Naar de inhoud

reis met me mee;

LOU TEMS PASSO PASSO LOU BEN (DE TIJD GAAT VOORBIJ GENIET ER VAN)
seniorennet.beseniorennet.be
Welkom op mijn blog. Kijk voor foto's van diverse landen in de zijbalk.

Weerspreuk

Zit er dikke pekel op uw winterband
dan ligt vandaag geen Duitser
animaatjes-strand-61106.png op ons Noordzeestrand
poeslachuhh80810.gif
Hoe vind je dit bericht?
Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Weerspreuk


krabbels voor hyves

Staken de makkers hun wild geraas
dan schenkt de Sint ze mogelijk een kilo belegen kaas


Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

De Midwinterhoorn (Oale Roop) klinkt weer

Het 'oehoehoe' van de midwinterhoorn klinkt weer als wolfgehuil over Twentse akkers.


  Hoe kun je  het klaaglijke geluid van demidwinterhoorn uitleggen? Het 'oehoehoe' van de anderhalve meterlange houten hoorn die in Twente en de Achterhoek op de eerstezondag van de Advent uit de put wordt gehaald om er 's avonds bijde schemering op te blazen.

Dit blazen gebeurt alleen in de adventstijd, verteltmidwinterhoornblazer Henk Steggink uit Rossum bij Oldenzaal.“Omdat de blazers de geboorte van het kerstkind aankondigen.“ Datis niet altijd zo geweest. De traditie gaat terug tot de Keltenen de Germanen. Midden in de donkerste periode van het jaar -vandaar de naam midwinterhoorn- joegen onze voorvaderen met hetsonore geluid de boze geesten van het erf en keerden zij dewinterse duisternis.

“En in tijden van oorlog gebruikten de Germanen de hoorn vanhet oerrund -de voorloper van de houten hoorn- alsintimidatiemiddel“, weet Steggink. Ten bewijze voert hij deRomeinse geschiedschrijver Tacitus op, die bij de beschrijvingvan de slag in het Teutoburgerwoud (9 na Chr.) van het'angstaanjagende geluid van de hoorns' rept. “De Romeinen noemdenons de Tubanti, wat hoornblazers betekent. Daar is later hetwoord Twente van afgeleid.“

Na de kerstening werd het Germaanse gebruik ingepast in hetchristelijk geloof en ging het niet meer om de komst van hetlicht maar van het Christuskind. Zeker is dat het karakteristiekeinstrument voor het eerst te zien is in een christelijke context,en wel in een illustratie bij psalm 150 die rond het jaar 800wordt gedateerd.

Traditiegetrouw speelt maar één blazer tegelijk. Vaak staande blazers in groepjes en reageert iemand van de ene groep op hetgeblaas van een ander. Maar prachtige melodieën hoeft deluisteraar niet te verwachten; het hoorngeschal kent weinigklankvariatie. Bij het bespelen van het instrument bolt debloazer zijn wangen en door steeds harder te blazen, bereikt hijde hoogste van de vijf tot zeven natuurtonen die de hoornvoortbrengt. Dan is de lucht op en komt hij weer terug bij degrondtoon.

Op dit traditionele patroon - 'n oald'n roop genoemd - wordthier en daar gevarieerd, al is dat bepaald niet naar ieders zin.Felle tegenstanders van de tierelantijnen zweren bij 'n oald'nroop. Ook Steggink geeft daar de voorkeur aan. “De oald'n roopklinkt als wolvengehuil en gaat door merg en been. Je moet welecht kracht zetten bij het blazen, maar dan hoor je het ook inde wijde omtrek.“

Hij wijst erop dat door dat krachtige geluid de midwinterhoornvan oudsher tevens een communicatiemiddel was van boeren, herdersen nomaden. In de 18de eeuw bijvoorbeeld, toen katholiekeerediensten niet werden getolereerd in Twente. Wanneer de Drostrondreed op zoek naar illegale misvieringen, waarschuwden dekatholieke boeren elkaar met de midwinterhoorn. En in deAchterhoek werd op de hoorn geblazen wanneer smokkelaars actiefwaren en de douane ze op het spoor dreigde te komen.

