm kanon.
-Eduard en Melanie met hun kinderen Jos en Maria.



2703582-74cf741a82063d27d528f94c35003ff3.jpg

2703582-d17c169056c9c7d9592ad5ec154f0a67.jpg

2703582-1873f57a62bb1dbab7c3756681096a16.jpg

2703582-c78a8d422b12dfefb2a9a909703918bd.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:51 Reageer op dit bericht

Aanvulling

1940 – Aanvulling na Boonen Juul, de oorlogservaringen van Eduard Coeckelbergh genoteerd door zijn zoon Jos Coeckelbergh

Leestenaars en de Tweede Wereldoorlog

Enkele Leestenaars hebben hun oorlogservaringen, soms uitvoerig, soms beknopt, neergeschreven of doorverteld. Van anderen hebben we enkele noemenswaardige, niet exact gedateerde, weetjes opgevangen. Vooraleer de chronologie van 1940 aan te vatten komen hierna hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog aan beurt.
Achtereenvolgens komen aan bod :

-Beullens Pieter Jozef “Jef”, de pachter van het Hof ten Broecke.
-Boonen Florent, melkhandelaar.
-Boonen Juul, diens broer, uit de Kouter.
-Coeckelbergh Eduard, zie hierna.
-De Bruyn “Bruinke” Frans.
-De Laet Georges uit de Scheerstraat.
-De Prins Ferdinand “Nante den beenhouwer”.
-Fierens Jan uit de Winkelstraat.
-Huysmans Jacob Albert “Bert” (“Anselms Jedrie”).
-Lauwens Hendrik “Rik” uit de Kouter.
-Polspoel Frans uit de Vinkstraat.
-Selleslagh Raphäelle “Raf” (°13/1/1933) uit de Dorpstraat.
-Strykowski Jacques uit de Larestraat.
-Teughels Frans “Susse”, van de gelijknamige schrijnwerkerij uit het dorp.
-Van den Broeck Constant, “Stanne” de eeuweling uit de Scheerstraat. (Hof ten Moortele)
-Van Hoof Victor, de laatste “garde” van het autonome Leest.
-Veiller Georges “Jos”, de waard van café “De Zwaan” (Later “Vivelamour”).
-Verbruggen Willy van de Warande.

Jos Coeckelbergh :

De Levenslijn en geschiedenis van Eduard Coeckelbergh in 40-45

Dankzij het Algemeen Rijksarchief, Dienst Archief Oorlogsslachtoffers en het Algemeen Rijksarchief 2 in Brussel, heb ik de tijdslijn grotendeels kunnen samenstellen van hoe en wanneer onze vader de oorlogsjaren heeft meegemaakt.
Hij heeft over die periode tegen mij of mijn zus nooit iets verteld, hoewel die traumatische gebeurtenissen hem regelmatig nachtmerries hebben bezorgd voor de rest van zijn leven.
Onze vader is geboren op 27 februari 1921 in de Winkelstraat te Leest, als tweede zoon van Frans Coeckelbergh en Sofia Solie. Mijn grootvader Frans was toen nog geen 3 jaar met onbepaald verlof teruggekeerd uit WOI.
(De ervaringen van Frans zijn terug te vinden in deze Kronieken van juli 1956)
Als 15-jarige is Eduard beginnen werken op 10 augustus 1936 in Vilvoorde bij de firma Les Fonderies J.B. Andriessens als ébarbeur (ontbramer).
Als jonge gast leerde hij ons moeder, Melanie Daelemans, beter kennen die ook in de Winkelstraat woonde.
Als 19-jarige werd hij in 1940, kort vóór de Duitse inval, als jongste van Leest opgeroepen bij het Belgische leger en als soldaat milicien met het stamboeknummer 149/1705 kwam hij terecht bij het 5de Linie-Regiment, 13de Compagnie.
Van 10 mei tot 28 mei 1940 heeft hij deelgenomen aan de Achttiendaagse Veldtocht.
Na de capitulatie van het Belgische leger is hij op 9 juni naar huis mogen gaan en is dan 2 weken later begonnen met werken in de Caoutchouc-Regupéré fabriek S.A., Geerdegemvaart te Mechelen tot juni 1941. Daarna is hij weer voor zijn eerste werkgever Fonderies Andriessens in Vilvoorde gaan werken.
Op 18 oktober 1942 is hij opgeroepen door de Werbestelle (wervingskantoor) om zich aan te melden om verplicht te gaan werken in Duitsland, op 29 oktober is hij per trein ‘weggevoerd’ vanuit het Noordstation in Brussel naar Maagdenburg om te werken bij de firma R. Wolf als Bohrer. Zijn adres was daar: Gemeinschaftslage, Feldstrasse 9-I3 Buckau-Maagdeburg B-Mittel. Dit waren barakken in de buurt van de fabriek.
Zijn loon was 0,75 RM (ReichsMark) per uur. Voor huisvesting en onderhoud werd er gemiddeld 16,10 RM per week van zijn loon afgetrokken. Hij heeft daar gewerkt in een 60-uren regime (6 dagen van 10 werkuren).
In 1943 is hij 2 weken op verlof kunnen komen naar de Winkelstraat in Leest.
De laatste oorlogsmaanden werd Maagdenburg omwille van de oorlogsindustrie heel zwaar gebombardeerd. Vooral het bombardement op 16 januari 1945 richtte grote verwoestingen aan en kostte veel inwoners van Maagdenburg het leven. De arbeiders moesten dan als een levend schild telkens blijven doorwerken.
Ik heb van mijn moeder gehoord dat hij zo tweemaal veel geluk heeft gehad, de laatste keer was tijdens de laatste weken voor de bevrijding en heeft hij zich tijdens zo’n bombardement kunnen redden door zichzelf onder een ijzeren trap, die gekneld zat tussen de vernielde muren, te werpen bij enkele voltreffers op en in de werkhal.

