HET PLEIN
Het plein draagt kinderen
op zijn vlak
joelend
juichend
blijheid en zon
dra likt de wereld
zijn wonden om wat was
als zij de waarheid ontkrachten
hoeveel onschuld
werd er reeds vermoord.
Edith Oeyen
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie
HET PLEINHet plein draagt kinderen
op zijn vlak
joelend
juichend
blijheid en zon
dra likt de wereld
zijn wonden om wat was
als zij de waarheid ontkrachten
hoeveel onschuld
werd er reeds vermoord.
Edith Oeyen
Op zoekOp zoek naar verborgen talent
vind ik de donkere nacht
die een diepe zucht laat ontsnappen
in ons samen
wij beklimmen het hoogtepunt
als jonge geliefden
versmelten op het ritme
van dravende paarden.
Edith Oeyen
toen heb ikHet was een wrak
zoals hij door de tijd liep
getekend door het verlies
beide ouders jong gestorven
en hij op de dool
drank als toevlucht hielp hem niet
en goede raad blies hij in de wind
zo jong als kind
een wees te zijn
doet meer dan pijn
ooit sprak ik met hem in nuchtere bui
hij weende en was vol goede wil
alleen zei hij jij weet niet wat het is
een ransel te dragen van wel duizend kilo
verdriet om
verlang naar
en heimwee over
toen heb ik begrip voor hem getoond.
Edith Oeyen
eenzaamheidEenzaamheid ik heb mijn handen vol
zo zijn de dagen voorbij met leegte
sinds die dag dat jij niet meer weet waar ik ben
jij die de hemel beloofde
en al het blauw uit de lucht
de zee met haar golven
en de eindeloze eindert
eenzaamheid duwt mijn schouders
loodzwaar naar beneden
doet mijn adem stokken in mijn keel
mijn tranen stollen in mijn ogen
maar ook doet eenzaamheid
me nadenken over het leven
over de dood
over de dagen die nog komen
en deze die zijn geweest
eenzaamheid is een kwelling
sinds jij er mijn handen mee gevuld hebt.
Edith Oeyen
NUNu
ben je verleden tijd
alles wat was is voorbij
zelfs je adem voel ik niet meer
hoe vlug reist de tijd langs ons heen
vergeten wij dat leven
leven moet zijn
de stoel
de tafel
het bed
alles blijft
enkel wij gaan in stilte heen
ik denk aan je
nu je verleden bent.
Edith Oeyen
ZE SPRAKZe sprak en sprak
en wij maar luisteren
moe van aanhoren
knikten ons hoofd
terwijl haar taal door de ruimte vloog
over het weder
over haar broer
over haar kind
over de zomer
over haar klederen
over alle onderwerpen
die haar te binnen schoten
ze sprak en sprak
en ’s nacht hoorde ik nog haar taal
nog net alsof ze naast me lag in bed
gelukkig was de morgen rustig.
Edith Oeyen
BLAUW ISBlauw is de bril die ze draagt
haar ogen en de lucht
blauw is het zeewater
dat klotst tegen de dijk
waarop mensen wandelen
blauw is ook de vergeet me niet
die weelderig bloeit in de lente
de korenbloem in de zomer
blauw is de kleur van pijn
blauw is ook de kleur
van de trampoline waarop jij springt
tot je in mijn armen valt
en er blauwe plekken aan overhoud.
Edith Oeyen
Door de galmgatenDoor de galmgaten van de tijd
weerklinkt een oude mijnwerkerroep
de verbondenheid met
zwarte schouders uit de diepte
is groot over de grenzen heen
herinneringen wandelen
tussen de gangen hier
geluid dwaalt verloren rond
het lied van hun ziel
is vol droefheid
nu de schachten niet meer werken
door de galmgaten van de tijd
borrelen zoveel woorden op
van toen.
