de dauwdruppels proeven op een ochtend
de nevel van de avond zien
en weten dat de zon voor ieder schijnt.
Edith Oeyen
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie

Als de zonAls de zon niet meer schijnt
de avond zich meldt
verwacht dan niet dat ik
de liefde om je schouders hang
wees zo volwassen te begrijpen
dat een sjaal warm is bij kille avonden
geef me je arm om mijn middel
en lees de woorden uit mijn ogen
ze hebben je zo vaak bewogen
nu de zon onder de wol kruipt
weet je dat ik naar je uitkijk net als gisteren.
Edith Oeyen
Elk woordElk woord gewogen
als een delicate kwestie
bracht wrevel mee
even de les spellen
als schoolmeester
en denken dat het juist is
toch anderen kennen
ook de taal
zij dwepen
reeds lang met woorden
toveren zinnen en verhalen
over vertellen en betalen
ook een vleugje poëzie
hoort tot hun oeuvre
wie heeft het bij het rechte eind
taal en teken
zaaien twijfel
tot tenslotte het verstand het haalt.
Edith Oeyen
Ontwaak en dansOntwaak en dans
onder een wijde hemel,
in het doodstille blauw van de nacht
stuurt een zilvergijze maan
een wens naar ons.
Onomkeerbaar de dagen
die wij doorliepen.
In het struikgewas
horen wij de stem van toverbloemen,
zij wenst ons vleugels
en de aanwezigheid van geliefden,
een jaar vol genegenheid
en dagen die geuren naar vrede.
Voor het raam zet ik een kaars
en zing mijn lied voor iedereen.
Edith Oeyen
Gang van Cassatie (justitiepalies Brussel)GANG VAN CASSATIE X
De gang is lang en breed
imponerend en hoog
marmer bekleed de wanden
zuilen staan uitnodigend
hoofden van voorgangers
zijn wit van oudheid
moe van staan
het reliëf op de muur
tekent in stilte
de uren op
zo wordt tijd dag
dag week
week maand
maand jaar
jaar eeuw
de hoofden van voorgangers
uit steen gebeiteld
zijn trots er te staan
vergeten hun moeheid
door wachters te zijn
zij tekenen voor gerechtigheid.
Edith Oeyen
Bij de ingangBIJ DE INGANG VAN
HET JUSTITIEPALIES TE BRUSSEL XI
Even de stilte proeven
denken aan hen
die vermist zijn
het kind dat speelbal werd
het kind gesmoord in zijn geluk
duizend kleine bloempjes
honderd andere kleuren
zijn het teken van verscheidenheid
wie neemt het voor hen op?
Bij deze ingang
roepen hun jonge stemmen
ons nog na:
hoor ons laat ons verdwalen
niet nutteloos zijn wees
waakzaam
en bescherm elk jong leven
een teddy beer
een foto
alles lijkt zo ver geleden
en toch
is het hier dat zij elke dag
nog schreien
om begrip.
Edith Oeyen

BIJ HET KONINKLIJK MUZIEKCONCERVATORIUM VIII
Maart !
en de rozen bloeien
winterrozen rozerood
Brussel biedt mij
de verwondering
een bron van inspiratie
de kleur van deze sombere dag.
Ik hoor muziek
zacht weerklinken
en draag de klanken mee
Vivaldie die hier lente bracht
camelia’s in volle pracht.
Edith Oeyen
Het ontwakenHet ontwaken
Een helse pijn scheurt door haar lijf
ze bijt en verbijt de pijn,
ze kan haar tranen niet bedwingen
dan als haar ogen zich verder openen
vloeit al dat traanvocht verloren,
maakt wegeltjes op haar wangen
Ze begint te beven over al haar leden
een verschrikte stem vraagt om hulp:
de pijn is onnoembaar,
tien handen staan plots rond haar bed
gedoe en veelal
en zij in machteloosheid gehuld
omstaanders bieden hulp
ondanks alles blijft ze lijden
een epidurale,
een pijnpomp
niets baat
dan met de traagte van traagheid
ebt alles uit haar leden,
ze blijft verdoofd en verslagen achter
niemand die haar vraagt
hoe de ervaring was,
was het risico groot
wachten er andere patiënten
of had schrik een weg gebaand door de gangen
Nooit zal ze het weten
Edith Oeyen
OntmantelOntmantel mijn gestalte
ontkleed mij van
mijn schuchterheid
ik wil jou
mijn liefde geven
mijn hart is onbewoond
raak me
streel me
proef mijn zoenen
neem mij
bewoon mijn lichaam
zo graag was ik
jouw schuilplaats geweest.