Het maken van een midwinterhoorn is handwerk. Overlangsdoorgesneden elzen-, wilgen- of berkenstammetjes worden uitgeholden weer aan elkaar geplakt. Oorspronkelijk legde men een rietenbies tussen de twee helften, waarna ze met wilgentwijgen ofbraamstengels werden vastgebonden. Vervolgens werd de hoorn inde put gelegd. Door het water zet de bies uit en blijven de tweehelften aan elkaar zitten. Steeds meer hoornmakers gebruikenechter moderne lijm. Ook Steggink, die -waarschijnlijk als enige-zelfs gekuipte hoorns maakt: hoorns vervaardigd uit houtenduigen, net zoals wijnvaten en biertonnen. “Dat is niks nieuws,vóór de oorlog gebeurde dat ook al. Het voordeel is dat je ergeen bomen voor hoeft te kappen, wat vaak illegaal gebeurt.Bovendien blazen ze makkelijker en beter.“

De hoorn kan niet gestemd worden. Daardoor is het mondstuk,gemaakt van eenjarig vlierhout, enorm belangrijk. Dit mondstuk,ook wel happe of spool genoemd, verschilt dan ook per persoon.

De eeuwenoude traditie van het hoornblazen is weerspringlevend. Aan het begin van de jaren vijftig van de vorigeeeuw was dat wel anders. De enkele hoorn die toen nog op deze ofgene boerderij aanwezig was, stond meestal doelloos naast de put.Met een wedstrijd tussen het handjevol nog praktiserende blazerskwam daar verandering in. Het enthousiasme groeide gestaag en menblies niet meer alleen boven een put, waarin de hoorn nat werdbewaard, maar ook vanaf kerktorens en tijdens kerstmarkten.

Dat laatste ging sommigen evenwel te ver, omdat het niets meermet 't old gebroek te maken had. Een jaarlijksemidwinterhoornwandeling maakte een einde aan het commerciëlegeblaas bij hotels en op markten. Dat was in 1984 en sindsdienwordt er elk jaar een wandeling georganiseerd, steeds door eenandere lokale vereniging. Duizenden wandelaars komen op hetevenement af. Lopend over de glooiende akkers van Twente (en ookin de Achterhoek is de traditie van het midwinterhoornblazen weertot bloei gekomen) luistert men naar het hoorngeschal datkilometers ver draagt. Vooral als het stevig vriest.

(Bron: Trouw)

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Rechtstreeks naar het hart van Schotland

media_xll_5216117.jpg Deze 13de-eeuwse burcht kwam voor in films als Highlander en The World is not Enough.

Sinds half oktober kan je niet alleen vanuit Charleroi rechtstreeks vliegen naar Edinburgh, maar ook vanuit Brussel. Daarmee wordt de Schotse hoofdstad dé uitvalsbasis voor een route die het mooiste bundelt van het noorden van het Verenigde Koninkrijk.

media_l_5217783.jpg Edinburgh media_l_5217786.jpg Isle of Skye media_l_5217826.jpg Strathisla Distillery

Boven Edinburgh, op een uitgedoofde vulkaan van 135 meter hoog, torent een van de pronkstukken van de stad: Edinburgh Castle. Een toegangsprijs van £16 (20 euro) is niet goedkoop, maar je krijgt zeker waar voor je geld. Zelfs met een oppervlakkig bezoek ben je uren zoet. Hoogtepunten zijn de koninklijke vertrekken, en in het bijzonder de Great Hall, waar feesten en ceremonies werden gehouden. Mis ook het grote kanon en de zaal met de Schotse kroonjuwelen niet. Die zijn ouder dan de Britse en je ziet er ook de Stone of Scone, de steen waarop de Schotse koningen werden gekroond. Daarnaast vind je er meerdere militaire musea en expo's, onder meer over de politieke gevangenen die in het kasteel verbleven. Bij een eerste bezoek is het niet evident om het overzicht te bewaren en daarom kun je beter voor een geleid bezoek opteren. Dat zit in de prijs inbegrepen.

