Trein en bus, wandelen en weer, en van die hobby's meer
02-11-2006
2 november 2006
Als je op Allerzielen wil stappen, verwacht je gewoon somber weer, en onze verwachtingen werden volledig ingelost. De voor het westen des lands voorspelde buien zochten zelfs even het centrum op, en zo kwam het dat we regelmatig op wat lichte regen vergast werden. Vandaag volgden we een stukje GR123: Tour du Hainaut Occidental, waarover een topogids uitgegeven is door de SGR. Van Callenelle tot Harchies is het iets van een 21 kilometer, en dat is een mooie tijdsbesteding op een duistere dag in de Allerheiligenvakantie. Met Callenelle en Harchies kiezen we niet toevallig twee dorpjes die de NMBS nog een spitsuurbediening waardig acht, maar voor onze heenreis hebben we toch de voorkeur gegeven aan de bus, omdat we anders veel te veel tijd gehad zouden hebben om de 21 kilometer te lopen, in de Nederlandse betekenis dan. Het deel tot Péruwelz is wat triest, met veel slordige bebouwing en voorlopig niet al te veel onverharde paden. De "trage wegen" zijn hier maar al te vaak verdwenen, en de vereniging "Itinéraires Wallonie" heeft hier nog jaren werk om al de verdwenen veld- en voetwegen terug te toveren. Echt lelijk is het niet, maar er gaat te weinig van uit, om dit een egslaagd tracé te noemen. Gelukkig verandert alles na enkele kilometers: we naderen Bonsecours, en dat gebeurt langs een mooi traject in het Domaine de Bonsecours. Andermaal moeten we vaststellen dat je hier in deze dagen als hert enorm veel geluk moet hebben om te overleven. Wekelijks worden de grote middelen ingezet om het ongedierte uit te roeien, en het is spijtig dat de jagers nog altijd gespaard blijven. Ook wij hebben geluk trouwens, want we lopen hier net op een dag dat het domein niet gesloten is voor de jacht. In Frankrijk moet je daar zelfs nog een maand langer rekening mee houden dan in België. Bonsecours mag dan wel een bekend bedevaartsoord zijn, met basiliek, als pelgrim kun je een bezoek aan de gesloten kerk wel vergeten. Een café dat uitpakt met de bekende Waalse reus Atlas is wel open: we drinken er lekkere koffie, maar mijn chocolaatje heeft duidelijk al eens eerder in de koffie gezwommen. Als we buitenkomen lopen we nog eens rond de basiliek, maar alle deuren blijven hermetisch gesloten. De tabaksstank van het café zullen we wel nog een eindje meevoeren; persoonlijk prefereer ik de geur van wierook. We volgen nog een heel eind een erg mooi tracé door het Domein van Bonsecours, en als we dat verlaten, staan we zowaar in Bernissart. Het is een wat bevreemdende hoek aan de grens, met Sint-Hubertuskapel (één dag te vroeg, want dat is pas morgen), de laatste verlichtingspaal aan onze kant van de grens, en een eigenaardig, bouwvallig gebouw, waarin ooit een stoommachine is ondergebracht, met de bedoeling het bovenhalen van steenkool wat comfortabeler en sneller te maken. Bernissart is het dorpje van de iguanodon en koestert duidelijk zijn verleden als mijndorp. Dat doet ook Harchies trouwens, ons eindpunt. Er is een wekelijkse markt aan de gang, maar we tellen in totaal 3 definitief gesloten cafés. Geen lekkere pint als afsluiter dus, deze keer, maar het kan niet alle dagen kermis zijn, zeggen ze bij ons.