Maagdeburg kende meer dan 620 luchtalarmen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Na de bevrijding van de fabrieksterreinen door de geallieerden op 18 april 1945, is hij op 4 mei 1945 voorgoed thuisgekomen in Leest, hij had toen 125 RM op zak (= duizend Belgische frank; ongeveer € 25 in huidige koopkracht).
Vele andere arbeiders keerden terug met veel schulden, gelukkig was hij een plantrekker, hij bespaarde onder andere op eten door dikwijls zelf soep te maken.
Hij heeft aanspraak kunnen maken op het statuut der weggevoerden en op een tegemoetkoming van de Belgische staat.
In 1949 zijn mijn ouders getrouwd, ingetrokken in de Molenstraat nr 2 bij nonkel Staan (Constantinus Diddens) en tant Wis (Aloïsia Vloeberghen).
Mijn zus Maria is geboren in 1951, ikzelf 10 jaar later in 1961.

Voor zover wij weten heeft onze vader na de oorlog in totaal een 10-tal werkgevers gekend, waaronder Mculloch, Inofer en Pauwels Trafo waar hij als 60-jarige in 1981 met brugpensioen is gegaan.
In 1997 zijn onze ouders op 10 weken tijd beiden overleden.
Eduard was te Leest geboren op 27 februari 1921 en hij overleed te Mechelen op 20 september 1997. Zijn echtgenote Melanie Daelemans was eveneens te Leest geboren op 3 december 1922 en ze overleed te Mechelen op 29 november 1997.

Vervolgt

Foto’s :

-Jos Coeckelbergh en zijn zus Maria.
-Hun vader Eduard Coeckelbergh.
-Hun moeder Melanie Daelemans.



2703433-d5ae90b757b1beaac2cbc402eb0c971d.JPG

2703433-da7773d577895692eea1b4713fefb00c.JPG

2703433-c5481091e8fb3e174f2065252b9edc01.jpg

2703433-c4380292e68f963b3ffd2cc1e2e9d254.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 07:26 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Zaterdag 29 juni : Prijsuitreiking Sint Theresiacollege Kapelle-op-den-Bos
In aanwezigheid van verscheidene personaliteiten, onder wie burgemeester Frans Meuldermans, overste pater Joris en andere paters en leraren, had bij de paters Assumpionisten in het Sint-Theresiacollege te Kapelle-op-den-Bos de prijsuitdeling plaats.
In de lijst met laureaten de naam van één Leestenaar : Freddy Walschaers. Hij eindigde als eerste in de zesde moderne B met grootste onderscheiding.
(Foto’s van Freddy onderaan)

1963 – Juli : Ongevallen
-Te Blaasveld botste Alfons Van Linden met zijn vrachtwagen tegen een fietser. De fietser, de Blaasveldtenaar Leo Van Dam werd hierbij licht gewond.

-Op de Koning Albertplaats te Mechelen deed zich een aanrijding voor tussen de auto bestuurd door Elza De Rooster uit Leest en een lichte vrachtauto. Enkel stoffelijke schade”. (DB,juli 1963)

1963 – Juli – De Band : Huizenbouw te Leest
“Het is niet de eerste maal dat kritiek werd uitgebracht op het lang uitblijven van het bouwen van woningen te Leest. Kritiek is vanzelfsprekend gemakkelijk ; wie echter weet wat al administratieve en andere moeilijkheden kunnen te voorschijn komen, zullen zich wel onthouden van kritiek. Het mag gezegd : de huizen komen er. Wie belang stelt in een huis kan zich wenden tot de heer schepene F. De Prins, Dorpplaats te Leest, die bereidwillig alle gewenste inlichtingen zal geven. Men wendt zich dus niet tot om het even wie buiten bovenvermelde schepene die daartoe gemachtigd is.”
(Foto van schepene Ferdinand “Nante” De Prins onderaan)

1963 – 1 juli : Eerste reis van de Leestse Gepensioneerden
Bestemming : de Belgische kust met een bezoek aan Oostakker op de terugweg. (DB)

1963 – 4 op 5 juli : Vrachtwagen in gracht
“Tussen 4 en 5 juli 1963 kwam een Diesel met aanhangwagen, waarop een grote vergaarbak, gevuld met een gevaarlijk goedje, aan het kuispunt van Vink- en Scheerstraat, door de aldaar te nemen bocht in de gracht terecht. Het was slechts in de namiddag dat men erin gelukte alles kant en klaar te brengen.” (DB)

1963 – 5 juli : Aanrijding
Een aanrijding deed zich voor op de Brusselsesteenweg te Mechelen tussen de personenauto bestuurd door Jacques Lahar uit Mechelen en de bromfietser uit Leest Jan Geerts met op de duozitting Jeannine Maes uit Mechelen. De laatste twee raakten gewond. (GvM, 5/7)

1963 – 9 juli – G.v.M. : Aanrijding tussen twee bromfietsers te Leest
Op de Juniorslaan kwam het tot een aanrijding tussen twee bromfietsers. Het betrof hier Pieter Beuckelaers uit Ramsdonk en Jan Neutjens uit Leest. Beide bromfietsers werden licht gekwetst.

Foto's:

-Drie foto’s van Freddy Walschaers tijdens verschillende stadia van zijn leven.

