Naar de inhoud

Nukerke

Nukerke aan de voet van een getuigenheuvel
akke.beakke.be

Archief

33a. De negenkoten

Eerste woning uit een reeks van de 9 woningen die om hun vervallen toestand "koten" werden genoemd.
Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

33. De negenkoten

Detail van een potloodtekening "72. De negenkoten"

Op de afdruk van de oorspronkelijk kaart van Vlaanderen uit 1538 die in het "Germanisches Nationalmuseum" te Neurenberg berust liggen de gemeenten Ronse, Berchem, Nieukerke en Melden, Quaremont gelegen in het Land van Aelst, verkeerdelijk ten westen van de Schelde. Op de eerste gedetailleerde kaart ziet men duidelijk de schaarse bewoning van het toenmalige Nukercke. In vroegere jaren stonden hier reeds enkele woningen langs de weg naar Oudenaarde. De woningen lagen aan de rand van een groot bos dat zich uitstrekte vanaf de Cortekeer over de Coppenberg tot aan de Steenbeekdries.

In de 19de eeuw stonden hier negen woningen ondergebracht in 7 huizen want er waren twee tweewoonsten bij. Typisch woningen voor de de werkman. Soms in eigendom maar meestal was het een huurwoning. De laatste eigenaars waren T’Sjoen die twee huisjes bezat waarvan één tweewoonst en Octaaf Geenens die eigenaar was van zes huisjes. Octaaf had die woningen enkele jaren na de eeuwwisseling gekocht van enen Emiel Vandewaele uit Leupegem. Tegen 1950 waren de woningen volledig onderkomen. Ze waren afgeleefd, enkel het dak was nog in goede staat. Kort na de eerste wereldoorlog  werden de strooien daken vervangen door een pannendak. Het verst gelegen huisje had zelfs een bakoven. Naast de leefruimte waren er een paar slaapvertrekken, een schotelhuis en soms een alkoof (heel klein voorraadkamertje). Het laatste huurgeld bedroeg 150 Fr per maand maar de woning aan de straatkant had een maandhuur van 200Fr. Een na een werden de woningen echter verlaten. Aldus trad de verkrotting snel in en werd het geheel onbewoonbaar verklaard met als gevolg dat er besloten werd de woningen in de zomer van 1958 af te breken. Als tegenwaarde voor de afbraak kregen de eigenaars 20 000 Fr  slooppremie.

In sommige huisjes woonde nogal een volkje. Sommigen hadden een klein pensioentje. Anderen leefden van een "trok", zeg maar een uitkering voor invaliditeit of zo. Als ze getrokken hadden kwamen ze afgezakt naar de herberg Den Os. Met hun schaarse centen  maakten ze soms grote zwier tot hun geld op was. Om verder te kunnen leven waren ze dan verplicht bij een of andere boer te gaan werken. Of ze trokken mee met de dorsmachine die van boerderij naar boerderij trok. Dan kregen ze hun kost en 5 frank per schof (dat is 3 uren). Alma, de moeder van André Van Ceunebroeck,  was een bijzondere figuur. Als 't goed weer was zat ze voortdurend in het bos om hout bijeen te garen. Dan sleepte ze moeizaam een grote, lange vracht staakhout het bos uit. Hoofd en schouders schraagden de zware last. En ze had steeds een grote voorraad aan hout liggen. In een van de woningen woonde Reynaert en zijn vrouw. Die mensen werden tijdens een beschieting in de eerste oorlog door een Duitse obus dodelijk getroffen. De Duitse artillerie stond opgesteld op de Edelareberg. En zoals het hoorde in oorlogstijden was het verboden van licht te maken tijdens de duisternis. Het echtpaar moet dat even uit het oog verloren zijn. Een Duits kanonnier had dat schamel lichtje echter opgemerkt. De gevolgen bleven niet uit. De namen van de doden  prijken op de lijst van de burgerlijke slachtoffers. Ze staan voor eeuwig gegrifd op het monument der gesneuvelden.

 

Iets hoger en aan de andere kant van de weg lag een koeplekje met het staminee Den os. Café sinds mensenheugenis. De eigenaar vóór Octaaf Geenens was een koppel zonder kinderen dat nogal goed aan de drank zou geweest zijn. Octaaf Geenens werd de nieuwe waard van de herberg Den os toen hij het hoevetje met bijhorend café kocht en er naartoe verhuisde in 1895. Met de kruiwagen verhuisde het jonge paar de schaarse bezittingen van Zulzeke naar Nukerke langs de Kortekeer. Hun zoontje was toen 3 jaar. Die zou later zijn vader opvolgen. Op de dag van de verhuis speelde het knaapje met de geitjes op de berm van de Kortekeer tot hij bij het afglijden zijn bloot achterwerkje verbrandde aan de tengels (brandnetels). Sommige kleine jongetjes liepen toen blijkbaar rond met een rokje aan.

