we
We dragen zoveel schoonheid
mee de zomer in
want vriendschap is
van alles een begin.
Edith Oeyen
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie
weWe dragen zoveel schoonheid
mee de zomer in
want vriendschap is
van alles een begin.
Edith Oeyen
GezegdenWe kunnen moeilijkheden overwinnen
als er voldoende liefde is.
***
Eenzaamheid bestond niet
als God ze niet had geschapen
***
Ondanks vele vragen en antwoorden
zijn we nog onwetenden.
Edith Oeyen

Verjaren is
met de tijd meegaan
en weten dat vandaag een dag is
om dankbaar te zijn
morgen één dag om op te hopen
en gisteren één dag van herinneringen
verjaren is
de zon, de maan
en de sterren ontdekken
in de nacht
en weten
dat de wind zingt in
de bomen
dat vogels sjilpen bij
je raam en je naam vandaag
vaker wordt genoemd.
Verjaren is de dag begroeten
met een blij hart.
edith Oeyen
Dool evenDool even mee door de boomgaard van de tijd
hij biedt je een hoorn vol bijzonderheden
wat vreugde, wat zorg,
wat blijheid, wat verdriet,
wat warmte, wat koude
maar vooral dankbaarheid om zoveel jaren
blijf in deze wereld wonen
wees een vlinder
die steeds naar schoonheid zoekt
laat bloesems op je huid ademen
als roerloze wachters op deze verjaardag.
Edith Oeyen
Zo liggen
Zo liggen dagen achter je
met wat zorg, met wat verdriet
met wat vreugde en wat blijheid
sprakeloos volg je de wiegende lucht
ze drijft over blauwe dalen
met de geur van de zilverberk in je haren
zoek je tussen rozen naar dauw
daarin onthul je een droom
de vraag naar eeuwigheid
en dankbaarheid om vandaag.
Edith Oeyen
Soms Sta jeSoms sta je broos in de dag
ontdek je dat jaren snel verglijden
en breekbaar worden als kristal
traag open je dan jouw ogen
weet je dat er geheimen werden ontdekt
dankbaar om bloemen langs blauwe oevers
word je even stil als het licht zingt
op de spiegeling van water
verjaren is het ochtendlicht
in al zijn glorie aanschouwen
verheugd zijn bij het vinden
van de schaduw van je leeftijd
in het jonge gras.
Edith Oeyen
hij hadHij had me de hemel beloofd
maar het was ver zoeken vooraleer
ik de weg vond
verloren lopend over wijde velden
ontdekte ik
de leugens uit zijn mond
nu blijf ik zoeken naar de weg
die me naar de plaats brengt
waar ik rust vinden kan.
Edith Oeyen
is hetOp het jonge lentegras
hangt spinrag grijs te zijn
of is het de mysterieuze
sluier van de nacht
die verbergt wat is geweest
die het geheim
van vele huizen onder zich draagt
misschien is het wel
de adem van mijn geliefde
die even de tover liet bestaan
om te zeggen dat hij van me hield
op het jonge gras
hangt de ochtend jong te zijn.
Edith Oeyen
woordenHij hangt de woorden
aan een koord
zelfmoord denk je dan
maar als roerloze wachters
hangen ze tot de wind
een zucht laat
dan bengelen ze
vallen als letters uit elkaar
ik raap ze op
schik ze als bloemen
tot één geheel
ze worden poëzie.
Edith Oeyen