Aan het kasteel begint ook de Royal Mile, een parelsnoer van historische gebouwen, fish- en chipsrestaurants, koffiebars en souvenirwinkels. Loop zeker even binnen in de de Saint Giles Cathedral, die bekend is om de kapel van de Orde van de Distel, de belangrijkste Schotse ridderorde. Verlaat ook af en toe de hoofdstraat om een van de vele 'closes', pittoreske steegjes, te ontdekken. De Royal Mile eindigt bij het Palace of Holyrood House, de officiële residentie van de koningin als ze Edinburgh bezoekt. Als het paleis niet in gebruik is, kan het worden bezocht. Koop bij voorkeur een combiticket (£15,10) met The Queen's Gallery, waar wisselende expo's uit de koninklijke kunstcollectie te zien zijn. Het paleispark is evenzeer een bezoek waard, omdat je er nog ruïnes vindt van de vroegere abdij.

Havenwijk
Met New Town en het hogergelegen Old Town telt Edinburgh twee stadsdelen die beschermd zijn als werelderfgoed, maar het is Old Town - met zijn levendige kasseistraatjes - dat het meest fascineert. De Grassmarket is een supergezellig pleintje waar eeuwenlang de wekelijkse markt werd gehouden. Tot in de jaren 80 vormden Grassmarket en het aangrenzende Victoria Street een verpauperde wijk, maar vandaag barst het van de trendy winkels, pubs en studentenhuizen. In het lager gelegen New Town moet je absoluut naar Charlotte Square afzakken, dat geheel omringd is door Victoriaanse gebouwen. Via Princes Street wandel je naar het Walter Scott Memorial, een Victoriaans monument opgedragen aan de schrijver van heldenverhalen als Ivanhoe en Rob Roy.

De havenwijk Leith, iets buiten het centrum, is in no time een van de levendigste stadsdelen geworden. Tussen de tientallen bars, pubs en restaurants is het moeilijk kiezen. The Honours is de brasserie van sterrenchef Martin Wishart, en The Ship on The Shore is misschien wel het beste visrestaurant van Schotland. Voor een gezellige pub-avond is The King's Wark, aan The Shore, nog steeds the place to be. Mis ook The Royal Yacht Britannia niet. Dit luxejacht werd tot in de jaren 90 gebruikt door de Queen en haar gevolg, en ligt sindsdien permanent aangemeerd in Leith als museumschip. Je kan het schip in eigen tempo bezoeken (£11,75) met een audiogids. Ook in het Nederlands!

Bruggen
Verlaat Edinburgh via de Forth Road Bridge: dan heb je een prima uitzicht op de eerste stalen brug ter wereld: de Forth Rail Bridge. Het duurde van 1883 tot 1890 om dit 2,5 kilometer lange gevaarte te bouwen. Op deze route krijg je ook de pracht van de Ochils te zien, met indrukwekkende valleien en vergezichten. Golfliefhebbers moeten halt houden in het wereldberoemde Gleneagles Hotel in Auchterarder, dat liefst vier golfterreinen telt. Het hotel beschikt zelfs over een eigen treinstation! Iets ten oosten ervan, in Scone Palace, werden meer dan veertig koningen gekroond, tot de kroningssteen in 1296 naar Londen werd vervoerd. We zijn vooral onder de indruk van de collectie ivoren voorwerpen en het porselein uit Sèvres. Opmerkelijk is ook de Grote Koninklijke Galerij, waar de koninklijke familie in ijsvrije tijden curling speelde. Die sport is overigens een Schotse 'uitvinding' uit de 16de eeuw.

