Donderdag 22 december 2005

Soms zit er een lied in mij gevangen
Waarmee ik iemand wil verblijden.
Waarom komt er geen muze naast mij hangen
Die mij helpt het te bevrijden?
Ik ben op zoek in de talen die ik ken
Naar een vorm om het uit te drukken,
Maar hoe dieper het zit, hoe armer ik ben
Aan woorden; het wil gewoon niet lukken.
In gedachten dicht ik het meesterwerk,
Waarin ik ritme, metrum en kadans
Met zinvol rijmen tot één geheel verwerk,
Klanken en schema mooi in balans.
Achter de zinnen is de muziek verborgen,
Die de fijnste snaren van het gemoed
Laat trillen, die een hart vol zorgen
Vertroost of even glimlachen doet.
Wat ik schrijf, zijn slechts vingeroefeningen,
Een moeizaam streven naar dat ideaal.
Mijn tijd ware beter besteed aan andere dingen
Dan dit vruchteloze worstelen met taal.