Naar de inhoud

Nukerke

Nukerke aan de voet van een getuigenheuvel
akke.beakke.be

Archief

22. Klooster te Nukerke

Het klooster te Nukerke

OPROEP !

Reacties op bericht "22. Klooster te Nukerke"

 

zoek personen van kindertehuis

ik heb ook in het kindertehuis gezeten met zuster Gisele zuster Hilda zuster Adhemar zuster Dora(THEODORA) zuster Dominica, zuster Luthart en ik ken Anita ,Yves en Pascal van Coppenolle je kent me als Christine Verhauwert ,ik zou heel graag samen komen doe een oproep daarom naar Daisy ,Werner en Johny Sleeuwaert ,Patrick en Miranda Francois Van Huffel, Monique Gino en Marino Vanderhauwaert , Chantal,Frederick,Gerard,Miranda, Ingrid De Bruyn, Spitaels Ingrid en ,GRETA WOUTERSPhilippe en Veerle en OM zeker niet te vergeten Christiane Van Den Bossche Zuster Lucilla ,Marie-Madeleine en Claudine De Meulemeester ,Marleen en Isaac en Sabine ? EN KLEINE VINCENT niet te vergeten natuurlijk nu een man ;HOOP DAT JULLIE CONTACT MET MIJ ZOEKEN JE MAG ME MAILEN OP:snowdon@skynet.be

 KLOOSTER NUKERKE
ik heb samen met mijn zuster in dit klooster verbleven. tussen 1955 en 1963. ik ben geboren in 1952. Zijn er nog meisjes die contact hebben met deze blog die in die periode er waren ? Ik herinner me nog de zusjes LATAER Rita en Anita. Dank U.

In de volksmond werden "de kinderen van het klooster" ook "de weeskinderen" genoemd. In werkelijkheid was het een gemengde groep van kinderen die een ouder verloren hadden, kinderen van een alleenstaande vader, kinderen uit gedeeltelijk ontwrichte gezinnen. Ze werden ondergebracht in het klooster dat deel uitmaakte van een complex dat bestond uit drie klassen voor de meisjesschool, palend aan de grote, verzorgde moestuin, verder de speelplaats met afdak en toiletten (toen vertrekken genoemd). Aan de zuidengevel van het klooster werd de jongensschool aangebouwd bestaande uit 3 klassen. Daar liepen de jongens school vanaf het 2de leerjaar tot en met het 8ste leerjaar. De leerplicht was verplichtend tot 14 jaar. Vanaf die leeftijd gingen veel kinderen werken. Weinig kinderen op het platteland zetten vóór W.O.-II de stap naar het secundair onderwijs. Jongens uit landbouwgezinnen waren toen beter af en mochten naar het secundair onderwijs in Ronse. Velen trokken naar het college. Maar om hun Frans te leren werden toen kinderen uit de betere gezinnen in het internaat gestopt in  een of ander, liefst katholiek en streng, instituut juist over de taalgrens. Heel soms werden daar ook de meisjes heen gestuurd, om Frans te leren en om welopgevoed te worden. Dat kan later van pas komen bij de keuze van een huwelijkspartner.

Het klooster heeft het uitzicht van een grote woning met juist voldoende ruimte om 5 zusters te huisvesten en een 12-tal kinderen in onder te brengen. Een deel van het gelijksvloer was voorbehouden aan de zusters; er was de keuken, de eetruimte en de leefruimte. Het andere deel (de noordkant), gescheiden door een middengang was de leefruimte voor die 12-tal meisjes. De voornaamste meubelen waren een lage tafel met stoelen. Tegen de wand stond nog een kast met een vakje voor elk kind. In dit lokaal werd er gegeten, gespeeld, gewerkt, huiswerk gemaakt en de catechismus geleerd. Op de eerste verdieping bevonden zich de slaapplaatsen voor de zusters en een kleine kapel. Onder het dak bevond zich de slaapruimte van de meisjes. Een ruimte zonder comfort, warm in de zomer en bitterkoud in de winter. De meisjes, soms hele kleintjes, hadden een weinig benijdenswaardig leven. Ze werden 's morgens vroeg gewekt want om 7 uur was er reeds een mis in de parochiekerk, een paar honderd meter verder. Het moet gezegd, de gemeenschap had voeling met die kinderen. Deze waren bij elke gebedsdienst aanwezig. Heel wat parochianen lieten pakken kleren afgeven, kleren waar hun kinderen waren uitgegroeid. Het hoeft niet gezegd dat de nonnetjes de kleren gretig in ontvangst namen. Zo moest ik van mijn moeder tegen de zuster zeggen dat "die kleren voor Paulke waren". En steeds waren de kinderen op post. Op zon- en feestdagen was het een gaan en komen naar en van de kerk; er was de vroegmis, de hoogmis, de Vespers en het Lof.  Maar ze waren verzorgd, werden goed opgevoed en hadden immers een thuis.