Den os was dus ook een koeplekje met enkele streepjes land waarop een drietal koetjes werden gehouden. Elke voerman die hier voorbij kwam hield halt om de trekdieren te laten op adem komen. Sommigen kropen met zware wagens geladen met wol en katoen de Koppenberg op. Je moet weten dat  de wagens van Transport De Jaeger uit Ronse reeds van de Gentse haven kwamen. En de weg bleef maar stijgen tot op de Kruissens. Niet te verwonderen dat de Brabanders bekaf waren. Vóór de deur stond een beulde (palen met dwarsbalk) waaraan de voerlieden hun paarden konden vastbinden. De waterpomp met bijhorende drinkbak stond er bij. Terwijl de paarden rustten , hun haver kregen en dronken konden de mannen zich laven aan het frisse bier. "Ja, 't is daar altijd een goede zulle geweest."

 

 

Hoger op , meer naar het dorp toe, lag den Hul maar in de volksmond "geitenhoek" genoemd, een gezellige plek met een viertal woningen, op amper een paar 100m vogelvlucht van de negenkoten. Je kon het al raden? Elke woning had er een of meer geiten. 't Was daar soms een gemekker. De bewoners concurreerden onder elkaar over de hoeveelheid melk die hun geiten gaven én het was belangrijk te weten wiens geit de meeste melk gaf. Tot er werd gecontroleerd en werd uitgemaakt wie zijn melk doopte door er water bij te voegen.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

32. De oude steenweg

Zicht uit de jaren 40 op de kerk van Nukerke van op de Steenweg.
De Steenweg zou minstens sinds de late middeleeuwen een verbindingsweg zijn geweest tussen Ronse en Oudenaarde als deel van de weg die liep van het noorden van Frankrijk naar de scaldis in Oudenaarde
en verder via Gent tot Terneuzen. Reeds in 1275 is de weg vermeld als een “grant voie” nadien sinds de 18de  eeuw als Grand Chemin de Renaix. Pas rond 1800 is de weg min of meer rechtgetrokken op het tracé dat weer
gedeeltelijk werd gewijzigd gedurende de aanleg tot een expresweg tijdens de jaren zeventig en tachtig.
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

31. Hospice en St-Vincentius

     Hospice met woning van de zusters, de stallen en het "wezenhuis" St-Vincentius.
     Tekening naar een oude kaart.


Het hospice met het huis van de zusters, de stallingen en in de verte het “wezenhuis” St-Vincentius.

In het woonhuis waren een paar kamers voorbehouden voor de betere lui. Zo woonde Mevr. De Backer, moeder van zuster Susanne, lange tijd in de kamer onderaan links. Rechts van de voordeur was de spreekkamer met daar achter achter het verblijf van de zusters. Op de eerste verdieping links was er een kapel. De sacristie was boven de voordeur. Het verblijf van de ouderlingen bevond zich in het gebouw, met verdieping, dat dwars op de woning stond.

De woning in de verte is het oorspronkelijk gebouw dat werd ingericht als verblijfplaats voor de weeskinderen. In de jaren 50 werd de woning opgetrokken met één verdieping. Tussen de woning en het hospice zie je de stallingen van de hoeve.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

3O. De spoorwegtunnel

 De Spoorwegtunnel

Deze tekening is een weergave van de noordelijke ingang (kant Nukerke) van de spoorwegtunnel.

De 410 m lange spoorwegtunnel werd gegraven deels onder de Spichtenberg (105m) en de Kafhoek, onder een uitloper van de getuigenheuvel.  Het station van Etikhove ligt op een hoogte van 42,5m. De ingang van de tunnel in Nukerke ligt op 82,5m. De uitgang in Louise-Marie, op grondgebied van Ronse, ligt op een hoogte van 72,5m en op 420m van het station van Louise-Marie. In 1966 had aan de noordzijde van de tunnel een grote grondverschuiving plaats. Toen waren de sporen bedolven onder vele kubieke meter aarde.

De “route” tussen Oudenaarde en Leuze was afgewerkt op 1 september 1861. De plans waren opgesteld in het Frans, toen de taal van de administratie in Vlaanderen. De spoorlijn zou het Gentse industriegebied verbinden met de Borinage, toen rijk aan steenkoolontginningen. Daar waar de “route” een belangrijke straat kruiste werd een woning gebouwd voor de bareelachter. Bij ons spreekt de volksmond nog over “de routehuisjes”.  Zo staat er heden nog een in Louise-Marie en staan er twee in Ethikove o.a. op de hoek van Mussestraat en Nederholbeek.

TUNNELVERHAAL

"Gaston Devos woonde in die jaren op het Holand, nu huisnummer 17, hij was beroepsmilitair. Zoals velen waren ook zij in 1944 de oorlog grondig beu. Er waren de opeisingen, het voedseltekort, het gebrek aan steenkolen... Vader en zoon bereidden een snood plannetje voor."