Toen we 's morgens in Halle vertrokken, deden de vele rode cijfertjes op de stations-tv het slechtste vermoeden, maar onze trein glipte blijkbaar overal tussendoor. De Manage stond met 24 minuten aangekondigd, en ook lijn 94 uit Edingen (en Geraardsbergen en Tournai) liep stroef, maar onze IR naar Quévy van 8:18 (ms 412) bracht ons stipt naar Mons, waar de IR naar Tournai (ms 712 - trein 3808) wel met een vijftal minuten stond aangekondigd. Met een overstaptijd van 28 minuten in Péruwelz kon ons dat nauwelijks iets schelen. Het imposante stationsgebouw van Péruwelz ligt er belabberd bij. Alle ramen zijn dichtgenageld: een roemrijk verleden, zelfs als overstapstation voor de internationale lijn naar Vieux-Condé, is te prooi gevallen aan de vandalen, die we in onze politiek correcte maatschappij uiteraard met enig respect moeten behandelen. We nemen de bus van lijn 491 naar Antoing (bus 457166, van pachter Autobus Georges) en ik vreesde dat het alweer een bus zou worden met ons als enige klanten, maar onderweg stappen er toch wat reizigers op. We stappen uit bij de halte Callenelle Pont de Wiers, waar we meteen de rood-witte merktekens van de GR kunnen beginnen volgen. 's Avonds hebben we wel gekozen voor een van de schaarse treinen in Harchies. Stipt komt de P 8862 (ms 236) aangereden. Ik wil voor de tweede keer in mijn leven onze biljetjes met Visa betalen, maar dat is buiten Ibis gerekend. Herhaaldelijke pogingen van de vriendelijke treinwachtster leiden nergens toe, behalve dat ik de reis cash betaal. De charmes van de informatica, zegt ze nog; het is alsof ik onze ICT-verantwoordelijke hoor praten. Als we geluk hebben, rijden we naar Halle met supersnelle aansluitingen, en ja hoor, in Mons volstaan 2 minuten om de L-trein (4087 - ms 182) naar Braine-le-Comte te halen, en daar hebben we aan vier minuten genoeg om de IR naar Louvain-la-Neuve (3917 - ms 821) te enteren. Om 18:11 komen we - met 2 minuten vertraging - aan in Halle, maar dat is nog altijd een half uur vroeger dan de door ARI berekende 18:41. Leve het papieren spoorboekje.
Soms kan het interessant zijn om een wandeling van zovele jaren geleden nog eens over te doen. De GR Mol-Om is een van die GRs die niet rood-wit, maar geel-wit bewegwijzerd zijn. Deze afwijkende bewegwijzering wijst erop dat het om een regionale GR gaat, die eerder een streek verkent dan twee punten met elkaar verbindt. Het zijn meestal lusvormige GRs en dat is in dit geval niet anders. Spijtig genoeg - zoals de naam het al laat vermoeden - begint en eindigt de GR in Mol, en dat is niet bepaald een pluspunt. Een groot gedeelte van de iets meer dan 16 km lange tocht loopt dan ook door stad, industrie of dorp. Niet zo heel lang na de start loop je echter een stukje langs de Molse Nete. Dat is ongetwijfeld op zich al een wandeling waard, zodat we toch niet helemaal ontevreden thuis kwamen. Ondanks de onregelmatige regenval van de voorbije weken en maanden is het op bepaalde momenten wel behelpen met boomstammetjes door het water, en gelukkig hadden we onze wandelstokken - nee, geen nordic stokken, we wachten tot ook die bui overwaait - bij ons, zodat we vrij probleemloos door de zompigste gedeelten konden waden. En wat de buien betreft: zoals voorspeld kregen we tussendoor wat lichte regen, maar het bleef allemaal best te pruimen. Thuis wachtte me nog een prettige verrassing toen ik op www.eurobilltracker.com het bankbiljet intikte dat ik in een café in Wezel had teruggekregen. Ik scoorde zowaar een hit, wat concreet betekent dat iemand (Sloeber) over de middag in Mol hetzelfde gedaan had. Wie er meer wil over weten moet maar eens naar de site surfen; wie weet word je ook aangestoken door dat virus dat al zovelen getroffen heeft, en dat zich vooral manifesteert in een wat ruim bemeten belangstelling voor bankbiljetten en de trajecten die ze afleggen. Wij legden het volgende traject af: om 7.01 vertrokken we in Halle met de valse IR naar Brussel (ms 806) die met 2 minuten vertraging in Brussel-Zuid aankwam. Daar moesten we de IC naar Amsterdam nemen, een onderneming die vaak veel voeten in de aarde heeft, omdat dit nu eenmaal een van de minst betrouwbare diensten van