De leefwereld van de meisjes beperkte zich tot de kloosterwoning, een speelplaats, een moestuin, een grasperkje, een stukje boomgaard en de klaslokalen.

Laten we even N. aan het woord. Geboren in 1940, verbleef ze in het klooster vanaf haar 5 tot 13 jaar. "We verbleven heel veel tijd in onze leefruimte waar we speelden, werkten en er al eens een stil hoekje opzochten om onze catechismus te leren. Ons huiswerk maakten we samen aan de tafel en de een hielp de andere.  Dagelijks stonden de grootste meisje rond de tafel om de aardappelen te schillen voor de volgende dag. We maakten op dat moment al eens ruzie. Kijk hier in mijn arm. De mesjes waren scherp.Maar al bij al was er een goede sfeer. Wij sliepen op het hoogste deel, de zolder die ingericht was als dortoir. Enkele dakvenstertjes.lieten wat daglicht binnen.(en bij het bekijken van de foto van het kloostergebouw). Kijk achter dat dakkapelletje moesten we onze kleren passen. Weet je hoe ik mij chirokleedje moest passen?. Ik moest op mijn twee knieën zitten en de onderste rand van het kleedje moest de vloer raken. Zó, dat was een zedige lengte. Maar terug naar de slaapplaats. De bedjes stonden keurig op een rijtje. Vooraan stond een lange smalle tafel waarop onze waskom stond. Een grote waterkan werd aangedragen want lopend water was niet. Na de was werd het vuile water met de emmer naar beneden gebracht. Het gebeurde wel eens dat bij het morgenkrieken na een strenge winternacht een ijslaag  het water in de waskom bedekte. De zaterdag was het wasdag; er waren geen douches of ligbaden. Elk stond voor zijn waskommetje waste zich volledig. Let op, het bleef eenzedig wasje.. Het vuile linnen ging in de wasmand. De zusters deden de was in houten kuipen. De grootste meisjes werkten al te graag mee en droegen het wasgoed naar den bleek achteraan in de hof. Daar moesten we dan het wasgoed open spreiden om het te laten bleken. Af en toe moesten we de was met water besprenkelen. Het water haalden wij uit de nabije waterput. Het wasgoed te drogen hangen aan de wasdraad was ook ons werk. We maakten al eens grapjes want het wasgoed van de nonnekens ging eveneens door onze handen. Strijken was dan weer de taak van de werkzuster."

Jaar in jaar uit, zomer en winter, iedere morgen wandelden de meisjes, klein en groot, onder begeleiding van een zuster naar de parochiekerk. Die kerk was tijdens de week een ijskelder. Als we de kerk verlieten sloegen we meermaals onze armen rond ons lichaam, kwestie van ons op te warmen.. Mijn handen leken soms wel vervroren. Maar als kind kon ik na enkele jaren en de talrijke kerkbezoeken  al die Latijnse gezangen uit het hoofd meezingen. Goed hé !

In de  zuiderhoek van de speelplaats stond een grot ter ere van Maria en Bernadette. Daar ruikte het steeds vochtig. Tijdens de meimaand werd er 's morgens dagelijks een rozenkrans gelezen. We zaten allemaal op onze knieën, en 't was toch soms zo koud.