-Schepen Ferdinand “Nante” De Prins.



2703216-26e6acf194a5e7dbbd6a8f6d609eb82b.png

2703216-19ca9e317ce84b20ea9ec25ebeecd632.jpg

2703216-95e8efe6c4e95ee03ed6c918f62944c3.jpg

2703216-a69199cc593533e806302a55da49d743.png
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 15:00 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 28 juni – G.v.M. : Eduard Rottiers viel in de prijzen
Het St.-Romboutscollege publiceerde enkele “eervolle resultaten in algemene wedstrijden”. ‘In de algemene wedstrijden die in de loop van het schooljaar 1962-1963 onder de verschillende collega’s van het aartsbisdom Mechelen-Brussel en het bisdom Antwerpen werden uitgeschreven, behaalden de leerlingen van het St-Romboutscollege schitterende resultaten.
Behalve vier eervolle vermeldingen werden drie (op de veertien) prijzen door leerlingen van het college behaald, namelijk door Eduard Rottiers van Leest (tweede prijs natuurkunde) en Alfons Verbeeck van Heindonk (vijfde prijs natuurkunde), beiden leerlingen van de eerste wetenschappelijke, en Wilfried Herterijck van Muizen (tweede prijs Latijnse tema) leerling van de tweede Latijn-Grieks.
In de drie klassen die aan de wedstrijden deelnamen, bekwamen 81% van de deelnemers van het Sint-Romboutscollege de vereiste 3/5 van de punten, waar dat percent voor al de colleges samen slechts 62 bedraagt.”

 Eduard studeerde in de Melaan af als technisch ingenieur elektromechanica. Hij startte zijn carrière bij Ford Genk om later over te stappen naar Baltimore Heist op den Berg. Nog later begon hij een eigen bedrijf : BAC (Baltimore Air Conditioning) met nog een aantal onderbedrijven. In deze Kronieken vind je ook zijn soldatenbrieven terug in november 1967.

Eduard, geboren te Leest op 11 december 1943 overleed op 6 april 2022. De begrafenis vond plaats op 13 april 2022 in de Sint-Martinuskerk te Hombeek.

“Kopman en meesterknecht
Uitblinken alleen met oog voor alle schakels
Tegen de wind fietsend zonder opgeven
Hard werken loont, doe wel en kijk niet om
Billijke onderhandelaar met respect voor iedereen
Ver weg van uiterlijk vertoon en wars van achterklap
Cultuur ademend en oprecht geïnteresseerd in anderen
Door de ogen van Robbe en Roos een nieuwe wereld ontdekt
Zijn bewegingsradius verkleinde, zijn horizon bleef breed
Onvoorwaardelijk vertrouwen in zijn geliefden en open geest
voor hun nieuwe initiatieven
Trouwe vriend”

Fraaie en veelzeggende woorden uit zijn gedachtenisprentje.

Bijgevoegd :

-Eduard Rottiers met zijn zusje Viviane.

-Tijdens een bezoek aan de Sint.

-Eduard gedurende zijn legertijd.

-Zijn gedachtenisprentje en rouwbrief.

(Met dank aan Viviane Rottiers voor de foto’s)



2702596-3900c1a3eeb7babf01f2e176c769806a.jpg

2702596-e225ae12695a4f8d3f52f12caed14733.jpg

2702596-85a5625709d73732495e93136d624da0.jpg

2702596-a9d575e6c10f4f3cf81da5dd110350f6.jpg

2702596-40250466eb00fd9aa59b5233c4b7ed31.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:21 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Juni – De Band : Ongevallen
-Op de steenweg op Battel deed zich een aanrijding voor tussen Jan De Borger met zijn bestelwagen en de fietser Francis Claes uit Mechelen, waarbij deze laatste licht gewond werd. Of hier van een aanrijding mag gesproken worden ? Naar bekomen inlichtingen zou de fietser door te remmen over zijn stuur gestuikt zijn, wat begrijpelijk de lichte verwonding uitlegt, zonder in aanraking te zijn geweest met de bestelwagen. Het lijkt wel een louter toeval te zijn.

-Geets Jan met op de duozitting van zijn bromfiets de genaamde Jeanne Maes uit Mechelen, kwam op de steenweg naar Brussel in botsing met de personenwagen bestuurd door de Mechelaar Jacques Labar. De twee eersten werden gewond.

-De wagen bestuurd door mevrouw Cauwenbergh uit Leest, werd bij het indraaien van een aardeweg op de Dorpstraat door een andere wagen aangereden. De eerste werd tot tegen een hoekhuis verplaatst, zonder evenwel schade te berokkenen. Beide autobestuursters kwamen er ongedeerd van af en de stoffelijke schade schijnt zeer gering te zijn. (DB,juni 1963)

1963 – Juninummer “De Band” : Soldaat Herman VAN DE POEL vanuit Westhoven :-Westhoven, 1963 : “Hier krijgt u dan een briefje van een Leestenaar die over ongeveer 3 maanden opgeroepen werd om het vaderland te dienen en verplaatst werd naar Westhoven om daar mijn brevet te halen om het zwaar vervoer te kunnen doen voor de Genie. Ik ben opgeroepen in Turnhout om daar mijn opleiding te krijgen voor chauffeur van 3,5 ton. Het was daar niet slecht maar ge moet u af en toe aanpassen naar de goesting van de oversten. We zijn met 11 man naar Westhoven gekomen van Turnhout en met de autobus, en we hebben daar ongeveer 5 uren op gereden, spijtigste ervan was dat er nog al veel mist hing en we niets van de streek konden zien. Nu moet ik Milac nog hartelijk bedanken voor al hetgeen ze naar mij al verstuurd hebben. Hartelijke dank daarvoor. Verder doe ik nog de groeten aan alle vrienden en kennissen en vooral alle Leestenaren. Tot wederziens.”