het net moet zijn. Maar wonder boven wonder: de IC doet het vandaag goed. De Belgische 1189 trekt een stel Nederlandse rijtuigen; wij zitten in 50 84 1070 487. De man met het koffiekarretje doet ons even met heimwee terugdenken aan de tijd dat je ook op Belgische treinen lekkere koffie kon kopen. In Antwerpen-Berchem hebben we een vlotte overstap op de IR naar Neerpelt-Hasselt. We zitten in mw 4156, niet bepaald mijn type, maar we bereiken op tijd Mol, waar het nieuwe stationsgebouw maar niet in dienst geraakt. In de terugreis zit ook een stukje bus: lijn 307 brengt ons van de halte Kiezelweg naar het station. De bus (441511, een aangename Van Hool) heeft wat vertraging, en de chauffeur laat de senioren instappen zonder valideren, om wat vertraging in te lopen, dachten we. Blijkbaar was het er hem vooral om te doen om wat tijd te hebben om een sigaret te roken in Mol. Zielige mensjes toch, die rokers, die zichzelf tot slaaf maken van een consumptieproduct bij uitstek. Op tijd zal hij ook daarna wel niet geweest zijn, want eigenlijk is er geen verlengde stilstand in Mol voorzien. Toch een tip: laat in het vervolg de betalende reizigers instappen zonder betalen: betalen duurt nl. nog net iets langer dan de Seniorenpass valideren. In Mol zien we 2 treinen (die uit Hasselt en die uit Neerpelt) tot een trein samenvoegen. Wij zitten in mw 4151, waar 2 grieten naar luidruchtige muziek zitten te luisteren. Ik kan het deze keer toch niet laten om daar een opmerking over te maken, en was dat nu echt verbazing in hun blikken? Wanneer de eerste stickers in treinen en bussen die het gebruik van klankdragers zonder oortjes verbiedt? Ondanks de werken op lijn 15 loopt trein 3235 wat van zijn vertraging in, zodat onze aansluiting in Berchem rimpelloos verloopt. Ook deze Beneluxtrein 636 rijdt op tijd: loc 1184 duwt de Nederlandse rijtuigen naar Brussel. Wij zitten in 50 84 1070 486. Nog even in Brussel-Noord overstappen op de IR naar Binche (mw 842) waar een enigszins uitgelaten treinbegeleider ons vraagt of we goed geïnstalleerd zitten, zich verontschuldigt omdat hij niet gezien had dat we Nederlandstalig waren, ons een goede gezondheid wenst (onze wandelkleren, nietwaar) en ons nog een "wel thuis" toestuurt. Bijna niet te geloven dat deze joviale man ons maandag misschien een loer draait door wild te gaan staken.
Ze komen eigenlijk al uitvoerig aan bod in de teksten, maar wie ook foto's van treinen en bussen wil zien, kan terecht op http://vicvancutsem.fotopic.net waar je een overzicht van 30 jaar treinfotografie kunt vinden.
Het was alweer een tijdje geleden dat we de stapschoenen nog eens konden aantrekken, en ook vandaag leek het weer roet in het eten te zullen strooien, maar we hadden geluk. Het regende toen we vertrokken en het regende toe we eindigden, maar tussenin genoten we van een onvolledige opklaring. De beekjes water die van de akkers naar beneden stroomden voegden het zout en de peper aan deze wandeling toe, maar hun intensiteit sprak boekdelen: we waren aan een stevige bui ontsnapt.
Het Felixfonds uit Zellik heeft enkele jaren geleden in samenwerking met het NGI een uitgebreide reeks wandelingen uitgegeven in een gebied dat je ruwweg als Pajottenland en Zennevallei zou kunnen omschrijven. Wij kozen voor een (korte) wandeling - de woensdagnamiddagen worden kort in deze herfstige oktobermaand - in Linkebeek uit het katern Halle/Zoniën. Linkebeek zal in deze verkiezingstijd wel weer in het nieuws komen, vermoed ik, maar voor mij is het in de eerste plaats een dorp met een mooi kerkplein, met tot de verbeelding sprekende trappen die je naar dat plein brengen, en vooral voor ongebreideld wandelgenot tussen akkers, echte en parkachtige bossen. Imposante gebouwen onderweg zijn alleszins het Hof van Perk, gelegen op een hoogte tussen uitgestrekte akkers, en de Roze Molen (foto) op de Verrewinkelbeek. Het rad van deze watermolen is nog wel zichtbaar, maar de molen is nu vooral een tot de verbeelding sprekend herenhuis geworden, dat zeker zijn plaats zou vinden in een stevige roman van Charles Dickens, of in een of andere stevige detectivereeks van de BBC. Het was dus toch genieten, zo midden in de week.