In 1942 werd de omgeving van de tunnel door de Duitsers afgezet. Later werd gezegd dat Hitler zich in de tunnel had opgehouden. In werkelijkheid zou het Goebbels geweest zijn. Niemand mocht toen de sector binnen. ’t Is in die periode dat ons huis werd doorzocht en dat ze in de kelder enkele vaten bier vonden. 't Was toen nog gebruikelijk dat de brouwerij T'Sjoen ,van aan Den engel (het mooie woonhuis werd in de jaren '70 onteigend en afgebroken) bier uitvoerde met paard en bierwagen..

De Duitsers vonden niet beter dan al ons bier uit te drinken; ze zeiden dat het toch allemaal van hen was.

Op een mooie morgen in augustus 1944 werd de tunnel gesaboteerd. Ik weet het nog zo goed als ware het gisteren gebeurd. We hoorden vanuit onze slaapkamer zoals gewoonlijk de eerste trein passeren om vijf vóór vier. Het was de "koolmijnerstrein" (Gent-Blaton) die met onze Vlaamse mijnwerkers naar de “fosten” reed. Zoals gewoonlijk reed de trein ons huis voorbij maar kort nadien hoorden we het knarsen van de remmen. De trein stopte. We vonden dat al eigenaardig. Enkele uren later vernamen we wat er gebeurd was. Gaston Devos en zijn zoon Michel hadden hun plannetje uitgevoerd. De familie Devos woonde toen op het Holand nu huisnummer 7. Tijdens de nacht hadden ze halfweg de tunnel enkele rails losgemaakt. Dat was op de plaats waar de tunnel een lichte bocht maakt. Zij lieten de trein stoppen en verplichtten de machinist de locomotief af te koppelen. Dadelijk werd hij weer onder stoom gezet. De machinist sprong eruit terwijl de machine langzaam op dreef kwam en het donkere gat binnen reed, richting Louise-Marie. Na enkele ogenblikken hoorden ze een schurend geluid gevolgd door zwaar gedonderd. De locomotief was gekanteld en de tunnel was geblokkeerd.

Maar wat was de bedoeling van die gevaarlijke onderneming. "Wel het zat vele burgers hoog dat de goede, vette steenkolen uit de Borinage en andere rijkdom van ons land voor hun neus voorbijreden richting Duitsland. Wij moesten ons tevreden stellen met kolen van heel slechte kwaliteit. Bovendien waren de geallieerden op 6 juni geland in Bretagne en ze maakten snel vooruitgang. Deze sabotage kon alleen maar de aftocht van de bezetter vertragen."

"Wij en alle buren profiteerden van de gelegenheid om de steenkolen uit de tender te halen. Volle kruiwagens werden naar huis gevoerd. De volgende winter zal het feest zijn rond de warme kachel. De tunnel werd pas vrijgemaakt door de Engelsen na de bevrijding."

Al bij al een gevaarlijke onderneming die sabotage want gewoonlijk waren de Duitsers na een aanslag uit op weerwraak. Dorpen en buurten waar de bezetter een duidelijke weerstand ondervond werden steeds zwaar aangepakt. In een handomdraai werden dorpelingen verzameld en een vuurpeloton deed de rest. Gelukkig voor onze dorpbewoners hadden de Duitsers  in augustus dringender zorgen. Zo niet ... !

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

29. Aan 't lindeke


 

         't Lindeke in zijn wintertenue

Deze Hollandse linde (v. en m.) is reeds lang een uit de kluiten gegroeid lindeke.  Met zekerheid werd hij aangeplant begin 1800 want op de Vandermaelenkaart  uit 1851 komt deze "tilleuil" als merkteken voor. De oudste autochtone Nukerkenaren hebben de boom er altijd weten staan. Na al die jaren noemen wij hem nog steeds "het lindeke" ondanks zijn hoge leeftijd en zijn stoer uitzicht. Het is niet enkel een boom maar tevens een plaatsnaam, ja zelfs een groen monument, een kleine reus van 14 m hoog en een buikje van 4 m omtrek. Zuster Gula van de katholieke school begeleidde jarenlang haar leerlingen van school tot aan de linde. Daar scheidden de wegen want twee voetwegen kruisten mekaar. In omzeggens elke windrichting vertrok een wegje. Geen mens heeft tot heden de linde zijn geheimen kunnen ontfutselen.Teder en zacht zoals hij is heeft hij talrijke verliefde koppeltjes uit voorgaande generaties in zijn brede mantel van jonge groene fluwelen blaadjes omarmd. Geen woordje ging verloren, geen zoentje of smakje werd gehoord. En het onzelievevrouwebeeldje daar boven tegen de dikke stam keek van uit het kapelletje liefelijk toe en wenste de jonge mensen veel geluk. Hoeveel kerkgangers op weg naar de dienst troffen mekaar hier 's zondags. Tijd dus om nieuwtjes door te geven. En dan: "Allez tot volgende week!" Maar menigmaal was 't lindeke ontroerd telkenmale hij de oude pastoor met grote schreden zag voorbijkomen, lichtjes voorovergebogen, Ons Here dragend, op weg naar een berechting. Zijn dienaar droeg een lantaarn en rinkelde de bel als ze een woning naderden.