Het slapengaan verliep als een ritueel. Na het uitkleden moesten wij op onze knieën zitten en bidden, dan bed in en slapen. Tijdens de vasten mochten wij niet snoepen maar mijn moeder die af en toe op bezoek kwam (niet alle meisjes kregen bezoek), bracht al eens een snoepje mee. Elkeen had in een kast een blikken doosje staan. Daarin werden de lekkernijen opgeborgen en na de vasten deelden we mee aan de kinderen die niet veel hadden. De leeftijd speelde geen rol en de grootsten hielpen de kleinsten. Mijn moeder gaf me wel eens een vijffrankstuk dat ik 's maandags aan de zuster gaf die er dan voor zorgde dat het op mijn spaarboekje stond. Ha, en waar is de tijd toen we onze maandstonden begonnen te krijgen en ons moesten verversen op de vertrekjes op de speelplaats. Aan die toiletjes hingen van die korte deurtjes en het gebeurde al eens dat de kleintjes onder de deurtjes kwamen loeren. Dan was ik kwaad.

Het gebeurde eens dat mijn moeder geen geld had om mijn verblijf in het klooster te betalen. Dat moest maandelijks gebeuren. Zij kende een koolmijner die goedkoop aan steenkolen geraakte. Dus betaalde ze mijn verblijf door een hoeveelheid steenkool aan de zusters te leveren.  Wel erg hé?

Mijn plechtige communie deed ik in het klooster. Ik mocht bij Roger Ceuterick mijn haar laten knippen. Ik had mooi lang haar en ik weet nog dat ik met kort haar buiten kwam. Mijn moeder kocht de kleren. Ik weet ook nog dat we tijdens de grote vakantie bij een boer aardappelen gingen rapen. Ha, dat waren mooie dagen. We gingen te voet tot aan de boerderij, ik weet niet meer waar maar 't was een eindje stappen. En we kregen daar van dat lekker boerenbrood met echte goede boteren plakken kaas. Dat smaakte want in 't klooster kregen wij geen boter op het brood. Voor dat werk kregen wij niets (nochtans betaalde de boer toen 25 fr per schoft en als aardappelraper verdiende je dus algauw 75 fr per dag en dan werkte je van 8 tot 12 en van 13 tot 19).

Van het eten herinner ik mij nog die melkpap (karnemelk) waarin van die brokken zaten. Als de zuster het niet zag zette ik mij bord buiten aan de deur. Eten voor de poesjes.(die mochten nooit binnen komen).

's Zondags gingen we naar de chiro in de parochiezaal bij leidster Maria Deriemacker. Dan trokken we ons blauw kleedje aan met gele das. Tijdens de grote vakantie gingen we samen met de chiro van Ronse en Pater Michel op bivak. 'k Weet ook nog dat ik in het klooster eens heel veel zeer in mijn buik had. Dokter Roelens kwam bij mij en stelde een apendix vast. Ik werd in zijn auto gezet en de dokter voerde mij naar de kliniek op Hogerlucht te Ronse om geopereerd te worden. Enkele keren mocht ik bij klasvriendinnetjes gaan spelen o.a. bij de zusjes Roelens.

Maar al bij al, ik weet niet meer of ik mij toen ongelukkig voelde."
"Rond de tijd van de processie was het steeds een drukte van belang. Dan moesten de processiekleren van op de zolder naar beneden worden gehaald. Die kleren hingen toen, mooi afgeschermd, op de zolder boven de klassen van de jongensschool. Het zat zo! De zolder boven het klooster stond in verbinding met de zolder boven de jongensschool. Op de dag van de processie werden alle figuranten gekleed en getooid door de zusters en door de talrijke vrijwilligers. Vanaf het klooster ging de groep dan stoetsgewijze naar de kerk waar de processie werd gevormd. Na de processie werden alle kleren nagezien op hun netheid en pas dan terug gehangen op zolder. Stil wachtend op de volgende uitstap!"