-Westhoven, 1963 : “Hier is dan eindelijk nog wat nieuws van een Leestenaar die het vaderland verdedigd bij de “Belgische strijdkrachten in Duitsland” en daar al ongeveer vijf maanden verblijft. Eerst en vooral moet ik Milac bedanken voor al hetgeen ik ontvangen heb, nogmaals hartelijk dank daarvoor. Nu nog wat nieuws van ons leven hier in de kazerne en tussen de vier eenzame muren. Onze opleiding is nu al een hele tijd achter de rug en zijn we nu volop aan ’t werk met onze camions en van de ene dag op de andere wacht ons werk hier in de bossen en moerassen droog leggen om er daarna een weg door te trekken, in geen beton maar wel in zand en keien en als het ene werk voleind is dan staat er een ander te wachten : u ziet dus dat we niet veel tijd hebben om de leegganger uit te hangen. Over een goede maand moet ik met een kameraad met onze kipwagen vervoer doen voor de maneuvers van het 4de Genie en dit was niet zo plezierig dan ons ander werk want we moesten ’s avonds hier vertrekken met het 4de Genie naar Kassel en zo hebben we de ganse nacht moeten bollen zonder slapen en eten langs die smalle en steile wegen dat men moet oppassen dat ge niet naar beneden reed en eindelijk na die lange reis kwamen we dan toch op onze eindbestemming aan. Ik mag wel niet klagen want ik hield mij altijd droogjes in de cabien. Wel moest ik dikwijls aan lange maneuvers doen, amaai mijn camion, want bergjes en slijkerige putten waren ginder in overvloed. Die drie weken gingen voor mij toch snel voorbij. Ondertussen is het in de kazerne toch een heel stukje beter, de chauffeurs moeten niet te veel doen, zijn doorgaans vrij van wacht, piket en karweien. We slagen hier zowat een apart rustig leventje. Voor mij is het hier altijd hetzelfde, de fuseliers naar hun oefeningen brengen. Maandag vertrek ik weer naar België met de camion voor een week waar de schutters de “Schaal A (onleesbaar)” zullen betwisten in Leopoldsburg. Daarmee ga ik sluiten. Nog de groeten aan alle Leestenaren, soldaten en De Band.”

Herman Van de Poel was te Leest geboren op 2 april 1944. Hij was gehuwd met Maria Diddens en het echtpaar vestigde zich na hun huwelijk in de Larockstraat te Kapelle-op-den-Bos. Ze kregen twee zonen : Stefan en Koen. Herman was een populaire figuur in Leest : in de chiro en bij Vevoc waar hij meestal instond voor de elektriciteitsinstallaties bij evenementen zoals de cross, TD’s e.a. Hij overleed in het U.Z. Gasthuisberg te Leuven op 17 december 2015. Zijn uitvaartviering, rond zijn asurne, vond plaats in de parochiekerk Sint-Niklaas te Kapelle-op-den-Bos op zaterdag 26 december 2015 om 10.30 uur. Aansluitend volgde de begraving in de urnentuin op het kerkhof aldaar.

“Bescheiden en van weinig woorden
Herkenbaar voor diegene die bij je hoorde
Als mens kon je op je bouwen
Jouw woord was er één van vertrouwen.”
(Uit zijn gedachtenisprentje) (Foto’s van Herman onderaan)

1963 – 8 juni – G.v.M. : Ongeval met fietsster uit Leest
“Op de Battelbrug te Mechelen gebeurde een ongeval tussen de fietsster uit Leest Maria De Wit en de motorrijder Raphaël Van de Kerkhof uit Duffel. Beiden werden hierbij licht gewond.”

1963 – 13 juni – G.v.M. : Vlaamse burgemeesters achter actiecomité
Het Vlaams Actiecomité deelde mee dat er reeds 134 Vlaamse burgemeesters zich achter de oproep tegen de aanhechting van zes Vlaamse gemeenten bij de hoofdstad en voor Brussel Rijksgebied. Voor de provincie Antwerpen waren dat : Borsbeek, Broechem, Bonheiden, Booischot, Bornem, Leest, Mariekerke, O.L.Vrouw Waver, Putte, Puurs, Weert, Baarle-Hertog, Beerse, Geel, Hulshout, Lille, Meerhout, Rijkevorsel, Tongerlo, Turnhout, Veerle en Wortel.

1963 – Dinsdag 19 juni : Buitengewone vergadering NCMV Tisselt-Leest
In zaal Molensteen te Tisselt. (G.v.M., 24/6)

1963 – Zondag 23 juni : Tentoonstelling in de “Zusterkensschool “
...iedereen zal kunnen zien wat er zoal gedaan wordt in de zusterkensschool. Waarmee hun kleintjes zich zoal bezighouden. Tussen 8 en 12 uur en tussen 14 en 21 uur. Drank hoef je niet mee te nemen, er wordt voor gezorgd ,ook voor ijsjes en frisco’s...”
(DB, mei 1963) (Foto van de leerkrachten van de “Zusterkensschool” onderaan)

Foto’s :

-Herman Van de Poel met vaandel tijdens een voetbedevaart naar Scherpenheuvel en Herman op oudere leeftijd.