Het was reeds lang gebruikelijk bij onze voorouders dat lindebomen werden geplant bij de boerderijen, op kruispunten van steen- en aardewegen, langs dreven, op dorppleinen, aan een herberg (bij de stamenie "In de sterre" stonden er zelfs 3 lindebomen). Het mocht al eens meer lukken dat we drie linden bij mekaar zagen aanleunen. Eenvoudige huisjes stonden al eens in de schaduw van een lindeboom. Op vele plaatsen stond de veldkapel onder de beschermende kruin van een stoere linde. En in de hoek van menig boomgaard waakte een linde. Veelal werd aan de boom een godsdienstig beeldje of kapelletje gehangen, toegewijd aan  O.-L.-Vrouw. Soms werd aan de voet van de boom een kruisbeeld geplaatst.  Al deze Vlaamse gebruiken stammen uit de tijd van onze Germaanse voorouders. Toen was de lindeboom toegewijd aan de godin Freia. En was zij niet "de godin der minne"? De mooie lindeboom bracht immers liefde, huwelijkstrouw en geluk in het huisgezin. Ook in de middeleeuwen speelde de linde een belangrijke rol in het volksleven en in de volksoverleveringen. 

De lindebouw was eertijds een heel geliefde boom die veel voorkomt in de Vlaamse Ardennen. In Nukerke kan je nog prachtige bomen zien, langs de Lesborre, de Pontstraat, de Ommegangstraat , het Zeitje ...

Helaas ons reusje is in  de nacht van 8 juni 2019 bij een storm aan de voet afgeknakt. ’t Lindeke kreeg pas in december 2018 van Minister-President Geert Bourgois een voorlopige bescherming als monument. Sindsdien stond de boom onder bescherming van het “Agentschap Onroerend Erfgoed Vlaanderen”.

Het typische aan de boom was dat hij gesnoeid was als etageboom, een silhouet dat niet veelvuldig in Vlaanderen voorkomt.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

28. De laatste suisse in de kerk te Nukerke

De laatste suisse in de kerk te Nukerke

De laatste suisse in de O.-L.H.-Hemelvaartkerk te Nukerke was Richard Couvreur die in een klein boerderijtje woonde langs de Mellinckstraat nr 5 te Nukerke waar nu reeds de vierde generatie woont. Een suisse is een ordebewaarder die aangesteld werd in sommige katholieke kerken. Ze droegen een uniform met vermelding “politie” (zonder politiönele macht natuurlijk) met staf of hellebaard (hier in de betekenis van een strijdbijl aan een lange spies) en een bandelier, een brede draagriem of band over schouder en borst. Hun taak bestond erin o.a. praters en telaatkomers terecht te wijzen en oneerbiedige houdingen te verbieden, o.a. het dragen van hoed of klak. Zatteriken werden zonder veel onthaal naar buiten verwezen. Kinderen keken met heel veel ontzag die strenge man aan en durfden geen vin te verroeren. Dat fel blinkend koperen strijdbijl gaf geen vredig gevoel. Athans, zo heb ik het beleefd.

Richard Couvreur werd “geboren te Etichove den 18 September 1878 en godsvruchtig in den Heer ontslapen te Nukerke den 14 Mei 1933, voorzien van deHH. Sacramenten der stervenden. Hij was lid van de confreriën van het Allerheiligste Sacrament,- het H.Hart,- de Derde Orde van den H. Franciscus en van den H. Franciscus-Xaverius.”

Uit het doodsprentje of bidprentje vernemen wij dat Richard weduwenaar was in een eerste huwelijk met Odile de Catelle en bij het sterven de echtgenoot was van Adèle Aelvoet.

De tekst op zijn doodsprentje luidt verder als volgt:

“Gelukkig den mensch die de dood steeds voor ogen heeft en zich dagelijks bereidt om te sterven. Nav.Christi X.

Hij gaf luister aan de feesten en verheerlijkte de hoogtijden tot het einde van zijn leven, opdat men den Heiligen Naam der Heeren zoude prijzen en in den vroege morgen Gods heiligheid verkondigen. Eccl.XLVII,12.