Wie herinnert zich volgende zusters ?  Zuster Leandrine , zuster Lucienne , Moeder Anna , zuster Lucilla., zuster Juliette, zuster Theodora . En de leke onderwijzeres van het 1ste studiejaar, juffrouw Angèle Dejonghe (geboren te Zulzeke in 1908, ze woonde nadien op het Heidje te Nukerke en overleed er in 1966), weliswaar ongehuwd want gehuwde onderwijzeressen verloren hun opdracht in het de christelijke scholen. Jufrouw Angèle gaf les tot aan haar op ruststelling in 1962. Enkele jaren later verdwenen. de zusters. Ze werden vervangen door leken. Zo volgde Mariette Geenens Moeder Anna op als schoolhoofd.

 

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
4 reacties Reageer op dit bericht

21- Kerkje van Melden

Onze eerste parochiekerk.

Het eerste kerkje van de "prochie" Melden, waarvan ook de gelovigen van het huidige Nukerke toe behoorden, zou in de Merovingische periode zijn ontstaan , waarschijnlijk uit de resten van/of als bijgebouw van een versterkte toren of mote, gelegen dicht bij de stroom. Het kerkje is naar alle waarschijklijkheid gebouwd door "het Capittel van kanonniken der Cathedraal van Kameryck die altoos gelast zijn geweest met de reparatiën derzelve en die ook de groote tiendeheffers en patronen ervan waren", aldus een document.

 In de kronieken lees je dat "ten jare 922 werd Gerardus de Loz, heer van Pamele, hoofd van de heerlijkheid van het Land tussen Marke en Ronne waarvan Melden de hoofdplaats was, in de kerk begraven." Het oorspronkelijk Romaans kerkje werd in de loop van de geschiedenis keer op keer verbouwd 

In het jaar 871 hebben onze streken een inval gekend van de Noormannen, alsook in 940 "die niets nalieten dan rouwe en verwoestinge." Tijdens het bestuur van Karel V moest ook de "prochie" Melden afrekenen met godsdiensttroebelen door de opkomst van de protestanten. "In de jaeren 1565-1566-1567 werd de Katholieke Godsdienst alhier geteisterd door de predikatiën en oproeringen der Nieuwgezinden of Calvinisten". En verder: "op zondag 25 augustus 1566 was een "groote sectie van Calvinus" leerlingen ende heetten geuzen hier neergestreken ende smeten in stukken alle de ornamenten, beelden, plaeten, kisten ende scheurden die boeken in stukken".

"Den 18 juny 1567 werden 13 der meeste roervinken tot de galg veroordeeld". Op 28 april 1568 deden de geuzen nog een inval in de kerk van naaste parochie Zulzeke waar ze vuur stookten met de beelden  waardoor de kerk afbrandde.

In 1578 staken de onlusten weer de kop op; "zo werd op de eersten Sinksendag de pastoor door de calvinisten verjaagd, de kerk gesloten en de inwoners van alles beroofd", "in 1582 wierden de geuzen verjaagd, de kerke wierd geopend en de Goddelijke diensten als vroeger gedaan". Uit rekeningen uit 1652 blijkt dat de toren "eene horlogie" had en in 1654  drie klokken". Ondertussen werd ten oosten van de Koppenberg een kerkje gebouwd omdat het aantal bewoners  aangroeide  en de afstand tot de parochiekerk van Melden toch ver was. De "prochie" kreeg de naam Nova Ecclesia (Nieuwe kerk), een gemeenschap die zal uitgroeien tot Nukerke.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

24. Tijdelijk verblijf van Hugo Claus

        

