Scheveningen badplaats(1)


In het jaar 1800 waren er twee Franse bataljons infanterie gelegerd in Den Haag, die in Scheveningen in de zee gingen baden met ‘uitstekend’gevolg, maar van een badkuur was toen nog geen sprake. In 1814 bemoeide de stedelijke overheid zich met het stichten van een badgelegenheid. Het bestuur drong aan, maar de zaak bleef in advies en er kwam niets van terecht. In 1818 verwierf Jacob Pronk een perceel grond, waar nu het Rederserf staat, en bouwde daarop een houten badhuisje, dat in de winter werd afgebroken. In het eerste jaar hielp hij 1400 baders en een jaar later 1900.
Foto: Scheveningen nu op een zomerse dag ter hoogte van het perceel grond dat Jacob Pronk in 1818 verwierf.