-De leerkrachten van de meisjessschool in 1962.
Bovenaan v.l.n.r : Anny Kinnart, Paula Bradt, een interimaris, Francine Miroux.
Onder : zuster Annonciata, Maria De Boeck, schoolhoofd zuster Michelina.



2702460-41f6fd12af7d23f186d2c5969ec9ed46.jpg

2702460-498d6b1a1643b6e2ecc5c79abe9ab58d.jpg

2702460-56d82b68f897af415fc9ef2a3dbbc9a8.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:30 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Mei : Ongevallen
-Aan de brug te Battel kwam het tot een aanrijding tussen de bromfietser Raphael Van de Kerkhof uit Duffel en onze dorpsgenote Maria De Wit. Allebei werden ze licht gewond.

-Op de steenweg naar Hombeek kwam Jan Van den Heuvel al fietsende in aanrijding met de personenwagen van Albert Aerts uit Kapelle-o-d-bos. De fietser werd licht gewond. (Zijn foto onderaan)

-In de Adegemstraat te Mechelen botste Leestenaar Eduard D’Hondt met zijn bestelwagen tegen de personenwagen van Anderlechtenaar Albert Mus.

-Toen mevrouw Lauwers-Geerts van op een ladder een werkje aan ’t opknappen was, deed zij tengevolge van een verkeerdelijke beweging een val, met het gevolg dat zij een breuk aan de voorarm opliep.” (Foto’s van Jeanne Geerts onderaan) (DB,juni 1963)

1963 – 1 mei – G.v.M. : Gauwdief aan het werk
“Tijdens de drukte van de markt werd een vrouw met name Solie Josephine uit Leest, van haar geldbeugel die ruim 1200 frank inhield, beroofd.”

1963 – 7 mei – G.V.M. : LEEST – Autobus in gracht
“Op de baan Tisselt-Leest moest een autobus, bestuurd door Karel Hoofd uit Hingene, uitwijken voor een tegenligger. Door dit maneuver kwam de autobus op de graskant van de baan terecht en zakte in de gracht. Van de 45 passagiers werden 3 personen licht gekwetst. Het betreft hier Rosa Aerts en Armand De Cré uit Puurs en Jeanine De Decker uit Oppuurs.”

1963 – Zondag 12 mei : De Chiro bezocht de Meivaart in Rijmenam
“Zondag 12 mei zijn we met gans de groep naar de Meivaart gereden : knapen en kerels per fiets, burchtknapen met de bus. De Mariahulde had plaats in Rijmenam. Ongeveer een 900 jongens waren er aanwezig. In de voormiddag waren er activiteiten per afdeling; zo hadden de knapen een groot sluipspel per vendel; het werd gewonnen door een vendel van ons, nl. de zwaardwacht voor een 40-tal knapenvendels. In de namiddag was er een groot groepsspel “Verovering van de ruimte”. Deze schone dag werd besloten met een plechtige slotformatie te 17 uur. L.K.”

1963 – Woensdag 15 mei : Bejaarde vrouw door auto gevat te Mechelen
“Bij het oversteken van de Hombeeksesteenweg te Mechelen, ter hoogte van de Pareipoelstraat, omstreeks 8 uur woensdagmorgen, werd de 74-jarige Clotildis Heyvaerts, echtgenote Lauwers, woonachtig genoemde steenweg nr 128 gevat door een auto bestuurd door Frans Van Beneden uit Leest. De vrouw werd ten gronde gesmakt en zwaar gewond. Zij werd in allerijl ter verpleging naar het O.L. Vrouwgasthuis overgebracht waar zij nadien overleed.” (GvM, 16/5)

1963 – 17 mei : Aanhouding van landloper
De garde van Leest werd er van verwittigd dat er al verscheidene dagen een persoon doelloos rondzwierf in de omgeving van de Alemstraat. Hij bracht al verscheidene nachten door in een schuur aldaar buiten het medeweten van de eigenaar. Het betrof Emiel Schaerlaecken, geboren te Zemst 18/6/1903, een hoeveknecht en wonende te Wolvertem. De man vertelde dat hij sinds 22 april ontslagen was uit de Rijksweldadigheidskolonie van Wortel en vandaar naar de gevangenis van Mechelen was overgebracht. Na vier dagen had hij zich tot de Zusterkens der Armen gericht en werk gevonden bij een hovenier uit St. Katelijne Waver waar hij in een serre had moeten slapen. De nacht voordien had hij doorgebracht in een konijnenhok te Kapellen-op-den-Bos. (DVV) (Foto van de garde onderaan)

1963 – 22 en 26 mei : Inentingen tegen Kinderverlamming
Door de zorgen van het gemeentebestuur en onder bescherming van het Ministerie van Volksgezondheid en Gezin werd ook aan de Leestenaars de gelegenheid geboden zich te laten inenten tegen de “Polio”. Deze oproep werd zeer gunstig onthaald en opgevolgd. Ondertussen hadden er al twee inentingen plaatsgehad. De laatsten gingen door op woensdag 22 en zondag 26 mei in de gemeentelijke jongensschool. (DB)

1963 – 26 mei : Lichte grondverzakking op de Juniorslaan
Die dag sukkelde een autobus van de lijn Londerzeel-Mechelen op de Juniorslaan met haar wielen even over de buitenkant van de rijbaan wat resulteerde in een lichte grondverzakking. Nadat alle reizigers waren uitgestapt kon de bus zich vrijmaken. (DB)

1963 – Zondag 26 mei : De Auto- en Fietsenrally St.-Gommarus passeerde in Leest
41 auto’s en 42 fietsers waren die zondag aan de start gekomen van deze Mechelse rally. Voor de wagens ging de tocht over Vilvoorde naar Grimbergen over Cherlesroy naar de Poddegemhoeve… De rally voor de fietsers startte in de richting van de Dendermondsesteenweg tot aan de sluizen van Battel en verder over Heffen, Leest en Hombeek, naar het Vrijbroekpark. Het werd een gezellig zondag vooral omdat de weermaker van de partij was. (GvM, 28/5)

Foto’s :

-Jan Van den Heuvel in Chiro-outfit.
-Twee maal Jeanne Geerts met haar echtgenoot burgemeester Gust Lauwers.
-Veldwachter Victor Van Hoof onderschepte een landloper in Leest.



