Prarayer II
Prarayer
Aan het eind ietwat verheven
Boven het rimpelend groen van het stuwmeer
Het oude hotel het leistenen dak
De gesloten luiken werend de hitte
De schim van de weduwe hier
In Prarayer het eind van de wereld
Van de straat over de verharde weg in het
Muilezelpad tot hoog de rifugio
De bulten zomers ijs verscholen
In de zuiderhoeken waarin de stolpen
Koelende melk ver van de stinkende stal
Waardoorheen de boer de beek jaagt
Dan kwamen het asfalt en de reling
Dan de heren in pak en duizend dienders
De molens voor beton en laatst de muur
En uitgeput vertrok het ijs



