ZONSONDERGANG

ZONSONDERGANG
De dag was prachtig en warm geweest,
de korenhalmen
hadden de hitte gedragen
en hingen er buigend bij.
Een zwoele zomerwind
speelde er doorheen.
De zon hing zich te verkleuren
en door haar gouden stralen,
schemerde het avondrood.
Zij zonk dieper, alsof ze zich
een moment zou neervlijen
in de schoot der aarde.
Haar lichtbundel weerkaatste,
en bracht de rijpheid
van het koren tot zijn recht
en heel langzaam zich verwijderend
werd ze kleiner en kleiner,
tot ze onzichtbaar weggeschoven was,
en het brood des levens omarmde.
FRANCINE DE WILDE

