Vaarwel, Beminde Echtgenoote, Kinderen en Kleinkind, troost u, we zullen elkandr wederzien. Duurbare vrienden, lange jaren was ik voorU in de kerk op mijnen post, gedenkt U mijner, Gij, die daar missen of goddelijke diensten bijwoont. Mijne zusters en dochters den Heer in ‘t klooster toegewijd, op uw aandenken in ’t gelid betrouw ik het meest.

H. Hart van Jezus, wees mijn heil. 500 dag. afl.

Zoet Hart van Maria, wees mijn toevlucht. 800 dag. afl.”

Het bidprentje werd gedrukt in de Drukkerij P.Hoffmann te Nukerke.

Zijn tweede kleinkind, een jongen, kreeg zoals toen gebruikelijk was, bij zijn geboorte in 1934, de naam van grootvader, nl. Richard.

       We begrijpen best waarom Richard die voorname taak kreeg toebedeeld van pastoor Reyns. Hij stamde uit een diep christelijke familie; hij had immers twee zussen en 2 dochters die kloosterzuster waren.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

27. Veldkapelletje langs de Weitstraat

Dit volledig bakstenen kapelletje tref je aan op de hoek van de Weitstraat en de Keistraat. Het is een typisch klein veldkapelletje, gedeeltelijk gebouwd in de hoge berm. met een hoogte van 1,99m, een breedte van 1,18m en een diepte van 98cm. Het werd gebouwd op het land van een zekere Goedgebuur uit Gent en 't is het altijd gebleven, toch tot in de jaren 90. Charles Vander Eecken, een landbouwer die zijn bedrijf runde op de hoek van de Keistraat en de Holandstraat pachtte het van de eigenaar Goedgebuur. Volgens hem heeft de eigenaar de kapel zelf laten bouwen. De juiste datum is echter onbekend. Wel zou het vóór 1900 zijn gebouwd. De veldkapel werd juist daar gebouwd, op deze hoek, niet enkel omdat ze eigenaar van het perceel grond waren maar tevens omdat de familie diep gelovig was. Het werd niet samen met een ander gebouw gezet (b.v. een woning). Het kapelletje werd toegewijd aan O.L.Vrouw, want er heeft steeds een oud beeldje van O.L.Vrouw in gestaan. Lange tijd heeft de familie Van Maelzaeke de kapel onderhouden. Er werden regelmatig bloemen bijgezet en af en toe brandde er binnen een kaars. Vooral tijdens de meimand gingen de buren regelmatig de bloemen verversen en werden er nieuwe kaarsen op de kandelaars geplaatst. Het kapelletje heeft geen naam. Volgens Charles is dat te wijten aan het feit dat hier nooit een bedevaart naar de kapel plaats had. Als het nodig was dan ging nonkel Ernest destijds het kapelletje witkalken. Maar, na vele generaties begon de kapel te verkommeren. Meer nog, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kapel getroffen tijdens een luchtaanval en bijna volledig verwoest. Nadien werd het min of meer hersteld. Maar na het verbreden en betonneren van de Weitstraat in de jaren 80 werd er niet veel meer naar omgekeken, op het plaatsen van enkele veldbloemen en een kaarsje na. Hoewel, het bakstenen kapelletje werd al eerder gerestaureerd door Ernest Everaert. De ouders van Bertha Van Maelzaeke hebben toen het werk en de materialen bekostigd.

Tot in de lente van 1980 door de Koning Boudewijn Stichting de actie "Met open oog op weg" op touw werd gezet. De bedoeling ervan was plaatselijke besturen, scholen, verenigingen, buurtcomités, aan te sporen om kleine projecten in de onmiddellijke omgeving onder handen te nemen en de nabije omgeving aangenamer te maken. De derde graad van de Gemeentelijke Basisschool zou zich inzetten tot het opsmukken van deze veldkapel. Maar hoe troffen ze het bouwwerkje aan? Het voegsel verpulverde tot zand en de voegen zaten vol aarde. Niet te verwonderen, want cement was er bij de bouw niet aan te pas gekomen. Toen bouwde men nog met kalk en zavel. Ook hoekstenen kwamen los en nog erger, de natuur ging zijn gang en weldra drongen de wortelen van gras en netels zich in de voegen. Aan de achterzijde groeide een vlierstruik wiens wortelen in de voegen vastzaten. De linker zijkant vertoonde een scheur. Het dak was al eens hersteld want er staken rode bakstenen tussen. Een groot deel van het gebouwtje zat onder de aarde die de berm was afgegleden.

Gedurende 10 dagen, van 18 maart tot 4 juni 1980 werkten groepjes kinderen aan de verfraaiing. Er werd geklopt en geschuurd, gemetseld, gevoegd, geverfd en geplaveid  Na het binnen sturen van het dossiertje ontving de school een subsidie van 2000 fr. Daarmee werd het materiaal bekostigd nl. 145 kg cement, 130 kg zavel, 40 kg glaskorrel, 15 bakstenen, witte verf, kasseistenen, een slotje, schuurpapier, een drankje voor de werkers, foto's, administratie...