2701417-b92f62d1b5b0adbece54190cdb4d8feb.png

2701417-ff16c1ebc5ceb7abb5eea8b68880bdc8.jpg

2701417-89396071dd11aefd3ad3a84a0ce821ec.jpg

2701417-746b4f86c715d8ba683247a7f6937c42.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:25 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 28 april : Jubelfeest van de Kon. Fanf. St.-Cecilia
Louis Alewaters werd gevierd voor zijn 50-jarige trouwe dienst als muzikant en Rik De Bruyn voor zijn 25-jarig muziekbestuurschap. Verder werden volgende personen vereremerkt:
-45 jaar muzikant : G. Potums en E. Vloeberghen.
-35 jaar muzikant : G. De Bruyn, L. Van den Heuvel, L.Verschuren en R. De Bruyn.
-25 jaar muzikant : A. Robijns, H. Van den Heuvel, J. De Borger, A. Mollemans, J. Van der Auwera, J. Baeten en A. De Schouwer.

Volgende zusterverenigingen verleenden hun medewerking : de fanfare “Willen is Kunnen” uit Zemst-Laar, de harmonie “Concardia” uit Kalfort, de K.F. “De Vrolijke Vrienden”uit Hombeek-Heike en de fanfare “Ons Genoegen” uit Battel.
De autobus met de leden van “Concordia” uit Kalfort kwam op de Juniorslaan in een gracht terecht. Twee personen werden licht gewond maar konden toch deelnemen aan de opluistering van de jubelviering. (GvM,12/10/79 en DB mei 1963) (Foto van de jubilarissen onderaan)

In de Gazet van Mechelen van 2 mei werd er een artikeltje gewijd aan de vereremerking : “Zondagnamiddag was er in het Leestse dorp en nog meer bij de koninklijke fanfare “St.-Cecilia” beter bekend als de “Blekken” een echte feeststemming, dit naar aanleiding en viering van een 14-tal muzikanten. Deze echte muziekliefhebbers hebben samen met hun andere vrienden altijd hun maatschappij met hart en ziel weten te dienen. Sinds het ontstaan in 1898 heeft hun fanfare met hun jaren toewijding een voortdurende bloei gekend en is thans uitgegroeid tot een 100-tal aangesloten leden, waaronder 45 spelende. Daarbij staat een flink bestuur aan het hoofd zoals erevoorzitter Emiel Verschueren (burgemeester), voorzitter Leopold Piessens, ondervoorzitter Viktor Verschueren, secretaris August Lauwers de man die paardenwerk verricht, verslaggever Frans Verwerft, Ferdinand De Prins, Juul Geens, G. Briat, Albert Robijns. Al deze mensen hadden dan ook niets aan het toeval overgelaten om de gevierden een passende hulde te brengen. In de zaal “St.-Cecilia” bij Frans Huybrechts werd ter hunner ere een groot jubelfeest ingericht. Het was de Koninklijke Fanfare “De Vrienden van het Recht” uit Blaasveld onder de leiding van dirigent Karel Doms die het feest opende met de uitvoering van een 6-tal muziekstukken. Hierna waren het de mannen van Leest die onder de leiding van Rik De Bruyn vervolgden, met ‘Telefunken” een mars van Jow-Evert.
Hierna wou secretaris August Lauwers de gevierden niet langer op de proef stellen en hij heette de aanwezigen onder wie we bemerkten dhr. Couvents, algemeen secretaris van het muziekverbond van België en de heer August Soli, ondervoorzitter van “Fedekam” hartelijk welkom. De heer Couvents was zeer verheugd in naam van de Belgische muziekverbond de tolk op deze viering te mogen zijn. Hij bracht hulde aan de heer Louis Alewaters, de gouden muziekjubilaris. In dezelfde hulde betrok hij dirigent Rik De Bruyn. Ook vergat spreker de 12 anderen in zijn hulde niet en hij besloot met de woorden, ik wens deze bloeiende fanfare nog vele jaren en een schone toekomst. Hierna ging hij zelf over tot de uitreiking van de 14 eretekens. Het was Louis Alewaters die de eer had eerst op het podium te verschijnen, vervolgens Rik De Bruyn, de heren Gustaaf Potoms en Eugene Vloeberghen 45 jaar, Guillaume De Bruyn, Louis Van den Heuvel, Louis Verschueren en Rik De Bruyn 35 jaar, Albert Robijns, Henri Van den Heuvel, Jan De Borger, August Mollemans, Francois Van der Auwera, Jan Baetens en Alfons De Schouwer 25 jaar.
Na de uitreiking van de verschillende eretekens en het overhandigen van bloemenruikers werd het feest verder gezet met het optreden van de fanfare “Willen is Kunnen” uit Zemst-Laar, de Harmonie “Concordia” uit Kalfort, de Kon. Fanfare “De Vrolijke Vrienden” uit Hombeek en de fanfare “Ons Genoegen” uit Battel. Alles verliep er in de beste stemming en het werd een overgetelijke dag voor de mannen van “St.-Cecilia”.”