Harry Potter
Daarna gaat het noordwaarts naar Pitlochry, waar de kleinste distilleerderij van Schotland staat te pronken in een lieflijk valleitje. Maar wat The Edradour écht de moeite maakt, is dat je er het productieproces kunt volgen. Slechts twee mannen brouwen er zo'n twaalf vaten whisky per week.

De volgende stop ligt een eind verderop. In Glenfinnan staat een monument voor de Highlanders die in 1745 ten strijde trokken tegen de Britten om de rooms-katholieke Stuarts weer op de Britse troon te brengen. De opstand draaide uit in een fiasco en als wraak werd het dragen van tartan, het spelen van de doedelzak en het spreken van Gaelic verboden in Schotland. Vanboven op het monument kijk je uit op een prachtig viaduct waarover een stoomtrein dendert. Liefhebbers herkennen meteen de Hogwarts Express van Harry Potter. Je kan het uurschema op voorhand raadplegen zodat je op het juiste moment ter plaatse bent om foto's te maken. In Mallaig vertrekt de ferry naar het Isle of Skye. Je kan best op voorhand via internet (Calmac Bookings) een overtocht boeken. De prijs is sterk afhankelijk van de gekozen datum en vertrekuur, maar reken op zeker £30 voor een auto met twee passagiers. Isle of Skye heeft als bijnaam 'eiland der nevelen' en je moet inderdaad veel geluk hebben om blauwe lucht te zien. Toch is het leuk om te toeren tussen heidevelden en veenderijen, en je te laten verrassen door de schapen die achteloos de weg oversteken.

We laten het eiland achter ons via de brug en belanden bij een 'highlight' van Schotland: Eilean Donan Castle in Kyle of Lochalsh. Die 13de-eeuwse burcht werd in het water gebouwd om Scandinavische piraten de toegang tot het meer te belemmeren. In 1719 werd het slot bijna volledig met de grond gelijkgemaakt toen Engelse aanvallers de kruitvoorraad lieten ontploffen. De ruïne werd vanaf 1913 heropgebouwd en nadien opengesteld voor het publiek (£6). De burcht is alleen te bereiken via een stenen brug en dankzij de prachtige ligging is het een van de meest gefotografeerde kastelen van Schotland. Filmfreaks herkennen het uit Highlander, Entrapment en de Bond-film The World Is Not Enough. Het interieur is hersteld in zijn middeleeuwse staat, maar gevuld met meubels uit begin 20ste eeuw.

Meer van Nessie
We verlaten de begane paden en rijden richting het water, waar we aangenaam verrast worden door enkele charmante dorpjes. Plockton, aan de oevers van het Loch Carron, is een schilderachtig stadje dat tal van schilders aantrekt vanwege de palmbomen die hier groeien. Volgens veel Schotten is het een van de mooiste dorpen langs de noordwestkust, mede te danken aan het gezellige jachthaventje. Wie in de buurt is, kan niet om een bezoek aan Loch Ness heen. Het meer is zeker niet het mooiste van Schotland, maar wel het meest mythische. Je kunt er een boottocht maken langs de ruïnes van Urquhart Castle, terwijl de kapitein weetjes spuit over Nessie.

De volgende halte brengt ons meer noordwaarts, in een regio die bekend is vanwege de Malt Whisky Trail. Maar voor het zover is, houden we even halt in Elgin voor de knappe 19de-eeuwse gebouwen. Bezoek ook de ruïnes van Elgin Cathedral, een gotische kathedraal die de Reformatie niet overleefde. Elgin heeft ook een bruisend nachtleven, met exotische restaurants en uitstekende foodpubs zoals Sunninghill Hotel en Bijou Café.

Maar dan is het whiskytijd! Stap je maar één distilleerderij binnen, kies dan de Strathisla Distillery in Keith, gebouwd in 1786 en de oudste nog actieve distilleerderij van Schotland. Hier wordt onder meer de wereldberoemde Chivas Regal gemaakt. Na de rondleiding volgt een proeverij van drie whisky's. Met een inkomprijs van amper £6 is dat een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding.