Edith Oeyen
kleindochterKLEINDOCHTER
Vertederd kijk ze me aan
vragen leven in haar ogen
ze is jong en wil weten
wil kennen
nieuwsgierig als ze is
lacht ze als de twinkel uit haar ogen
betovert mij met een glimlach
ik smelt als sneeuw voor de zon
geef telkens antwoord en weet
ook eens wordt zij
vrouw met mogelijkheden
nu echter wil ik haar beschermen
ik hoop dat het leven haar meer biedt
dan een schoot om kinderen te baren
Edith Oeyen
Zijn VriendJaren groeiden gestadig
naar later
desondanks blijft het gemis
zijn vriend ging heen
toch leeft nu nog blijheid
fonkelen zijn ogen
als vroeger weer wordt opgehaald
hun samen fietsen
lachen en praten
nu weegt soms de heimwee
en als de nacht hem
geen rust gunt
wist hij zijn vochtige ogen
droog.
Edith Oeyen
OchtendzonOchtendzon
In de verte
draagt ze
haar warme gloed
de hoogte in
haar licht
schijnt op mijn gezicht
ik voel me veilig
haar rode kleur
de ochtendgeur
is fris en alles ruikt
naar nieuw
het is een dag die mooi begint
straks speelt een kind
zomaar in haar stralen
wie zal het halen
bij het tikkertje spelen
ik kijk wat rond
luister naar de stilte
en boven mijn hoofd
vliegt een vogel
hij weet zich klein
maar vrij in deze ochtenduren
waar het geluid uitgestorven lijkt
de dag is jong
ik bewonder.
Edith Oeyen
EEN WITTE WAAS
Mijn moederMijn moeder ging reeds jaren heen
ze was een vrouw van weinig woorden
maar strengheid was haar welgekend
ze droeg wat littekens op haar ziel
wat eelt op haar handen en voeten
want werken was haar niet vreemd
mijn moeder ging reeds jaren heen
ze was een vrouw van eenvoud en
ze hield van bloemen
ze vroeg zo vaak naar vader
nu na jaren kunnen ze weer
hand in hand zitten
bij elkaar.
Edith Oeyen
EEN BLOEDBAD IN DE OORLOGBLOEDBAD IN DE OORLOG
Aan Lara
Onschuldig
kijken bruine ogen
de verte in
zoeken ze
naar verloren levens
of kijken ze angstig
naar de toekomst
op de schoot van haar vader
voelt ze even de veilige warmte,
toch weent haar hartje
om zoveel gemis
moeder en zusjes
verloren het leven
een bloedbad in de oorlog
is een dagelijks tafereel
zij zal de pijn
eeuwig met zich dragen.
Edith Oeyen
Nu nog
Lente 44
Hier op deze hoogte
ben ik een vrije vogel
die zijn vleugel uitslaat
het roepen van de verte
laat me brievieren
boven in de lentelucht
roerloos soms
bewonder ik
het wisselen van de dagen
zij leren mij bidden
om zoveel schoonheid.
Edith Oeyen
Lente 33
Ik wil niet
langer blind zijn
voor voorbij schuivende wolken
die per seconde
van gedaante verwisselen
zij omgorden het landschap
toveren licht tussen donker
laten winterpijn genezen
bloem
bloesems
bloed
alles rondom ons
getuigt van lente.
Edith Oeyen
Lente 22
Kevers slapen nog
zij dromen
over het zachte fluisteren
van bloesems
onbedwingbaar is mijn verlangen
hen te wekken
de weg te wijzen
naar de kleuren
van verborgen woningen
tussen zoveel boomgaard
met open mond
staar ik naar dit tafereel
en voel een traan loskomen
uit een ooghoek.
Edith Oeyen
Lente1
De ontgoocheling voorbij
heb ik de winter
achter mij gelaten
zie nu hoe het gras
groener kleurt
en in de glooiing van het land
heeft God zo wonderbaarlijk
duizenden kleuren geplant
mijn adem
schrijft in mijn bloed
zoveel vreugde om jou
om de zon
en om dit lenteland.
Edith Oeyen