Edith Oeyen
als een donderslagAls een donderslag bij heldere hemel
doorbrak ze de stilte
zich bedreigd voelend
aanriep ze God met misplaatste woorden
wat ze moest doen
en wie zij wel dachten dat zij waren
of zij het recht hadden
vrouwen te mishandelen
haar taal was hard
haar stem was luid
haar onmacht groot
steeds weer herhaalde het ritueel
de aanwezigen zwegen
tot er plots gelach weerklonk
ze was verward
en vol eenzaamheid
vol angst en onzekerheid
haar gedachten door elkaar geschud
misschien is ze morgen de stilte zelf.
Edith Oeyen
DE TUINDe tuin in zijn verlatenheid
treurde om het bezoek van haar
dat uit werd gesteld
de kilte van de ochtend
het grijs van de dag
en de natte avond
weerhielden haar telkens
van een wandeling
ze keek naar de eenzame bank
en wist
onder de twee kale treurwilgen
had ze vele uren gesleten
met haar geliefde.
Edith Oeyen
het wasHet was als een koude douche
toen hij zei
het zal zo blijven
en ijzer gaat mee in de grond
zelf was zijn rug een kerkhof
gebogen strompelde hij door de zaal
veel omhaal en weinig wind
maar onze moed was ver te zoeken
nu na tijd weten we wel beter
en blazen we even terug
straks zakt hij door zijn benen
misschien dansen wij dan een tango.
Edith Oeyen
het directeursparkHET DIRECTEURSPARK
Nu zomerlucht uit de hemel valt
hebben bomen en mensen
in dit park een afspraak met elkaar
deze offergave van de natuur
is een wegwijzer naar rust
ruines van woningen
dragen oude dagen
verbergen geheimen
als een gesloten mantel
het blikkeren van de zon
geeft de bladeren een gouden glans
wij zijn de pelgrims
die smeken om het behoud
van zoveel zuiverheid
want deze bomen zijn
de schakel tussen mensen
en hun adem
dit directeurspark
heeft schoonheid
op ons netvlies gebrand.
Edith Oeyen
troostAan M, nu in deze dagen
En als ik je tranen zie breekt mijn hart
wie kan begrijpen wat er spookt in je hoofd
wie kan zich verzoenen met zoveel pijn
want steeds ben jij het die helpen wil
rechtvaardigheid is hier ver te zoeken
toch blijft de zon schijnen achter de wolken
zaaien je kinderen en vrienden weer nieuwe hoop
want wie het hoofd buigt voor de wind
zal vallen in een kuil vol onzekerheid
en wie zijn hoofd rechtop blijft houden
vindt de zon achter elke glimlach aan hem gericht
positief zijn is geloven in het goede dat bestaat
het geeft je kracht en zuurstof om te leven.
Edith Oeyen
deze reisEn we gingen op reis met zijn twee zomaar
door de nacht het donker liet ons samen zijn
dicht bijeen alsof we nooit zouden scheiden
en dan heel onverwachts ben je opgestaan
wuifde ons verleden weg ik zocht je ogen
een vogel vloog heen boven de blauwe wolken
verweesd bleef ik staan en huilde om deze reis.
Edith Oeyen
ZE VEGENZe vegen alles van tafel als klein stof
willen niet horen naar de wonden
in een andere ziel
ze praten over alles heen
vergeten de essentie van de zaak
hij had een moeilijke tijd
was eenzamer dan ooit
laten relativeren zou ik moeten
maar wie denkt aan de gevoelens
diep in mij
de kwetsuren die er zijn
ach de tijd is aan egoïsme toe
zal ik me ook op dit pad wagen
en iedereen de lakens uitdelen
zeggen waar het op staat
en niet denken aan anderen
zal ik maar lukraad leven
zonder ooit vragen te stellen waarom
had ik eerder niet moeten rechtsomkeer maken
en me hun lot niet moeten aantrekken
zijn onbegrip is nu het mijne
Edith Oeyen
MIJN KLEINZOON
MIJN KLEINZOON
Weet je aan welke persoon ik nu denk? Aan mijn kleinzoon. Hij geeft me een goed gevoel telkens ik hem zie. Hij is lief en zacht van aard. Toch kan hij soms hevig uit de hoek komen, gelukkig maar, anders zou het een doetje zijn en dat wil ik niet.
