Kalmte
Kalm zijn is het hoogste wat het zelf kan bereiken.
Kalmte
Delen
Gezegend
Op de beklaagdenbankhet geluid van de stilte
is niet meer.
geen zuchtje wind,
geen ademtocht.
ik tast in het niets
van eigen onwetendheid.
maar het verlangen blijft.
Houden van
Poëtisch verlangen
Besef
ja, ik wil jouw stem nog
horen,
hernieuwd geboren uit een
diep verleden,
waarheen ik ze verbande
in mijn onwetendheid,
bewusteloos
verloren in negativiteit
van een onbegrepen wereld.
jaren zijn voorbijgegaan
in het verdwalend lezen
van een werkelijkheid, die
ik
niet vatten kon.
ja, ik wil jouw stem nog horen.
BniedemAntoine Cassar vertaalde mens vanuit het Nederlands naar het Maltees.
Translated from the Dutch mens into Maltese.
Bniedem
Il-belt, ħerba.
F’tagħwiġhom, il-kolonni
jixxennqu lejn
sferi ogħla.
Bi tbatija jġorru
timpani, jisfidaw
eternità ta’ baħħ.
Xquq iterrqu
fl-irħam b’omaġġ
lir-rassa,
imfarrka taħt il-piż
tad-djamant
li jissejjaħ bniedem.
Antoine Cassar
Meertaligheid troef (2)die Stadt, eine Ruine.
durch ihre Krümme
streben die Säule
nach einer höheren Sphäre.
sie schleppen Tympana
die einer Ewigkeit trotzen
von Nichts.
brüchig ist der Marmor,
und die Risse ehren
die Menge,
zerschmettert unter dem Gewicht
des Diamanten,
der sich als Mensch bezeichnet.
Homme
la ville, une ruïne.
par leur courbure,
les colonnes cherchent
des sphères plus élevées.
elles sont accablées
par des tympans,
qui affrontent une éternité
de rien.
des fissures suivent
le marbre, et rendent hommage
la foule,
écrasée sous le poid
du diamant,
qui s’apelle homme.
Man
the city, a ruin.
the crookedness of
the colums, striving for
higher scopes.
bearing tympanums
that defy an eternity
of nothing.
fissures running through
the marble, honouring
the crowd,
shattered by the weight
of the diamond,
calling herself man.
Meertaligheid troef (1)Mens
de stad, een ruïne.
in hun kromheid
streven de zuilen
naar hogere sferen.
zij torsen timpanen
die een eeuwigheid trotseren
van niets.
barsten lopen doorheen
het marmer, en eren
de massa,
verpletterd onder het gewicht
van de diamant
die zich mens noemt.
la città, una rovina
nelle loro curvatura
le colonne aspirano
a sfere più alte.
portano con sforzo timpani
che affrontano un' eternità
di niente.
le fenditure attraversano
il marmo, e onorano
la massa,
schiacciate sotto il peso
del diamante
che si chiama uomo.
Arabisch sprookjeEr was eens een oude man, gezeten niet ver van een oase, aan de ingang van een dorpje in het Midden-Oosten. Een jonge man kwam naderbij, en vroeg : ‘Ik ben hier nog nooit geweest. Hoe zij de mensen die hier in het dorp leven ?’ De oude man antwoordde hem met een vraag : ‘Hoe zijn de mensen in het dorp waar je vandaan komt ?’ ‘Egoïstisch en stout. Dat is de reden waarom ik blij ben, vertrokken te zijn.’ ‘Je zult dezelfden hier vinden.’, antwoordde de oude man.
Wat later nadert hem opnieuw een jonge man, en stelt hem dezelfde vraag : ‘ Ik kom van een andere streek. Hoe zij de mensen die hier leven ?’ De oude man antwoordt : ‘Zeg mij, jongen, hoe waren de mensen die in jouw dorpje leven ?’ ‘Zij waren goed, gastvrij en eerlijk. Ik had er vele vrienden, en het deed me pijn, hen te moeten verlaten.’ ‘Je zult dezelfden hier vinden.’
Een handelaar die zijn kamelen liet drinken had beide gesprekken gehoord. Toen de tweede jongen zich verwijderd had, vroeg hij de oude man op een verwijtende toon : ‘Hoe kun je twee verschillende antwoorden op dezelfde vraag geven ?’
‘Mijn zoon, zei de oude man, iedereen draagt zijn universum mee in zijn hart. Degene die komt van een plaats waar hij niets goed vond, zal ook hier niets goed vinden. Degene echter die vrienden had in de andere stad, zal ook hier trouwe vrienden vinden. Want, zie je, de mensen gedragen zich tegenover ons als dat wat wij in hen vinden.’
Nieuwe dichtbundel
Leesclub Boekcargo
Staf De Raeymaker - Anekdotes
Vooruitmijn geest ontstijgt het lichaam,
en gaat haar eigen weg,
de stoffelijkheid stil achterlatend
in de eenzaamheid van haar bestaan.
langs heuvels en dalen zwerft zij,
in aanbidding voor de oneindigheid.
diep dringt zij door in de verwondering
van een bestaan, alleen gekend, vroeger,
in het ongemak van een eigen lichaam.
langs hoge golven en diepe kloven scheert zij,
ongenaakbaar in haar eenvoud,
en neemt op lessen van heinde en verre,
zij, onwetend sinds een lange tijd, stelt zich vragen
over haar nieuwe verlangen naar verandering.
op de stromingen van de wind zeilt zij
van heden over verleden naar een toekomst,
lang verwacht, maar onbereikbaar mooi.
het streven naar vernieuwing, eindelijk vervuld.
mijn geest daalt weer in het lichaam,
vol vertrouwen in wat mij wacht.
Ik worstel
Beagle
Als uit de asmijn lichaam,
omgeven door vuur.
doch geen vlam
die het verschroeit.
en toch verteert het,
atoom per atoom,
eens zijn doel bereikt.
terwijl mijn ziel onaangeroerd,
en beschermd door de gloed,
verlangend naar vernieuwing
blijvend streeft.
Maartde eerste lentebries,
de eerste zonnestralen
spelen met het water,
de golfjes kabbelen
goudblinkend aan
de oever van het meer.
ik dompel mij onder
in het nieuwe ritme
en was de oude stormen
van mij af.
energie doorstroomt
opnieuw mijn aderen,
en maakt de stof
als nieuw.