Nacht...
mijn armen naar je strek
en niets omvat dan 't wit der lakens
weet ik het weer
je bent er niet...
Nacht...
Weerzien...
Laat mij...
Nu je gaat...Sierlijk is niet de zwaan
maar het water
waarin de zwaan zich eindeloos in weerspiegeld waant...
Het warmst is niet jouw blik
maar de mijne
omdat jouw blik als harde marmer glanzen gaat...
Het zachtst zijn niet jouw armen
maar de mijne
omdat jouw armen mij als versteend alleen doen staan...
Teder zijn niet jouw woorden
maar de mijne
omdat jouw woorden in mij onhoorbaar wonden slaan...
Verdriet is niet de traan
maar de kilte
die ik als sjaal eeuwig omheen mijn schouders draag...
En toch...
Naast alles wat niet bleef, bleef jij mij over.
Want alles gaat voorbij, maar niets gaat over.