Zo werd het oude kapelletje in een nieuw kleedje gestopt en kon het weer een paar generaties verder tot een jaar later op een zonnige dag een maaimachine van de gemeente het kapelletje tijdens het maaien raakte en neerlegde. De gemeentewerkman Fernand Ruelle heeftdank zij de plannetjes (in de school bewaard) met de juiste afmetingen de kapel in haar oorspronkelijke vorm kunnen opbouwen. Sindsdien staat het weer te pronken in een vergeten hoekje.

Verhalen

Een overlevering wil dat er heel lang geleden rond de kapel werd gespookt.

En een waar gebeurd verhaal vertelt dat een zekere Deruyver , een pelsjager (of is het pensjager) hier zou verongelukt zijn door een schotwonde veroorzaakt door zijn eigen karabijn.
In 1980 schreef een plaatselijke reporter in de krant volgend artikeltje.

Een vervallen kapel te Nukerke

Maarkedal.- Keurig onderhouden, door bereidwillige buren, zo was ruime tijd de kapel langs de Weitstraat te Nukerke. Vroegere meimaanden stond het veldkapelletje te pronken, Maria ter ere en Nukerke ten bate. Witgekalkt beheerste het de rust van de omgeving aan de hoek van de Keistraat. Maar nu schijnt niemand zich nog over het kapelletje te ontfermen.De belangloze inzet van zovele jaren, is er niet meer. Het mag niet zijn dat aangelanden de kapel laten verkommeren. Een zeker respect dringt zich op voor de landelijke kapellen, tastbare getuigen van betere en vromere tijden. Wegenwerken hebben het kapelletje lelijk verminkt, met uiteindelijke herstellingswerken kreeg het weer een dak. Het werd een kapel zonder kruis. Overgeleverd aan wie ook, heeft de kapel er een zieltogende aanblik gekregen. (D.R.)

Even een rechtzetting: het veldkapelletje heeft nooit een kruis gehad.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

37. Aan Den Engel

Aan Den Engel te Nukerke

 

Zicht uit begin 1900 op de Steenweg. Toen noemde die weg nog Steenweg, Staatsbaan of  Steenweg op Ronse …. De officiële naam is nu Rijksweg. Links staat de woning die behoorde tot de brouwerij T’Sjoen met ernaast de woning waar later de herberg “In de kroon” was gevestigd. Rechts de woning, “In den Engel”, op de hoek van de Nukerkestraat. Een wegwijzer in kruisvorm, als een windwijzer, wees de reiziger de 4 richtingen aan waarheen hij of zij zich kon begeven: Nukerke, Ronse, Sulsique en Audenaerde. Je merkt allicht op dat de verfransing tot in Nukerke doorgedrongen was. Tot ver in de 19de eeuw was deze “Grand Chemin de Renaix” een kronkelende weg als het ware bestaande uit een reeks aaneengeregen stukjes weg. Het aantal woningen langs deze weg, nog grotendeels onverhard, beperkte zich tot een 20-tal nederzettingen, zoals aangeduid op de kaart van 1777. Beginnend op de Cruisberg waar de” Snebbe Molen” stond. Verder stond er al de boerderij van de familie Decuyper langs de Dieriksstraat, een woning aan “Den Beitel”, woningen op de beide hoeken aan de Pontstraat, enkele woningen aan “Den Engel” en verder een paar woningen aan de” Negenkoten. De westkant van de weg lag grotendeels aan de rand van een groot bosgebied. Een bos dat zich uitstrekte vanaf de Cruys Bergh tot aan het Meldenbosch. Tot 1950 telden we langs deze hoofdweg slechts een 60-tal woningen, nu een 200-tal. Pas in de jaren 60 werd er ijverig bijgebouwd. Deze belangrijke weg, bekend als de N60 of Terneuzen-Valenciennes, is nooit uitgegroeid tot een industrie-as. Wat we er tot een paar decennia aantroffen waren een tiental herbergen waaronder een afspanning, enkele kroegen, twee smidsen, enkele kleine kruidenierszaakjes en een beenhouwerij.

We vonden voor u het volgende verslag in “’T Volk van Ronse van den 22 oogst 1936”.

“Nukerke. Auto tegen boom. Donderdagvoormiddag, omstreeks 10,45 ure, gebeurde een ijselijk verkeersongeluk op den steenweg van Oudenaarde op Ronse, op het grondgebied van Nukerke. Ter hoogte van den herberg “De beitel”, is de auto, bestuurde door M. Jozef Ronse, 31 jaar, verzekeringsagent te Ronse, door een tot nu toe onbekende oorzaak tegen een boom gereden. In de auto zaten de 29-jarige echtgenote en de drie kinderen van M. Ronse. Al deze personen werden van onder het puin van de vernielde auto gehaald. Ze hadden allen verwondingen opgeloopen. De vrouw en het jongste kind – een knaapje van 18 maanden – waren evenwel zeer erg gekwetst en moesten onverwijld naar het hospitaal van Ronse worden vervoerd.”

