ALS LAMMEREN TUSSEN WOLVEN

ALS LAMMEREN TUSSEN WOLVEN
Vandaag, 4 juli, lezen we in het evangelie:
In die tijd wees de Heer nog tweeënzeventig leerlingen aan
en zond hen twee aan twee voor zich uit
naar alle steden en plaatsen waar Hij zelf nog komen zou.
Hij zei tegen hen:
`De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.
Vraag daarom de eigenaar van de oogst
om arbeiders in te zetten voor zijn oogst.
Ga nu, maar weet wel,
Ik stuur jullie als lammeren onder de wolven.
Neem geen beurs mee, geen reistas en geen schoenen,
en groet niemand onderweg.
Als je bij iemand in huis komt, zeg dan eerst:
`Vrede aan dit huis.’
Woont daar een vredelievend mens,
dan zal jullie vrede op hem rusten;
zo niet, dan zal die naar jullie terugkeren.
Blijf in dat huis en eet en drink wat men je aanbiedt,
want de arbeider is zijn loon waard.
Trek niet van het ene huis naar het andere.
Als je in een stad komt waar men je ontvangt,
eet dan wat men je voorzet.
Genees er de zieken en zeg tegen hen:
`Het koninkrijk van God is nu dichtbij u gekomen.’’
Maar als je in een stad komt waar men je niet ontvangt,
ga daar de straat op en zeg:
`Zelfs het stof uit uw stad
dat aan onze voeten zit, mag u houden: wij vegen het af.
Maar weet wel, het koninkrijk van God is dichtbij.’
Ik zeg jullie:
voor Sodom zal het op die dag draaglijker zijn dan voor zo’n stad.
De tweeënzeventig kwamen opgetogen terug.
`Heer,’ zeiden ze,
`zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons in uw naam.’
Hij zei tegen hen:
`Ik zag de satan als een bliksemschicht uit de hemel vallen.
Kijk, Ik heb jullie de macht gegeven
om op slangen en schorpioenen te trappen
en in te gaan tegen alle vijandelijke krachten;
niets kan jullie deren.
Toch moeten jullie je niet verheugen
omdat de geesten zich aan jullie onderwerpen;
nee, verheug je omdat jullie namen opgetekend staan in de hemel.’
(Lucas 10,1-12.17-20)
Goed 20 jaar geleden viel het communisme in de Sovjet Unie, en de godsdienst kwam weer tot leven. 70 jaar was niet genoegom het geloof uit te roeien. Het atheïsme was verplichte leerstof, priesters moesten naar Siberië, elke geloofsbeleving werd verboden. En toch bleef dit geloof overleven. Moeders en grootmoeders bewaarden het en gaven het door. Zij hadden geen opleiding en geen mandaat. Zij gaven het gewoon door zoals ze van nature het leven zelf doorgeven.
Vandaag zien we in het westen enigszins wat toen in Rusland gebeurde. Een praktisch atheïsme wordt opgedrongen. Geloven wordt ouderwets genoemd. Religieuze symbolen worden belachelijk gemaakt. Priesters worden niet verbannen, maar lege seminaries zijn veel doeltreffender.
Geloof is vervangen door de cultus van het ‘ik’ en een extreem materialisme. Het aantal priesters slinkt zienderogen. Zullen ook hier moeders en grootmoeders het geloof bewaren en doorgeven, even gewoon als ze het leven zelf doorgeven?
Geloof doorgeven is geen kennis doorgeven. Het is iets van jezelf delen, iets van je eigen aanvoelen. Toen Jezus zei: ‘Blijf dit doen om Mij te gedenken’, sprak Hij niet over een les godsdienst, maar over een besef dat Hij er is en dat Hij onze diepste vreugde en onze diepste vrede is.
Geloven is vooral een manier van leven en van omgaan met mekaar. De 72 leerlingen die Jezus op pad zond waren geen leraars en hadden geen opleiding. Maar zij moesten wel een vrede uitstralen, onbezorgd en vrij. Hun geluk was immers niet afhankelijk van bezit of prestige.
Zullen de moeders en grootmoeders bij ons erin slagen om de vrede en de vreugde van hun geloof door te geven aan hun kinderen en kleinkinderen? Zal het geloof overleven tot het materialisme ineenstuikt?
Een leven dat alleen het eigen ‘ik’ ziet, leidt tot wanhoop en ontreddering. De slangen en schorpioenen worden al zichtbaar in de stijgende misdaad en in de wansmakelijke vormen van corruptie en zedelijk verval.
Die 72 leerlingen van Jezus waren gewone mensen zoals wij. Vandaag zegt Hij tot ons ‘Ga dan, Ik zend u als lammeren tussen de wolven. Maar weet het wel: Het rijk Gods is nabij.’
(geïnspireerd door een preek van Manu Verhulst.)
Hij liep zijn blote voeten stuk
in het bloedhete zand.
Hij slingerde zijn woorden
als schitterende speerpunten in de zon.
In zijn wijd open ogen
blonk de grote zekerheid
dat alle mensen
broers en zussen zullen worden.
Was Hij een mens zoals wij?
Ja, zoals wij zouden moeten zijn.
Wij maken onze voeten niet meer vuil
en wegen zorgvuldig onze woorden
om niets te moeten zeggen.
In onze ogen dwaalt achterdocht
en misprijzen voor elkander.
Hij is diegene
die ons kan genezen:
‘Neem uw bed op en loop,
spreek woorden van leven.
Doe die schaduw uit je ogen
en geloof:
geloof in God die Liefde heet
en ons tot broers en zussen
van elkander maakt.’
Manu Verhulst


















