

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
het vuur knaagt...
het vuur knaagt aan de tijd
te laat om verder door te dringen
in de vergeten droom
de morgen klaart in de huid van de gevels
laat de tranen voor mijn ogen stollen
want er is niets meer te zeggen
geen enkel woord brengt nog
de zachte regen van de heuvels terug
de echo van je lach
parelt in de schaduw van de grotten
die we samen bouwden
het lijkt zo moeilijk nu de juiste klank te vinden
om de geur van je glanzend lichaam
te doven
je leeft steeds voort in mij
als rozendauw en schlagerplaten
als bloemengeur en nachtlawaai
maar kom
je weet toch
dat ik met je adem
de stukken van geluk
als morgensterren lijmen zal
want straks dragen de rozen linten in hun haar
in het verboden bed smaakten
je lippen rood.
rood en de wijn maakte mijn lippen week.
zo week en teder
hebben wij elkaar bemind.
en zo week en teder
hebben wij elkaar belogen.
mijn woorden
de grote koningen mijn woorden
die als zandsporen de jouwe kruisten
hebben zich met een viooltoon verzuchting
verbrand
aan de rilling van je lauwe borsten.
maar weet nog…
wilde bramenstruiken werden heilig
paradijsblauw waren de bomen
van het kwaad.
de zonde is zo’n bruiloft
Boterhamworst
Maar ik werd natuurlijk groter en op een dag zei de slagersvrouw: "Je moet zeker geen vleesje hebben, want je bent nu al een grote jongen."
Achter mij in de winkel begonnen twee vrouwen te lachen. Ik heb me nog nooit zo klein gevoeld als toen...
traag en behoedzaam
draaide het licht zich om
toen ik je zag en
de brede lokken van de ochtendzon
slopen listig om je heupen
ik werd met mijn hoofd in de wolken
achter de praalwagens van jasmijngeur
door de straten gesleurd
je was zo mooi
en zo lief als de schaterlach van je ogen
je sneed voor mij onhoorbare woorden
uit zacht wilgenhout
het gaat goed met mij
dacht ik
terwijl ik wachtte
tot de wind mij rondom jou zou dragen
zo gevoelig als het ochtendgras
doordrongen van dauw en wellust
trok de fluistering van je adem
voetstappen in het zand
naar de gedaanteloze beweeglijkheid
van het water
ik denk door jou leef ik langer
maar verdomme, je maakt me banger en banger
helaas
vandaag weet ik
je bent zo gevaarlijk als een vliegenvanger …
modern sprookje
Dagen gingen voorbij en zijn moeder kocht een nieuw koffieservies, oorbellen die hij niet mooi vond en het gras in de tuin werd weggehaald om er een groot en diep zwembad te maken.
De jongen werd groter en groter en telkens hij zijn moeder om een broertje vroeg, was er wel iets dat bij zijn moeder hoger op het verlanglijstje stond. Toen hij achttien werd, zag hij in dat al zijn pogingen om er een broertje bij te krijgen geen zin hadden en hij vertrok naar een ver, vreemd land...
Jaren later kwam hij als een volwassen man terug en onder zijn arm droeg hij een klein pakje. Zijn moeder was dolblij hem te zien en was vol verwachting over het geschenk, maar hij zei dat hij voor haar geen geschenk had meegebracht: op een zomerse avond had hij zichzelf in een gulle bui en in een ver land een broertje gekocht ...
avond aan zee


als ik haar na lange tijd weer zie
drijfnat door de deur van de tijd
omringd door de geur van wind en wolken
dan weet ik
ik wil in deze zee gaan slapen
zo mooi als zij is
met het schuim op de lippen en 1000 borsten
een list van de natuur
verborgen onder haar kletsnatte huid
kijk zeg ik
ik heb dromen voor je gekocht
in alle kleuren zo mooi als ballonnen
misschien een te goedkoop kado want op de markt
aan de hoek van de Valse Hoopstraat
is elke frank er 2 waard
ik leg me in je doorweekte handen
maar je ziet me door de vingers
nonchalant steel je het einde van de dag
en wiegt het licht telkens voor 1 nacht
naar de moederschoot terug
en dan v
a
l
t trapsgewijs de angst
de koord van mijn dromen breekt
en mijn ballonnen drijven af
met de westenwind mee
fuck you
de haan aan zee
liefdesgedichtje

