Een egelcactus


Een egelcactus
behoeft alleen wat water
om bloem te geven.
Een beetje begrip
tovert op een hard gezicht
een pure glimlach.
Ondanks alle leed
behaalt de liefde eenmaal
de overwinning.
Een egelcactus

De tien geboden

Communie op de hand

De vormselviering

De oudste zonen werden vermoord

Het schema van de tien plagen
De tien plagen
Eerste plaag : het water verandert in bloed Ex.7,14-25
Het Nijlwater veranderde in bloed. De vissen gingen dood en de Nijl stonk zo erg dat de Egyptenaren er niet konden van drinken.
Maar de Egyptische magiërs bereikten met hun toverkunsten hetzelfde.
Een decaan van de universiteit van Leuven schreef hierbij de volgende bemerking.
De rode kleur van de Nijl is het gevolg van ééncellige wieren. Er bestaan verschillende soorten van dergelijke wieren, die verschillende kleuren tot gevolg hebben. 's Nachts sterven die wieren af door gebrek aan zuurstof en het daaropvolgend verrottingsproces is de oorzaak van de onaangename geur.
Tweede plaag : de kikkers Ex.7,26-8,11
Toen Aäron zijn arm boven het water hield, kwamer er kikkers uit het water ; heel Egypte werd er onder bedolven.
Maar de magiërs bereikten met hun toverkunsten hetzelfde. Ook zij lieten overal in het land kikkers te voorschijn komen.
Derde plaag : de muggen Ex.8,12-15
Aäron sloeg met zijn staf op de grond en meteen zaten er muggen op mens en dier.
De magiërs probeerden met hun toverkunsten ook muggen te voorschijn te brengen, maar zij slaagden daarin niet.
Vierde plaag : de steekvliegen Ex.8, 16-28
God belooft aan Mozes dat steekvliegen zullen wemelen in de huizen van de Egyptenaren maar niet in Gosen, waar het volk van God woont.
Steekvliegen drongen het paleis van de farao en de huizen van zijn hovelingen binnen en richtten zware schade aan.
Vijfde plaag : de veepest Ex.9,1-7
God belooft aan Mozes veepest te laten uitbreken onder het vee van de Egyptenaren maar de Israëlieten zullen geen enkel dier verlieren.
Al het vee van de Egyptenaren stierf maar de Israëlieten verloren geen enkel dier.
Zesde plaag : de zweren Ex.9,8-11
Mozes en Aäron moeten asse in de lucht werpen. Het fijne stof veroorzaakt etterende puisten.
De magiërs kregen ook ontstekingen, net als de andere Egyptenaren.
Zevende plaag : de hagel Ex.9,13-35
God zal het laten hagelen maar verwittigt Mozes om al het vee van buiten naar binnen te brengen. Zo een zware hagelbui was er in Egypte nog nooit gevallen.
Alleen in Gosen, waar de Israëlieten woonden, hagelde het niet.
Achtste plaag : de sprinkhanen Ex.10,1-20
Mozes en Aäron moeten de farao zeggen dat sprinkhanen heel het land zullen bedekken. Zij vreten op wat er na de hagel is overgebleven en vreten zelfs de bomen kaal.
De Heer liet door een oostenwind sprinkhanen aanvoeren. De grond zag zwart van de sprinkhanen en nergens in Egypte was er aan bomen of planten nog groen te zien.
www.deredactie.be
Heel regelmatig teisteren treksprinkhanen Noord- en Oost-afrika en het Arabisch schiereiland.
Alleen enorme sprinkhanenzwermen komen in het nieuws.
In 1954 werd in Marokko de verduisterende wolk geschat op een lengte van 50 en een breedte van 10 km.
Als een piloot een zwerm opmerkt, kan hij niet anders dan het vliegtuig aan de grond zetten.
Het Anti-sprinkhanencentrum in Londen bestudeert de sprinkhanen en waarschuwt landen tegen dreigend gevaar.
Deze gegevens komen uit het Elsevier maandblad De Kern, jaargang 32 bladzijde 68 en jaargang 33 bladzijde 52.
Op 8 maart 2013 richtte een zwerm sprinkhanen in Israël onherstelbare schade aan. GvA.
Negende plaag : de duisternis Ex.10,21-29
Heel Egypte was in diepe duisternis gehuld maar waar de Israëlieten woonden was er licht.
Volgens de wetenschap kunnen vulkaanuitbarstingen uitgestreke gebieden lang met duisternis bedekken.
De uitbarting van de Vesuvius in 79 was oorzaak van een duisternis van drie dagen.
De vulkaan Temboro op het eiland Sumbawa in de Soena-archipel hulde op 18 april 1815 een groot gebied drie dagen lang in duisternis.
Deze gegevens komen uit het Elsevier maandblad De Kern.
Jaartal en bladzijde konden niet meer opgespoord worden.
Tiende plaag : de dood van de oudste zoon van de Egyptenaren
Ex.12,1-28 instelling van het paasfeest
Dank zij het bloed aan de deurposten zullen de Joden gespaard blijven
van deze plaag. v. 13
Ex.12,29-39 de oudste zoon van de Egyptenaren is dood.
De instelling van het paasfeest breekt enigszins de gedachtengang van de plagen. Het wijst er op dat de tiende plaag van een gans andere orde is dan de negen natuurlijk verklaarbare plagen. De dood van de eerstgeboren Egyptenaren is weinig historisch.
De roeping van de Spekpater


