grage hand
de stilte nestelde zich in onze kelen
de verre zon die van modderkleuren was
de hoge wolken onbereikbare kastelen
en daaronder het langgerekt zuchten van de velden
het was allemaal nabij en toch uren ver
ik fluisterde in je haren en telde
in elke lok de schaduw van een kleine ster
je grage hand had niets vandoen
maar die te vullen is me niet gelukt
ik heb verlegen en met de teerste zoen
je lange lippen toegedrukt







