Zanger Robert Long is op 63-jarige overleden in een ziekenhuis in
België. Deze week werd bekend dat hij aan een ernstige vorm van kanker
leed en nog maar kort te leven had. Robert Long schreef en zong rebelse
en romantische liedjes die bewezen hoe goed de Nederlandse taal op
makkelijk toegankelijke melodietjes kan worden gezet. Het Nederlandse
lied heeft veel aan hem te danken. (Door Henk van Gelder)
Zijn eerste artiestennaam luidde Tom Hark, vervolgens was
hij Bob Revvel en ten slotte werd en bleef hij Robert Long. Maar juist in de Nederlandse taal heeft Bob Leverman, zoals
hij officieel heette, zijn allergrootste prestaties geleverd.
Hij schreef en zong honderden liedjes waarin soepel geformuleerde zinnen
zich als vanzelfsprekend konden neervlijen op aanstekelijke deuntjes. Zijn
getuigende nummers trokken de meeste aandacht, maar hij maakte minstens zo
veel gevoelige liedjes. En soms kwamen rebellie en romantiek samen, als hij
zong dat de buitenwereld geen donder te maken heeft met de liefde tussen
twee mensen - of die nu hetero- of homoseksueel is.

Foto PAUL BERGEN
Schuldbesef
Bob Leverman werd geboren in Utrecht, maar groeide op in het
gereformeerde
dorp Ederveen, waar zijn gescheiden moeder een baantje als huishoudster op
een boerderij kon krijgen. „Ik heb er lezen, schrijven, rekenen en
schuldbesef geleerd”, zong hij in een van zijn latere liedjes. Zijn moeder
ervoer als gescheiden vrouw met kind hoe bekrompen zo’n kerkelijk dorp kon
zijn, en zelf kwam hij in botsing met de daar heersende normen en waarden
zodra hij als puber de jongensliefde ging beoefenen. Uit die tijd dateert
zijn verzet tegen de bemoeizucht van het gezag, dat zijn leven lang nooit
meer wilde wijken.
Hans Schiffers en Kick van der Veer presenteren donderdagavond een speciaal programma ter nagedachtenis aan Robert Long. Het herdenkingsprogramma is van 19.00 uur tot 20.00 uur te horen op Radio 2, aldus de AVRO donderdag.

Vanaf zijn veertiende zong hij in popgroepjes en op zijn negentiende liep
hij weg van huis. Hij was een paar jaar lang etaleur bij de Hema, tot de
groep Unit Gloria hem in 1968 een vaste betrekking als zanger kon bieden.
Daar besloot hij, 1.92 meter lang, voortaan Robert Long te heten. De groep
maakte diverse hits, waaronder de klassieker The last seven days. Na
drie jaar durfde hij zelfs een solocarrière aan, dat eveneens een paar
(kleinere) hits opleverde. Maar toen de platenmaatschappij zijn
internationale succes wilde bevorderen door hem een imago met snelle auto’s
en mooie vrouwen aan te meten, wenste hij geen popster meer te zijn: „Ik
vond mezelf een oudere heer worden die iets engs deed voor kleine kinderen.”
Met tegenzin accepteerde de platenmaatschappij dat Robert Long de
Nederlandstalige langspeelplaat Vroeger of later zou maken. Naar zulk
repertoire was maar weinig vraag, meende men. Maar toen die plaat in 1974
uitkwam, werd er een half miljoen exemplaren verkocht. In één klap was Long
de stem van een nieuwe generatie: ongebruikelijk direct en onomwonden in
zijn hoon jegens kerk en kapitaal, moralisme en milieuvervuiling. Tegen de
zedenwetten van de paus („hij die door zijn orgaan slechts pist / heeft
steeds voor duizenden beslist”) en voor ieders individuele vrijheid om lief
te hebben wie hij wilde.
Provocerend
Wat volgde, was een veelheid aan verschillende projecten: een paar vrolijke
theaterrevuetjes in samenwerking met satiricus Dimitri Frenkel Frank, een
hoofdrol in de mislukte musical Swingpop, de presentatie van
tv-spelletjes (waaronder het populaire Tien voor taal) en steeds weer nieuwe
platen waarvan er honderdduizenden werden verkocht. Een hoogtepunt waren de
drie theaterproducties die Robert Long in de jaren tachtig speelde met Leen
Jongewaard: scherp en scabreus, poëtisch en provocerend tegelijk. Pesterig
gaven ze een van die programma's de titel Tot hiertoe heeft de Heere ons
geholpen, om de Pavlov-protesten van het christelijk volksdeel met een
sardonische grijns te incasseren. Niets bezorgde hen meer pret dan
EO-achtige kwezels die op hun achterste benen stonden. Een aangifte wegens
godslastering werd weliswaar in behandeling genomen, maar leidde verder tot
niets. „De kern van humor is wreedheid,” luidde zijn motto. Samen met Frenkel Frank schreef Long ook de elegante musical Tsjechov
die in 1991 in première ging, met Boudewijn de Groot in de lucide hoofdrol.
Als solo-artiest maakte hij intussen een opvallende ontwikkeling door: van
de ietwat houterig op het podium staande zanger uit het begin naar de
charmante entertainer die hij in de loop van de jaren negentig werd. Maar
terwijl zijn optreden allengs een hang naar behaaglijkheid en een smaakvolle
presentatie liet zien, verloochende Long zijn vroegere repertoire niet. Zo
haalde hij op zijn dit jaar verschenen cd 'n Duivels genoegen nog met
even veel waarachtige woede uit naar God „die alles wat de wereld kleurt /
genadeloos heeft afgekeurd”.
Eigenlijk had 'n Duivels genoegen een theaterprogramma moeten worden. Ruim
een jaar geleden werd Long echter getroffen door een hartinfarct, waarna hij
moest besluiten nooit meer op tournee te gaan. Wel werkte hij dit jaar aan
een kinderboek en een nieuwe musical.
Ongeneeslijk
Half november was Robert Long nog opgewekt aanwezig bij een bijeenkomst in
het Theater Instituut in Amsterdam. Twee weken daarna moest hij met vage
klachten naar een ziekenhuis in Antwerpen - hij woonde afwisselend in
Menaggio (Italië) en Antwerpen - waar hem werd verteld dat hij aan een
ongeneeslijke vorm van kanker leed. Maandagmiddag heeft hij zijn vrienden
laten weten dat hij stervende was. Zijn dood was dus aangekondigd, maar
daarom niet minder schokkend. Robert Long heeft veel moois geschreven, maar
het had nog heel veel meer moeten zijn. (NCR)