 Pas bevrijd van oorlogsgeweld ! Sommige burgers vonden de tijd rijp om af te rekenen met buren en kennissen. Oude buurtconflicten werden boven gehaald. Het was vaak voldoende een Vlaams katholiek te zijn, een dagblad te lezen, ‘t Volk van Ronse te kopen of een halve intellectueel te zijn om in de gendarmerie van Ronse aangegeven te worden op basis van collaboratie…Ik heb mensen weten oppakken door de gendarmes. Die brachten de mannen naar de kelders onder het stadhuis van Ronse. Op enkele woningen werden swastika’s aangebracht. Het was ook in die tijd dat Voazendeestie (Modest Devos) aan Den appel woonde en  Poene Roasten aan Den Beitel. Bietoazendieken woonde in een koeplekje schuins tegenover  Den Beitel.

Het was in “Den Engel” dat de voetbalploeg Eendracht Nukerke na de oorlog van 40-45 Vlaamse kermis hield in het schuurtje met ringsteken en hanekamp. Aan de zoldering hing dan een dode haan met de kop uit een wissen mand. Het kwam er op aan geblinddoekt de kop af te kappen. Wie slaagde kreeg de haan mee naar huis. In de boomgaard stonden kraampjes en er was de liggende wip met de “ sprange” vol vogels. (pluimen). Vóór de oorlog ging de Vlaamse kermis door op het terrein van de pannenbakkerij van Vindevoghel aan “Den Osse”.

 We verwijzen hier graag naar een studie van de Heemkundige Kring  in Kruishoutem.

Links staat de herenwoning gelegen langs de Rijksweg 45 en behorend tot de brouwerij De Pluim maar in de volksmond was dat de brouwerij T’Sjoen. De toegang tot de brouwerij was langs de poort die uitgaf op  Het Heidje.

In oorsprong behoorde de brouwerij toe aan de familie Van Butsele zoals reeds vermeld in 1851 toen G. Van Butsele advocaat was en brouwer. En een latere telg brouwer advocaat burgemeester en arrondissementscommissaris van Oudenaarde. Deze brouwerij werd eigendom van de familie T’Sjoen in 1904 toen aangekocht door Adelaïde Maes die gehuwd was met Carolus T’Sjoen. Het bierbrouwen stopte in 1949. Hierna de lijst van de laatste kinderen die instonden voor de productie en verhandelen van het bier.

T’Sjoen Raphaël           ° 1905

T’Sjoen Albert              °1914 brouwer

T’Sjoen Cécile             °1912 handelaarster

T’Sjoen Joseph            °1920

T’Sjoen Paula                °1922

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

39. Ingang tot het Muziekbos in Louise-Marie

Pentekening naar een oude foto. Deze woning stond tot in de jaren 60 op de hoek van de Ommegangstraat en de Rubberigtsbank. Gentil De Wilde heeft er nog in gewoond. Deze woning werd later omgevomd tot een tweewoonst. Deze oude woning, met strooien dak, stond aan de ingang van Nukerks bos. De dreef rechts is nu de Rubberigtsbank.

Is de  grote Vlaamse componist Lambert (Lambrecht) Lambrechts vergeten? Heeft hij geen 600 Vlaamse liederen gecomponeerd ?

Lambert Lambrechts werd geboren op 21 juli te Hoesselt en arriveerde in Ronse in 1889 toen hij werd aangesteld als leraar (regent) in de Rijksmiddelbare school te Ronse. Het was de tijd van K. Desutter en August Desutter, A. De Hovre, K. Huysmans en Cyriel Buysse…

“Lambrechts heeft het “Lied van de smid” gemaakt nadat hij vriendschap had aangeknoopt met een smid in Louise-Marie. Van deze laatste heeft hij trouwens een volledig met de hand gesmede hamer gekregen.” (Annalen Ronse)

Hier volgt een bloemlezing uit "Reisjes in Zuid-Vlaanderen"

Naar den Muziekberg.

Ten Noord-Oosten van Ronse rijst de Muziekberg. Daar gaan wij heden omdolen en eene frissche lucht inademen. Wij verlaten de Groote Markt en volgen de Gasthuisstraat, de Biezenstraat en de Beekstraat. Verder loopt een kronkelende binnenweg naar de hoogte.

De Muziekberg is, evenals de Hootond, 150 meters hoog. Een woud bedekt het grootste gedeelte zijner kruin.