Onze laatste stop is Aberdeen, de derde grootste stad van Schotland. Een vrij onbekende buurt is Fitdee ('Footdee' staat op de bussen), een charmante visserswijk aan de monding van de Dee. Wat meteen opvalt, is dat alle huizen hier met de achterkant naar de zee staan. In het historische centrum doet Aberdeen haar naam van granietstad alle eer aan, want in de zon krijgt de natuursteen een zilveren glans. De vele parken en bloemen maken van Aberdeen een aangename stad om je reis af te sluiten.

Logeer in een kasteel
In Schotland leefden de clans lang op voet van oorlog. Daarvan getuigen de honderden kastelen in deze streek. Sommige zijn vervallen tot ruïnes, andere worden nog bewoond door de clans en nog andere zijn omgevormd tot hotel. Zo is er Aldourie Castle and Estate (Aldourie Castle), op de zuidoever van Loch Ness. Dit prachtige kasteel telt 15 luxekamers (hoge prijsklasse) en op het domein bevinden zich ook cottages voor wie langer wil blijven. Meer kastelen op Celtic Castles.

Praktisch
Erheen: Op 28 oktober start Brussels Airlines met rechtstreekse vluchten naar Edinburgh, zesmaal per week (heen en terug). Vanaf volgende zomer komen er zelfs twee vluchten per dag. Retourtickets vanaf 99 euro, taksen inbegrepen.

Wie niet opkijkt tegen een overstap in Londen, kan opteren voor British Airways of Cityjet. British Airways vliegt vanuit Londen naar Edinburgh en Aberdeen. Cityjet heeft vluchten vanuit London City naar Edinburgh en Dundee. Je vertrekt dan in Antwerpen, waar gratis parking is en je geniet van ultrakorte instaptijden.

Beste periode: Hou rekening met regen en/of bewolking in élk seizoen van het jaar. Herfst: 10-15 °C. - Klimaatinfo.

Rondreizen: Een huurwagen met verblijf in hotels onderweg kan je onder meer boeken bij Gallia of Buro Scanbrit. Een begeleide busrondreis kan je boeken bij VTB Reizen of de reisagent.

Munt: 1 pond = 1,26 euro

Meer info: Visit Scotland

Onze stops
Edinburgh-Auchterarder: 72 km
Auchterarder-Pitlochry: 60 km
Pitlochry-Mallaig: 184 km
Mallaig-Kyle of Lochalsh: 44,3 km
Kyle of Lochalsh-Plockton: 10 km
Plockton-Elgin: 179 km
Elgin-Keith: 27 km
Keith-Aberdeen: 78 km
Aberdeen-Edinburgh: 2

(Bron: HLN.be)
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Mooiste tuin van Frankrijk

media_xll_5189386.jpg

Voor het tweede jaar op rij ligt de mooiste tuin van Frankrijk vlak over de Belgische grens. Les Jardins de Séricourt werd benoemd tot Jardin de l'Année 2012. De tuin van vier hectare ligt in een beschutte vallei niet ver van Arras. De tuinen houden het midden tussen Engelse landschapstuinen en strakke Franse tuinen met bloemperken en gesnoeide hagen. Een bezoekje kost 9,50 euro.

Meer info: Les Jardins de Séricourt

(Bron: HLN.be) 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Kerst in Amsterdam

vorige | foto 1 van 7 | volgende

Amsterdam klaar voor kerst

Op de Dam is het Turn on the Lights festival van start gegaan. De start van de feestmaand wordt met een lichtspektakel, optredens en vuurwerk gevierd. © anp

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Weerspreuk

Sint Maarten, Sinterklaas en Santa Claus beheersen onze weken
maar op Sint-Eustatius hebben ze het met 26 graden beter bekeken

klop_raam.jpg
Hoe vind je dit bericht?
2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

IJssculpturen

vorige | foto 1 van 22 | volgende

Sculpturen van sneeuw en ijs

Het is nog geen winter, maar er ligt al volop ijs in het Belgische Brugge. Daar is op het op het stationsplein het jaarlijkse sneeuw en ijssculpturenfestival van start gegaan. Een ijskoude fascinerende wereld. Een warme stel handschoenen en dito muts kunnen geen kwaad als je de ijzige bouwwerken gaat bekijken. Om de sculpturen goed te houden is het op de expo zo'n 6 graden onder nul.

