gesprek
"Niet waar", zei zij...
gesprek
gesprek met mezelfik probeer telkens weer
mijn woorden
aan elkaar te rijgen
en dan is er opeens
die wondermooie klank
van het zwijgen ...
als dat kon

ik schrijfik schrijf je naam
in elke hoek van de tijd
waarin ik leef
en leven zal
tot de wind mij als maanzaad
weer bij jou zal dragen
om dan
zacht als een praline
te dansen op je huid
ontbijt
maar aan iedere gevel slapen de ramen nog
zie hoe het licht in de huizen klimt
als een trage kleur
hoor hoe de zon het wilde feest bezingt
van onze nachtelijke omhelzing
de dag tuimelt naar binnen
en je doet de drukte van de straat
naar koffie geuren
ik streel hoe je achteloos mooi je kamerjas
laat open hangen
als je een eitje pelt
met mij
de stilte hangt aan een draad
tussen de sanseveria’s
ik heet je orchidee
en hoor mijn haar ritselen
ik hak wellustig mijn ontbijt uit de rotsen
diploma

mijn pauwmijn geheugen schuift open en dicht
als een reflexcamera
want ik weet
vandaag komt de avond niet op tijd
zelfs de stilte zwijgt niet
en nestelt zich brutaal in onze stoel
ik heb onze woorden in 2 gescheurd
en weggegooid naar wind en wolken
nu slaap ik, alleen het duister
als een behoedzaam waker
aan mijn voeten uitgestrekt
onder de hemel en de halfgedoofde sterren
hoort men nog de schreeuw
van onze pauw
op de armleuning van onze dromen
MIJN OUDERS
mijn woordenmijn woorden liggen braak
in het wrakhout van onze tederheid
de dag tuimelt naar binnen
als een CliniClown
PAS OP voor het trapje
en snijdt zich aan het verstrijken van de uren
maar geen nood
tussen mijn tenen groeien andere woorden
morgen schrijf ik een nieuw recept
voor onze liefde
en de zon zal lachen
om al die drukte van
gisteren
moedermoeder, ik stond vandaag bij je graf
en trachtte heel stil te luisteren
of van diep geen stem zou fluisteren
dag, jongen , ik ben niet veraf
maar zoveel uren later liggen mijn bloemen
te verwelken op het gras
daaronder, schaduwbeladen,
je glimlach en al wat je voor me was
Jeff en Lowie
liefdesgedichtjeal verwens je me ooit naar het diepste van de hel
je zal voor eeuwig mijn allerliefste blijven
natuurlijk in dat geval niet meer zo fel
ik vind dat ik niet moet overdrijven
poëzie
ik, onbekende van mezelfik, onbekende van mezelf
tracht verboden blikken
in je zachte haar te vlechten
de golving van je lach
de zegen van je huid
de echo van je stem
dat alles leeft in mij
ben ik gewoon
ik vraag geen aalmoes meer
in de verschroeide eelten van mijn bange hand
alleen heel broos
de zachte mijmering van je hart
laat de regen van je klamme haren
nog eenmaal strelen
rond de rilling
van mijn hals
een olifant
begrafenis
vannachtvannacht had ik een droom
we hebben eindeloos gezoend
en toen ik wakker werd
heb ik de straat naar jou genoemd
komkom bij me, zei ze wellustig,
kom bij me, mijn parelhoen,
zie je niet
hier brandt de lamp
kijk, zo iets maakt me onrustig
en bezorgt me even de kramp
ik blijf wel haar kampioen
maar nu
wilde ik net het licht uitdoen ...
een mens
king kong