Hoor eens, hoe het windje door de bladeren ritselt, hoe de kerfdiertjes gonzen, hoe de vogelen kweelen! Zie eens, hoe de warme stralen der zon door het looverdak der boomen dringen en gouden strepen op den grond tooveren! 

    o Woud, vol vrede en lommer,

        Met diepe eerbiedenis

    Betreden wij uw boorden,

        Zoo rustig, groen en frisch. 

    Wij dwalen rond en luisteren...

        En alles spreekt tot ons:

    Het lied van vink en lijster,

        Der bijen stil gegons; 

    Het wuiven van de twijgen,

        Der bloemen heerlijkheid...

    o Woud, wat zijt gij statig,

        Vol ernst en majesteit! 

Talrijke gangen en lanen doorkruisen het bosch. Jammer maar, dat men alle oogenblikken een ondeugend plankje ziet hangen met de vermaning: "Het is streng verboden hier door te gaan."

Van tijd tot tijd vinden wij eene open plaats, waar wij een prachtig uitzicht hebben.

Op zulk eene plaats, in het midden van het bosch, staat een torentje, uit etssteen opgebouwd en met eiloof begroeid. Hier is het hoogste punt van den berg. Het torentje is nagenoeg tien meters hoog. Het heeft tien ronde kijkgaten en laat ons, over het struikgewas en geboomte heen, naar alle zijden blikken.

Het panorama, dat wij aanschouwen, is wel zoo schoon als dat van den Hootond. Maar wij beweren, dat het grootscher is, omdat de wilde natuur in hare maagdelijke schoonheid hier een ruimer aandeel heeft. In het Zuid-Westen ligt Ronse, met zijne torens, schouwen en daken, langs alle kanten met hoogten en bosschen omringd. In het Oosten rijzen de heuvelen, die naar Geeraardsbergen voortloopen. Elders gaat het oog over bergen en dalen, over gehuchten en dorpen, over huizen en molens. Daar treft het gefluit van eenen naderenden stoomwagen onze ooren. In de diepte snelt hij kuchend voort, weldra verdwijnend in den onderaardschen gang van het nieuwe dorpje Louisa-Maria. Een gedeelte van den Muziekberg is hedendaags eene warande met bronnen, waterleidingen en vijvers. Niet verre van het reeds genoemde torentje staat een hooge boom, die een klein kruisbeeld draagt. De christen wandelaar ontdekt eerbiedig het hoofd, en dankt inwendig ons Vlaamsche volk om zijne godsdienstige overtuiging. Eenige stappen verder vinden wij eene hofstede. Voor het woonhuis ligt eene groote weide.

Ten jare 1821 poogde M. van Hoobrouck, van Mooregem, den wijnbouw te drijven op de zuidelijke helling des bergs. De oogst van 1827 was nog al bevredigend. Den 10 October kwam M. van Doorn, destijds gouverneur van Oost-Vlaanderen, de teelt in oogenschouw nemen en aanmoedigen. Nadat hij den eersten tros had afgesneden, vielen de werklieden aan den arbeid. De eigenaar oogstte twintig stukken wijn. Nochtans was hij naderhand gedwongen van de onderneming af te zien. Maar het wordt stillekens avond. Moede geklommen en moede gekeken, rusten wij eenige oogenblikken op het gras, en dalen dan den berg af. De ondergaande zon werpt heure leste stralen over het landschap; lichte wolkjes zweven in de lucht. De wind schijnt ook moede te zijn van het spelen en dartelen, en houdt zijnen adem in; de vogelen zingen hun slaapliedje onder de bladeren der boomen.

Daar verdwijnt de zon...

Een dunne nevel drijft boven de velden.

Ginds zingt een klokje: Ave, Maria!

Eene geheimnisvolle kalmte heerscht omhoog en omlaag.

 

        Wat is de kalmte streelend zoet,

    Dat suizen en in sluimer zijgen,

    Dat plechtig stil en stiller zwijgen,

        Die rozenkleurige avondgloed!

    't Is of de rust rondom ons henen

        Een zachter inborst in ons stort;

        't Is of ons harte ruimer wordt,

    En wat er boos was, is verdwenen.

        Een onbestemd en diep gevoel

    Ontwaakt en trilt er in onze aren...

    Wie mocht dien indruk nooit ontwaren?

        Wien laat dat purprend Westen koel?

    Nu zweven als op donzen schachten

        Geliefde beelden om ons heen;
        Nu wemelt droom aan droom dooreen,

    En zielsgepeinzen en gedachten.

        De ontroering grijpt ons in 't gemoed;

    Haars ondanks wordt de ziel bewogen;

        Er klopt een heimwee in ons bloed;

    Soms wisschen wij een traan uit de oogen,

        Onwetend wat hem drupplen doet.

 

Uit Reisjes in Zuid-Vlaanderen Theodoor Sevens


Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Nukerke

↑ Terug naar de berichten