Onze verplaatsing was erg eenvoudig, maar ze had nog veel simpelder gekund, als lijn 155 van De Lijn niet voorlopig opgedoekt was tussen Sint-Genesius-Rode en Drogenbos wegens wegenwerken. De Lijn heeft zich zelfs de moeite getroost om de halteborden gewoon te verwijderen, wat laat vermoeden dat lijn 155 nog wel een tijdje geamputeerd zal blijven. We namen dus om 13:20 de CR naar Leuven tot Brussel-Zuid (ms 758) en om 13:53 konden we daar de IR (eigenlijk een ordinaire stoptrein) naar Nivelles nemen, tot Linkebeek. Ms 658 is duidelijk niet opgewassen tegen zijn taak in deze woensdagmiddagspits, en ons eersteklasbiljet (en dat van nog enkele andere reizigers) is nog maar eens weggesmeten geld, want een vijftal durvers keert het NMBS-reglement naar eigen hand en komt luid pratend in eerste zitten. De treinwachter doet alsof zijn neus bloedt; misschien is dat op deze lijn niet voor het eerst zo. Toch bereiken we stipt Linkebeek.
De terugrit brengt ons van Linkebeek naar Sint-Job (de CR naar Aalst met ms 709 - 16:23 - 16:27) waar we op de L-trein naar Halle kunnen overstappen; ms 909 loopt vanaf Sint-Job al enigszins leeg, al telt vooral Moensberg veel uitstappers. De treinwachter heeft er duidelijk zin in en de dame die in Beersel instapt, zal niet meteen verwacht hebben dat ze nog een biljet zou kunnen/moeten kopen. Om 16:53 komen we met een minuutje vertraging in Halle aan, waar het ondertussen giet. Blij na een mooie wandeling, omdat we aan de zondvloed ontsnapt zijn, en omdat ik thuis in www.stiptheid.be 2 perfecte verbindingen met aansluiting zal kunnen intikken.
Toch even melden dat je tot eind oktober op www.stiptheid.be een verslagje van je treinreizen kunt inbrengen. Het moet echt niet zo uitvoerig als de mijne in dit blog, maar de BTTB wil een beeld van wat reizigers ervaren, en daar mogen de vrijetijdsreizigers natuurlijk niet in ontbreken. Natuurlijk is het niet de bedoeling om alleen negatieve ervaringen te melden. Doen!
Wie het ooit in zijn hoofd haalt om met buitenlandse vrienden door België te trekken om hen het land te leren kennen, moet zeker overwegen de GR 129 te volgen. Deze route begint in Brugge en eindigt in Dinant. Ze schittert door de ongelooflijke variatie in de landschappen en zelfs in Vlaanderen is men erin geslaagd de GR uit te tekenen langs een parcours van onvervalste trage wegen. Wij volgden de rood-witte tekentjes vandaag tussen Lobbes en Gozée, goed voor iets meer dan 16 kilometer. Eerste atrractie is de "Portelette" in Lobbes, maar spijtig genoeg staat het mooie bouwwerk in de steigers. Dan volgt een snoer van land- en boswegen. Lobbes ligt in de vallei van de Samber, en daar moeten we helemaal uit: stijgen dus, maar van echt klimmen is er toch geen sprake. Na zo'n 12 kilometer vinden we de Samber terug, nabij de abdijruïnes van de Abdij van Aulne en er zijn slechtere omgevingen om de middagpauze door te brengen. Rond de Samber en de abdij liggen de horecazaken dicht op elkaar, en het is niet makkelijk kiezen, ook al omdat ze allemaal dezelfde locale specialiteit aanprijzen: ADA, het abdijbier, dat lang geleden nog door De Smedt uit Opwijk gecommercialiseerd werd, maar nu in het naburige Gozée gebrouwen wordt. Na Aulne volgt nog een traject door het bos, dan langs een mooie dreef. Ons eindpunt lag bij "Le Bout-là-Haut", waar we ook een halte vonden van lijn 109a Chimay - Charleroi. Dat lijnnummer verraadt nog altijd dat het hier om een zogenaamde vervangingsbus gaat: toen de NMBS vanaf de jaren '50 overging tot het opdoeken van minder rendabele lijnen werd vaak naar de bus als alternatief gegrepen. Deze buslijn 109a was het alternatief voor lijn 109 die langs een schitterend maar traag tracé Mons met Chimay verbond. Vandaag moet Chimay het zonder trein stellen.