in het land van de tomaten
is iedereen gelijk
maar toch zijn er verschillen
wanneer ik ze goed bekijk
de ene met een hoedje
al de anderen poedelnaakt
maar toch moet je
bekennen dat die ene beter smaakt
lang voor de nacht
lang voor de nacht binnensluipt
lang voor het strand op adem komt
rond haar lichaam is eeuwenlang
geen dageraad geweest
nooit elders dan hier
heeft zij haar huis
zij strekt zich uit
haar vingers gespreid
raken lichtzinnig de rilling van het water
en boven haar ogen zweeft
een torenhoge droom
stuifmeel in fladderend windgestoei
kom zeg ik kom
jij bent een kelk
ik ben een man
schaamteloos zwelt elke ruimte
tot een boordevolle tijdeloosheid
hoe zacht weegt nu de vermolmde steen
in heilige woorden
ligt ze vast en veilig bij mij aan
ginds met de blik op morgen
zeilen de wolken weg met witte boord
ik vouw biddend
mijn handen om mijn handen
NORMANDIE
Wat echter -en dat voor de tweede keer - het meeste indruk op ons maakte, zijn de begraafplaatsenvan de oorlog, waar zoveel jonge mensen hun leven lieten.Colleville sur Mer is zo een plaats om stil van te worden ...
colleville sur mer

een weekje Normandië

een weekje Normandië

een weekje Normandië

schrijlings gezeten op de rug van het verleden 3
schrijlings gezeten op de rug van het verleden
4
de zee zwenkt een zijstraat in
want de wolken werpen zich geruisloos op de golven
zou het de stilte voor de storm zijn
dit moet ik god gaan vertellen
verderop stoeien de vissen in fladderend blauw
de dag ligt lui en naakt op het strand
met de benen opgetrokken
want de zon bakt het bruin vandaag
de zee is een vrouw en trekt mij aan
wild als zij is met schuim op de mond
misschien vind ik morgen rust
aan haar doorweekte borsten
schrijlings gezeten op de rug van het verleden 4
schrijlings gezeten op de rug van het verleden
3
grensloos aan de tijd
geboren uit wind en wolken
de zee slijpt elk vierkant
terug tot cirkel
was het donker voor het eerste licht
was het stil voor het eerste geluid
daar denk ik dikwijls aan
als de zon naar me fluit
het gesprek der meeuwen is verstomd
hier slaap ik geruisloos en koortsig
in de plooien van het water
als mijn moeder legt de maan een hand op mijn hoofd
schrijlings gezeten op de rug van het verleden 2
schrijlings gezeten op de rug van het verleden
2
gisteren heb ik mijn lippen verbrand
aan de stemmen van het bos waardoor
de vrouwen lopen met opgetrokken rokken
vandaag hangt de zon halfstok
de straat draagt een hoge hoed vandaag
want het is feest
met een gepolijste glimlach op de lippen
vegen de huizen zich de tranen af
het bos verschuilt zich achter elke boom
en houdt indringers nauwlettend in de gaten
weer heeft de nachtegaal zich vermomd als indiaan
met een groene tak in elke hand
schrijlings gezeten op de rug van het verleden 1
schrijlings gezeten op de rug van het verleden
1
met twee ellebogen op de aarde
ligt de winter in hinderlaag
de huizen trekken hun nek in en
vluchten naar de grens van het zwijgen
mijn woord breekt als een hostie
in de grijpgrage handen van de kou
op mijn gezicht blijven de blauwe
vingerafdrukken van de vriesnacht achter
in de zomer slapen hier de vogels van het zuiden
nu dwaalt de ijswind
met het mes in de hand
ik kruip van schrik op mijn schouder
op reis
Met mijn vriend Fons, zijn vrouw en mijn vrouw gaan we nog eens op zoek naar le trou normand ! Tot volgende week !!!
als je bij me bent
als je bij me bent
worden de tijgers rond mijn huis niet groter
dan breekt de angst als een schaduw
en plant de stilte zich in onze kelen
je duizend lippen tasten aan mijn hart
de witte spin van je hand dwaalt door mijn bed
je lichaam
is een stad waarover ik beweeg met geruisloze
vleugelslagen en het zeewier van je biechtgeheimen
wekken de mieren in de straten van mijn bloed
je woorden zuigen tranen van mijn vingers
je lijf is een tempel vol paardengetrappel
is een boek waar ieder oog
de zenuw over snijdt
een muur waartegen stormrammen leunen
een rode druppel van de moederlijke weg
een breekbaar ei veilig in het snoer
van gevederde vingers
aan de olie van je wervels
de kroeg waar de glazen rinkelen
heb ik tastend aan de duistere deur
mijn handen verwond
witte vogels zweven als scherven boven onze hoofden
de wolken worden zwanger en je borsten
wit en zacht als brood
ik heb beschroomd en met de teerste zoen
je lange lippen toegedrukt
laat me nu slapen
aan een strand waaraan de golven klotsen zonder
einde

