INDIEN


INDIEN
Indien de mens meer oog en oor bezat,
Voor alle schoonheid op aarde.
De schat der natuur, van ontzagelijke waarde,
’t gezang der vogels om hem heen.
’t Lied van de wind in de ruisende bomen,
dan zou hij wel weer tot rust kunnen komen.
Stil even opzien, en dan diep ontroerd weer verder gaan,
om de glinsterende sterren, die ginds aan het uitspansel staan.
De diepe geur en kleur der bloemen,
Teveel om hun naam hier op te noemen.
De witte frêle schoonheid van een vlokje sneeuw,
Of het luide gekrijs van een meeuw.
O, ik kan nog zoveel dingen beschrijven,
Doch zelf ontdekken is beter, zo moet het steeds blijven!
Coppens A.
26-4-1989
Kamer 281 - 2























