Dure olie slecht voor natuur


Boren naar olie is al jaren een prioriteit van de regering-Bush. De president prees de Senaat voor zijn besluit. Niemand weet hoeveel olie er ligt onder de permanent bevroren toendra. Schattingen lopen uiteen van drie tot zestien miljard vaten. Volgens Bush hebben de Verenigde Staten die olie nodig om de afhankelijkheid van onbetrouwbare en anti-Amerikaanse olieleveranciers als Venezuela, Iran en Arabische Golfstaten te verminderen en de nationale veiligheid te vergroten.
De voorstanders van oliewinning in het kustgebied van het ongerepte Arctische Nationale Wildreservaat hebben de wind in de rug. De prijs van een vat olie is met 60 dollar tot een recordhoogte gestegen en er wordt steeds luider geklaagd over hoge benzineprijzen.
Overigens wordt in Alaska al jaren veel olie gewonnen, maar in het wildreservaat is het tot nog toe verboden. Het unieke natuurgebied werd in 1960 tot beschermd natuurreservaat verklaard door president Eisenhower. Oliewinning zal slechts worden toegestaan in acht procent van het uitgestrekte gebied en zal de flora en fauna geen of amper schade toebrengen, aldus de voorstanders. De milieubeweging bestrijdt die redenering.
Vijf Republikeinse senatoren braken met de fractiediscipline en stemden met de Democraten voor het handhaven van het verbod op boren naar olie.
Oliemaatschappijen als British Petroleum en de in Texas gevestigde Exxon Mobil kunnen pas beginnen met boren als ook het Huis van Afgevaardigden het groene licht geeft. Toestemming daar is nog allesbehalve zeker, omdat ruim twintig Republikeinen zich tegen de partijlijn in verzetten tegen oliewinning in het reservaat.






