(Bron: AD)

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Spanje Costa Blanca

Aan de wandel met ‘de week’: het stuwmeer van Relleu


 

 
Het voormalige stuwmeer van Relleu is een verborgen en vrij onbekend plekje waar het door de absolute rust en het aparte landschap fijn wandelen is.
 
Bovendien ligt achter de oude stuwdam een spectaculaire kloof en kunt u, na een fik­se klim, ook genieten van schitterende uitzichten.
 
Praktische informatie
 
Duur: 1uur of 3,5 uur, twee opties
 
Moeilijkheidsgraad: Eenvoudig tot middel
 
Beginpunt: U kunt Relleu bereiken door vanaf de AP-70 de afslag Villajoyosa te nemen of van de N-332 de afslag Sella. U neemt de CV-770 richting Sella en slaat na het passeren van het dorp Orcheta linksaf richting?Relleu. Als u in El Campello of zui­delijker woont, kunt u ook ten noorden van El Campello de weg naar Aigües ne­men en na het passeren van deze plaats de prachtige A-181 naar Relleu nemen. In het eerste geval nadert u Relleu aan de zuidoostkant en aan de rand van het dorp slaat u schuin linksaf alsof u om het dorp heenrijdt. Na enkele honderden meters gaat er een weg scherp linksaf met een geel bordje ‘Pantano d’Amadorio’. Deze weg neemt u. Komende uit Aigües neemt u aan de rand van Relleu een weg scherp rechtsaf waar ‘Circunvalación’ staat. Deze volgt u tot u smalle asfaltweg bereikt die rechtsaf gaat en waar het genoemde gele bord staat. U volgt de smalle asfaltweg gedurende 2,5 km en ziet dat er net na een scherpe bocht naar rechts linksaf een grindweg afslaat. Op de hoek staat een informatiebordje. U slaat de grindweg in en parkeert aan de rechterkant van de weg. Tip: Omdat er veel gejaagd wordt, is het verstandig dit gebied tot 6 december niet op zondag te betreden.
 
Wandeling
 
U loopt het brede grindpad op en houdt rechts aan bij de V-splitsing die al snel volgt. U loopt langs een groepje loofbomen die hersft­kleuren hebben en merkt dat het pad door de regen van de afgelopen week op een paar plekken wat drassig is. U negeert een paar grindwegen die linksaf lopen en volgt het doorgaande pad. Links van u loopt de vroegere rivier. De aanwezigheid van water is merkbaar door rietpluimen in het landschap.
 
Na ruim tien minuten maakt het pad een bocht naar rechts en u komt in een bijzonder landschap. Als u goed om u heenkijkt zult u merken dat u in het voormalige stuwmeer loopt. Op de grond groeien nu lage planten waar een smal maar duidelijk zichtbaar pad doorheen voert. U houdt een beetje rechts aan en komt op een verhoging in het stuwmeer uit. Op een open plek slaat u linksaf en loopt naar de enige hoge boom die hier staat en buigt dan rechtsaf naar een smal rotspad. Aan uw linkerhand ziet u een huisje en een muur liggen.

 

Dit is de dam van het voormalige stuwmeer van Amadorio, een stuwmeer dat in de achttiende eeuw werd aangelegd maar halverwege de twintigste eeuw werd vervangen door het bij Villa­joyosa gelegen Amadorio-stuwmeer. Het rotspad splitst zich en u kiest de linkerarm en loopt over een rotsmuurtje in de richting van de dam. Vlak voor de dam daalt u af naar de bodem van het stuwmeer en u loopt naar de dam toe. U kunt onder een boog in de muur doorlopen en de dam aan de linkerkant be­klimmen, dat zijn slechts een paar stappen. Eenmaal boven krijgt u een grote verrassing, aan de andere kant ligt namelijk een indrukwekkende en heel diepe kloof. Hier kunt u zien dat de stuwdam dertig meter hoog is!
 
