ik denk
dat dromen van holle spiegels gemaakt zijn
maar jij niet
in de kamerhoek hangt nog steeds je warmte
als een jas aan de kapstok
en je ondergoed ligt als een verspreide leugen
op de houten vloer
onze deur wacht 's middags
op jouw schaduw die verkoeling zoekt
ik heb, zoals altijd,
het raam van mijn huis als een hemelbed open staan
dromen blijven dromen
maar jij niet
daarom schrik ik 's nachts wakker
omdat je door mijn droom wandelt
en ik je niet kan vinden








