Duizendste executie in VS


Sinds de herinvoering van de doodstraf in 1977 is er gemiddeld elke tien dagen een ter dood veroordeelde geëxecuteerd met de elektrische stoel, door een vuurpeloton, in de gaskamer, door ophanging of met een injectienaald.
Over de schuld van Robin Lovitt, die het duizendste slachtoffer zal worden van het Amerikaanse doodstrafsysteem, bestaat gerede twijfel. Hij werd in 1999 veroordeeld omdat hij tijdens een roofoverval op een biljartzaal een man had doodgestoken met een schaar Lovitt geeft toe dat hij schuldig is aan de roofoverval, maar houdt vol dat hij de moord niet op zijn geweten heeft.
Het bewijsmateriaal tegen hem is uiterst mager. Er waren geen vingerafdrukken van hem gevonden op het moordwapen of elders in de biljartzaal en er zat geen bloed van het slachtoffer op Lovitts kleding. Hij werd vooral veroordeeld omdat een ooggetuige zei dat hij er voor 80 procent zeker van was dat Lovitt de dader was. Hoewel de wet dat verbiedt, werd het bewijsmateriaal vernietigd om ruimte te maken in het magazijn. Daardoor kon Lovitt geen gebruik maken van zijn recht om het opnieuw te laten onderzoeken met de nieuwste DNA-technologie.
Na de herinvoering van de doodstraf zijn in twaalf jaar executies voltrokken. Sindsdien werd het tempo flink opgevoerd. In het jaar 1999 werd een recordaantal gevangenen geëxecuteerd: 98, aangevoerd door Texas, waar George W. Bush toen gouverneur was.
Sindsdien is het aantal terechtstellingen weer afgenomen. Vooral doordat in 37 van de 38 staten die de doodstraf kennen, jury’s kunnen besluiten iemand tot levenslang in plaats van tot de doodstraf te veroordelen. Ook wordt vaker een DNA-test gebruikt waardoor ten onrechte veroordeelde mensen vrijkomen.


























