Het Eiland Terschelling
Terschelling is het middelste Nederlandse Waddeneiland. Sinds eeuwen heeft de mens de ligging van Terschelling benut. In vroegere dagen beschutte de Dellewalbaai - de enige natuurlijke baai van Nederland - de vissers- en handelsschepen tegen storm en slecht weer. Tegenwoordig weten duizenden watertoeristen zich veilig in de prachtige passantenhaven. Ook het eiland zelf met zijn unieke sfeer, natuur en landschap is erg in trek bij toeristen. Daarmee zijn drie belangrijke pijlers van het eiland genoemd: de zee, het toerisme en de natuur.
Terschelling wordt aan de noordkant begrensd door de Noordzee en aan de zuidkant door de Waddenzee. De dichtst bij zijnde haven aan de vaste wal is Harlingen. Deze havenplaats ligt hemelsbreed ongeveer 25 km van Terschelling en via de vaargeulen circa 35 km.
De haven in West-Terschelling bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste de gemeentelijke haven in de Kom. Deze haven biedt plaats aan o.a. de schepen van de reddingsmaatschappij en de lokale bergers. Op deze haven is de gemeentelijke havenverordening van toepassing. De schepen van rederij Doeksen, de Terschellinger vissersvloot en de zogenaamde bruine vloot vinden ligplaats in de Rijkshaven. Deze haven wordt door Rijkswaterstaat beheerd (tel. 0562 - 442235). De gasten van de charterschepen van de bruine vloot kunnen gebruik maken van een in 1992 gerealiseerde sanitaire voorziening.
In de Dellewalbaai is de Terschellinger passantenhaven gesitueerd. Deze modern ingerichte jachthaven beschikt o.a. over een wasserette, water- en elektriciteitsvoorzieningen op de steigers en een toiletgebouw. De passantenhaven wordt beheerd door de Stichting Passantenhaven Terschelling (havenmeesters: tel. 0562 - 443337). Bijzonder is de HOI, de havenontvangstinstallatie waar milieu belastende afvalstoffen als bilgewater en olie kunnen worden ingeleverd.


















