Woensdag 11 april 2007
Onkelinx wil duidelijker regeling over hoofddeksels in rechtbank

Minister
van Justitie Laurette Onkelinx wil een duidelijker regeling rond het
dragen van hoofddeksels in rechtbanken. Ze wint daarover advies in bij
de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ), antwoordde ze in de kamercommissie
Justitie aan Stijn Bex (Spirit), Claude Marinower (Open Vld) en Servais
Verherstraeten (CD&V).

Keppeltje
Een Antwerpse rechter liet begin deze maand een joodse man uit de rechtszaal verwijderen omdat hij weigerde om zijn keppeltje af te zetten. De rechter paste daarbij artikel 759 van het gerechtelijk wetboek toe, dat stelt dat "de toebehoorders de zittingen met ongedekten hoofde bijwonen, eerbiedig en stilzwijgend; alles wat de rechter tot handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd".
Beleefdheidsregel
Onkelinx benadrukte dat het artikel niets te maken heeft met de neutraliteit die de magistraten verplicht aan de dag moeten leggen of de regeling die de kledij van advocaten vastlegt. Artikel 759 heeft meer te maken met een traditionele beleefdheidsregel, meent de PS-minister. Het is aan de voorzitter van de rechtbank of het hof om geval per geval te oordelen. Maar, "men kan zich de vraag stellen of men het artikel moet toepassen en elk hoofddeksel, inclusief de hoofddoek of het keppeltje, moet verbieden in een zittingzaal", poneerde Onkelinx.
Neutraliteit
Volgens Bex zette de betrokken rechter het neutraliteitsprincipe op zijn kop. "De rechter zelf moet neutraal zijn, maar ook respect betonen voor de diversiteit in de samenleving", zei het Spirit-kamerlid. Claude Marinower beklemtoonde dat het artikel dateert uit de tijd waarin men het nodige respect en eerbied betoonde door zijn hoofddeksel af te zetten. Het zijn de rechtbanken en niet de rechtsonderhorigen die neutraal moeten zijn, meent de liberaal, die bij de minister aandrong op duidelijkheid. Ook Servais Verherstraeten deed dat. (belga/hln)

Keppeltje
Een Antwerpse rechter liet begin deze maand een joodse man uit de rechtszaal verwijderen omdat hij weigerde om zijn keppeltje af te zetten. De rechter paste daarbij artikel 759 van het gerechtelijk wetboek toe, dat stelt dat "de toebehoorders de zittingen met ongedekten hoofde bijwonen, eerbiedig en stilzwijgend; alles wat de rechter tot handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd".
Beleefdheidsregel
Onkelinx benadrukte dat het artikel niets te maken heeft met de neutraliteit die de magistraten verplicht aan de dag moeten leggen of de regeling die de kledij van advocaten vastlegt. Artikel 759 heeft meer te maken met een traditionele beleefdheidsregel, meent de PS-minister. Het is aan de voorzitter van de rechtbank of het hof om geval per geval te oordelen. Maar, "men kan zich de vraag stellen of men het artikel moet toepassen en elk hoofddeksel, inclusief de hoofddoek of het keppeltje, moet verbieden in een zittingzaal", poneerde Onkelinx.
Neutraliteit
Volgens Bex zette de betrokken rechter het neutraliteitsprincipe op zijn kop. "De rechter zelf moet neutraal zijn, maar ook respect betonen voor de diversiteit in de samenleving", zei het Spirit-kamerlid. Claude Marinower beklemtoonde dat het artikel dateert uit de tijd waarin men het nodige respect en eerbied betoonde door zijn hoofddeksel af te zetten. Het zijn de rechtbanken en niet de rechtsonderhorigen die neutraal moeten zijn, meent de liberaal, die bij de minister aandrong op duidelijkheid. Ook Servais Verherstraeten deed dat. (belga/hln)



