   Verblijfplaats van de schrijver Hugo Claus. De schrijver kocht de gesloten hoeve, typische bouwtype voor Zuid-Vlaanderen in de loop van de jaren '60. Tot dan was de boerderij een bloeiend bedrijf in eigendom van de familie René Tonniau-Verhellen. Het was toen nog heel uitzonderlijk dat bij het op rust gaan van de landbouwer de boerderij niet werd verder gezet door een van de kinderen. Maar de kleinschalige landbouw bleek geen toekomst meer te hebben. Welstellende stadsmensen lonkten naar “den buiten”. Dus ook deze  boerderij werd verkocht aan “stadsmensen” zoals dat toen werd gezegd. Het neerhof ligt ”in Tenhole nr 3, een oase van rust en groen, in een klein dal tussen twee uitlopers van de getuigenheuvel. De nabije bron geeft het jaar door overvloedig drinkbaar water. Mensen uit de buurt en stadslui kwamen zich hier bevoorraden. Tot de jaren 70 was de weg Tenhole zelfs niet gekasseid. Het merendeel van de wegen in de gemeente waren dat wel (macadam of asfalt kende men hier blijkbaar nog niet); de weg was gewoon met grind verhard en voldoende breed voor stro- of hooiwagen. Hugo Claus liet de oude boerderij opknappen, zeg maar stevig verbouwen. Dit karwei nam enkele jaren in beslag. Het woonhuis werd mooi ingericht en schuren en stallingen, met rieten dak, kregen elk hun functie. Deze plek werd voor het gezin Claus een vaste stek vanaf 1963. In de boomgaard werd een kleine chalet gebouwd; het werkterrein van de schrijver. Algauw werd vrouw Elly Overzier een graag geziene dame die vlot met de mensen van “den buiten” kon opschieten. Zo liep zoontje Thomas vanaf de 1ste kleuterklas school in de “Gemeenteschool”. Meermaals liet vrouw Elly haar ongenoegen blijken over de hygiënische toestand van het schooltje. De toiletten waren “vertrekken” zonder waterspoeling en je weet wel …een plank met een rond gat…. Maar, het moet gezegd, … het onderwijs was naar de wens van de ouders want de knaap kon er later zedenleer volgen. De eerste leerling in de school wiens ouders het aandurfden een aanvraag in te dienen voor de cursus zedenleer in de school van het zó katholieke Nukerke. De aanstelling van een leraar zedenleer liep niet van een leien dakje. Het schoolhoofd moest zelf zorgen voor een leraar-zedenleer. De aanstellingen verliepen niet vlot en meermaals waren er perioden dat de jonge Thomas geen les in de zedenleer kreeg. Zijn moeder viel er niet over dat de jonge snaak dan maar de godsdienstlessen passief meevolgde en … of hij er zich aan intersseerde! Op de speelplaats annimeerde hij zijn medeleerlingen. Thomas speelde op de speelplaats de mis na, draaide zich af en toe om, strekte zijn armen ... én gaf de zegen. De leerkrachten hadden dolle pret.  En of hij het naar zijn zin had. Een dorpsschool midden de velden en weiden én toffe buren… Het jonge kind was verknocht aan de tuinman Georges die hem meermaals van school meenam naar Tenhole, soms achter op de fiets of in een kruiwagen. Het jonge ventje beleefde er een heerlijke tijd in de buurt van ’t Holand.

 Dat de nieuwe woonst van de schrijver ergens verscholen lag ergens in het rustige Nukerke blijkt uit een krantenbericht daarin Hugo Claus liet optekenen dat hij ging wonen “op een plaats in Nukerke waar Christus nog niet voorbij gekomen was”, dit tot ergernis van heel wat mensen. En placht hij niet te zeggen tegen zijn bezoekers:”… volg de gids want anders komt u in de bled (van het Frans le bled, wat zo veel kan betekenen als de woestijn) terecht !”. Hoe je er wel terecht kon bij hem? Ergens langs de Staatsbaan (nu Rijksweg) nam je de Dierickstraat, een kronkelende, wagenbrede kasseiweg. Vóór de klim draaide je rechts het straatje Tenhole in. In 1970 verliet Hugo Claus Nukerke en trok naar Amsterdam.      Korte tijd nadien nam de familie Marc Donckers (Lier 1935), alias Marc Insingel, samen met zijn vrouw Hilde Sacré en zoontje Niels er hun intrek. Marc Insingel, oud-leerling van het Conservatorium in Antwerpen, is een bekend Vlaams prozaschrijver en dichter die talrijke dichtbundels op zijn naam heeft.