Wat de bossen betreft: echt groot kun je ze niet noemen, maar toch hangen er nu al aanplakbiljetten om de klopjachten van het nabije jachtseizoen aan te kondigen: 6 à 8 dagen, je vraagt je af welk dier zo'n bijna wekelijke waanzin kan overleven. Voor ons wandelaars betekent het wel dat we de Waalse bossen nu 3 maand na elkaar zullen mijden. Zoalng de jagers er welkom zijn, kunnen wij er maar beter weg blijven. En het valt te vrezen dat het zware vertier van de welstellende jagers het voorlopig nog wel een tijdje haalt van het spaarzame rugzakje met lunchpakket van de dagstappers.
We vertrokken in Halle met de IC Moeskroen - Schaarbeek (7:26 - 7:37) met een stuurstandrijtuig (58038) en een duwende loc 2737. In Brussel-Zuid namen we de IC naar Charleroi-Sud, die alweer bestond uit 2 gemoderniseerde stellen. vooraan hing de 766. Het werd een rit zonder geschiedenis. Door werken onderweg maakten we een minuutje vertraging, maar wat maakt dat uit? In Charleroi-Sud stapten we in ms 189, de L-trein naar Erquelinnes, die ons naar het fraaie stationnetje van Lobbes bracht, over lijn 130A, die over haar gehele traject de vallei van de Samber volgt. In Charleroi moesten we wel wachten op de aansluiting van de 907 (Lille - Herstal), wat ons met 6 minuten vertraging opzadelde.
Voor de treugrit namen we in Gozée de bus van lijn 109a. We waren er ruimschoots op tijd, en daardoor viel het gebrek aan halte-accommodatie des te meer op. Een paal, weliswaar met volledig haltebord en bruikbare dienstregeling, maar in de volle zon, en zonder enige zitmogelijkheid. Stel je voor dat je daar een half uur in de gietende regen moet wachten. Bus van dienst was de 5591-42 van de firma Liénard & Cie, een frisse, propere en comfortabele Jonckheere Transit 2000 die bovendien aardig vol zat, al was er op elk moment wel voldoende zitgelegenheid. In Charleroi namen we de IC naar Antwerpen-Centraal, deze keer wel een stel dubbeldekkers M6. Loc 2750 trok o.a. rijtuig 61003, dat niet zo fris rook en er evenmin erg proper uitzag. Ongelooflijk hoe snel zo'n rijtuig verknoeid kan worden door nonchalante reizigers. Ook nu was het even wachten op de trein van de Waalse aslijn, maar met enkele minuten vertraging bij vertrek was er nog niets aan de hand. Snel zou echter blijken dat de loc kuren had, en voeg daar nog een omleiding over de parallelle lijn 124A bij wegens werken, en je zult begrijpen dat 13 minuten aansluitingstijd in Brussel-Zuid al gauw erg weinig begon te lijken. Uiteindelijk bereikten we Brussel-Zuid met 12 minuten vertraging en we zagen nog net hoe onze IC richting Halle vertrok. Twintig minuten wachten dus, op de IR naar Binche van 16:43. Die bestond uit ms 821, en deze trein bereikte Halle stipt om 16:59. Onze reistijd was door de gemiste overstap wel zo'n 25 minuten langer geworden.
