Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
vannacht
vannacht had ik een droom
we hebben eindeloos gezoend
en toen ik wakker werd
heb ik de straat naar jou genoemd
kom
kom bij me, zei ze wellustig,
kom bij me, mijn parelhoen,
zie je niet
hier brandt de lamp
kijk, zo iets maakt me onrustig
en bezorgt me even de kramp
ik blijf wel haar kampioen
maar nu
wilde ik net het licht uitdoen ...
een mens

king kong
en na de bok de geit
heeft hij haar hangend aan de tijd
op het duin nog nat van dauw
in haar volle schoonheid uitgespreid
en trommelend op de borst
de allereerste kreet geslaakt
de zee ontwaakt
een week later

mijn straat

Dat verdient een bloemetje...

om de tuin
met het spreekwoordelijke kluitje
in het riet
maar drie dagen later heeft ze me
professioneel om de tuin geleid
en achter diezelfde tuin
je gelooft het niet
hebben wij de stukken eraf gevrijd
eigenlijk mag je ook "gevreeën" zeggen
maar voor 10 voor taal
hadden we toen geen tijd
jeff en lowie

het dal
het dal is mijn huis
mijn huis is omringd door bergen
elke berg is een krater
vier keer per dag eet ik vuur
kom regen kom
over de bergen
word water voor heel veel dorst
voor de droge rivier in mijn dal
mijn huis is schemerduister
tussen de bergen
en van de zon zie ik alleen de lange schaduwen
de wereld is rond mijn dal is rond
ik ga in cirkels zonder regen
zonder zon word ik nooit nieuw
word ik een bal ik rol in mijn rivier
er is geen water
kogel
de kogel is door de kerk
een klein gaatje van noord naar zuid
nee... helemaal niet het halve werk
manlief, wat ziet die kerk er uit...
vroeger was alles beter ...

in de winter
in de winter zijn er meer bomen
dan in de zomer
maar dat deert je niet
want je draagt de warmte als een baby
met roze handjes tussen de huizen
je heupen veranderen water in wijn
en je oksels vallen open vol hemel
de stilte plant zich voort langs de vogels
die hangen aan het plafond van het bos
je woorden heb ik vacuüm getrokken
als zachte eenden in de mist
de straat begint te blozen
de zon glijdt uit
en giechelt
nippertje
op het laatste nippertje
gaf ik jou toch nog een zoen
en dat was misschien wat te laat
ik had het waarschijnlijk vroeger moeten doen
maar ik weet niet
of er een eerste nippertje bestaat ...
regering

vrolijk pasen

ouwe makkers




Vanmorgen vertelde ik een aanleunende dertiger dat ik gisterenavond naar een optreden van Zjef Vanuytsel was geweest.
Ken ik niet, zei hij.
Allez, jong, de zanger van "De zotte morgen..." Hij is ook van Meerhout afkomstig zoals jij en ik. Hij is weliswaar ouder dan jij, maar even oud als ik.
Ik ken hem niet, zei hij. Hij zal van voor mijnen tijd geweest zijn.
Het weze hem vergeven, want de uitverkochte zaal zat eivol (uiteraard)
met uitgezakte vijftigers en zestigers, die zich weer helemaal in hun wilde jaren waanden. De "OUWE MAKKERS"?, zoals ook Zjef zijn voorstelling noemde, waren weer lotgenoten. Hun Zjef was weer opgestaan: vrolijk, intiem,teder, rebels. Weer, weer,weer...
Zoveel dankbaarheid en bewondering uitte zich in een minutenlang staand
applaus. Een avond, die ik niet vlug zal vergeten evenals het feit dat mijn dochter mij de inkomkaartjes cadeau deed. Zij weet als geen ander hoe ze haar papa gelukkig kan maken. Meer nog: zij weet wie Zjef Vanuytsel is !
de toekomst ...

droom

Er was weinig volk in het café. Op de achtergrond schuurde Leonard Cohen door de boxen, terwijl de baas met zichtbare tegenzin zijn glazen opblonk. Ook hij schonk weinig aandacht aan de vrouw, die met afgeboorde elegantie aan zijn toog zat. Ze wist hoe ze het ene been over het andere moest leggen en lang aan haar glas rode wijn kon nippen.
Toen ik opkeek van mijn krant, zag ik dat zij naar me keek. Onbeholpen en vol in mijn kruis gepakt, zocht ik naar mijn Duvel, die nochtans rechts van mij tussen de vrouwentongen stond.
"Mooi weertje", haperde ik als de beste openingszin, die ik kon bedenken.
" 't Wordt warm", zei ze en met het glas rode wijn walsend in de hand, gleed ze van de barkruk, die even hoog was als haar benen.
"Mag ik bij je komen zitten ?" Ze was al bij mijn tafeltje voor ik besefte, dat ze iets gevraagd had. Ze was blond en mooi met ogen, die elke jury het maximum van de punten doet geven.
Ik weet (van vrienden) dat vrouwen aan de toog geen naam hebben, alleen mooie ogen en warme dijen.
"Hoe heet je ?" vroeg ze, niet geheel onverwacht.
"Ze noemen me Paperclip."
Gekke naam, vond ze.
Ik vertelde er maar niet bij dat het mijn schuilnaam was voor mijn blog op Seniorennet en nam nog een slok. Mannen weten nu eenmaal waarom...
Bijna onhoorbaar legde ze haar hand op de mijne en keek me diep in de ogen. Het werd ontzettend warm in het café, hoewel een rilling mij over de rug liep.
Maar ... dan zakte ze langzaam langs haar stoel naar de grond. Wat ging er gebeuren ? Was ze onwel geworden ? Had ze te diep in mijn ogen of in haar glas gekeken ? Was het de opwarming van de aarde, die hier in het café een hoogtepunt bereikte ?
Ik zag haar veranderen in water... Ze liep leeg !
De hitte werd ondraaglijk, ik wilde nog een raam opengooien, maar ...
Iemand in de straat reed met luid gerammel zijn groene container tot op de stoep. Naast mijn bed mijn pantoffels...
Op de vloer geen druppel water te zien...
ook voor de katten wordt het lente ...
de kater van de overburen
ligt tijdens de dag op zijn gemak
naar de eerste vlinders en de vogels te gluren
maar ’s avonds dan kruipt hij op het dak
de katjes tegemoet tussen maan en sterrengeflonker
drie op één nacht heeft hij uitgerekend
niet zo gemakkelijk in het donker
maar zijn gps doet het uitstekend
op al deze liefdesavontuurtjes
is hij zo trots als een luis op een kam
en ’s morgens in de vroege uurtjes
kruipt hij moe en tevreden in zijn tram
hij laat de honden in de straat maar keffen
en denkt al aan de volgende nakomeling
en voor de katjes het beseffen
is het weer van … tararadjing