 
  


Te Nukerke (van Hugo Claus)

‘s Zondags na de vespers, wil hij thuis geen krentenbrood,
de idioot. Hij stapt in het veld en in de huizen 
en zwijgt in alle talen.

Zelfs al zit je in de bomen
dan ben je toch geen vogel.

Ook in mijn denken staat hij daar
zonder een gebaar, zijn tanden malen.
Ik zwaai met mijn hand, hij ziet een zeis.

Als er geen koeien waren 
dan was de bandhond een groot beest.

Dan rukt hij de almanak met playgirls
van de wand en rent in het aardappelland.

Beetje bij beetje at de vlo
het oor van de hond..

Hij vertrouwt de waarde van woorden niet
(zoals ik, maar met een andere nood).

Met zijn playgirl klimt hij blaffend
tussen de takken:

In nemen en in gheven
Moeten die sinne

Die dolen in minne

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

25. Leo Piron

              Villa van Leo Piron te Nukerke.

  • Leo Piron werd op 14 oktober 1899 in Marcinelle geboren en overleed in Nukerke in 1962.
  • Leo Piron huwde met Marie-Josèphe De Saedeleer ( St-Martens-Latem 4 juni 1904), een van de drie dochters van de landschapsschilder Valerius de Saedeleer, van wie hij de knepen van het vak leerde. Hij werd dus ook landschapschilder. Leo Piron noemde zichzelf een autodidact. Na de dood van Valerius in 1937 bleef hij in de villa Tynlon op de Bossenaar wonen tot 1945. Tijdens de bouw van de villa woonde het koppel in "Het torenhof" (nu Rijksweg 79).
  • Kort na de Tweede Wereldoorlog kocht hij in Nukerke, langs de Staatbaan, een lapje grond naast het Daelbosch. Op dit uitverkoren plekje met uitzicht op de weidse scheldevallei liet hij er in 1948 zijn villa bouwen waarin hij voor de rest van zijn leven zou wonen en werken. Ondertussen en in afwachting van de afwerking van de nieuwe woning, woonde hij in "Het torenhof. De nieuwe villa kreeg de naam "Daelbosch". Zijn werkkamer op de eerste verdieping had een groot raam op het westen én een heel groot raam ving het noordenlicht op. Hij hield van dat zuiver en fel licht. Vanuit zijn werkkamer had hij een prachtig en wijds vergezicht en volgde gretig het spel van de wolken en het licht. Het panoramisch uitzicht vanuit zijn werkkamer werd door niets gehinderd, geen boom, geen huis. De weiden doken stijl de diepte in richting Donderput, Zulzeke, de scheldevallei. Zijn einder was eindeloos.
  • Vele buren zullen hem nog herinneren als een gemoedelijke, stille en rustige man die tijdens zijn vele wandelingen contact zocht met mens en natuur. Leo's vaste wandelweg liep langs de Smisstraat, de los richting Donderput, de Zeelstraat, Kuithol en de Steenweg. Na zijn dood werd de los (de landweg) die hij honderden keren bewandelde naar hem genoemd. Het Leo Pironpad duikt vanaf de Smisstraat nog steeds de mysterieuze Donderput in. De schilder genoot van dat panoramisch en schilderachtig landschap, het mooiste hoekje van Nukerke! Hij wandelde omzeggens in zijn eigen schilderijen.
  • De schilder is echter tot heden niet terug te vinden op de lijst van de grote Vlaamse kunstenaars.