De roeping van Mozes

God roept Mozes

Het offer van Isaak

Jezus brengt de Wet tot volkomenheid

De bergrede

Stamboom


De zondeval

Het aards paradijs

De schepping






Ode aan de Schepper
God, onze Heer,
schepper van al wat bestaat,

Andromedastelsel Nasa lic. Wikimedia commons
als ik omhoog kijk naar de hemel,
als ik de duizenden sterren bekijk,
dan is er geen mooier kunstwerk te vinden,
dan sta ik in bewondering voor u.
Het heelal bruist van onmetelijke energie
en toch wentelt alles ordentelijk rond.
Maar ook de aarde is het bekijen waard,
God, breng mij de samenhang bij van heel uw schepping.
Geisers spuiten het kokende water omhoog;
bij nacht biedt de lava een schitterend schouwspel.
fotoThermos lic. Creative Commons via Wikipedia
Arenden zweven roerloos door de lucht
en dolfijnen glijden sierlijk door het water.
Een moederdier is bezorgd om haar kleintjes
en leert hen eigen verworvenheden aan.

PLanten en bomen ruisen in de wind,
bloemen versieren de aarde met alle mogelijke kleuren.
Dat alles, Heer, is een streling voor het oog :
ik kan er uren van genieten.
God, gij hebt mij een verstand gegeven,
daarom hunker ik naar inzicht
en toch kan ik alles niet begrijpen.
God, gij hebt mij ook een hart geschonken :
ik kan beminnen en groeien in liefde:
vertrouwen is nog menselijker dan wetenschap.
Voor al dat mooie in mens en natuur
wil ik u, God, nu ook eens bedanken.
Bijbelbronnen
Derde inleiding bij het lezen van de bijbel
Bijbelgeleerden ontdekken in de geschiedkundige boeken van het Oude Testament vier bronnen.
De oudste teksten mogen we plaatsen rond de jaren 950 voor Christus in Jeruzalem.
Deze bron heet 'Jahwist' omdat God daarin altijd Jahwe wordt genoemd.
De verhalen uit het noordenrijk Israël komen uit de profetische kringen rond 800 voor Christus.
Zij noemen God altijd Elohim en deze bron heet dan ook 'Elohist'.
In 722 wordt Israël veroverd door Assyrië en worden de teksten in veiligheid gebracht naar Jeruzalem.
In de 7de eeuw voor Christus is de 'Deuteronomist' de voortzetting van de Jahwist in het zuidenrijk (Jeruzalem).
Het 'Priesterschrift' beschrijft de Joden in ballingschap rond 550 voor Christus. Als zij mogen terugkeren, brengen zij de geschriften mee naar Jeruzalem. Rond 400 voor Christus geeft het Priesterschrift aan de geschiedkundige boeken hun uiteindelijke vorm.
Dit eenvoudige schema geeft aan dat de bijbel een ingewikkelde groei heeft doorgemaakt en dat godsdienstige inzichten op een andere plaats en uit een andere tijd op een verschillende manier worden beklemtoond.
Het eerste scheppingsverhaal in zes dagen en het tweede scheppingsverhaal van Adam en Eva verschillen sterk van elkaar. Zij zijn niet tot één verhaal samen te smelten. Zij worden gewoon achter elkaar gezet.
In het verhaal van de bevrijding van de Joden uit Egypte bij de tocht door de Rietzee zijn er bronnen terug te vinden van de Jahwist, de Elohist en het Priesterschrift.
Deze bronnen passen zo goed bij elkaar dat zij tot één verhaal zijn verweven. Natuurlijk krijgt men daarbij niet alle plooien helemaal glad gestreken.

Heb dank voor het levenAls moeder al in verwachting was geweest,
was een ander kind uit liefde geboren,
maar niet ik, niet de persoon, die ik ben.
Dan had een ander misschien mijn voornaam gekregen
maar mij had men dan nooit gekend.
Als vader door een ongeluk om het leven was gekomen,
als moeder in haar jeugd was gestorven,
dan had nooit iemand over mij gesproken,
dan had ik nooit bestaan.
Vier grootouders verheugden zich over hun kinderen.
Acht overgrootouders gaven het leven door.
Als ik terugkeer in het verleden,
tot welk getal kom ik dan enkele eeuwen geleden ?
Misschien heeft ooit een soldaat zijn macht misbruikt
en is hij ook een van mijn stamouders geworden.
Mogelijk zijn er ook familieleden zwak geweest
maar heb ik ook aan hen het leven te danken.
Als er ooit een voorouder kinderloos was gebleven,
dan was mijn levensschakel onderbroken.
Heel mijn stamboom is aan de kindersterfte ontsnapt.
Zij hebben allemaal de pest en de oorlogen overleefd.
Als ik dat alles overweeg, Heer mijn God,
dan kom ik bij U terecht.
In heel die loterij van mijn leven
had ik geen enkele kans.
God, mijn God, gij moet altijd al
een oogje op mij hebben gehad.
Ik blijf U dankbaar
met heel mijn wezen.