Als u dit fascinerende uitzicht een poosje hebt bewonderd, kunt u kiezen uit twee op­ties: u keert om en loopt door het stuwmeer weer terug naar de auto. Óf u knoopt er nog een wandeling van 2,5 uur aan vast, die niet moeilijk is maar wel behoorlijk steil omhoog gaat. De beloning is een schitterend uitzicht op de kust en de bergwereld.
 
In het laatste geval loopt u over de dam heen en neemt het pad dat hier door een struik heen loopt naar de traptreden die aan de rechterkant van de dam omhoog lopen. Beklim deze treden voorzichtig, ze bevinden zich niet alle in even goede staat en ze zijn steil.
 
Boven aangekomen ziet u dat er een smal paadje verder de heuvel oploopt. U volgt dit pad en moet even later een paar meter omlaag. Dit wordt vereenvoudigd door enkele in de rots uitgehouwen traptreden. Onze route gaat verder rechtsaf omhoog maar u kunt eerst nog een paar passen rechtdoorlopen om naar een tweede, veel kleinere dam te kijken die een zijtak van de kloof afsluit. De route gaat, zoals gezegd, verder omhoog en u loopt over de kam van de lage heuvel die hier naast het stuwmeer ligt en van waaraf nu u, terugkijkend, een prachtig uitzicht over het droge stuwmeer heeft. Na vijf minuten gaat het smalle rotspad over in een breder grindpad. Er volgt al snel een V-splitsing waar u het linkerpad kiest. Het pad gaat nu op en neer en maakt veel bochten. Het loopt door een mooi landschap met veel dennenbomen en rozemarijn. Het is ook een populair jachtgebied en als u goed oplet ziet u bij een stilstaand watertje tussen de rotsen enkele hekjes opgesteld die dienen om zich achter te verschuilen.
 
U passeert aan de linkerkant van de weg een oude, ronde put en even later nog een jacht­hut. Kort daarna passeert u weer een V-splitsing en opnieuw neemt u het linkerpad. Het pad gaat nu steeds steiler omhoog en na een vermoeiende klim van twintig minuten bereikt u een T-splitsing van grindwegen. U slaat hier linksaf en begint aan een nieuwe klim. Vergeet niet af en toe achterom te kij­ken en te genieten van het uitzicht op het dorp Relleu met haar (weliswaar minder fraaie) nieuwbouwwijken en vooral op de met dennen begroeide heuvels.
 
Het steilste stuk is tot het laatst bewaard en na opnieuw twintig minuten klimmen komt u op het hoogste punt. Op een open plek met een splitsing ligt de berg Puig Campana vlak voor u. U slaat linksaf en loopt nog tien mi­nuten over een glooiend pad dat over de bergkam Sierra de Pantano loopt. Aan het einde van dit pad heeft u een onvergetelijk uitzicht over de kust bij Villajoyosa, het stuwmeer Amadorio, Sella, de Puig Cam­pana en de Sierra de Aitana. De vermoeiende klim is zo toch de moeite waard geweest en het is een ideale plek voor een lange pauze.
 
U daalt via dezelfde weg weer af. Let bij de steile stukjes goed op want het grind kan zorgen voor gevaarlijke schuivers. Vlak voordat u de trappen bij het stuwmeer bereikt, kunt u ook schuin linksaf slaan en via een smal pad terugkeren naar het droge stuwmeer.?Op die manier vermijdt u de traptreden die in de diepte kijkend misschien een beetje eng zijn.
 
Door: Bea Lutje Schipholt

 

(Bron: Weekblad De Week)                                    
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van reis met me mee;

↑ Terug naar de berichten