Hoe vind je dit bericht? 17 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

26. Watermolen Ten Meulebroecke

    Watermeulen te Meulebroecke bij het Hof te Meulebroecke. Tot in de Late Middeleeuwen lagen in onze Vlaamse Ardennen nog veel laaggelegen gebieden er zeer drassig bij. Een moerassige grond werd “broeck” genaamd. Vandaar de naam Meulebroecke, de meulen in de broecke. De site ligt op een hoogte van 55 m. De tekening stelt de watermolen voor zoals hij er uitzag in 1974. Het molenhuis stond langs de Molenbeek en behoorde tot de aanpalende boerderij. Na de W.O.-II was deze watermolen niet meer in functie. Het gebouwtje verviel en werd weldra een ruïne. De afbraak volgde. Toch even tijd voor een beetje geschiedenis. Het Hof te Meulebroecke met de watermolen werd reeds in 1571 vermeld als molen ”te Meulebroeck” Deze in oorsprong graanwatermolen is van het type bovenslagmolen omdat het aangevoerde water van boven af op de schoepen van het aandrijfrad valt. Het water werd onttrokken -hoe kan het anders- uit de Molenbeek!  Deze vorm van energie is reeds drieduizend jaar oud.
" De weg naar de watermolen was lange tijd niet gekasseid omdat dat een private weg was. Deze watermolen is samen met de boerderij in 1858 gebouwd door Leo Devos, grootvader van Albert Antrop. In het molenhuis lagen 2 stellen molenstenen, 2 koppels dus. Eén voor het malen van tarwe en één voorbehouden voor dierenvoedsel. Waar men kon opteerde men voor een watermolen omdat het opzetten van een houten molen toen een fortuin kostte. In de naastliggende schuur van 12m op 24m stond de dorsmachine, een vaste en niet op wielen. Een deel van de vloer was niet verhard en diende als dorsvloer of deel waarop dus de dorsmachine stond. Die bleef er natuurlijk staan want ze werd aangedreven door lange brede riemen die op hun beurt in beweging kwamen door de drijfkracht van het waterrad in beweging gebracht door het water van de Meulebeek. Een schoft hield het water op in een grote vijver. Er was voldoende water om gedurende 2 uren op volle kracht te dorsen. Er werd afgesproken met de molenaar van 't Moleke om gelijktijdig te werken. Zo spaarden ze veel water. Aan de overkant van 't Moleke was een grote waterreserve.
Tijdens de oorlog van 14-18 kwamen landlieden soms van een uur ver naar de Meulebroecke. Te voet met een zakje graan van 25 kg op de rug, voortdurend de omgeving afspiedend om niet gepakt te worden. Het gemalen graan namen ze mee naar huis maar 'bulden' (zuiveren) moesten ze zelf doen. Weet je dat de kleine man die weinig middelen van bestaan had soms zijn graan maalde door middel van een koffiemolen! In dat molenhuis was er ook een stampkot waar lijnzaad (vlaszaad) tot olie werd gestampt door middel van een stenen klopper of stamper. Die olie was toen veel geld waard. Daarom werd ze verkocht aan handelaars die afnemers hadden in de verfindustrie. Wat bijzonder was aan die stampinstallatie is het feit dat gans dat mechanisme en gans de constructie zelfstandig stond. Dus niet bevestigd aan muren of zoldering. De reden was eenvoudig; door het gestampt en geklop zouden de muren het snel begeven hebben.
Het is jammer dat zo’n installatie is verdwenen. Het zou nu een pracht van industriële archeologie zijn. Iets over het malen zelf. Het principe was "U vraagt wij malen". Je kon op verschillende wijzen malen; rondmalen op 100, dat was voor zwijnenvoer. Er werd ook gemalen op 80 en op 60. Bijvoorbeeld roggegraan op 100 malen of rondmalen gaf  bruinbrood. Graan op 80 gemalen gaf lichtbruin brood en wit brood verkreeg men door op 60 te malen. Om mooie, witte bloem te bekomen werd het graan eerst geperst tussen de stenen zodat tijdens het malen de pel geheel bleef. En sowieso werd er gemalen vanaf 100 kg graan. En raar maar waar, gedurende den oorlog vroegen velen te malen op 60.
Tijdens de oorlog van 14-18 mochten we niet dorsen tenzij onder toezicht van de Duitsers. Maar wij dorsten toch! 's Nachts ! Dan zetten de Duitsers niet uit in het pikkedonker. Overdag deden twee cavaleriesoldaten tweemaal daags een ronde van één uur. De berijders kregen zelf inspectie van hun oversten om na te gaan of de paarden wel goed werden onderhouden. Die mannen stonden immers voor alles in. Ook voor het onderhoud van hun paarden. Het gebeurde wel eens dat ze op een boerderij een zakje haver vroegen om hun paarden te voeren. Zoveel schrik zat erin dat ze zelfs vreesden voor hun job en bij het voetvolk aan het oostfront te worden gestuurd." A.A.