Erg ver en lang kun je op een vrije namiddag niet stappen, maar op deze mooie septemberdag lukt het ons toch: bijna twaalf kilometer onder en boven de Nederlandse grens in Putte-Kapellen, langs niet minder dan 3 paden die we vonden op de wandelkaart Essen - Kalmthout van het NGI. Rond het centrum van Putte en in het Moretusbos zijn drie paden uitgezet, die ieder op zich te kort zijn, maar die in combinatie een heerlijke nazomerwandeling kunnen worden. Het probleem met dergelijke combinaties van paden is dat je soms tegen de bewegwijzering inloopt, en dat je af en toe ook eens een stukje moet overslaan. Toch lijkt men af en toe een loopje te nemen met de bewegwijzering, maar gelukig is de topografische kaart nauwkeurig, zodat de bewegwijzeraars er niet in slagen om ons van ons stuk te brengen. De wandeling die op de kaart in het rood aangeduid is, is ter plaatse blauw bewegwijzerd: het is het Selstpad, het minst interessante van de drie, omdat het zich nooit losmaakt van de bebouwing, die dan ook nog onverminderd doorgaat in wat ooit aangename Kempense bossen moeten geweest zijn. Beide andere wandelingen situeren zich bijna volledig in het Moretusbos, en dat is een aangenaam parkachtig bos. We komen - net in Nederland - voorbij een gedenkplaat van Jacques (sic) Jordaens, die hier begraven ligt, voorbij de Geldberg - foto - , die door de prins van Moretus zou aangelegd zijn om zijn geldschat te verbergen, voorbij een oude omwalde schans en eindigen in de buurt van het Ravenhof, waar we in het Koetshuis proberen te genieten van een lekkere trappist. Spijtig genoeg serveert men daar ook eten en krijgt onze schuimende kuip trippel al snel het uitzicht van spoelwater dat dringend aan vernieuwing toe is. Zonde van het bier en van de locatie.
De verplaatsing was voor een keer van het eenvoudige type: Halle - Brussel-Zuid met IR 3911 van 12:10 (ms 816), en Brussel-Zuid - Antwerpen-Centraal met IC 4512: twee ms96, we zitten in het eerste (490); dat is prettig, want ik denk dat ik me nooit echt met de dubbeldekkers die je meestal op deze IC vindt, zal kunnen verzoenen, ook zie ik de absolute noodzaak van dit type materieel natuurlijk wel in. In Antwerpen kunnen we al een tijdje blindelings naar het Rooseveltplein stappen, liefst langs de exotische restaurants die daar voor de meest diverse aroma's zorgen, maar het blijft toch nog altijd even zoeken naar het juiste vertrekperron, zelfs al ken je het nummer door je zoekwerk op de website van De Lijn. De bus van de sneldienst 776 komt enkele minuten te vroeg aangereden, maar verdwijnt snel opnieuw zonder "laden" omdat hij een achteropkomende bus, die eerder moet vertrekken, hindert. Onze sneldienst - verwacht je dan geen supermoderne luxebus? - blijkt een bijna 20 jaar oude Van Hool A120 te zijn (102310), die echter nog behoorlijk goed rijdt, en ons na een rit die grotendeels over de autoweg voert, zelfs te vroeg aan de Moretuslei in Putte afzet.
De terugrit verloopt enigszins anders: aan de Moretuslei nemen we deze keer de bus van lijn 650 (gelede bus 4736) tot Kapellen Dorp (eigenlijk tot de halte Vredestraat, maar een of andere eigenaardige kronkel in een fantasierijk Lijnbrein heeft 2 namen (een per richting) bedacht voor wat je gerust als een halte kunt beschouwen). Even stappen tot het frisse stationnetje van Kapellen, waar zowaar nog een loket met bediende aanwezig is. In Kapellen is men erin geslaagd om 3 perrons op 2 sporen in te planten. Ik kan alleen maar vermoeden dat perron 3 gebruikt wordt als een trein wat verder op een zijspoor moet zonder perron. Vermoedelijk laat men dan eerst reizigers in- en uitstappen op perron 3, waarna de trein opzij kan om een trein met voorrang te laten voorgaan. Nog terwijl we staan te wachten razen twee lege vierledige stellen door het station richting Antwerpen. Ik kan deze trein niet direct thuisbrengen, wat me zelden overkomt, als het om reizigerstreinen gaat, maar in Brussel-Zuid zal blijken dat de stellen leeg naar Brussel reden om daar in te springen voor de IC naar Amsterdam!
Onze IR (Essen - Namur) bestaat ook uit 2 vierledige stellen: wij zitten in de 802, die ons stipt naar Brussel brengt. Nog even de IR naar Manage (ms 412) en na een aangename want rustige terugreis komen we om 20:07 in Halle aan. Moregn roept de harde dagtaak weer, maar deze nazomerse namiddag heeft weer voor dagen energie gezorgd.