souvenir van de vendange
van een druiventak zien vallen
terwijl niemand het zag
heb ik het van de grond geraapt
en bij het thuiskomen voorzichtig in een dunne
glazen bokaal gelegd
elke dag geef ik het behoedzaam
water en brood
ik hou de kamer gordijndicht
en speel bijna onhoorbare muziek
het mag niet schrikken
van de ongewone nieuwe omgeving
toch ben ik er niet gerust in
ik vraag me af wat het zal denken
de dag dat het wakker wordt
en of het niet boos zal zijn
en rode tranen zal wenen
je weet maar nooit met groene bladeren