Als de zonAls de zon niet meer schijnt
de avond zich meldt
verwacht dan niet dat ik
de liefde om je schouders hang
wees zo volwassen te begrijpen
dat een sjaal warm is bij kille avonden
geef me je arm om mijn middel
en lees de woorden uit mijn ogen
ze hebben je zo vaak bewogen
nu de zon onder de wol kruipt
weet je dat ik naar je uitkijk net als gisteren.
Edith Oeyen
Elk woordElk woord gewogen
als een delicate kwestie
bracht wrevel mee
even de les spellen
als schoolmeester
en denken dat het juist is
toch anderen kennen
ook de taal
zij dwepen
reeds lang met woorden
toveren zinnen en verhalen
over vertellen en betalen
ook een vleugje poëzie
hoort tot hun oeuvre
wie heeft het bij het rechte eind
taal en teken
zaaien twijfel
tot tenslotte het verstand het haalt.
Edith Oeyen
Ontwaak en dansOntwaak en dans
onder een wijde hemel,
in het doodstille blauw van de nacht
stuurt een zilvergijze maan
een wens naar ons.
Onomkeerbaar de dagen
die wij doorliepen.
In het struikgewas
horen wij de stem van toverbloemen,
zij wenst ons vleugels
en de aanwezigheid van geliefden,
een jaar vol genegenheid
en dagen die geuren naar vrede.
Voor het raam zet ik een kaars
en zing mijn lied voor iedereen.
Edith Oeyen
Gang van Cassatie (justitiepalies Brussel)GANG VAN CASSATIE X
De gang is lang en breed
imponerend en hoog
marmer bekleed de wanden
zuilen staan uitnodigend
hoofden van voorgangers
zijn wit van oudheid
moe van staan
het reliëf op de muur
tekent in stilte
de uren op
zo wordt tijd dag
dag week
week maand
maand jaar
jaar eeuw
de hoofden van voorgangers
uit steen gebeiteld
zijn trots er te staan
vergeten hun moeheid
door wachters te zijn
zij tekenen voor gerechtigheid.
Edith Oeyen
Bij de ingangBIJ DE INGANG VAN
HET JUSTITIEPALIES TE BRUSSEL XI
Even de stilte proeven
denken aan hen
die vermist zijn
het kind dat speelbal werd
het kind gesmoord in zijn geluk
duizend kleine bloempjes
honderd andere kleuren
zijn het teken van verscheidenheid
wie neemt het voor hen op?
Bij deze ingang
roepen hun jonge stemmen
ons nog na:
hoor ons laat ons verdwalen
niet nutteloos zijn wees
waakzaam
en bescherm elk jong leven
een teddy beer
een foto
alles lijkt zo ver geleden
en toch
is het hier dat zij elke dag
nog schreien
om begrip.
Edith Oeyen

BIJ HET KONINKLIJK MUZIEKCONCERVATORIUM VIII
Maart !
en de rozen bloeien
winterrozen rozerood
Brussel biedt mij
de verwondering
een bron van inspiratie
de kleur van deze sombere dag.
Ik hoor muziek
zacht weerklinken
en draag de klanken mee
Vivaldie die hier lente bracht
camelia’s in volle pracht.
Edith Oeyen
Het ontwakenHet ontwaken
Een helse pijn scheurt door haar lijf
ze bijt en verbijt de pijn,
ze kan haar tranen niet bedwingen
dan als haar ogen zich verder openen
vloeit al dat traanvocht verloren,
maakt wegeltjes op haar wangen
Ze begint te beven over al haar leden
een verschrikte stem vraagt om hulp:
de pijn is onnoembaar,
tien handen staan plots rond haar bed
gedoe en veelal
en zij in machteloosheid gehuld
omstaanders bieden hulp
ondanks alles blijft ze lijden
een epidurale,
een pijnpomp
niets baat
dan met de traagte van traagheid
ebt alles uit haar leden,
ze blijft verdoofd en verslagen achter
niemand die haar vraagt
hoe de ervaring was,
was het risico groot
wachten er andere patiënten
of had schrik een weg gebaand door de gangen
Nooit zal ze het weten
Edith Oeyen
OntmantelOntmantel mijn gestalte
ontkleed mij van
mijn schuchterheid
ik wil jou
mijn liefde geven
mijn hart is onbewoond
raak me
streel me
proef mijn zoenen
neem mij
bewoon mijn lichaam
zo graag was ik
jouw schuilplaats geweest.
Edith Oeyen
kleindochterKLEINDOCHTER
Vertederd kijk ze me aan
vragen leven in haar ogen
ze is jong en wil weten
wil kennen
nieuwsgierig als ze is
lacht ze als de twinkel uit haar ogen
betovert mij met een glimlach
ik smelt als sneeuw voor de zon
geef telkens antwoord en weet
ook eens wordt zij
vrouw met mogelijkheden
nu echter wil ik haar beschermen
ik hoop dat het leven haar meer biedt
dan een schoot om kinderen te baren
Edith Oeyen
Zijn VriendJaren groeiden gestadig
naar later
desondanks blijft het gemis
zijn vriend ging heen
toch leeft nu nog blijheid
fonkelen zijn ogen
als vroeger weer wordt opgehaald
hun samen fietsen
lachen en praten
nu weegt soms de heimwee
en als de nacht hem
geen rust gunt
wist hij zijn vochtige ogen
droog.
Edith Oeyen
2 reacties op dit bericht
inderdaad
mooi