1963 – Mei : Wegeniswerken Kouter

“Met voldoening kan vastgesteld worden dat sedert een drietal weken de wegeniswerken in de Kouter aangevangen zijn. Iedereen weet natuurlijk dat de gure winter oorzaak is van de opgelopen vertraging. Zo komt Leest binnen onafzienbare tijd gans met macadamwegen, behalve de fameuze Battelse Bergen, die beslist aan verkeer zullen inboeten. Anderzijds mag het wel gezegd dat ook de Kouter een nieuwe verlichting zal krijgen, net zoals voorzien voor andere straten.” (De Band, juni 1963)

Foto’s :

-In 1963 werd dirigent Rik De Bruyn gehuldigd voor zijn dirigentenjubileum samen met de muzikanten met de meeste dienstanciënniteit.
V.l.n.r.: Rik De Bruyn, Bert Robijns, Henri Van den Heuvel, Guillaume “Jomme” De Bruyn, Eugene Vloeberghen, Louis Van den Heuvel, Gustaaf Potoms en Louis Alewaters.
Onder : Jan Baetens, Fons De Schouwer (“Schavak”), Gust Mollemans, Francois Van der Auwera, Jan De Borger en Louis Verschuren (“de Witte van den Do”). (Foto :Leest in Feest)

-Enkelen van de gevierden die op het podium werden geroepen : gouden jubilaris Louis Alewaters, Rik De Bruyn, Gustaaf Potums, Eugeen Vloeberghen, Albert Robijns en Henri Van den Heuvel.



2700306-1f4a870b941bf9e3a1d7634325e0bd90.jpg

2700306-89e08189db571a803dd43e75572f7a82.jpg

2700306-b8831671fe50959917f642b1ef03501b.jpg

2700306-0595bedc755cfd09c8de56626f839cb5.jpg

2700306-a5ddcf261d4edd7f649fcfee4ba60651.jpg

2700306-54a536ed19f808fafde4a7f7ff06564f.jpg

2700306-75e67ef90a3eb215e7bc9de0700e10d7.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 14:21 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Zondag 7 april : Start van het officieel duivensportseizoen 1963
De weersomstandigheden waren niet schitterend maar er was toch nog een redelijke opkomst. Op het programma :

-In de B.O.D. : Openingsprijskamp uit Quievrain, omtrek 5 km. De leden van St.Katelijne Waver, O.L.Vrouw Waver en Peulis tot afstand. Afzonderlijke dubbeling in 3,5 km. Lossen te 9 uur. Inkorven zaterdagavond van 7 tot 9 u.

-In de Zuiderbond : Openingsprijskamp uit Quievrain. Aangeboden aan alle liefhebbers in regel met de reglementen van de B.D.B. en wonende geheel grondgebied Mechelen, Zandstraat in zijn geheel, Zemst, Hombeek, Hofstade, Zemst-Bos, Battel, Leest en Heffen. Inkorven zaterdagavond van 7 tot 9 uur.

-In de Noorderbond : Openingsprijskamp uit Quievrain. Gewone voorwaarden. Inkorven in de Noorderbond. De Oude Liefhebbers en De Nieuwe Duivenbond beiden te St-Katelijne-Waver.

-In de Witte Duivin, Hombeek : Hier wordt Quievrain geschrapt en vervangen door Halle. Inkorven zondagmorgen tot 11u30 bij Louis Feyaerts-Reydams. Lossen te 13 uur. Er is 500 f. vooruit. (GvM, 6/4)


1963 – 13 april : Gemeenteraad Hombeek
Onder voorzitterschap van burgemeester De Meester de Ravenstein werden verschillende punten aangepakt. Ook Leest kwam aan bod, althans voor een tussenkomst in de bouw van de watertoren :“het aandeel der gemeente Hombeek zal 3.317.000 f. zijn, voor het plaatsen van de watertoren te Leest zal Hombeek 57.458 f. betalen. Dit bedrag is in het eerste begrepen.”

1963 – Zondag 14 april : Chiroknapen legden beloften af
“Zondag 14 april PASEN : speciale dagen voor onze knapen. Op deze dag hebben onze kwikbeentjes hun belofte afgelegd of hernieuwd, hun jongenstrouw aan de Heer beloofd. Het waren : Jean De Croes, Hendrik Verschuren, Paul Bradt, Freddy Walschaers, Fonny De Laet, Dirk Leemans, Walter Feremans, Alf. Janssens en W. Van Praet. De acht weken lange voorbereiding was zeer goed en kende dan ook zijn bekroning met Pasen zelf.” (DB juni 1963)

Onderaan foto’s van enkele betrokkenen.

1963 – Paasmaandag 15 april : Begankenis ter ere van de H. Cornelius
“Traditioneel op tweede paasdag grote begankenis voor de paus en martelaar, de heilige Cornelius. Biezonder aanroepen tegen de stuipen, de vallende ziekte, geraaktheden, verlammingen. Orde van de goddelijke diensten. Missen ter ere van deze heilige te 7, 8, 9, plechtige hoogmis te 10 uur. Lof te 15 uur. Na elke dienst zegening met de relikwie van de Heilige Cornelius.” (G.v.M., 12/4)

Foto’s :

-Naaste buren tijdens hun plechtige communie Jean De Croes en Freddy Walschaers.

-Paul Bradt anno 2018.

-Walter Feremans, als voetballer bij FC Telstar.