Hij geeft klank en kleur aan mijn leven. Muziek is zijn grote passie, hij volgt notenleer en speelt synthesizer, nog maar net dit laatste maar hij oefent goed. Wanneer hij daarop speelt blinken zijn ogen als sterren, dan zie je hem stralen van geluk.
Hij weet verdomd goed welk materiaal hij nodig heeft om een orkest uit te bouwen, vraag het hem en hij noemt al de muziekinstrumenten op die er in een orkest zijn. Drum, viool, piano, harp, bas, basgitaar enz. de klank die dan uit zijn stem klinkt is als een lied, melodieus en harmonisch, hij geniet er echt van.
‘Later’, zo zegt hij, later wil ik muzikant worden, en overal optreden voor de mensen. Dan knuffel ik hem even en zeg lachend: ‘ dan kun jij een liedje maken voor mij en op de piano spelen’. Hij glimlacht dan en weet te vertellen dat er nog voorwerpen zijn die hij wil bespelen, in feite bedoelt hij muziekinstrumenten, maar de leeftijd speelt hier ook mee, hij zegt soms wel eens een woord of werkwoord verkeerd, maar dat geeft niet, ik weet wat hij telkens zeggen wil.
Waar hij is of staat steeds weet hij zich de plaats te herinneren waar zijn synthesizer aangekocht werd, de prijs zegt hij er meteen achter. Telkens slaat de verwondering toe als hij de prijs herhaalt, zo een groot getal, hé moeke, dat is toch veel te veel voor zo een muziekstuk. Ik glimlach dan.
Edith Oeyen
WOLKENWolken in beweging
wilden hoger klimmen
ze zochten jonge bloemen
in verloren ruimte
ontdekten de zinloosheid van wensen
en ademden vrijheid uit
alleen het landschap wijzigde bij hun snelheid
bomen werden kleiner
huizen haast onzichtbaar
hun snelle vaart brak af
toen hoorde ze verhalen vertellen
en in de vergezichten van beneden
zijn ze zacht naar af gegleden.
Edith Oeyen
HET SCHILDERIJHet schilderij dat zij bekeek
riep herinneringen op
aan zoveel en nog meer
het dorpsplein
de kerk
de schoolgebouwen
en vooral haar jeugd
de gedachten vloeiden weer over
en in een oogwenk
schilderden haar ogen
al de kleuren opnieuw
nu ook met paarse heide
en hoge bomen
spelende kinderen
en een man die haar liefhad
samen liepen ze dan door het schilderij
dat als schilderachtig dorp
haar hart bekoorde.
Edith Oeyen

Als de stilte mij vraagt te luisteren
spits ik mijn oren en hoor de adem van de natuur..
***
Geen woord brengt de nacht dichterbij,
wel de tijd
***
Luisteren is je hart openstellen
naar die ander toe
***
Liefhebben is alle kleine kantjes
van die ander erbij nemen
***
Liefde is de hoeksteen van het leven,
maar vaak stoot men zich eraan.
***
Edith Oeyen
zoals zijZoals zij kijkt naar hem
die in de verte wuift
is de angst ontwijken
die haar bewoont
of
is haar pijn zo pijnlijk
dat de grens is overschreden
en zij gevoelloos blijft voor dit al
zag zij de lente verwelken
toen de geur van de perzikbomen verdween
zoekt zij nu naar de hemelglans
rood is de kleur van haar gewaad
nu zij met heldere blik uit de schemer is gestapt
draagt zij daarom op haar lippen het brandend verlangen
voor hem die naar haar wuift
vanuit de verte.
Edith Oeyen
1 reactie op dit bericht
dag Edith
Ingrid