Zo ver in het verleden
woont ze nog even in mijn denken
gerimpelde huid
getaand door de zon
geplaagd door leed en zorgen
toch draagt ze een glimlach mee
roept de verte aan
als ik naar haar toe komt
gelukkig in haar kleine hebben
geeft ze al wat ze heeft
aan haar kleindochter
niet beseffend wat ze heeft doorstaan
grabbelt deze door de tijd
en ontdekt welke goedheid
de vrouw bewoonde
jaren geleden hield haar adem op
huiveringen lopen over haar rug
haar grootmoeder was een arm-rijke vrouw
Edith Oeyen