-Fonny De Laet in 62 met zijn moeder Victoire Van Dam in het café van zijn ouders. (Foto : Gerda De Laet)



2699646-d394964b4ec16afc4c193adfedda17d0.jpg

2699646-cc8fabd26b5ff6a021104f2c718db1b4.jpg

2699646-822cad583b78227355c69aef3dcbf2cb.jpg

2699646-927b836885600f26236a261f68b32750.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:07 Reageer op dit bericht

Wijzigingen – Aanvullingen

1963 – Donderdag 7 maart – G.v.M. : Godelieve Lambrechts uit Leest werd nieuwe gewestleidster
“De feesttafel van het Instituut van de zusters Loretten stond gedekt toen de B.J.B.-meisjes er afscheid namen van hun gewestleidster Angéle Van Itterbeeck, die benoemd werd tot provinciale leidster van de B.J.B. voor Brabant. Een mooi geschenk, een passend dankwoord, gelegenheidsliederen en een feestmaal werden haar aangeboden. Meteen werd ook de nieuwe gewestleidster voorgesteld, juffr. Godelieve Lambrechts uit Leest. Met een uitbundig applaus werd deze nieuwe gewestleidster door alle B.J.B.-sters van harte verwelkomd.”

1963 – 11 maart : Aanrijding te Hombeek
“Te Hombeek op de markt greep een aanrijding plaats tussen een auto bestuur door Pieter Van Asch, uit de Tiendeschuurstraat te Leest en de bromfietser bestuurd door Boey Frans, wonende Kriekerijveld te Hombeek. Stoffelijke schade aan de bromfiets.” (GvM, 11/3)

1963 – 13 maart - G.v.M. : Inschrijvingslijst Hanswijk-Jubelfeesten 1963
Op deze 11de lijst ontdekten we de naam van een Leestenaar : Mej. De Boeck, Dorp 4 Leest was goed voor een storting van 3.000 frank.
Juf. Maria “Mit” De Boeck werd onderwijzeres aan de gemeentelijke meisjesschool in 1927. Zij gaf les aan het derde en vierde studiejaar tot aan haar pensioen in 1964.
Ze was te Leest geboren in de Winkelstraat op 24 september 1905 en gehuwd met drukker Robert Lafosse. Maria De Boeck overleed in het Woon- en Zorgcentrum “Akapella” te Kapelle-op-den-Bos op 17 november 2002. (Haar foto onderaan)

1963 – 22 maart – G.v.M. : Eerbied voor de man van de wet
“De veldwachter te Leest zag zich onlangs genoodzaakt een opmerking te maken aan het adres van B. Maria. Deze nogal rad van tong zijnde, liet zich een paar woorden ontvallen die een beledigend karakter hadden in hoofde van de garde. Waarop proces-verbaal en terechtzitting. De vrouw hoorde zich een geldboete opleggen van 200 frank.” (Foto van de garde onderaan)

1963 – 30 maart – G.v.M. : Advertentie. “AUTO’S en VOERTUIGEN :
Bromfiets F/N Rocket t.k. ½ jaar oud. 4.000 km, 6.500 frank, Mechelbaan 6 Leest.”

1963 – 31 maart : Eerste communicanten
Hierna enkele herinneringen aan de eerste communie van de Leestse meisjes Lucia Leemans, Marleen Piscador, Godelieve Verschueren en Clementine Vloeberghen.

1963 – Zondag 31 maart : Jaarlijks Kunstconcert K. Fanfare Ste Cecilia
“Traditiegetrouw verzorgde deze maatschappij haar jaarlijkse kunstconcert op zondag 31 maart in het gewoon lokaal. De opkomst was zeer bevredigend, waaronder menig muziekliefhebber van buiten de gemeente tegenwoordig was. Het voorgeschotelde programma was weer van de bovenste plank. Tijdens het eerste gedeelte kreeg men o.m. te beluisteren “Terug naar het Vaderland” een fantasie van Paul Gilson, de Grote Ouverture van Suppé “Dichter en Boer” en de niet te vergeten Historische Ouverture van Tschaikowsky, naar het arrangement van Harvengt, 1812. Na de pauze werd nog opgevoerd en smaakvol genoten : “De Drie Genaden”, Ouverture van Gustave Cornez en van Wagner, de mooie fantasie Tannhauser, arrangement van Gadenne. Deze hoogstaande avond, die nog meer belangstelling van jongeren had mogen genieten, had de beste leerschool geweest om eens nauwer in contact te komen met de rijke muziektaal en eens los te zijn van de jankende klanken van allerlei slag. Tussenin zorgde de Radio- en TV-ster Maurits Callaerts voor de gewenste humoristische noot wat ten zeerste op prijs gesteld werd. Wij wensen deze culturele vereniging nog vele avonden ten goede van het volk.” (“DB”, nr.4)

Foto’s :

-Juf Maria “Mit” De Boeck.

-De garde van Leest Victor Van Hoof.

-Enkele herinneringen aan de eerste communie van Lucia Leemans, Marleen Piscador, Godelieve Verschueren en Clementine Vloeberghen.



2698877-cd49b7205e1522586e794561f5454faa.png

2698877-5586721abb3d4c2368499c378cbf155c.jpg

2698877-abad8f296f58a14158b2b0929ad28e27.jpg

2698877-6dca689243569ad190f1d2defe7549af.jpg

2698877-a9b5426a6b7e4e55011b1644a98fa9b1.jpg

2698877-3b28381d80d6f739667c6458a3b141c4.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:27 Reageer op dit bericht

Meer van Kronieken van Leest

↑ Terug naar de berichten