      

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

't Zeitje

't Zeitje in Nukerke begin 1900.

Werkmanshuisjes rond de eeuwwisseling bewoond door arme mensen. In een van de huisjes was er toen zelfs een herberg. De bewoners waren landlieden die werkten op de nabijgelegen hoeven.

 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

70. Woning van Elodie

Woning van Elodie De Clippel. (Nukerke 4 juli 1892)

 Deze woning stond tot 1982 langs de Steenweg met huisnummer  56 en werd bewoond door Elodie tot aan haar overlijden. Wegens heraanleg van de N60 verdween de woning. Een klein portaal gaf toegang tot een grote voorkamer. Links was er een dubbele deur die toegang gaf tot een grote kamer met een brede schoorsteen boven de  hoge schouw van de openhaard. Zie zijgevel van de woning. Rechts van het portaaltje kwam men langs de deur in een grote kamer. De woning werd al eens gebruikt als tweewoonst. Dat er geen comfort was hoeft niet gezegd. Elodie kon er leven van een paar schapen op een boomgaard en een lapje grond aan de zuidkant van de woning waarop ze haar voorraad aan groenten opdeed.

De woning met stenen en lemen muren was de laatste wonig in Nukerke met een strooien dak.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

45. Watermolensite

Hoeve Goed Ten Broecke in Zulzeke

Architectuurhistorisch is het 1844 gedateerd boerenhuis typologisch en stilistisch representatief voor het midden 19de eeuwse grote hoevebouw in de Vlaamse Ardennen: de accentuerende neoclassicistische deuromlijstingen en de rij    halfronde bovenvensters zijn bijzonder karakteristiek. Naast de overwelfde kelderverdieping en het indrukwekkende   gave dakgebinte verlenen andere authentieke interieurelementen de woning een zeldzaam karakter. De imposante 19de eeuwse bakstenen bedrijfsgebouwen met hun constructief  merkwaardige   aspecten zoals de kelders, vormen ook historisch en functioneel een eenheid met het boerenerf binnen een waardevol cultuurlandschappelijk kader. De hoeve “Ten Broecke”is een exemplarisch materiële getuige van een pre-industriële watermolensite in de Vlaamse Ardennen waarvan reeds melding  in 1574. Het 1870 gedateerde bakstenen watermolenhuis, op de plaats van en wellicht met constructieve elementen van het oudere watermolenhuis, is typologisch waardevol als voorbeeld van een alleenstaand molenhuis vergezeld van een strekdam, woelkom, oude spaarvijvers en sluizenstelsel op de Molenbeek. Zowel historische, landschappelijke als visueel vormt het watermolenhuis een onderdeel van het vroegere foncier van de heerlijkheid Ten Broecke, geëvolueerd tot de bijhorende deels door de Molenbeek begrensde historische hoeve. De watermolensite als geheel is een zeldzame, goed bewaarde en representatieve illustratie van de feodale structuur en context waarbinnen watermolens werden opgericht en functioneerden. (uit het Ministerieel besluit van 14/7/2004)

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

33b. Huisjes van de negenkoten

Tekening van twee van de negen kleine, schamele huisjes die tot de Negenkoten behoorden. Er was elektriciteit,  voldoende om een paar lampjes te laten branden. De "conteur" hing in de woonkamer tegen de muur tussen het raam en de voordeur. Op de tekening zie je duidelijk de ingang van de bedrading. Een ondiepe steenput zorgde voor de bevoorrading van drinkwater voor de huisjes. Tijdens de winter werd de pomp met stro omwonden.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Nukerke

↑ Terug naar de berichten