Mijmeringen
Dansende vlammen in het haardvuur
Het is winter. Buiten vriest het dat het kraakt.
Ik ben alleen thuis en zit bij de roodgloeiende kachel met het boek “de Ellendelingen” van Victor Hugo, overigens een van mijn lievelingsauteurs. Langzaam voel ik mezelf wegdromen.
Toch heb ik het gevoel dat er iets veranderd is, iets wat er gisteren nog niet was. De inrichting van de woning lijkt nochtans onveranderd: hetzelfde tapijt aan de wand, hetzelfde meubilair en toch … Tot mijn blik plots op de open haard in de hoek valt. Die was er gisteren nog niet! En hoewel mijn vader wel eens een manusje-van-alles wordt genoemd, vind ik dit toch bijzonder vreemd.
Ik neem plaats voor de open haard en geniet van de gezellige warmte. Ik werp nog enkele houtblokken op het vuur en luister naar het knetterende geluid terwijl de vlammen steeds hoger oplaaien.
Elke keer wanneer ik een nieuw houtblok op het vuur gooi, ontstaat er een symfonie van klanken. De ritmisch op en neer dansende vlammetjes veranderen langzaam in kleurrijke figuren, die de muziek als het ware omzetten in een dans.
Zonder goed te weten hoe, ben ik plots verzeild geraakt op een folklorefestival. Verschillende, kleurrijk uitgedoste volksdansgroepen geven er het beste van zichzelf. Wat is de werkelijkheid toch veel mooier dan alles wat ik ooit in mijn boeken heb gelezen!
Ik wil meer van dit alles en gooi een groter houtblok op het vuur. Met een oorverdovend geknetter spat het uiteen. Plots voel ik me weggeslingerd en beland ik in een totaal andere, verwoeste omgeving.
Van alle kanten klinken explosies. Ik probeer zo snel mogelijk een veilig onderkomen te vinden en loop het dichtstbijzijnde gebouw binnen. Het blijkt een kerk te zijn die als veldhospitaal werd ingericht.
Ik huiver bij het zien van de vele, gruwelijk verminkte mensen. Maar vooral die vreemde geur blijft me bij.
Hoe ben ik hier in hemelsnaam terechtgekomen? En hoe kon ik zo dom zijn? Mijn ouders hebben me toch uitdrukkelijk op het hart gedrukt het huis niet te verlaten wanneer er geschoten wordt!
Ik heb veel over de oorlog gelezen, maar de werkelijkheid blijkt toch heel anders en vooral veel gruwelijker te zijn.
Plots word ik op de schouder getikt. Het is mijn moeder, die net is thuisgekomen. Ze vraagt me of ik geslapen heb. Dat ontken ik natuurlijk.
Heimelijk kijk ik naar de hoek waar daarnet nog de open haard stond, maar daar is niets meer te zien.
Toch herinner ik me dingen die ik nergens eerder heb gehoord of gelezen. Vooral die vreemde geur in het veldhospitaal laat me niet los.
Ik ga naar bed met het besef dat ik iets heb meegemaakt wat ik met niemand zal kunnen delen, maar wat me voor altijd diep vanbinnen zal bijblijven.
Nu, zoveel jaren later, kan en wil ik nog steeds niet aanvaarden dat dit alles slechts een droom was. Ik blijf er rotsvast van overtuigd dat ik daar werkelijk aanwezig ben geweest.

